Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2026:24138

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2026-08-26
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
Herkomstland
—
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL26.21148, NL26.21150 en NL26.21152
Rechtsgrond
—
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
—
Winnende partij
—
Herkomstland
—
Thema
—
COI-verwijzing
—
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
—
Tekstlengte
2.192 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Dublin, plakvovo's, vovo's afgewezen, wel PKV.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: NL26.21148, NL26.21150 en NL26.21152 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen [naam 1] , verzoeker, geboren op [geboortedatum 1] , V-nummer: [nummer 1] , [naam 2] , verzoekster 1, geboren op [geboortedatum 2] , V-nummer: [nummer 2] mede namens haar minderjarige kind [naam 3] , geboren op [geboortedatum 3] , V-nummer: [nummer 3] [naam 4] , verzoekster 2, geboren op [geboortedatum 4] , V-nummer: [nummer 4] , allen van Nigeriaanse nationaliteit, hierna: verzoekers, (gemachtigde: mr. C.K.E.E. Fischer-Fuhler), en de minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: mr. J.H.A. van Eijk). Inleiding 1. De minister heeft aan verzoekers op 13 april 2026 een overdrachtsbesluit opgelegd voor Frankrijk. 1.1. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 1.2. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, gelijktijdig met de beroepen, op 21 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af. 3. De voorzieningenrechter ziet, gelet op de inhoud van de uitspraak op de beroepen, aanleiding te bepalen dat de minister de proceskosten voor de ingediende verzoekschriften moet vergoeden (1 punt met een waarde van € 934,-). Beslissing De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af; veroordeelt de minister tot betaling van de proceskosten tot een bedrag van € 934,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Deze beroepen staan geregistreerd onder zaaknummers: NL26.21147, NL26.21149 en NL26.21151.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...