Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2020:2615

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2020-02-13
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL20.402
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.830 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Algerije, asielaanvraag buiten behandeling gesteld, niet verschenen bij gehoor, beroep ongegrond

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL20.402 V-nummer: [nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. R.P. van Empel-Bouman), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. H.J. Metselaar). Procesverloop Bij besluit van 6 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure buiten behandeling gesteld. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.403, plaatsgevonden op 29 januari 2020. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] . Eiser heeft op 29 maart 2019 een asielaanvraag ingediend. 2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder b, Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser niet verschenen is bij het eerste gehoor van 20 december 2019 en hieraan geen geldige reden ten grondslag ligt. De verklaring van eisers gemachtigde dat eiser haar heeft verteld dat hij vermoedelijk niet naar het gehoor zou komen omdat hij te veel moeite heeft om te vertellen, acht verweerder niet verschoonbaar. Verweerder stelt dat op geen enkele wijze is onderbouwd is dat eiser vanwege het bestaan van psychische problemen niet zou kunnen worden gehoord. Uit het medisch advies van FMMU van 16 april 2019 blijkt immers dat eiser - indien rekening gehouden wordt met enkele beperkingen - gehoord kan worden. 3. Eiser voert aan dat het juist is dat er geen medische stukken zijn overgelegd, maar daar is zijns inziens volgens WI 2010/13 ook geen noodzaak toe. De opmerking van zijn gemachtigde en de inhoud van het dossier van zijn jongere broer [naam 2] hadden voor verweerder aanleiding moeten zijn om zijn zaak in de verlengde procedure te behandelen. Eiser is een kwetsbare asielzoeker zodat extra zorgvuldigheid is vereist. Verweerder heeft hier niet naar gehandeld. De rechtbank oordeelt als volgt. 4. Verweerder heeft de aanvraag terecht buiten behandeling gesteld. Eiser is niet verschenen voor het eerste gehoor van 20 december 2019, terwijl niet gebleken is dat hij hiertoe medisch niet in staat was. De niet onderbouwde verklaring van de gemachtigde, dat eiser moeite heeft om zijn verhaal te vertellen, heeft verweerder - gelet op het FMMU advies van 16 april 2019 - onvoldoende kunnen achten om het niet verschijnen verschoonbaar te achten. Verder blijkt uit een telefoonnotitie van verweerder van 20 december 2019 dat het COA eiser meerdere keren heeft verzocht uit bed te komen en in de taxi te stappen om naar het gehoor te gaan, maar dat eiser dat niet wilde. Nu niet is onderbouwd dat eiser niet kon worden gehoord, bestond er voor verweerder geen enkele aanleiding om nader onderzoek te doen. Het beroep op WI 2010/13 faalt daarom. De verwijzing naar de inhoud van het dossier van zijn jongere broer [naam 2] kan evenmin tot een ander oordeel leiden. 5. Het beroep is ongegrond. 6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...