ECLI:NL:RBDHA:2026:19820
Rechtbank Den Haag · 2026-07-17 · Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd waarom de verklaringen van eiseres met betrekking tot het asielrelaas tegenstrijdig en onvoldoende toereikend zijn.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL25.46251 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres (gemachtigde: mr. A.S. Sewman), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. B. Zagers). Samenvatting 1.1 Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw . Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.2 De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd waarom de verklaringen van eiseres met betrekking tot het asielrelaas tegenstrijdig en onvoldoende toereikend zijn. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2.1 Eiseres heeft op 9 juni 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft in het besluit van 26 maart 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond. Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit. 2.2 Deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, heeft het beroep van eiseres gegrond verklaard. De rechtbank heeft in haar uitspraak overwogen dat de minister ten onrechte heeft nagelaten om het referentiekader van eiseres kenbaar in de besluitvorming te beschrijven en te betrekken bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van haar gehele asielrelaas. De rechtbank heeft het besluit van 26 maart 2025 vernietigd en de minister opgedragen om binnen 4 weken na de dag van verzending van die uitspraak een nieuwe beslissing te nemen op de asielaanvraag van eiseres, met inachtneming van die uitspraak. 2.3 De minister heeft op 9 september 2025 een nieuw besluit genomen waarin de asielaanvraag van eiseres opnieuw als ongegrond is afgewezen. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. 2.4 De minister heeft op 28 november 2025 een verweerschrift ingediend. 2.5 De rechtbank heeft het beroep op 4 juni 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen S. Mahed. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3.1 Eiseres is geboren op [geboortedatum] 2004 en heeft de Somalische nationaliteit. Eiseres heeft verklaard dat zij is ontvoerd, mishandeld en verkracht door een lid van Al-Shabaab. Op een dag kwamen er drie mannen van Al-Shabaab naar het huis van eiseres. Eén van deze mannen was haar Koranleraar genaamd [naam 2]. De mannen hebben de broer van eiseres vermoord en eiseres in een auto meegenomen naar een huis. Eiseres is daar negen dagen lang vastgehouden, mishandeld en verkracht door [naam 2]. Op de tiende dag kon eiseres ontsnappen omdat er militairen langskwamen. Eiseres is met hulp van een onbekende vrouw terug naar haar dorp gekomen. Hier kreeg zij te horen dat haar familie bij de oude baas van haar vader, [naam 1], verbleef in [plaats 1]. Eiseres is daar ook heengebracht en heeft in totaal vijfentwintig dagen bij [naam 1] in [plaats 1] verbleven. [naam 1] is in deze tijd meermaals telefonisch bedreigd door [naam 2], waarbij werd aangegeven dat hij eiseres binnen een maand terug moest brengen naar het dorp en dat ze anders zouden worden vermoord. Eiseres is vervolgens naar Turkije gevlucht met behulp van een smokkelaar. Eiseres vreest bij terugkeer naar Somalië te worden vermoord door [naam 2]. Het bestreden besluit 4.1 De minister heeft de asielaanvraag van eiseres met het bestreden besluit opnieuw beoordeeld aan de hand van het referentiekader van eiseres. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: 1. de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres; 2. de problemen van eiseres met Al-Shabaab. 4.2 De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. De problemen met Al-Shabaab acht de minister niet geloofwaardig. De minister heeft in het bestreden besluit benadrukt dat in het vorige besluit en voornemen wel rekening is gehouden met het referentiekader van eiseres, maar dat dit kader niet op een zodanige wijze is beschreven dat dit als afdoende is gekwalificeerd door de rechtbank. In het nieuwe besluit heeft de minister overwogen dat gelet op het referentiekader van eiseres, niet van eiseres wordt verwacht dat zij over exacte data en/of exacte tijden met betrekking tot haar asielrelaas kan verklaren, maar op basis van het deskundigenadvies verwacht de minister wel dat zij concrete en consistente informatie over wat zij heeft meegemaakt kan aanvoeren. Ondanks dat eiseres geen (langdurige) opleiding heeft gevolgd en ongeacht haar jonge leeftijd, mag er zowel vanuit haar getoonde kennis en vanuit cultureel en religieus oogpunt volgens de minister van eiseres worden verwacht dat zij correct en consistent over dagdelen verklaart. De minister werpt eiseres om die reden in het nieuwe besluit nog steeds tegen dat zij wisselend heeft verklaard over het moment van de ontvoering, over wie het gesprek aanging met de ontvoerders en over het geblinddoekt worden tijdens de ontvoering. Ook heeft eiseres volgens de minister ongerijmd verklaard over haar verblijf in [plaats 1] en het contact tussen [naam 1] en [naam 2]. De minister heeft gelet op het voorgaande de verklaringen over de problemen met Al-Shabaab niet geloofwaardig geacht en de asielaanvraag van eiseres in het nieuwe besluit wederom afgewezen als ongegrond. 4.3 Eiseres heeft de juistheid van het standpunt gemotiveerd betwist. Op hetgeen in dat verband is aangevoerd zal hieronder – voor zover relevant – worden ingegaan. Het referentiekader 5.1 De minister heeft in het bestreden besluit een referentiekader opgenomen. Daaruit volgt dat eiseres een jonge vrouw is, de Somalische nationaliteit heeft en behoort tot de Clan Abgaal en de subclan Mataan Abdulle. Eiseres is geboren en getogen op het platteland van Somalië, in de provincie Shabelada Dhehe, in de plaats [plaats 2]. Eiseres is praktiserend moslim en bidt vijf keer per dag op vaste tijden. Eiseres heeft geen opleiding gevolgd, anders dan de Koranschool in haar dorp van herkomst. Eiseres heeft verklaard analfabeet te zijn. Eiseres werkte als hoedster van schapen of geiten en hielp mee op het land. Zij heeft daarnaast geen andere werkzaamheden verricht. 5.2 De rechtbank is van oordeel dat de minister heeft voldaan aan de opdracht van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, van 15 mei 2025, in die zin dat de minister het referentiekader van eiseres kenbaar uiteen heeft gezet in het bestreden besluit. Op pagina 2 en 3 van het bestreden besluit is een aparte paragraaf gewijd aan het referentiekader, waarbij de minister ingaat op relevante zaken als afkomst, genoten onderwijs, leeftijd en godsdienst. Verder heeft de minister gemotiveerd op welke wijze het beschreven referentiekader van invloed is op het oordeel over wat van eiseres in zijn algemeenheid verlangd mag worden ter onderbouwing van haar asielrelaas. Het asielmotief ‘de problemen van eiseres met Al-Shabaab’ De minister acht de verklaringen over dit asielmotief niet geloofwaardig en werpt eiseres tegen dat zij wisselend heeft verklaard over het moment van de ontvoering, over wie het gesprek aanging met de ontvoerders en over het geblinddoekt worden tijdens de ontvoering. Ook heeft eiseres volgens de minister ongerijmd verklaard over haar verblijf in [plaats 1] en het contact tussen [naam 1] en [naam 2]. Op welk moment vond de ontvoering plaats? 6.1 De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat van eiseres verwacht mag worden dat zij weet op welke dag en welk dagdeel een ingrijpende gebeurtenis, zoals haar ontvoering, plaatsvond, temeer nu de gebeurtenis samenvalt met een belangrijke feestdag. Uit de verklaringen van eiseres wordt volgens de minister niet duidelijk op welke dag de ontvoering (en daarmee samenhangend de moord van haar broer) heeft plaatsgevonden, aangezien eiseres aanvankelijk heeft verklaard dat dit op de middag van het Suikerfeest was, maar in de correcties en aanvullingen heeft zij gesteld dat haar broer de avond vóór het Suikerfeest is overleden. Ondanks dat eiseres geen (langdurige) opleiding heeft gevolgd en ongeacht haar jonge leeftijd, mag volgens de minister zowel vanuit haar getoonde kennis en vanuit cultureel en religieus oogpunt van eiseres worden verwacht dat zij correct en consistent over dagdelen verklaart. Zij heeft in het nader gehoor ook meermaals uit zichzelf tijdsaanduidingen benoemd, maar alleen niet over de kern van haar relaas, namelijk de ontvoering. Ook indien eiseres voor de tijdaanduiding zich enkel baseerde op de stand van de zon, wordt voor de minister niet duidelijk waarom zij wisselend heeft verklaard over het dagdeel waarin de ontvoering plaatsvond. 6.2 Eiseres betoogt dat de minister in de besluitvorming onvoldoende rekening heeft gehouden met haar referentiekader. Enerzijds erkent de minister dat eiseres gezien haar referentiekader niet gehouden kan worden om exacte data en tijden te benoemen, maar anderzijds werpt de minister eiseres nog altijd tegen dat zij zich op bepaalde momenten net enkele uren of een halve dag heeft vergist in de tijd. Het enkele feit dat eiseres als laaggeletterde niet in staat is om exacte data en tijden bij de gebeurtenissen te voegen doet geen afbreuk aan haar asielrelaas. Verder vraagt eiseres zich af waarom de minister niet eerder de Somalische termen om dagdelen aan te duiden, aan haar heeft voorgelegd tijdens de gehoren. Zeker nu uit het besluit naar voren is gekomen dat de minister – ondanks het referentiekader van eiseres – toch grote waarde hecht aan de tijds- en datum aanduidingen bij bepaalde gebeurtenissen. 6.3 Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat van eiseres verwacht mag worden dat zij eenduidig verklaart over het moment dat de ontvoering plaatsvond. Rekening houdend met het referentiekader, wordt niet van eiseres verwacht dat zij in detail over het tijdstip en de datum van de ontvoering kan verklaren, maar wel dat zij op hoofdlijnen consistent over de ontvoering kan verklaren. Daarbij betrekt de rechtbank dat eiseres moslima is en haar dagen gestructureerd zijn op basis van religie. Zo zijn er gebedstijden die vaste momenten hebben die grofweg samenvallen met de ochtend, middag, namiddag, zonsondergang en de avond. Daarnaast leidt de rechtbank uit de verklaringen van eiseres af dat zij in Somalië haar tijd baseerde op de stand van de zon . Daarin valt ook een onderscheid te maken tussen dagdelen, zoals eiseres ook in haar verklaringen heeft gedaan. Daar komt nog bij dat de ontvoering samenviel met een belangrijke feestdag in haar herkomstland, namelijk het Suikerfeest. Gelet op het voorgaande, kan eiseres worden tegengeworpen dat zij niet consistent heeft verklaard over het moment van de ontvoering. De beroepsgrond slaagt niet. Wie ging het gesprek aan met de ontvoerders? 7.1 De minister stelt zich op het standpunt dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard over wie (de broer van eiseres, haar moeder of haar oma) het gesprek aanging met de ontvoerders. 7.2 Eiseres voert aan dat het haar bevreemdt dat de minister in grote lijnen het asielrelaas van eiseres volgt, maar om tot een afwijzing te komen van haar aanvraag, zeer excessief heeft ingezoomd op de details die er in feite niet toe doen. Eiseres heeft in het nader gehoor zelf opgemerkt dat zij haar oma bedoelde en niet haar moeder. Daarbij komt dat het aanmeldgehoor volgens eiseres ook niet het moment is voor het uitvragen van het asielrelaas. 7.3 De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat de wisselende verklaringen van eiseres over wie het gesprek aanging met de ontvoerders afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van haar asielrelaas. Daarbij betrekt de rechtbank dat eiseres in het aanmeldgehoor heeft verklaard dat haar moeder het gesprek aanging met de ontvoerders, vervolgens heeft eiseres in het nader gehoor verklaard dat haar broer het eerste contact legde. Op het moment dat eiseres in het nader gehoor is geconfronteerd met deze strijdigheid, heeft zij verklaard dat haar oma als eerste contact had met de ontvoerders. Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister de verklaring van eiseres uit het aanmeldgehoor, anders dan eisers stelt, in de beoordeling heeft mogen betrekken en voornoemde tegenstrijdigheden heeft mogen tegenwerpen. De minister heeft immers toegelicht dat het aanmeldgehoor allerminst is bedoeld om het asielrelaas uit te vragen, maar dat eiseres uit eigen beweging heeft toegelicht dat haar moeder tegen de mannen van Al-Shabaab inging. Aangezien de ontvoering van eiseres door Al-Shabaab een wezenlijk onderdeel uitmaakt van haar asielrelaas en het contact tussen de ontvoerders en haar familie, anders dan eiseres stelt, geen detail betreft, mag van eiseres wordt verwacht dat zij hierover eenduidig verklaart. De beroepsgrond slaagt niet. Was eiseres geblinddoekt of niet? 8.1 De minister werpt eiseres tegen dat zij wisselend heeft verklaard over het geblinddoekt worden tijdens haar ontvoering. In het nader gehoor heeft eiseres verklaard dat haar handen met een sjaal vastgebonden werden. Nadat eiseres los was gekomen werd zij met diezelfde sjaal geblinddoekt en haar handen waren op dat moment niet meer vastgebonden. In de correcties en aanvullingen heeft eiseres verklaard dat haar handen werden vastgebonden met een sjaal en dat zij werd geblinddoekt. De minister stelt deze correctie niet te hebben overgenomen, omdat de correctie – zonder verschoonbare reden – afwijkt van eerdere verklaringen. De tegenstrijdigheden over de ontvoering tasten volgens de minister de geloofwaardigheid van het asielrelaas aan. 8.2 Eiseres stelt dat er geen sprake is van wisselende verklaringen. Volgens eiseres is in het nader gehoor de situatie zeer rommelig opgenomen en de minister heeft nagelaten eiseres te verzoeken de situatie te verduidelijken en door te vragen. Eiseres stelt in de correcties en aanvullingen te hebben geprobeerd opheldering te bieden, maar aan deze correctie is door de minister geen waarde toegekend. Dit terwijl de minister ten aanzien van wie als eerste het gesprek aanging met de ontvoerders, eiseres erop heeft gewezen dat zij de verklaringen van het aanmeldgehoor met de correcties en aanvullingen had kunnen corrigeren. Het is voor eiseres dan ook niet te begrijpen dat de minister enerzijds veel waarde toekent aan de correcties, maar anderzijds deze ook terzijde schuift wanneer deze volgens de minister afwijken van het gehoor. 8.3 Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet op het standpunt kunnen stellen dat de verklaringen van eiseres met betrekking tot het geblinddoekt worden tijdens de ontvoering tegenstrijdig en wisselend zijn. De rechtbank betrekt bij dit oordeel dat uit het rapport van het nader gehoor kan worden afgeleid dat sprake is van een onsamenhangend verhaal met betrekking tot het geblinddoekt worden en dat moeilijk te herleiden is wat de oorzaak is van de onsamenhangendheid. De rechtbank constateert in dit kader dat er niet zozeer sprake is van inconsistenties, maar van onduidelijkheid. De rechtbank verwijst gelet daarop naar pagina 10 en 11 van het rapport van het nader gehoor. Hieruit volgt in de eerste plaats dat eiseres werd vastgehouden door haar leraar, [naam 2], met haar handen achter haar rug en dat zij door de andere ontvoerder werd geblinddoekt. Vervolgens volgt uit de verklaringen dat eiseres niet was vastgebonden, maar dat de sjaal om haar handen zat gedraaid. Met diezelfde doek zouden later ook haar ogen zijn afgedekt. In de correcties en aanvullingen heeft eiseres verklaard dat haar handen met een sjaal werden vastgebonden en dat ze tegelijkertijd werd geblinddoekt. Volgens de minister valt niet te rijmen dat dit op hetzelfde moment gebeurde, gelet op de verklaringen die eiseres in het nader gehoor heeft afgelegd. De rechtbank volgt de gemachtigde van eiseres en is van oordeel dat de situatie wat betreft het blinddoeken van eiseres, onsamenhangend in het rapport nader gehoor is opgenomen en dat de minister heeft nagelaten om eiseres te confronteren met de gestelde tegenstrijdigheid. Het had op de weg van de minister gelegen om eiseres verdiepende vragen te stellen over de situatie. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de minister niet zonder nadere motivering de correcties en aanvullingen van eiseres terzijde had mogen schuiven, zeker gezien de onsamenhangendheid die volgt uit het rapport van het nader gehoor. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de redenering van de minister dat eiseres tegenstrijdig en wisselend heeft verklaard over het geblinddoekt worden tijdens de ontvoering, te kort door de bocht en daarmee onvoldoende gemotiveerd. De beroepsgrond slaagt. Tijdsduur verblijf in [plaats 1] 9.1 De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres ongerijmd heeft verklaard over de tijdslengte van haar verblijf in [plaats 1]. Ten tijde van het aanmeldgehoor heeft eiseres verklaard 25 dagen in [plaats 1] te zijn verbleven, terwijl zij in het nader gehoor heeft verklaard dat het 10 dagen en één week was (gezamenlijk 17 dagen). Eiseres heeft na afloop van het nader gehoor deze periode gecorrigeerd door te stellen dat de periode tweemaal ongeveer 10 dagen betrof. Hieruit concludeert de minister dat het over een periode van 20 dagen ging. Volgens de minister mag van eiseres op basis van het deskundigenadvies worden verwacht dat zij concrete en consistente informatie kan aanvoeren over wat zij heeft meegemaakt. 9.2 Eiseres begrijpt niet dat haar wordt tegengeworpen dat zij verschillende tijdsaanduidingen heeft gegeven over haar verblijf in [plaats 1]. Eiseres stelt twee tijdsaanduidingen te hebben gegeven over de twee momenten waarop zij heeft moeten wachten op de mensensmokkelaar, maar zij weet dat zij in ieder geval 25 dagen in [plaats 1] was. Daar komt bij dat eiseres gezien haar referentiekader geen exacte data en/of exacte tijden met betrekking tot haar asielrelaas kan aanduiden. In dit geval is er dan ook geen sprake van tegenstrijdigheid. 9.3 De rechtbank volgt de minister niet in zijn standpunt dat eiseres ongerijmd heeft verklaard over de tijdslengte van haar verblijf in [plaats 1]. Uit de overgelegde rapporten van het aanmeld- en nader gehoor blijkt immers dat eiseres consistent heeft verklaard over de periode dat zij in [plaats 1] heeft verbleven, namelijk 25 dagen. Op het moment dat eiseres in het nader gehoor nauwkeuriger verklaart over deze periode, geeft eiseres aan dat zij 10 dagen in [plaats 1] verbleef bij [naam 1], toen er iemand langskwam om foto’s te maken van haar om documenten te regelen voor de vlucht naar Turkije. Deze persoon kwam na een week terug om eiseres mee te nemen naar Turkije. Vervolgens wordt eiseres gevraagd: “Ik heb eerst staan 10 dagen en nu 25 dagen?”. Daarop antwoordt eiseres dat zij inderdaad 10 dagen in [plaats 1] verbleef toen er iemand langskwam om foto’s van haar te maken. Daarna is die persoon iets langer dan een week weggeweest. Niet is gebleken dat de minister hierop doorgevraagd heeft. Ook heeft de minister eiseres niet geconfronteerd met deze eventuele tegenstrijdigheid in de tijdslengte. Het had op de weg van de minister gelegen om hierover door te vragen bij eiseres, alvorens tot conclusie te kunnen komen dat eiseres wisselend heeft verklaard over de tijdsduur van haar verblijf in [plaats 1]. Nu de minister dit niet heeft gedaan, heeft hij onvoldoende gemotiveerd dat eiseres op dit punt ongerijmd dan wel wisselend heeft verklaard. De beroepsgrond slaagt. Het telefoonnummer van [naam 1] 10.1 De minister stelt zich op het standpunt dat het niet voor de hand ligt dat [naam 2] in contact is gekomen met [naam 1]. Volgens de minister heeft eiseres ook geen toereikende verklaring gegeven op de vraag hoe [naam 2] aan het telefoonnummer van [naam 1] is gekomen. De enkele verwijzing van eiseres naar het Algemeen Ambtsbericht van Somalië , waarin wordt gesteld dat Al-Shabaab veel informanten heeft, is volgens de minister onvoldoende om te onderbouwen waarom Al-Shabaab specifiek achter het nummer van [naam 1] zou zijn gekomen. De minister acht het daarnaast bevreemdingwekkend dat [naam 2] wél de tijd had om dagelijks te bellen terwijl hij in gevecht zat, maar geen tijd had om eiseres op te halen. 10.2 Eiseres stelt dat indien de minister het opmerkelijk acht dat [naam 2] niet zelf naar [plaats 1] is afgereisd, het niet aan eiseres is om dit standpunt te onderbouwen. Ook kan de minister niet van eiseres verlangen dat zij aantoont hoe [naam 2] aan het nummer van [naam 1] is gekomen. Het is bekend dat Al-Shabaab met informanten werkt en een eigen inlichtingendienst runt. Het is om die reden volgens eiseres dan ook niet onaannemelijk dat Al-Shabaab aan het nummer van [naam 1] is gekomen. 10.3 De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de verklaringen van eiseres over hoe [naam 2] aan het telefoonnummer van [naam 1] is gekomen, ontoereikend zijn. Eiseres heeft in het nader gehoor namelijk duidelijk aangegeven dat zij niet weet hoe [naam 2] het telefoonnummer van [naam 1] heeft verkregen. Eiseres heeft – nadat uit het voornemen bleek dat de verklaringen van eiseres volgens de minister tekortschoten – in de beroepsgronden de mogelijkheid genoemd dat [naam 2] via de inlichtingendienst van Al-Shabaab aan het nummer van [naam 1] is gekomen. Dat de minister zich op het standpunt stelt dat dit een verwijzing is naar algemene informatie en niet direct toeziet op de situatie van eiseres, kan de rechtbank in beginsel volgen. De verwijzing naar het Algemeen Ambtsbericht van Somalië betreft echter een aanvulling op de verklaringen van eiseres, waardoor de minister niet in zijn standpunt dat de verwijzing algemeen is en niet op eiseres ziet, hoeft te worden gevolgd. Verder volgt de rechtbank de minister niet in zijn standpunt dat het bevreemdingwekkend is dat [naam 2] wel de tijd had om dagelijks telefonisch contact op te nemen met [naam 1], maar geen tijd had om eiseres op te halen. Het is immers aan de minister om te beoordelen of de verklaringen die eiseres over de situatie heeft gegeven consistent zijn en dit te motiveren. Het is niet aan de minister om een eigen beoordeling te maken van de situatie. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister te veel invulling gegeven aan zijn eigen veronderstelling van de situatie en daarbij onvoldoende context of informatie verschaft waarop dit standpunt berust. De beroepsgrond slaagt. 10.4. Gelet op wat hiervoor is overwogen, namelijk dat de minister meerdere onderdelen van de geloofwaardigheidsbeoordeling ondeugdelijk heeft gemotiveerd en dit reeds tot een gegrond beroep leidt, komt de rechtbank niet toe aan de bespreking van overige gronden. Conclusie en gevolgen 11. De rechtbank verklaart het beroep van eiseres gegrond en vernietigt het bestreden besluit, omdat het in strijd is met het motiveringsbeginsel. De rechtbank ziet, gelet op de reden van de gegrondverklaring van het beroep, geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen. De minister zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. 12. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - draagt de minister op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak; - veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres en draagt de minister op een bedrag van € 1.868,00 te betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P.W. Esmeijer, rechter, in aanwezigheid van S.E.M. Pot, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Vreemdelingenwet 2000 Uitspraak van rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 15 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:8541. Pagina 16 nader gehoor: “net nadat de zon is opgekomen”. Pagina 6 nader gehoor: “heel vroeg voor de zon opkwam hoorde ik kogelschoten” en “maar ik weet wel dat de zon bijna opkomt, zo weet ik dat het ochtend wordt”. Algemeen Ambtsbericht van Somalië van 4 april 2025, p. 23. Pagina 23 nader gehoor: “Ik weet niet, ze kunnen alles vinden.”