Zaak

ECLI:NL:RVS:2023:2635

Instantie
Raad van State
Datum
2023-07-10
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202200404/1/V2
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.380 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluiten van 28 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

05Kern

Materiële kern

202200404/1/V2. Datum uitspraak: 10 juli 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kinderen, appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 23 december 2021 in zaken nrs. NL20.12607 en NL20.12608 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluiten van 28 mei 2020 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 23 december 2021 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. M.R. Verdoner, advocaat te Leeuwarden, hoger beroep ingesteld. Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft de staatssecretaris zich nader uitgelaten. Overwegingen 1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. In de uitspraak van 22 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1054, heeft de Afdeling namelijk geoordeeld dat de veiligheidssituatie in Venezuela niet zo ernstig is dat een vreemdeling met de Venezolaanse nationaliteit enkel door zijn aanwezigheid daar een risico loopt op ernstige schade. Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen. Dit betekent dat grieven 3 en 4 falen. 2.       De andere grieven falen ook. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat deze grieven geen vragen bevatten die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 3.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Trox, griffier. w.g. Soffers lid van de enkelvoudige kamer w.g. Trox griffier Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2023 309-986

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...