Zaak

ECLI:NL:RVS:2021:2612

Instantie
Raad van State
Datum
2021-11-12
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202104778/1/V1
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.400 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 4 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

05Kern

Materiële kern

202104778/1/V1. Datum uitspraak: 12 november 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 juni 2021 in zaak nr. NL21.8727 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 4 juni 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld. Bij uitspraak van 30 juni 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F. Bouyaghjdane, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1.       Bij besluit van 23 november 2018 heeft de staatssecretaris de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend als bedoeld in art. 29, tweede lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, geldig tot 21 september 2023. De vreemdeling heeft met die verblijfsvergunning een van haar inmiddels ex-echtgenoot, referent, afgeleid verblijfsrecht. In de procedure die tot voorliggend hoger beroep heeft geleid heeft de vreemdeling een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in art. 29, eerste lid, van de Vw 2000, omdat zij een zelfstandig verblijfsrecht wenst. 2.       De Afdeling heeft de in de grieven opgeworpen rechtsvraag over procesbelang, beantwoord in haar uitspraak van 1 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3171, onder 3.1. Uit deze uitspraak volgt dat een vreemdeling procesbelang heeft indien hij met de door hem gewenste verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in een gunstiger positie komt doordat dit verblijfsrecht, anders dan het verblijfsrecht waarover hij al beschikt, niet afhankelijk is van een referent. Daarom slagen de grieven van de vreemdeling voor zover zij aanvoert dat de rechtbank haar beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. 3.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De Afdeling wijst de zaak naar de rechtbank terug om door haar te worden behandeld, waarbij zij het oordeel van de Afdeling in deze uitspraak in acht neemt (artikel 8:115, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb). De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.        verklaart het hoger beroep gegrond; II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 juni 2021 in zaak nr. NL21.8727; III.      wijst de zaak naar de rechtbank terug; IV.      veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 748,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B.G.M. Laarhoven, griffier. Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.          w.g. Laarhoven griffier Uitgesproken in het openbaar op 12 november 2021 382-958

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...