ECLI:NL:RBDHA:2026:19575
Rechtbank Den Haag · 2026-04-21 · Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Asiel. Nigeria. Eiser heeft asiel aangevraagd, omdat hij homoseksueel is en daarom problemen heeft in Nigeria. De minister heeft de asielaanvraag afgewezen, omdat de identiteit en de homoseksualiteit als ook de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig worden gevonden. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven en dat de minister de identiteit en homoseksualiteit van eiser dus niet geloofwaardig mocht vinden. Dat eiser bij terugkeer heeft te vrezen voor represailles van mensenhandelaren en vanwege toegedichte homoseksualiteit heeft de minister niet aannemelijk mogen vinden. Het beroep is ongegrond.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.50312 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. G. Ocak), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J.J.F.M. van Raak). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister de asielaanvraag van eiser mocht afwijzen. Deze uitspraak gaat met name over de vraag of de minister eisers identiteit en homoseksualiteit niet geloofwaardig mocht vinden. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven . Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [V-nummer] 1991. De minister heeft met het bestreden besluit van 20 november 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. 3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 4. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 5. De rechtbank heeft het beroep op 16 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 6. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is homoseksueel en had een relatie met een jongen genaamd [persoon1] . Eiser is met zijn vriend naar een hotel gegaan om intiem te zijn. Eiser en zijn vriend zijn vervolgens door agenten opgepakt en mishandeld. Eiser wist te ontsnappen en is naar aanleiding hiervan gevlucht uit Nigeria. Eisers vriend zit vanwege dit incident vast in de gevangenis en eiser wordt gezocht door de autoriteiten. Het bestreden besluit 7. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: identiteit, nationaliteit en herkomst; en homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen 8. De minister vindt eisers nationaliteit en herkomst geloofwaardig, maar eisers identiteit, homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn identiteit niet met documenten aannemelijk gemaakt. Bovendien staat eiser onder een andere naam en met een andere geboortedatum geregistreerd in Oostenrijk. Ook vindt de minister eisers homoseksualiteit niet geloofwaardig. Volgens de minister heeft eiser wisselend verklaard over de leeftijd waarop hij ontdekte dat hij homoseksueel is. Bovendien heeft eiser summier en onpersoonlijk verklaard over zijn gevoelens bij deze ontdekking. Verder heeft eiser tegenstrijdig en summier verklaard over de relatie met zijn vriend en heeft hij wisselend verklaard over het incident in het hotel. Verder vindt de minister dat eiser inconsistent heeft verklaard over zijn contact met andere lhbti’ers in Nigeria en dat eiser summier en onpersoonlijk heeft verklaard over zijn relaties in Nederland. Tenslotte vindt de minister dat eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig is te beschouwen, omdat hij zich bewust aan het toezicht van de autoriteiten heeft onttrokken en in Nederland is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Deze omstandigheden doen volgens de minister afbreuk aan eisers oprechtheid en de algehele geloofwaardigheid van zijn asielaanvraag. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond. Ook heeft de minister aan eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd. Geloofwaardigheidsbeoordeling 9. Eiser voert aan dat de toepassing van Werkinstructie 2024/6 voor het beoordelen van de geloofwaardigheid van zijn asielmotieven in strijd is met het Unierecht. Eiser wijst daarvoor op een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 7 januari 2025. 10. De rechtbank stelt vast dat eiser op de zitting heeft aangegeven deze beroepsgrond niet meer te handhaven. De rechtbank zal dan ook geen uitspraak doen over deze beroepsgrond. Geloofwaardigheid identiteit 11. Eiser voert aan dat de minister zijn identiteit ten onrechte niet geloofwaardig vindt. Eiser heeft een originele geboorteakte opgestuurd waaruit zijn identiteit blijkt. Dat eiser onder een andere naam en geboortedatum staat geregistreerd in Oostenrijk is het gevolg van een onjuiste registratie. 12. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers identiteit niet geloofwaardig is. De geboorteverklaring die eiser heeft overgelegd is niet compleet. Dit omdat de geboorteverklaring wordt opgesteld met behulp van een ‘statutory declaration of age’ of een ‘affidavit of age declaration’ en eiser deze documenten niet heeft overgelegd. Verder heeft de minister er terecht op gewezen dat eiser Nigeria heeft verlaten in 2014 en de geboorteverklaring dateert van 13 oktober 2021. Dit komt niet overeen met het feit dat eiser in het nader gehoor van 20 september 2023 heeft verklaard en in de zienswijze van 21 oktober 2024 heeft bevestigd nooit in het bezit te zijn geweest van enige identificerende documenten. De stelling van eiser dat hij niet wist dat hij een geboorteverklaring had, heeft de minister niet aannemelijk mogen vinden, omdat het document dateert van 2021 en eiser hiervan op de hoogte had moeten zijn. Ook de stelling van eiser dat hij geen geld had om identificerende documenten aan te vragen heeft de minister niet aannemelijk hoeven vinden. Dit omdat uit het Algemeen ambtsbericht Nigeria 2023 blijkt dat het aanvragen van de Nationale Identiteitskaart gratis is. Verder heeft de minister ook aan eiser mogen tegenwerpen dat hij met een andere naam en geboortedatum is geregistreerd in Oostenrijk. De enkele stelling van eiser dat de Oostenrijkse autoriteiten een fout hebben gemaakt is onvoldoende en doet niet af aan het oordeel van de minister dat deze afwijkende registratie afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van eisers identiteit. Geloofwaardigheid homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen 13. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers homoseksualiteit niet geloofwaardig is. Voor dat oordeel vindt de rechtbank het volgende van belang. 14. De rechtbank stelt voorop dat de minister een aantal zaken heeft tegengeworpen bij de beoordeling van eisers homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen. De rechtbank stelt vast dat de minister niet meer aan eiser tegenwerpt dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over het uiten van zijn homoseksualiteit aan zijn vriend (punt 2.1.3 van het voornemen, onderdeel 1). 15. De rechtbank stelt verder vast dat eiser geen beroepsgronden heeft gericht tegen de tegenwerpingen van de minister dat hij summier heeft verklaard over hoe het voor hem was om zich tegenover zijn vriend uit te spreken over zijn homoseksualiteit (punt 2.1.3 van het voornemen, tweede en derde onderdeel), dat hij summier en onpersoonlijk heeft verklaard over de situatie van zijn vriend (punt 2.1.5 van het voornemen) en dat het onrealistisch is dat zijn familie hem heeft verstoten (punt 2.1.10 van het voornemen). 16. De rechtbank stelt ook vast dat de beroepsgronden die eiser heeft gericht tegen de tegenwerpingen van de minister dat hij summier en onpersoonlijk heeft verklaard over zijn gevoelens bij de ontdekking van zijn homoseksualiteit (deel van punt 2.1.1 van het voornemen) en dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over de uitingen van zijn homoseksualiteit (punt 2.1.2 van het voornemen) moeten worden begrepen als onderdeel van de beroepsgrond die gaat over het rekening houden met het referentiekader van eiser. Voor dat oordeel verwijst de rechtbank naar overweging 18 en 18.1. van deze uitspraak in het hierna volgende. Referentiekader 17. Eiser voert aan dat de minister zijn homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen ten onrechte niet geloofwaardig vindt. De minister heeft volgens eiser onvoldoende rekening gehouden met zijn referentiekader. Eiser begreep de vragen tijdens het nader gehoor niet altijd en ook had hij moeite om zich alles te herinneren, omdat hij al lange tijd in Nederland is. Op de zitting voegt eiser daaraan toe dat hij niet over het vermogen beschikt om (goed) over zijn gevoelens te praten. Ook mag de minister volgens eiser niet van hem verlangen dat hij een uitgebreid, gedetailleerd of chronologisch coming-outverhaal presenteert. Eiser wijst daarvoor op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 24 november 2021. 18. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende rekening heeft gehouden met eisers referentiekader. Uit het medisch advies blijkt dat eiser analfabeet is en moeite heeft met het plaatsen van exacte data bij gebeurtenissen. De minister heeft wel aan eiser tegengeworpen dat hij wisselend heeft verklaard over het moment waarop hij zijn homoseksualiteit ontdekte. Eiser heeft enerzijds verklaard dat hij veertien jaar was toen hij dit ontdekte en anderzijds dat hij op de basisschool zat . Deze tegenwerping betreft echter niet het tegenwerpen van een foute exacte datum, maar van bepaalde perioden in eisers levensloop, namelijk de basisschoolperiode en zijn veertienjarige levensjaar. Eiser heeft zijn stelling dat dit verschil in periode komt door miscommunicatie met de tolk verder niet onderbouwd of anderzijds aannemelijk gemaakt. Dit blijkt ook niet uit het verslag van het nader gehoor. Dat de wisselende verklaringen over het moment van zijn realisatie het gevolg zijn van een miscommunicatie met de tolk kan de rechtbank dan ook niet volgen. 18.1. Verder blijkt uit het medisch advies niet dat eiser – anders dan dat hij stelt – niet het vermogen heeft om te verklaren over zijn homoseksualiteit of over zijn gevoelens en emoties. Eiser heeft deze stelling ook niet onderbouwd. De rechtbank kan de stelling van eiser dat hij niet het vermogen heeft om te verklaren over zijn gevoelens en emoties daarom niet volgen. Met deze stelling heeft eiser dan ook niet verduidelijkt waarom de tegenwerping van de minister dat eiser op verschillende punten summier over zijn gevoelens en emoties heeft verklaard, niet juist is. Daarbij komt dat uit het nader gehoor niet blijkt dat eiser de vragen, al dan niet na een nadere uitleg, niet begreep. Evenmin heeft eiser onderbouwd dat de minister in zijn geval een chronologisch coming-outverhaal heeft verwacht. Uit het nader gehoor blijkt dat de minister heeft gevraagd naar eisers ervaringen, gevoelens en relaties en blijkt dus niet dat de minister een chronologisch coming-outverhaal heeft verwacht. Summier en tegenstrijdig verklaard over relatie met [persoon1] (punt 2.1.4) 19. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister aan eiser mogen tegenwerpen dat hij summier en tegenstrijdig heeft verklaard over zijn relatie met zijn vriend. De rechtbank overweegt dat deze tegenwerping bestaat uit drie onderdelen: dat eiser de naam van de moeder van zijn vriend niet weet, dat eiser magere verklaringen heeft afgelegd over de eigenschappen van zijn vriend en dat hij summier heeft verklaard over de emoties die hij voelde bij zijn vriend. 19.1. Eiser voert aan dat de minister niet aan hem heeft mogen tegenwerpen dat hij de naam van de moeder van zijn vriend niet kent. In de Nigeriaanse cultuur is het namelijk niet gebruikelijk om de naam van de moeder van je partner te kennen. De rechtbank is van oordeel dat de minister aan eiser heeft mogen tegenwerpen dat hij de naam van de moeder van zijn vriend niet kent. Eiser heeft de bovenstaande uitleg voor het eerst gegeven in de zienswijze, terwijl hij dit ook in het nader gehoor al had kunnen doen. Bovendien heeft eiser deze stelling niet onderbouwd. 19.2. Eiser voert verder aan dat de minister niet aan hem heeft mogen tegenwerpen dat zijn verklaringen over de eigenschappen van zijn vriend mager zijn. Eiser heeft verklaard dat zijn vriend loyaal, nederig en sociaal is. Eiser heeft daarmee de belangrijkste eigenschappen van zijn vriend genoemd. De rechtbank is van oordeel dat de minister aan eiser heeft mogen tegenwerpen dat deze verklaringen summier zijn en dat van eiser verwacht mocht worden dat hij meer kan verklaren over de eigenschappen van zijn vriend, omdat zij meerdere jaren een relatie hebben gehad. 19.3. Voor zover eiser aanvoert dat hij gelet op zijn referentiekader niet kon verklaren over zijn gevoelens en emoties voor zijn vriend verwijst de rechtbank naar overweging 18 en 18.1. van deze uitspraak. Inconsistent verklaard over contacten met anderen binnen LHBTI in Nigeria (punt 2.1.6) 20. Ten tweede heeft de minister – anders dan eiser aanvoert – aan eiser mogen tegenwerpen dat hij inconsistente verklaringen heeft afgelegd over zijn contacten met een groep van tien andere lhbti’ers in Nigeria. Eiser heeft enerzijds verklaard dat hij bevriend was met deze groep lhbti’ers. Dit terwijl eiser anderzijds heeft verklaard dat hij de mensen uit deze groep niet beschouwd als vrienden, omdat hij ze maar één keer heeft ontmoet en een dag met hen heeft besteed. Dat eiser aanvoert dat hij heeft bedoeld dat hij alleen op die dag met hen bevriend was, maar niet voor langere tijd, verandert het oordeel van de rechtbank niet. Dit omdat de beide verklaringen in het gehoor zich niet met elkaar verhouden en de vervolgens gegeven uitleg zich niet verhoudt met het feit dat eiser onder andere heeft verklaard dat de groep lhbti’ers juist geen vrienden van hem zijn. Summier en onpersoonlijk verklaard over relaties in Nederland (punt 2.1.7) 21. Ten derde heeft de minister aan eiser mogen tegenwerpen dat hij summier en onpersoonlijk heeft verklaard over zijn relaties in Nederland. Eiser stelt dat hij in Nederland twee relaties heeft gehad, maar dat hij daarover niet veel heeft kunnen verklaren, omdat de relaties maar kortstondig waren. Op de zitting heeft de minister benadrukt dat eiser enerzijds heeft verklaard dat hij van deze twee partners hield en dat hij met hen verder wilde, maar anderzijds noemt hij hen enkel ‘scharrels’. De minister heeft zich op het standpunt mogen stellen dat deze verklaringen zich niet met elkaar verhouden en dat meer van eisers verklaringen mocht worden verwacht over zijn twee relaties in Nederland. Wisselend en tegenstrijdig verklaard over incident hotelkamer (punt 2.1.8) 22. Ten vierde heeft de minister aan eiser mogen tegenwerpen dat zijn verklaringen over het incident in de hotelkamer met zijn vriend niet realistisch zijn. Eiser heeft onder meer verklaard dat een jeep met tien of meer agenten naar het hotel toe is gekomen om hem en zijn vriend te arresteren. De agenten hebben eiser en zijn vriend met geweld de hotelkamer uitgehaald en hen naar buiten meegenomen. Eiser heeft vervolgens verklaard dat hij wist te ontsnappen toen de agenten weer het hotel binnengingen om verhaal te halen bij de manager van het hotel. Gelet op de gestelde ernst van het incident en de hoeveelheid agenten die aanwezig waren mocht de minister het niet aannemelijk vinden dat de agenten gezamenlijk naar binnen zijn gegaan na de arrestatie waardoor eiser de gelegenheid had om te ontsnappen. Dit nog los van het verschil in verklaringen over het al dan niet hard aankloppen door de politie en het al dan niet aan hebben van kleding. Onrealistisch dat eiser gezocht wordt door de autoriteiten (punt 2.1.9) 23. Tenslotte heeft de minister het niet aannemelijk mogen vinden dat de Nigeriaanse autoriteiten nog steeds op zoek zijn naar eiser, omdat er geen concrete aanleidingen zijn waaruit dit blijkt of waaruit blijkt dat de zaak van eiser bij de rechter ligt. Eiser heeft een ‘extract of crime diary’ overgelegd. Hieruit blijkt volgens eiser dat hij gezocht wordt en dat zijn vriend vastzit in de gevangenis. Het document is opgesteld op basis van de verklaringen van mrs. [persoon2] . Op de zitting heeft eiser bevestigd dat dit zijn moeder is. De minister heeft in het overgelegde document geen aanleiding hoeven zien voor het oordeel dat eiser nog steeds gezocht wordt in Nigeria. Dit omdat het document een aangifte is die naderhand is opgesteld op basis van de verklaringen van eisers moeder die niet aanwezig was bij het incident. Het document kan daarom niet worden beschouwd als objectief bewijs. Bovendien heeft de minister in het voornemen en op de zitting benadrukt dat het bevreemdend is dat eiser documenten ontvangt van zijn moeder terwijl hij eerder in de Dublin-procedure heeft verklaard dat zijn ouders zijn overleden en in deze procedure heeft verklaard dat zijn familie hem verstoten heeft. 24. Gelet op het voorgaande heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig zijn. Vrees bij terugkeer 25. Verder voert eiser aan dat ongeacht de geloofwaardigheid van zijn homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen hij te vrezen heeft voor vervolging dan wel ernstige schade bij terugkeer naar Nigeria. Dit omdat hij vreest voor represailles van mensenhandelaren en zal worden gezien als homoseksueel (toegedichte homoseksualiteit). Eiser verwijst daarvoor naar de extract of crime diary waaruit blijkt dat sprake is van toegedichte homoseksualiteit en naar de brief van Vluchtelingenwerk van 24 juli 2025 (bijlage 4 van de aanvullende gronden). 26. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft, dan wel een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar Nigeria vanwege toegedichte homoseksualiteit dan wel vanwege represailles van mensenhandelaren. Eiser heeft zowel zijn vrees als toegedicht homoseksueel als voor de mensenhandelaren niet dan wel onvoldoende onderbouwd. Voor wat betreft de extract of crime diary wordt verwezen naar wat daarover in overweging 23 van deze uitspraak is overwogen – zodat daaraan niet de waarde toekomt die eiser daaraan hecht. Voor wat betreft de gestelde mogelijke represailles door mensenhandelaren heeft de minister erop mogen wijzen dat de daarom ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning om humanitaire redenen is afgewezen en dat de gestelde mensenhandel heeft bestaan uit het zijn gedwongen tot het knippen en bewerken van drugs op een boerderij in Italië in 2014. Het is daarom ook niet aannemelijk dat eiser daarvan tien jaar later nog consequenties van zal ondervinden in Nigeria. Dit is bovendien ook niet onderbouwd en door eiser pas aangevoerd in de zienswijze. Conclusie en gevolgen 27. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, rechter, in aanwezigheid van mr.B.J. van Rossum, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 21 april 2026. Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 7 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:136. Verslag van het nader gehoor van 20 september 2023, p. 4. Zienswijze van 21 oktober 2024, p. 2. Algemeen ambtsbericht Nigeria januari 2023, p. 36-37. Uitspraak van de Afdeling van 24 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2615. MediFirst advies van 3 juli 2022, p. 2. Verslag van het nader gehoor van 20 september 2023, p. 14-15 en p. 18-19. Verslag van het nader gehoor van 20 september 2023, p. 19-20. Verslag van het nader gehoor van 20 september 2023, p. 23. Verslag van het nader gehoor van 20 september 2023, p. 25. Verslag van het nader gehoor van 20 september 2023, p. 28-30. Verslag van het nader gehoor van 20 september 2023, p. 34. Aanmeldgehoor Dublin van 30 augustus 2019, p. 4 en voornemen van 23 september 2024, p. 9. Verslag van het nader gehoor van 20 september 2023, p. 35.