Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2026:30330

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2026-10-14
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
—
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL26.56719
Rechtsgrond
—
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
—
Winnende partij
—
Herkomstland
—
Thema
—
COI-verwijzing
—
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
—
Tekstlengte
4.008 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Asiel, Marokko, buitenbehandelingstelling, vereenvoudigde afdoening art. 8:54 Awb, beroep kennelijk gegrond.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL26.56719 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. E.S. van Aken), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de buitenbehandelingstelling van de asielaanvraag van eiser, als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 . Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartegen beroepsgronden aan. Aan de hand hiervan beoordeelt de rechtbank de buitenbehandelingstelling van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de buitenbehandelingstelling van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Omdat het beroep kennelijk gegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt. Procesverloop 2. Eiser heeft op 28 juli 2026 een asielaanvraag ingediend. Hij stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op 1 december 1998. De minister heeft met het bestreden besluit van 18 september 2026 deze aanvraag in de versnelde asielprocedure buiten behandeling gesteld. Aan het bestreden besluit heeft de minister ten grondslag gelegd dat eiser niet naar het gehoor van 8 september 2026 is gekomen. Eiser heeft daarover een brief van 8 september 2026 ontvangen waarop hij binnen drie dagen moest reageren en een reden moest geven voor zijn afwezigheid. Eiser heeft niet gereageerd op deze brief. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Beoordeling door de rechtbank 3. Eiser heeft aangevoerd dat de besluitvorming onzorgvuldig is verlopen en dat het bestreden besluit prematuur is genomen. Daartoe heeft eiser correspondentie tussen zijn gemachtigde en de hoor- en beslismedewerker overgelegd. Hieruit kan worden afgeleid dat de verzuim- en herstelbrief van 8 september 2026 door een fout niet is verzonden. Dit is alsnog gebeurd op 14 september 2026, met een reactietermijn van maximaal drie dagen, dat wil zeggen tot en met 17 september 2026. Eiser heeft op 17 september 2026 een schriftelijke reactie gestuurd. Op 18 september 2026 heeft de hoor- en beslismedewerker de gemachtigde van eiser bericht dat, anders dan de gemachtigde kennelijk veronderstelde, eiser de dag ervoor wel is verschenen op zijn gehoor. Het gehoor kan echter niet worden afgerond zonder medisch advies, waarvoor eiser een arts dient te raadplegen. 3.1. Gelet op de onder 3 geschetste gang van zaken is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit voldoende feitelijke grondslag mist en op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Het beroep slaagt. Conclusie en gevolgen 4. De minister heeft de aanvraag ten onrechte buiten behandeling gesteld. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De minister moet de behandeling van eisers asielaanvraag voortzetten. 4.1. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan eiser. Deze uitspraak is gedaan op 14 oktober 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Uitspraak bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Vreemdelingenwet 2000.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...