Zaak

ECLI:NL:RVS:2023:1391

Instantie
Raad van State
Datum
2023-04-04
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202301357/2/V3
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.267 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

05Kern

Materiële kern

202301357/2/V3. Datum uitspraak: 4 april 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­-Hertogenbosch, van 23 februari 2023 in zaak nr. NL23.4265 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 23 februari 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1.       De eerste grief van de vreemdeling roept een rechtsvraag op waarnaar de Afdeling nader onderzoek moet doen. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter is daarbij niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank in stand zal blijven. 2.       In het licht van artikel 5 van het EVRM komt aan het belang van de vreemdeling bij de opheffing van de maatregel meer gewicht toe dan aan het belang van de staatssecretaris bij het voortduren daarvan. De voorzieningenrechter heft de maatregel daarom met ingang van vandaag op. 3.       De staatssecretaris hoeft geen proceskosten vergoeden. Over de rechtmatigheid van de bewaring en eventuele schadevergoeding zal in de bodemprocedure worden beslist. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de maatregel van bewaring met ingang van vandaag wordt opgeheven; Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier. w.g. Sevenster voorzieningenrechter w.g. Schipper griffier Uitgesproken in het openbaar op 4 april 2023 347-1020

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...