← alle zaken
Zaak

ECLI:NL:RVS:2026:3431

Raad van State · 2026-06-17 · Voorlopige voorziening

Zaaknummer
BRS.26.002725
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.236 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluiten van 30 september 2025, aangevuld bij besluiten van 22 januari 2026, heeft de minister aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Materiële kern

BRS.26.002725 ECLI:NL:RVS:2026:3431 Datum uitspraak: 17 juni 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 7 mei 2026 in zaken nrs. NL25.52722 en NL25.52721 in het geding tussen: [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en de minister. Procesverloop Bij besluiten van 30 september 2025, aangevuld bij besluiten van 22 januari 2026, heeft de minister aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 7 mei 2026 heeft de rechtbank de daartegen door betrokkenen ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de minister nieuwe besluiten op de aanvragen neemt. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. De minister verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist. 2. De beoordeling van de grieven vergt nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Daarom en gelet op de belangen die de minister naar voren heeft gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening. 3. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T. Toonen, griffier. w.g. Van Gastel voorzieningenrechter w.g. Toonen griffier Uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2026 979