ECLI:NL:RBDHA:2026:9507
Rechtbank Den Haag · 2026-04-01 · Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Asiel - Colombia - beroep ongegrond - verweerder mocht de problemen met bendes vanwege seksuele gerichtheid eiseres ongleoofwaardig vinden - verweerder mocht vinden dat eiseres bij terugkeer geen reëel risico op ernstige schade of geen vrees voor vervolging heeft.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.11649 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. M. van Werven), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. E.J.M.C. Jansen). Inleiding 1. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 18 februari 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. 1.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.2. Verweerder heeft op 12 januari 2026 een verweerschrift ingediend. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 20 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, K. van Wezel als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? Het asielrelaas 2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1999 en heeft de Colombiaanse nationaliteit. Eiseres heeft verklaard dat zij Colombia heeft verlaten, omdat zij is gediscrimineerd vanwege haar lesbische gerichtheid. Eiseres is daarnaast bedreigd door bendes en het is niet mogelijk om bescherming te krijgen van de autoriteiten. Het bestreden besluit 3. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres; de persoonlijke problemen met bendes vanwege de seksuele gerichtheid van eiseres. 3.1. Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. Verweerder vindt de seksuele gerichtheid van eiseres en de discriminatie die eiseres hierdoor heeft ondervonden geloofwaardig, maar de persoonlijke problemen vanwege de seksuele gerichtheid niet. Verweerder heeft hierbij betrokken dat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen . Verweerder vindt dat eiseres bij terugkeer naar Colombia geen gegronde vrees voor vervolging heeft als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag en geen reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Wat vindt eiseres in beroep? 4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert het volgende aan. Allereerst is het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand gekomen. Verweerder heeft er onvoldoende rekening mee gehouden dat de detentie voor eiseres heel zwaar was en dat zij last had van migraine. Verder is er ten onrechte geen forensisch medisch onderzoek opgestart. Ook heeft verweerder de ontheemding en de werkzaamheden als vrijwilliger ten onrechte niet aangemerkt als asielmotief. Verweerder heeft daarnaast ondeugdelijk gemotiveerd waarom de verklaringen van eiseres niet geloofwaardig zijn bevonden. Verweerder heeft onvoldoende inzicht gegeven in het volledige referentiekader van eiseres en wat dit vervolgens betekent voor de geloofwaardigheidsbeoordeling. Ook heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden met de algemene situatie van het betrokken land. Bovendien zijn er door de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond , prejudiciële vragen gesteld, waardoor er twijfel is over de werkwijze van verweerder zoals deze is neergelegd in WI 2024/6. Verder kunnen de discrepanties in de verklaringen van eiseres niet los worden gezien van haar gemoedstoestand bij het gehoor en eiseres heeft inzicht gegeven in de discrepanties door dit schriftelijk toe te lichten en te verduidelijken waarom zij niet in staat was coherent te verklaren. Verweerder heeft ook ondeugdelijk gemotiveerd dat eiseres geen vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar Colombia. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de omstandigheid dat eiseres zich met betrekking tot haar seksuele gerichtheid terughoudend heeft opgesteld en miskend dat eiseres door de ondervonden discriminatie zo ernstig werd beperkt in haar bestaansmogelijkheden dat zij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kon functioneren. Daarnaast heeft verweerder miskend dat het behoren tot een risicoprofiel relevant is bij de beoordeling van de vrees voor vervolging. Verder heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd op welke wijze de Beslisnota bij het landenbeleid van Colombia van oktober 2024 is betrokken bij de beoordeling in het kader van een 15c-situatie. Tot slot heeft eiseres een getuigenverklaring van haar zus, verklaringen van 15 januari 2025 en medische documenten met betrekking tot haar migraine aanvallen en PTSS overgelegd. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Is het bestreden besluit zorgvuldig tot stand gekomen? 6. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit zorgvuldig tot stand is gekomen. De stellingen van eiseres dat de omstandigheden in Schiphol van invloed zijn geweest op het nader gehoor en dat zij vanwege migraineklachten sommige vragen niet goed heeft begrepen, volgt de rechtbank niet. In het medische advies van 21 november 2023 staat dat eiseres last heeft van hoofdpijnklachten en dat zij in de gelegenheid moet worden gesteld om medicatie in te nemen. Daarnaast kan het gehoor volgens dit advies geen doorgang vinden als de hoofdpijnklachten aanhouden en wordt er verzocht om regelmatig te pauzeren vanwege opbouwende spanningen en vermoeidheidsklachten. Uit het verslag van het gehoor is niet gebleken dat eiseres vanwege de omstandigheden in Schiphol of hoofdpijnklachten niet goed heeft kunnen verklaren dan wel de vragen niet goed heeft begrepen. Eiseres heeft aan het begin van het nader gehoor aangegeven dat zij niet goed slaapt en dat zij een beetje hoofdpijn had. Zij heeft echter ook aangegeven dat zij in staat is om gehoord te worden en dat ze haar situatie duidelijk had. De hoorambtenaar heeft eiseres daarna expliciet gevraagd of zij verder wilde gaan met het gehoor, waarop zij heeft geantwoord dat zij door wilde gaan met het gehoor. Ook heeft de hoormedewerker met eiseres afgesproken dat zij het zou aangeven als zij zich niet goed voelde. Tijdens het gehoor is regelmatig gepauzeerd. Bovendien heeft de hoorambtenaar twee keer na de pauze aan eiseres gevraagd of ze zich goed genoeg voelde om door te gaan, hetgeen eiseres twee keer bevestigend heeft beantwoord. Nu het nader gehoor zorgvuldig tot stand is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat verweerder mocht uitgaan van de verklaringen van eiseres. 6.1. De stelling van eiseres dat verweerder ten onrechte geen forensisch medisch onderzoek heeft opgestart, volgt de rechtbank evenmin. Verweerder heeft erop mogen wijzen dat een FMO is bedoeld om inzicht te verschaffen tussen littekens, fysieke en psychische problemen enerzijds en de wijze van ontstaan ervan anderzijds. Verweerder heeft namelijk mogen vinden dat er bij eiseres geen sprake is van littekens die verband zouden houden met gestelde gebeurtenissen in het land van herkomst en dat er daarom geen aanleiding bestaat om dit verband te onderzoeken. Verweerder heeft zich ook op het standpunt mogen stellen dat uit het medisch document uit Colombia volgt dat eiseres is opgenomen wegens een depressie, maar niet dat deze depressie verband hield met de gestelde gebeurtenissen in Colombia. 6.2. De stelling van eiseres dat haar ontheemding en haar vrijwilligerswerk ten onrechte niet zijn aangemerkt als asielmotief, volgt de rechtbank evenmin. De rechtbank overweegt namelijk dat deze beroepsgrond een herhaling van de zienswijze is. Verweerder heeft in het bestreden besluit op de zienswijze gereageerd. Eiseres heeft in beroep niet aangegeven waarom de reactie van verweerder tekortschiet, hetgeen wel op haar weg had gelegen. De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd dan ook geen grond voor het oordeel dat verweerder op dit punt tot een andere conclusie had moeten komen. Mocht verweerder de persoonlijke problemen met bendes vanwege de seksuele gerichtheid van eiseres ongeloofwaardig vinden? 7. In de prejudiciële vragen van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 18 februari 2025 is gevraagd of de nieuwe werkwijze van verweerder met betrekking tot de geloofwaardigheidsbeoordeling in strijd is met het Unierecht. De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft op 6 maart 2025 uitspraak gedaan over deze vraag. Uit deze uitspraak volgt dat de nieuwe werkwijze niet in strijd is met het Unierecht. Wel moet verweerder alle omstandigheden in een specifiek geval altijd in samenhang beoordelen om tot een conclusie over de geloofwaardigheid te komen. Het betoog van eiseres dat de werkwijze van verweerder met betrekking tot de geloofwaardigheidsbeoordeling op zichzelf in strijd is met het Unierecht, slaagt dus niet. 7.1. Naar het oordeel van de rechtbank mocht verweerder de persoonlijke problemen met bendes vanwege de seksuele gerichtheid van eiseres ongeloofwaardig vinden. Verweerder mocht zich op het standpunt stellen dat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Verweerder mocht daarbij betrekken dat eiseres vaag heeft verklaard over of zij wel of niet persoonlijk is bedreigd door de bendes. Eiseres heeft eerst verklaard dat zij en een vriend zijn gestopt met vrijwilligerswerk, omdat zij een keer zijn bedreigd door bendeleden. Vervolgens heeft eiseres verklaard dat de LHBTI-gemeenschap in het algemeen problemen heeft met bendes, maar dat eiseres het niet over zichzelf heeft. Daarna geeft eiseres aan dat de bendes haar wel persoonlijk bedreigen. Verweerder heeft mogen vinden dat van eiseres mag worden verwacht dat zij consistent verklaard over of zij wel of niet persoonlijk wordt bedreigd door bendes in Colombia. Verder heeft verweerder mogen vinden dat eiseres wisselend heeft verklaard over de persoonlijke bedreigingen door de bendes. Eiseres heeft namelijk enerzijds verklaard dat zij persoonlijk via berichten werd benaderd door de bendes via motorrijders. Anderzijds heeft eiseres verklaard dat zij mondelinge berichten kreeg en later zegt eiseres dat zij de bendeleden niet persoonlijk tegen kwam, omdat zij zich niet laten zien. Tot slot heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat eiseres vaag heeft verklaard over om welke bendes het gaat. In eerste instantie heeft eiseres namelijk alleen verklaard over bendes in het algemeen. Daarna heeft eiseres twee namen genoemd, maar weet zij niet welke van de twee het was. Vervolgens heeft eiseres verklaard dat zij niet weet of het wel iemand van deze twee bendes was en dat zij vermoed dat het een bendelid was. Verweerder heeft daarbij mogen vinden dat van eiseres mag worden verwacht dat zij kan verklaren over welke bendeleden haar bedreigen. Eiseres weet namelijk wel dat de politie op zoek is naar deze bendeleden. De stelling van eiseres dat verweerder onvoldoende inzicht heeft gegeven in het volledige referentiekader en wat dit betekent voor de geloofwaardigheidsbeoordeling, volgt de rechtbank niet. Verweerder heeft namelijk in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd wat het referentiekader van eiseres is en hoe hiermee rekening is gehouden tijdens het gehoor en in de besluitvorming. Eiseres heeft daarbij niet nader onderbouwd dan wel geconcretiseerd waarom deze motivering tekortschiet, hetgeen wel op haar weg had gelegen. De stelling van eiseres dat uit de verklaring en haar zus en uit de verklaringen van 15 januari 2025 duidelijk blijkt dat haar problemen voortkomen uit haar seksuele gerichtheid, volgt de rechtbank evenmin. Verweerder heeft zich namelijk op het standpunt mogen stellen dat de verklaringen van 15 januari 2025 op verzoek van eiseres zijn opgesteld en daarom niet objectief verifieerbaar zijn en dat uit de verklaringen niet volgt dat de problemen van eiseres verband houden met haar seksuele gerichtheid. Daarnaast heeft verweerder mogen vinden dat de verklaring van de zus van eiseres evenmin objectief verifieerbaar is, nu deze afkomstig is van een familielid. Mocht verweerder vinden dat eiseres geen vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Colombia? 8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder mogen vinden dat eiseres bij terugkeer naar Colombia geen vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade. Verweerder heeft mogen vinden dat de door eiseres ondervonden discriminatie niet zodanig ernstig was dat eiseres dusdanig werd beperkt in haar bestaansmogelijkheden dat zij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kon functioneren. Eiseres kon namelijk werken, had toegang tot onderwijs, huisvesting en medische zorg. Verder blijkt uit de landeninformatie dat de rechten van de LHBTI-gemeenschap voldoende worden gewaarborgd in Colombia, zoals het homohuwelijk, de mogelijkheid voor adoptie voor homopartners en de strafbaarstelling van haatdaden op basis van seksuele gerichtheid. Verweerder heeft er verder op mogen wijzen dat niet wordt verwacht dat de vreemdeling zijn seksuele gerichtheid in het land van herkomst verborgen hoeft te houden, ook niet in de situatie dat de vreemdeling voorafgaand aan zijn vertrek uit het land van herkomst zijn gerichtheid verborgen heeft gehouden. 8.1. Voor zover eiseres betoogt dat verweerder onvoldoende heeft beoordeeld dat eiseres geen reëel risico loopt op ernstige schade loopt in het kader van artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn , heeft verweerder -weliswaar summier – terecht geoordeeld dat er geen sprake is van een 15c-situatie in het geval van eiseres. In hetgeen eiseres heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat verweerder tot een ander oordeel had moeten komen. Conclusie en gevolgen 9. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. 10. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Vlassak, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw. Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 7 januari 2025, ECLI:NLRBDHA:2025:136. Gehoorverslag nader gehoor, pagina 3. Gehoorverslag nader gehoor, pagina 3. Gehoorverslag nader gehoor, pagina 7, 15 en 19. Tussenuitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 18 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2170. Uitspraak van de rechtbank Den Haag van 6 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:3440. Gehoorverslag nader gehoor, pagina 6. Gehoorverslag nader gehoor, pagina 16. Gehoorverslag nader gehoor, pagina 16. Gehoorverslag nader gehoor, pagina 16. Gehoorverslag nader gehoor, pagina 17. Gehoorverslag nader gehoor, pagina 19. Algemeen ambtsbericht Colombia, maart 2022, pagina 105. Algemeen ambtsbericht Colombia, juni 2024, pagina 70. Richtlijn 2011/95/EU.