Zaak

ECLI:NL:RVS:2023:3573

Instantie
Raad van State
Datum
2023-09-21
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202305372/1/V2 en 202305372/2/V2
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.465 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 13 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

05Kern

Materiële kern

202305372/1/V2 en 202305372/2/V2. Datum uitspraak: 21 september 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 25 juli 2023 in zaak nr. NL23.6473 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 13 februari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 25 juli 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd voor zover dat ziet op de afwijzing van het beroep op het traumatabeleid, bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het besluit geheel in stand blijven en het beroep voor het overige ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.J. Koolen, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend, waarop de vreemdeling heeft gereageerd. Overwegingen 1.       De staatssecretaris heeft de Afdeling bij brief van 30 augustus 2023 laten weten dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van de vreemdeling heeft desgevraagd niet laten weten dat hij nog contact met haar heeft. Daaruit leidt de Afdeling af dat de vreemdeling niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft de vreemdeling geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep. 2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.        verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk; II.       wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Trox, griffier. w.g. Verheij voorzieningenrechter w.g. Trox griffier Uitgesproken in het openbaar op 21 september 2023 968

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...