ECLI:NL:RBDHA:2026:20047
Rechtbank Den Haag · 2026-07-16 · Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Mondelinge uitspraak – asielaanvraag – Dublin Duitsland – artikel 17 DVo - gezinsleven in Nederland – beroep ongegrond.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL26.21755 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. M. Grigorjan), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman). Procesverloop Bij besluit van 16 april 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen, op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2026 op zitting behandeld in Breda. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De asielaanvraag is niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Dat is niet in geschil, nu eiseres eerder een asielaanvraag heeft ingediend in Duitsland. Tussen partijen is wel in geschil of eiseres een geslaagd beroep kan doen op artikel 17 van de Dublinverordening en of Duitsland aanvullende garanties moet geven over de zorg- en opvangvoorzieningen zoals bedoeld in het arrest Tarakhel. 2. In het kader van artikel 17 van de Dublinverordening is naar voren gebracht dat eiseres is getrouwd met een Nederlandse man, dat zij inmiddels met hem samenleeft en dat zij medio mei een kind heeft gekregen. Omdat de echtgenoot de Nederlandse nationaliteit heeft en hij het kind heeft erkend, heeft het kind ook de Nederlandse nationaliteit. Dit blijkt uit de stukken. Het is dan de vraag of dit aanleiding zou moeten zijn voor verweerder om de behandeling van de asielaanvraag aan zich te trekken. De Dublinverordening is niet bedoeld als route waarlangs het gezinsleven kan worden bewerkstelligd in Nederland. Dit volgt uit jurisprudentie van de Afdeling. De relatie met de man van eiseres bestond nog niet in het land van herkomst, dus de Dublinverordening is ook niet van toepassing. Verweerder heeft daarom geen toepassing hoeven geven aan artikel 17 van de Dublinverordening in gezinsleven dat in Nederland wordt uitgeoefend. Er zijn andere regelingen om dat te bewerkstelligen. Ook het beroep op het arrest Tarakhel leidt niet tot een andere beoordeling van het bestreden besluit omdat niet aannemelijk is gemaakt dat er aanvullende garanties nodig zijn van Duitsland om ervoor te zorgen dat eiseres de nodige (opvang-)voorzieningen krijgt. 3. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier. Dit proces-verbaal is geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Verordening nr. (EU) 604/2013. Arrest van het Europese Hof van de Rechten van de Mens van 4 november 2024, ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder meer de uitspraak van 11 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:74).