Zaak

ECLI:NL:RVS:2026:4974

Instantie
Raad van State
Datum
2026-08-27
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
—
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
BRS.26.003695
Rechtsgrond
—
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
—
Winnende partij
—
Herkomstland
—
Thema
—
COI-verwijzing
—
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
—
Tekstlengte
2.192 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij ‘kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens’ van 21 mei 2025 heeft de minister van Asiel en migratie aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel laten weten de geboortedatum van verzoeker te hebben gewijzigd.

05Kern

Materiële kern

BRS.26.003695 ECLI:NL:RVS:2026:4974 Datum uitspraak: 27 augustus 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [verzoeker], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 22 juni 2026 in zaak nr. NL25.42278 in het geding tussen: [verzoeker] en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij ‘kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens’ van 21 mei 2025 heeft de minister aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel laten weten de geboortedatum van verzoeker te hebben gewijzigd. Bij besluit van 6 augustus 2025 heeft de minister het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 22 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt. 2. De voorzieningenrechter stelt vast dat uit het verzoek geen spoedeisend belang blijkt voor het treffen van een voorlopige voorziening, omdat verzoeker in afwachting van de beslissing op zijn asielaanvraag rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder f, onderdeel 2, van de Vw 2000. 3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van C.M.J.B. A Campo LLM, griffier. w.g. Willems voorzieningenrechter w.g. A Campo griffier Uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2026 907-1149

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...