← alle zaken
Zaak

ECLI:NL:RVS:2026:3714

Raad van State · 2026-07-02 · Hoger beroep

Zaaknummer
BRS.26.002538
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
1.745 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 9 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Materiële kern

BRS.26.002538 ECLI:NL:RVS:2026:3714 Datum uitspraak: 2 juli 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 11 mei 2026 in zaak nr. NL26.21218 in het geding tussen: [appellant] en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 9 april 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij mondelinge uitspraak van 11 mei 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. L.J.L.M. Dacier, advocaat in Heerlen, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellant legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000). Er doen zich in dit geval geen Bahaddar-omstandigheden voor als bedoeld in de uitspraak van de Afdeling van 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1664. 2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.A. Snijders, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Snijders griffier Uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2026 279-