Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2020:15314

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2020-11-27
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL20.19336-T
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
5.315 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

AKT, Uganda, motiveringsgebrek, toegedichte homoseksuele geaardheid, verweerder is niet voldoende ingegaan op zwaartepunt asielrelaas, bestuurlijke lus, pv mondelinge tussenuitspraak

05Kern

Materiële kern

proces-verbaal tussenuitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.19336-T proces-verbaal van de mondelinge tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M.H. van der Linden), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.J.S.M. van Raak). Procesverloop Bij besluit van 4 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 november 2020. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen M.G. Nyabukye. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank: stelt verweerder in de gelegenheid het gebrek in het bestreden besluit binnen tien weken na verzending van deze tussenuitspraak te herstellen met inachtneming van deze uitspraak; verzoekt verweerder, indien hij van deze gelegenheid geen gebruik maakt, dit binnen twee weken na verzending van deze tussenuitspraak schriftelijk kenbaar te maken; houdt iedere verdere beslissing aan. Overwegingen 1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering. Het bestreden besluit is onvoldoende gemotiveerd. Verweerder is onvoldoende ingegaan op de asielmotieven van zaaknummer: NL20.19336-T 2 eiseres. Eiseres heeft namelijk aan haar asielverzoek ten grondslag gelegd dat zij in Uganda gevaar loopt omdat zij homoseksuele vrienden heeft en dat andere mensen daardoor dachten dat zij ook homoseksueel is. Verweerder legt in het bestreden besluit een link met de homoseksuele geaardheid van de broer van eiseres en het drank- en drugsgebruik van eiseres en haar vrienden. Hoewel eiseres inderdaad ook heeft verklaard dat haar broer homoseksueel is en dat zij en haar vrienden drank en drugs gebruiken, ligt het zwaartepunt van haar asielmotieven niet daar, maar juist bij de homoseksualiteit van haar vrienden en de aan haar zelf toegedichte homoseksualiteit. Dat heeft verweerder onvoldoende onderkend. 3. Tijdens de mondelinge uitspraak is geoordeeld dat het beroep gegrond is en het bestreden besluit wordt vernietigd. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een kennelijke fout, aangezien de rechtbank tevens heeft geoordeeld dat verweerder een nieuw besluit moest nemen binnen een nader te bepalen termijn. Afgesproken is dat de gemachtigde van verweerder de rechtbank na afloop van de zitting zou laten weten welke termijn nodig is om het gebrek te herstellen. Hieruit blijkt de bedoeling van de rechtbank om een tussenuitspraak te doen. De rechtbank heeft telefonisch met partijen besproken dat zij van oordeel is dat sprake is van een kennelijke fout als bedoeld in artikel 2.23 van het Procesreglement Bestuursrecht en heeft gevraagd of zij daarop willen reageren. Beide partijen hebben aangegeven in te stemmen met wijziging van die kennelijke fout in de schriftelijke uitwerking van de mondelinge uitspraak. Dat gebeurt bij deze. 4. De rechtbank ziet aanleiding verweerder in de gelegenheid te stellen het gebrek in het bestreden besluit binnen tien weken na verzending van deze tussenuitspraak te herstellen door hetzij aan eiseres een asielvergunning te verlenen, hetzij een nieuw besluit op de aanvraag van eiseres te nemen. De rechtbank overweegt dat een termijn van 10 weken uitzonderlijk lang is aangezien de aanvraag van eiseres wordt beoordeeld in de algemene asielprocedure. Verweerder heeft de rechtbank echter te kennen gegeven 10 weken nodig te hebben. De rechtbank ziet in de gegeven (corona)omstandigheden geen aanleiding om daaraan te twijfelen. 5. Als verweerder gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek in het bestreden besluit te herstellen, zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen vier weken schriftelijk te reageren op de wijze waarop verweerder de gebreken heeft hersteld. In beginsel zal de rechtbank vervolgens het onderzoek sluiten en zonder nadere zitting uitspraak doen. Als verweerder geen gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek in het bestreden besluit te herstellen, dient hij dit binnen twee weken na verzending van deze tussenuitspraak schriftelijk kenbaar te maken. In dat geval zal de rechtbank het onderzoek sluiten en zonder nadere zitting uitspraak doen. 6. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. zaaknummer: NL20. l 9336-T 3 Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 november 2020 door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier. griffier de rechter is verhinderd de usp te ondertekenen Rechtsmiddel Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...