Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2020:15515

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2020-02-24
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL20.3120, NL20.3126, NL20.3128, NL20.3130 en NL20.3132
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.417 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

De aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd zijn door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid mag van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaan. De beroepen zijn ongegrond.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummers: NL20.3120, NL20.3126, NL20.3128, NL20.3130 en NL20.3132 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser 1] mede namens de minderjarigen [eiser 2] en [eiser 3] , [eiser 4] , [eiser 5] , [eiser 6] , [eiser 7] , hierna aangeduid als verzoekers V-nummers: [V-nummer 1] , [V-nummer 2] , [V-nummer 3] , [V-nummer 4] , [V-nummer 5] , [V-nummer 6] , [V-nummer 7] (gemachtigde: mr. E.A.A. Charry), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid , verweerder (gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk). Procesverloop Bij besluiten van 4 februari 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL20.3119, NL20.3125, NL20.3127, NL20.3129 en NL20.3131, plaatsgevonden op 19 februari 2020. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Garabitian. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.3119, NL20.3125, NL20.3127, NL20.3129 en NL20.3131, heeft de rechtbank de beroepen in de bodemzaak waarover de verzoeken om voorlopige voorziening gaan ongegrond verklaard. 2. De voorzieningenrechter wijst daarom de verzoeken om voorlopige voorziening af. Omdat de rechtbank de beroepen ongegrond heeft verklaard, is namelijk geen voorlopige voorziening meer nodig. 3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.A. Linthout, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op: 24 februari 2020 Documentcode: DSR10724877 Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...