Zaak

ECLI:NL:RVS:2019:3075

Instantie
Raad van State
Datum
2019-09-06
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
201904651/2/V2
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.959 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 7 mei 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

05Kern

Materiële kern

201904651/2/V2. Datum uitspraak: 6 september 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 4 juni 2019 in zaak nr. NL19.11187 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 7 mei 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 4 juni 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Voorts heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1.    De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de staatssecretaris hem in staat stelt naar Nederland terug te keren om de zitting in zijn hoger beroep op 30 september 2019 bij de Afdeling bij te kunnen wonen. 2.    Uit artikel 8:56 van de Awb moet worden afgeleid dat partijen, als zij dat willen, hun standpunten tijdens een rechtszitting, waarvoor zij zijn uitgenodigd, mondeling ten overstaan van de bestuursrechter moeten kunnen kenbaar maken en moeten kunnen toelichten (zie de uitspraak van de Afdeling van 22 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1785). Dit geldt ook als de vreemdeling wordt bijgestaan door een advocaat. 3.    Mede gelet op de belangen die de artikelen 6 en 13 van het EVRM en artikel 47 van het EU Handvest beogen te beschermen, ziet de voorzieningenrechter hierin aanleiding het tegen de vreemdeling uitgevaardigde inreisverbod te schorsen tot een week na de zitting. 4.    De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.    bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat het tegen de vreemdeling uitgevaardigde inreisverbod wordt geschorst met ingang van 6 september 2019 tot 7 oktober 2019; II.    veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 512,00 (zegge: vijfhonderdtwaalf euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Bosma, griffier. w.g. Verheij    w.g. Bosma voorzieningenrechter    griffier Uitgesproken in het openbaar op 6 september 2019 284/572-894.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...