Zaak

ECLI:NL:RVS:2023:1306

Instantie
Raad van State
Datum
2023-04-03
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202302009/2/V3
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.688 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 17 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

05Kern

Materiële kern

202302009/2/V3. Datum uitspraak: 3 april 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 6 maart 2023 in zaak nr. NL22.8876 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 17 mei 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 6 maart 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1.       De vreemdeling heeft op 29 maart 2023 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 6 maart 2023 en de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat hij niet zal worden verwijderd uit Nederland en dat hij recht op RVA-verstrekkingen heeft, beide zolang niet is beslist op het hoger beroep. De vreemdeling is meegedeeld dat hij op 4 april 2023 het AZC moet verlaten en dat dan zijn voorzieningen stoppen. Alleen al omdat de hogerberoepstermijn nog niet is verstreken, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Nadat de termijn is verstreken, zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. 2.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de voorgenomen beëindiging van de opvang op 4 april 2023 achterwege blijft; II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 837,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, griffier. w.g. Borman voorzieningenrechter w.g. Melse griffier Uitgesproken in het openbaar op 3 april 2023 191-967

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...