← alle zaken
Zaak

ECLI:NL:RVS:2026:4200

Raad van State · 2026-07-20 · Hoger beroep

Zaaknummer
BRS.26.001951
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
1.799 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 6 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Materiële kern

BRS.26.001951 ECLI:NL:RVS:2026:4200 Datum uitspraak: 20 juli 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant 1] en [appellant 2], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 14 april 2026 in zaak nr. NL26.7071 in het geding tussen: [appellant 1] en [appellant 2] en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 6 februari 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 14 april 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. B. Anik, advocaat in Arnhem, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1. De minister heeft de Afdeling laten weten dat appellant met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van appellant heeft, hoewel de Afdeling haar daartoe in de gelegenheid heeft gesteld, niet laten weten dat zij nog contact met appellant heeft. Daaruit leidt de Afdeling af dat appellant niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft appellant geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep. 2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. J. Kraak, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Kraak griffier Uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2026 918-1086