ECLI:NL:RVS:2019:564
- Instantie
- Raad van State
- Datum
- 2019-02-20
- Procedure
- Hoger beroep
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Bij besluit van 10 december 2018 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Materiële kern
201900673/1/V2. Datum uitspraak: 20 februari 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 15 januari 2019 in zaak nr. NL18.24338 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 10 december 2018 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 15 januari 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Sewnath, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Wat de vreemdeling in het hogerberoepschrift heeft aangevoerd, is uitsluitend een herhaling van in beroep naar voren gebrachte standpunten, waarop de rechtbank heeft beslist. Derhalve is geen sprake van een grief in de zin van artikel 85, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Daarom is niet voldaan aan artikel 85, eerste lid, van deze wet. 2. Het hoger beroep is, gelet op voormeld artikel 85, derde lid, kennelijk niet-ontvankelijk. 3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Bosma, griffier. w.g. Verheij w.g. Bosma lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2019 572-853.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...