← alle zaken
Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2026:19590

Rechtbank Den Haag · 2026-04-02 · Eerste aanleg - enkelvoudig

Zaaknummer
NL25.57727
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
11.327 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Asiel. Uganda. Eiser heeft asiel aangevraagd, omdat hij homoseksueel is. De minister heeft de asielaanvraag afgewezen, omdat het niet geloofwaardig is dat eiser homoseksueel is. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven, omdat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat eisers homoseksualiteit niet geloofwaardig is. Het beroep is ongegrond.

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.57727 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. B. Snoeij), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. A. Sloots). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister de asielaanvraag van eiser mocht afwijzen. Deze uitspraak gaat met name over de vraag of de minister eisers homoseksualiteit niet geloofwaardig mocht vinden. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt . Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Ugandese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1997. De minister heeft met het bestreden besluit van 20 november 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. 3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 4. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 5. De rechtbank heeft het beroep op 24 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, Z.K. Botani als tolk en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 6. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is homoseksueel en had een vriend genaamd [naam] . Eisers buurvrouw heeft hem betrapt toen hij zijn vriend aan het zoenen was. Eiser is vervolgens gevlucht uit Uganda. Het bestreden besluit 7. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: identiteit, nationaliteit en herkomst; en homoseksualiteit. 8. De minister vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig, maar zijn homoseksualiteit niet geloofwaardig. De minister vindt dat eiser wisselende verklaringen heeft afgelegd over het moment dat hij realiseerde dat hij homoseksueel was en over zijn acceptatie daarvan. Ook vindt de minister dat eiser onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn gedachten en gevoelens toen hij zich realiseerde dat hij gevoelens voor jongens en voor zijn vriend had. Verder vindt de minister dat de nadruk ligt op eisers eigen verklaringen waardoor geen doorslaggevende waarde wordt gehecht aan de verklaringen van derden die eiser heeft overgelegd. Ook werpt de minister aan eiser tegen dat hij verklaringen heeft afgelegd die tegenstrijdig zijn met informatie uit zijn visumdossier. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond. De minister heeft aan eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd. Het standpunt van eiser 9. Eiser voert aan dat de minister zijn homoseksualiteit ten onrechte niet geloofwaardig vindt. Eiser vindt dat hij wel voldoende inzicht heeft gegeven in zijn gedachten en gevoelens toen hij ontdekte dat hij gevoelens had voor jongens en voor zijn vriend. Dat eiser vooral heeft verklaard over zijn vriend hoort geen verschil te maken, omdat hij voornamelijk door zijn vriend ontdekte dat hij homoseksueel is. De minister had volgens eiser ook meer waarde moeten hechten aan de verklaringen van derden die hij heeft overgelegd. Verder voert eiser aan dat de minister niet aan hem mag tegenwerpen dat hij verklaringen heeft afgelegd die tegenstrijdig zijn met de informatie in zijn visumdossier. Eiser heeft zijn visum bij een visumbureau aangevraagd en is verder niet betrokken geweest bij de aanvraag. Eiser wist dan ook niet welke informatie in het visumdossier stond. Het oordeel van de rechtbank 10. De rechtbank overweegt dat de minister aan de hand van Werkinstructie 2019/17 beoordeelt of het geloofwaardig is dat een vreemdeling LHBTI is. Bij die beoordeling betrekt de minister met name het authentieke verhaal van de vreemdeling over zijn gestelde seksualiteit. De minister doet dit met name aan de hand van eisers eigen verklaringen , maar betrekt daarbij ook verklaringen van derden. 11. De rechtbank stelt voorop dat de enkele verwijzing van eiser in beroep naar de herhaling van zijn zienswijze onvoldoende is om te gelden als beroepsgrond. De rechtbank zal dan ook enkel de concrete beroepsgronden bespreken die eiser heeft aangevoerd. 12. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers homoseksualiteit niet geloofwaardig is. De rechtbank vindt voor dat oordeel het volgende van belang. De verklaringen van eiser 13. Ten eerste overweegt de rechtbank dat eiser wisselend heeft verklaard over het moment waarop hij zich realiseerde dat hij homoseksueel is. Enerzijds heeft eiser verklaard dat hij zich dit realiseerde toen hij een droom had over zijn vriend. Terwijl eiser anderzijds ook heeft verklaard dat hij al voor dat moment gevoelens had voor jongens en hen aantrekkelijk vond. Dat eiser op de zitting heeft verklaard dat hij eerder al gevoelens had voor jongens, maar dat hij daar niets bij dacht en geen ruimte had voor die gevoelens verandert het oordeel van de rechtbank niet. Dit omdat deze verklaring niet afdoet aan het feit dat eiser heeft verklaard zich op twee verschillende momenten te hebben gerealiseerd dat hij gevoelens had voor jongens. Bovendien heeft eiser ook wisselend verklaard over het moment waarop hij zijn homoseksualiteit accepteerde. Enerzijds heeft eiser verklaard dat hij zijn vriend een kus had gegeven, omdat hij zijn homoseksualiteit had geaccepteerd. Terwijl eiser anderzijds heeft verklaard dat hij zijn homoseksualiteit had geaccepteerd in 2018 in de periode dat hij zijn (toen nog aanstaande) vriend aan het mijden was. Eiser heeft voor deze wisselende verklaringen geen verklaring gegeven. Gelet op het voorgaande heeft de minister eisers wisselende verklaringen over zijn realisatie en acceptatie aan hem mogen tegenwerpen. 14. Ten tweede vindt de rechtbank van belang dat eiser met zijn verklaringen onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn gedachten en gevoelens over zijn homoseksualiteit. Eiser heeft verklaard dat hij bang was, dat hij verbaasd was dat hij homoseksuele gevoelens ervaarde en dat hij deze gevoelens wilde verstoppen dan wel dat hij hiermee aan het vechten was. De minister heeft zich op het standpunt mogen stellen dat deze verklaringen algemeen van aard zijn en dat eiser hiermee onvoldoende inzicht geeft in zijn gedachten en gevoelens. Bovendien verklaart eiser voornamelijk over zijn vriend waarmee hij wederom weinig inzicht geeft in zijn eigen gedachten en gevoelens. De verklaringen van derden 15. Eiser heeft een verklaring overgelegd van [A.] , van [B.] , van iemand die betrokken is bij [B.] en van [C.] . Uit deze verklaringen komt naar voren dat eiser deelneemt aan verschillende evenementen en bijeenkomsten van LHBTI-organisaties. 16. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich hierover niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de verklaringen van derden onvoldoende doorslaggevend zijn om eisers homoseksualiteit geloofwaardig te vinden. Dit omdat de nadruk ligt op eisers authentieke verhaal en verklaringen en de minister deze verklaringen onvoldoende mocht vinden om zijn homoseksualiteit geloofwaardig te vinden. Het visumdossier 17. De rechtbank overweegt dat eiser met een visum Nederland is ingereisd. Aan deze visumaanvraag ligt ten grondslag dat eiser tussen 28 augustus en 3 september 2023 een conventie moest bijwonen in Nederland. Eiser zou deze conventie bijwonen in de uitoefening van zijn werkzaamheden als ‘immigration officer’ bij het ministerie van Binnenlandse Zaken van Uganda. Eiser heeft verklaard dat hij zijn visum via een visumbureau heeft geregeld en dat hij niets afweet van de inhoud van zijn visumaanvraag en visumdossier. 18. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat het afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van eisers asielrelaas dat hij zijn visum niet zelf heeft aangevraagd, dat hij niets afweet van de inhoud en dat hij wisselend heeft verklaard over wat hij met zijn visumdocumenten heeft gedaan toen hij in Nederland was. 19. De rechtbank overweegt dat eiser het visum zelf heeft aangevraagd. Dat derden het visum verder voor eiser hebben geregeld betekent volgens de rechtbank niet dat het niet voor eisers rekening en risico komt dat hij niets afweet over zijn visumdossier. Ten tweede heeft de minister aan eiser mogen tegenwerpen dat hij wisselend heeft verklaard over wat hij met zijn visumdocumenten heeft gedaan in Nederland. Enerzijds heeft eiser verklaard dat hij deze documenten heeft achtergelaten bij iemand die hij kent. Terwijl eiser anderzijds heeft verklaard dat hij deze documenten heeft weggegooid. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de minister zich op het standpunt mocht stellen dat bovenstaande omstandigheden afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van eisers asielrelaas. Conclusie geloofwaardigheid homoseksualiteit 20. Samenvattend is de rechtbank van oordeel dat minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers homoseksualiteit niet geloofwaardig is gelet op zijn wisselende verklaringen en het feit dat hij met zijn verklaringen onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn gevoelens en gedachten. De verklaringen van derden veranderen dit oordeel niet. Bovendien mocht de minister vinden dat het afbreuk aan eisers geloofwaardigheid doet dat hij wisselende en tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over zijn visumdossier en het feit dat eiser niets afweet van de inhoud van zijn visumdossier. Conclusie en gevolgen 21. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, rechter, in aanwezigheid van mr.B.J. van Rossum, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 2 april 2026. Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Werkinstructie 2019/17 Horen en beslissen in zaken waarin lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd, p. 3 tot en met 4. Werkinstructie 2019/17 Horen en beslissen in zaken waarin lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd, p. 5 tot en met 6. Verslag van het nader gehoor van 30 oktober 2025, p. 6. Verslag van het nader gehoor van 30 oktober 2025, p. 7. Verslag van het nader gehoor van 30 oktober 2025, p. 8. Verslag van het nader gehoor van 30 oktober 2025, p. 15. Verslag van het nader gehoor van 30 oktober 2025 p. 6, 7, en 9. Verslag van het nader gehoor van 30 oktober 2025, p. 19 tot en met 21. Verslag van het nader gehoor van 30 oktober 2025, p. 20.