ECLI:NL:RVS:2022:1946
- Instantie
- Raad van State
- Datum
- 2022-07-11
- Procedure
- Hoger beroep
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Bij besluiten van 17 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Materiële kern
202104692/1/V2. Datum uitspraak: 11 juli 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 13 juli 2021 in zaken nrs. NL20.14353 en NL20.14355 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluiten van 17 juli 2020 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 13 juli 2021 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven. Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. A.W.J. van der Meer, advocaat te Dordrecht, hoger beroep ingesteld. De staatssecretaris heeft nadere stukken ingediend en de vreemdelingen hebben daarop gereageerd. Overwegingen 1. De staatssecretaris heeft de Afdeling laten weten dat hij de besluiten van 17 juli 2020 heeft ingetrokken, dat hij opnieuw op de aanvragen van de vreemdelingen heeft beslist en dat hij de vreemdelingen alsnog een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend, met ingang van de door hen gevraagde ingangsdatum. Daarmee hebben de vreemdelingen het doel van de procedure bereikt. Daarom hebben zij geen belang bij de beoordeling van het hoger beroep. 2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. van Wezep, griffier. w.g. Wissels lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Wezep griffier Uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2022 844
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...