ECLI:NL:RBDHA:2026:20256
Rechtbank Den Haag · 2026-07-20 · Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Asiel, Venezuela, politieke overtuiging en de problemen, vrees voor vervolging of reëel risico op ernstige schade, ongegrond.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL26.19897 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2026 in de zaak tussen [eiser], v-nummer: [nummer], eiser (gemachtigde: mr. N.R.H. Boon), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. L.J.E. Altdorf). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De rechtbank is van oordeel dat de minister de problemen van eiser vanwege zijn politieke overtuiging terecht niet geloofwaardig acht. Ook oordeelt de rechtbank dat de minister eisers vrees voor vervolging vanwege zijn politieke overtuiging en vrees voor ernstige schade bij terugkeer naar Venezuela terecht niet aannemelijk acht. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 2 april 2026 deze aanvraag afgewezen als ongegrond. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft een verweerschrift ingediend. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 23 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, gemachtigde van eiser, gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser was in juli 2024 op de verkiezingsdag als vrijwilliger werkzaam op een stembureau. Hij deelde dranken uit aan aanhangers van de oppositieleider [naam oppositieleider]. Hij vermoedt dat bij die gelegenheid het kenteken van zijn motor is genoteerd door de Venezolaanse autoriteiten. Kort hierna, begin augustus, waarschuwde een politieman, die eiser kende, hem namelijk dat zijn kenteken was geregistreerd en dat de autoriteiten naar hem op zoek waren. In diezelfde periode vertelde een oud-buurman hem telefonisch dat de politie bij zijn voormalige huis was langs geweest, omdat de politie naar hem op zoek was. Dit was voor eiser aanleiding om Venezuela te verlaten. Bij terugkeer vreest eiser voor vervolging door de Venezolaanse autoriteiten. Ook vreest eiser op grond van landeninformatie voor de willekeurige negatieve aandacht voor mensen die tegen het Venezolaanse regime zijn. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: (1) identiteit, nationaliteit en herkomst en (2) eisers politieke overtuiging en de problemen die daaruit zijn voortgekomen. Het asielmotief identiteit, nationaliteit en herkomst acht de minister geloofwaardig, omdat eiser zijn verklaringen hierover volledig heeft onderbouwd met objectieve documenten. De minister acht ook eisers politieke overtuiging geloofwaardig, maar hecht geen geloof aan de gestelde problemen die eiser als gevolg daarvan heeft ondervonden. Eiser heeft zijn verklaringen over deze problemen niet onderbouwd met objectieve documenten. De minister heeft daarna aan de hand van de cumulatieve voorwaarden van artikel 31, zesde lid, van de Vw 2000 beoordeeld of dit asielmotief alsnog in zijn geheel geloofwaardig is. Dat is volgens de minister niet het geval omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c en onder d, van de Vw 2000. De minister stelt zich op het standpunt dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De minister stelt zich verder op het standpunt dat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en dat hij daar ook geen goede verklaring voor heeft. De geloofwaardig geachte asielmotieven leiden niet tot de conclusie dat eiser gegronde vrees voor vervolging heeft. Daarom wordt hem geen verblijfsvergunning asiel verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000. De minister neemt ook geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Venezuela aan. Dat eiser uit Venezuela komt is daarvoor op zichzelf niet voldoende. Daarom wordt eiser ook geen vergunning verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. De minister wijst de asielaanvraag af als ongegrond. Heeft de minister een toereikende geloofwaardigheidsbeoordeling verricht? Onderbouwing met documenten (stap 2a) 5. Niet in geschil is dat eiser zijn verklaringen over de problemen in verband met zijn politieke overtuiging voorafgaand aan het bestreden besluit niet heeft onderbouwd met (authentieke/objectieve) documenten die dit asielmotief volledig onderbouwen. In de beroepsfase heeft eiser nog een screenshot overgelegd met het bericht uit een app waaruit blijkt dat eisers paspoort is geannuleerd. De minister heeft zich in zijn verweerschrift terecht op het standpunt gesteld dat dit screenshot niet op echtheid kan worden gecontroleerd. De rechtbank begrijpt de minister zo dat hij zich daarmee op het standpunt stelt dat het screenshot niet als authentiek of objectief document kan worden beschouwd dat het asielmotief volledig onderbouwt. Dit heeft eiser overigens ook niet betoogd. Daarom heeft de minister beoordeeld of dit asielmotief alsnog geloofwaardig is. Dat is volgens de minister niet het geval, omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder c en d, van de Vw 2000. Verklaringen zijn niet samenhangend en aannemelijk en in strijd met beschikbare algemene en specifieke informatie die relevant is voor zijn verzoek (voorwaarde c) 6. Eiser betoogt dat de minister ten onrechte meent dat eiser geen aanwijzing heeft dat hij daadwerkelijk gezocht wordt door de autoriteiten vanwege zijn hulp tijdens de verkiezingen. Eiser meent dat de minister voorbijgaat aan de combinatie van factoren die voor eiser maken dat het evident is dat hij gezocht wordt door de autoriteiten. Hij doelt erop dat hij eerder nooit in aanraking was geweest met justitie in Venezuela en nooit problemen had gehad, totdat hij als vrijwilliger hielp bij de verkiezingen van 2024 en kort daarna opeens door twee personen, los van elkaar, werd gewaarschuwd dat hij door de autoriteiten werd gezocht. Eiser onderbouwt dit met een landenbrief van VluchtelingenWerk Nederland van 26 maart 2025. Hierin wordt weergegeven dat de belangstelling van de autoriteiten willekeurig is en zich zelfs richt op mensen die niet politiek actief zijn. Het screenshot van het geannuleerde paspoort toont aan dat eiser in de negatieve belangstelling van de Venezolaanse autoriteiten staat. Zijn paspoort zou immers niet zomaar geannuleerd worden. 6.1. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank volgt eiser allereerst niet in zijn betoog dat sprake is van een combinatie van factoren die maakt dat hij gezocht wordt door de autoriteiten. Eiser gaat er daarmee namelijk aan voorbij dat de minister de door eiser gestelde factoren niet geloofwaardig acht. De minister stelt zich dan ook terecht op het standpunt dat het feit dat eiser de door hem gestelde gebeurtenissen opmerkelijk vindt, onvoldoende is om aannemelijk te maken dat eiser dus in de negatieve belangstelling van de Venezolaanse autoriteiten staat. Dat de minister de voor eiser van belang zijnde (combinatie van) factoren terecht niet geloofwaardig vindt, volgt wat betreft de rechtbank uit het volgende. De minister acht terecht niet geloofwaardig dat de autoriteiten op zoek zijn naar eiser vanwege zijn hulp op het stembureau. De minister wijst er allereerst terecht op dat eiser dit slechts baseert op vermoedens. In het nader gehoor maakte eiser namelijk duidelijk dat hij niet heeft gezien dat zijn kenteken is genoteerd of gefotografeerd en dat hij dit slechts aanneemt vanwege de gestelde waarschuwingen die hij kort na de verkiezingsdag kreeg van een politieman en van een oud-buurman. Zoals hierna wordt besproken, hebben de politieman en de oud-buurman de redenen voor hun waarschuwing echter niet aan eiser verklaard, zodat een link tussen de verkiezingsbijeenkomst en de waarschuwingen niet onderbouwd is. Ook los van de vraag of de autoriteiten het kenteken van eiser hebben genoteerd, stelt de minister zich ten tweede terecht op het standpunt dat het niet aannemelijk is dat eiser vanwege zijn hulp bij het stembureau door de autoriteiten wordt gezocht. Dit standpunt onderbouwt de minister terecht door erop te wijzen dat eiser heeft verklaard nooit eerder problemen te hebben ondervonden vanwege zijn politieke overtuiging of activiteiten, en nooit te hebben meegedaan aan protesten of demonstraties. Bovendien waren eisers activiteiten tijdens de verkiezingsbijeenkomst dusdanig beperkt — hij voorzag medewerkers van de partij van [naam oppositieleider] van drinken — dat dit geen aanleiding geeft om aan te nemen dat eiser om die reden door de autoriteiten gezocht wordt. 6.2. Wat betreft de waarschuwingen die eiser stelt gekregen te hebben van een politieman en een oud-buurman, overweegt de rechtbank als volgt. De minister werpt eiser terecht tegen dat deze niet heeft doorgevraagd naar de reden dat zijn kenteken was geregistreerd, waarover eiser een waarschuwing kreeg van de hem bekende politieman, en dat de autoriteiten naar hem op zoek waren, waarover hij een waarschuwing kreeg van de oud-buurman. In het nader gehoor stelde eiser dat het niet bij hem opkwam om de politieman te vragen waarom hij werd gezocht, omdat hij in een soort shock verkeerde en dacht “ik heb niets gedaan”. Dit is echter geen begrijpelijke en, zoals de minister terecht stelt, geen verschoonbare verklaring om niet te vragen waarom hij werd gezocht. Dat geldt ook voor eisers stelling op zitting dat je in Venezuela (anders dan in Nederland dat, aldus eiser, een rationeel land zou zijn) niet doorvraagt aan een politieagent. De rechtbank ziet niet in waarom eiser aan een politieagent die hij kent en die kennelijk bereid is hem te waarschuwen, niet naar de achtergronden voor zijn waarschuwing zou kunnen vragen. Dit temeer omdat deze waarschuwing, samen met die van de oud-buurman, voor eiser aanleiding was om Venezuela te ontvluchten. In die situatie mocht van eiser worden verwacht dat hij zich van de reden waarom hij gezocht werd zou vergewissen bij de politieman en zijn oud-buurman. De minister heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat omdat eiser geen enkele moeite heeft gedaan om duidelijkheid te verkrijgen over de vraag of hij in verband met zijn vrijwilligerswerk bij het stembureau werd gezocht, zijn verklaring dat hij door de autoriteiten wordt gezocht onvoldoende aannemelijk is. 6.3. Wat betreft het aanvullende bewijs over het annuleren van het paspoort heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser met dit screenshot niet alsnog aannemelijk maakt dat hij in de negatieve belangstelling van de Venezolaanse autoriteiten staat. De minister ziet terecht niet in waarom de autoriteiten het paspoort zouden annuleren, nu eiser al enkele jaren in het buitenland verblijft. Uit het screenshot blijkt bovendien niet wanneer het paspoort van eiser zou zijn geannuleerd, door wie en waarom. Het is mogelijk dat eiser het paspoort zelf heeft geannuleerd. De minister wijst er terecht op dat in een uitspraak van rechtbank Den Haag dezelfde kwestie aan de orde was en dat een door de minister geraadpleegde landenspecialist heeft aangegeven dat het mogelijk is om in de digitale app van de Venezolaanse migratiedienst SAIME, waarvan het screenshot afkomstig is, zelf een paspoort te annuleren. Ter zitting heeft de minister bovendien nog toegelicht in de specifieke zaak van eiser navraag te hebben gedaan bij de landenspecialist en dat die heeft laten weten dat er online een instructiefilm is waarin wordt uitgelegd hoe een burger zelf een paspoort kan laten annuleren. Het betoog van eiser ter zitting dat hij daarvan niet op de hoogte was en dat er een ambtelijke beslissing nodig is om het paspoort te annuleren, heeft eiser verder niet onderbouwd. De rechtbank heeft geen reden om de verklaring van de minister over de instructiefilm niet aan te nemen. Wat betreft eisers betoog op zitting dat de minister zou kunnen achterhalen wie de annulering heeft uitgevoerd, heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat het te ver gaat om dit van de minister te verlangen, omdat het aan eiser is om zijn problemen vanwege zijn politieke overtuiging aannemelijk te maken. Ten slotte neemt de minister terecht het standpunt in dat de inhoud van het screenshot ook niet aannemelijk maakt dat eiser in de negatieve belangstelling staat. De neutraal geformuleerde inhoud van de tekst van het screenshot geeft voor die vrees geen aanleiding. 6.4. De overgelegde landeninformatie geeft ten slotte geen aanleiding om anders te oordelen. De door eiser overgelegde brief van VluchtelingenWerk ziet op de willekeur die de Venezolaanse autoriteiten aan de dag leggen bij hun vervolging van opposanten. Deze willekeur is echter onvoldoende om de hiervoor genoemde tegenwerpingen teniet te doen. Tussenconclusie 6.5. Gelet op het voorgaande heeft de minister eiser terecht tegengeworpen dat zijn verklaringen over de problemen in verband met zijn politieke overtuiging geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en daarom ongeloofwaardig worden geacht. Deze onderdelen van het asielrelaas zijn daarom bij de beoordeling van eisers vrees voor vervolging of ernstige schade in Venezuela terecht buiten beschouwing gelaten. Gegronde vrees voor vervolging of reëel risico op ernstige schade 7. Eiser betoogt dat de minister weliswaar van mening is dat eiser bij terugkeer in Venezuela niet in de negatieve belangstelling van autoriteiten zal komen te staan, omdat hij zich in Venezuela niet opnieuw politiek zal uiten, maar wijst erop dat de mate waarin hij zich politiek zal uiten minder van belang is, omdat de belangstelling van de Venezolaanse autoriteiten willekeurig is. Bovendien hoeft eiser niet per se politiek actief te zijn om in de negatieve belangstelling te komen te staan. Eiser is het niet met de minister eens dat de recent aangenomen amnestiewet duidt op vooruitgang in Venezuela. Eiser betoogt dat deze wet vaag is en hij verwijst naar een nieuwsbericht van Reuters waarin staat dat mensenrechtenorganisaties aangeven dat deze wet onvoldoende verlichting biedt voor honderden politieke gevangenen in het land. Eiser betoogt verder dat de minister ten onrechte van mening is dat de Amerikaanse invasie van 2 januari 2026 niet heeft geleid tot een verslechtering van de positie van opposanten, zoals blijkt uit een landenbrief van VluchtelingenWerk Nederland van 20 februari 2026. 7.1. De beroepsgrond slaagt niet. Nu eisers gestelde problemen vanwege zijn politieke overtuiging terecht niet geloofwaardig zijn geacht, heeft de minister alleen de geloofwaardig geachte politieke overtuiging van eiser getoetst op zwaarwegendheid. Tussen partijen staat niet ter discussie dat eiser in verband met zijn politieke overtuiging niet behoort tot een risicogroep. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat eiser, ondanks de erkenning van de minister dat er sprake kan zijn van willekeur bij de autoriteiten in Venezuela, zijn vrees voor vervolging of ernstige schade op normale wijze aannemelijk moet maken. Bij de beoordeling van de vrees die voortkomt uit deze politieke overtuiging houdt de minister op grond van Informatiebericht 2024/10 rekening met de sterkte van eisers politieke overtuiging, en met de activiteiten die eiser al heeft verricht om die overtuiging te uiten. De minister stelt zich terecht (en door eiser ook niet betwist) op het standpunt dat eisers politieke overtuiging niet sterk is, dat zijn politieke activiteiten voor zijn vertrek in Venezuela beperkt waren, net als zijn politieke activiteiten in Nederland, en dat hij zich bij terugkeer waarschijnlijk niet opnieuw politiek zal uiten. Ook betwist eiser niet dat hij Venezuela legaal en zonder problemen via een internationaal vliegveld heeft verlaten. Uit de overgelegde landeninformatie van VluchtelingenWerk Nederland over de vervolging van opposanten valt op te maken dat voor de willekeurige negatieve aandacht van de Venezolaanse autoriteiten in ieder geval een bepaalde mate van politieke activiteit nodig is, zoals het deelnemen aan demonstraties, politiek activisme of familiebanden met derden die door de regering als verdacht worden beschouwd, of het zich kritisch uitspreken bijvoorbeeld in overheidsdienst of op sociale media. Nu de minister heeft vastgesteld dat eiser zich bij terugkeer in Venezuela waarschijnlijk niet politiek zal uitlaten, levert deze landeninformatie geen onderbouwing op voor eisers vrees voor vervolging of ernstige schade. Dit alles in samenhang bezien heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt. De minister stelt zich verder wat betreft de amnestiewet terecht op het standpunt dat deze niet relevant is voor eiser, omdat hij geen politieke gevangene is en niet door de autoriteiten is aangemerkt als politiek activist of opposant. Los daarvan merkt de minister terecht op dat hoewel de amnestiewet volgens bronnen onvoldoende verlichting geeft, deze zelfde bronnen ook laten zien dat de wet positieve gevolgen heeft. Uit de door eiser aangehaalde brief van VluchtelingenWerk Nederland over de veiligheidssituatie in Venezuela na de invasie door de Verenigde Staten blijkt namelijk dat volgens een Venezolaanse NGO bijna 450 vrijlatingen zijn geteld en dat er bij het uitbrengen van die brief nog rond 860 politieke gevangenen zijn. Eiser heeft bovendien niet gesteld dat hij steun zal uitspreken voor de Amerikaanse blokkades, zodat ook de wet waarin dit strafbaar wordt gesteld niet relevant is voor de situatie van eiser is. De minister stelt zich in beroep dan ook terecht op het standpunt dat eiser daarmee niet aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie in Venezuela zodanig is gewijzigd of verslechterd dat hij vanwege zijn identiteit, nationaliteit of herkomst dan wel het vrijwilligerswerk op het stembureau te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade. Concluderend is de rechtbank van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat eiser zijn vrees voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar Venezuela niet aannemelijk heeft gemaakt. Verwijzing naar zienswijze en overige stukken 8. Eiser verzoekt de zienswijze als ingelast en gelezen te beschouwen. Eiser betoogt dat de zienswijze onderdeel uitmaakt van het door de minister ter beschikking gestelde procesdossier en dat door hem dan ook wordt volstaan met een verwijzing hiernaar. Omdat de minister hier in het bestreden besluit op in is gegaan en eiser deze gronden, anders dan besproken in voormelde overwegingen, in beroep niet nader heeft onderbouwd, merkt de rechtbank op dat in zijn onderzoek de enkele verwijzing niet leidt tot het daarmee door eiser beoogde resultaat. Conclusie en gevolgen 9. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G. Noordhof, rechter, in aanwezigheid van mr. N. El-Amrani, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zoals dat luidde tot 12 juni 2026. Zoals dat luidde tot 12 juni 2026. Zoals dat luidde tot 12 juni 2026. Verslag nader gehoor, p. 5. Verslag nader gehoor, p. 8. Verslag nader gehoor, p. 10. Rb. Den Haag 3 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1957, overweging 7.4. [website] Zie bijvoorbeeld ABRvS 22 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1054, rechtsoverwegingen 4.6 en 4.7. Verwijzing in brief van VluchtelingenWerk van 26 maart 2025 naar het Algemeen Ambtsbericht van 11 juni 2020. Verwijzing in zelfde brief naar een rapport van Amnesty International van 29 augustus 2023. Verwijzing in zelfde brief naar de vraagbeantwoording door het Noorse Landinfo van 28 juni 2023. Brief van VluchtelingenWerk Nederland, 20 februari 2026, Venezuela – Veiligheidssituatie sinds invasie VS, p. 1 en 2.