← alle zaken
Zaak

ECLI:NL:RVS:2026:3634

Raad van State · 2026-06-23 · Voorlopige voorziening

Zaaknummer
BRS.26.002747
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.367 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluiten van 3 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoeker om hem en zijn minderjarige kinderen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Materiële kern

BRS.26.002747 ECLI:NL:RVS:2026:3634 Datum uitspraak: 23 juni 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [verzoeker], mede voor zijn minderjarige kinderen, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 28 mei 2026 in zaken nrs. 26/4453 en 26/4446 in het geding tussen: verzoeker en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluiten van 3 maart 2026 heeft de minister aanvragen van verzoeker om hem en zijn minderjarige kinderen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 28 mei 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Verzoeker heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1. U heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat u niet wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en dat u opvang en verstrekkingen krijgt. 2. Het hoger beroep vergt nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Gelet daarop en gelet op de belangen die u naar voren heeft gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening. 3. De minister moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker niet wordt overgedragen, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist; II. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier. w.g. Sevenster voorzieningenrechter w.g. Schipper griffier Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2026 872