ECLI:NL:RVS:2026:4175
Raad van State · 2026-07-17 · Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Bij besluit van 18 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Materiële kern
BRS.26.003344 ECLI:NL:RVS:2026:4175 Datum uitspraak: 17 juli 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [verzoeker], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 25 juni 2026 in zaak nr. NL26.16829 in het geding tussen: [verzoeker] en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 18 maart 2026 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 25 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De minister heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt. 2. De voorzieningenrechter stelt vast dat uit het verzoek van verzoeker geen spoedeisend belang blijkt voor het treffen van een voorlopige voorziening, omdat hij uitstel van vertrek heeft om medische redenen tot 1 mei 2027. 3. Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. A. Kuijer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.S. Heinen, griffier. w.g. Kuijer voorzieningenrechter w.g. Heinen griffier Uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2026 984