← alle zaken
Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2026:19404

Rechtbank Den Haag · 2026-07-09 · Eerste aanleg - enkelvoudig

Zaaknummer
NL26.7568
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
12.555 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

De minister heeft zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat de gestelde seksuele gerichtheid van eiseres en de problemen als gevolg daarvan ongeloofwaardig zijn. De rechtbank ziet, gelet op de hiervoor weergegeven verklaringen van eiseres, geen mogelijke motivering voor de minister om de seksuele gerichtheid van eiseres en de problemen als gevolg daarvan niet aan te nemen. De rechtbank acht het asielmotief dan ook geloofwaardig. De minister zal een nieuw besluit op de aanvraag van eiseres moeten nemen. Daarbij moet de minister uitgaan van de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid en de problemen als gevolg daarvan. De minister moet een beoordeling maken van de zwaarwegendheid van dit asielmotief.

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.7568 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. A.A. Ubbergen), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. S.H.J. Muijlkens). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 . Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 5 februari 2026 afgewezen als ongegrond. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 1 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, T. Kibuuka als tolk en de gemachtigde van de minister. 2.3. Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen vier weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht dat de termijn wordt verlengd. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eiseres stelt dat zij de Ugandese nationaliteit heeft en op [geboortedatum] 1996 is geboren. Zij heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij bij terugkeer naar Uganda vreest voor geweld, een gevangenisstraf of de dood vanwege haar seksuele gerichtheid en haar relatie met een vrouw, genaamd [persoon1] . In maart 2022 zijn zij bij [persoon1] thuis betrapt door de man van [persoon1] , [persoon2] , waarbij eiseres werd mishandeld. Eiseres is toen een aantal maanden ondergedoken. Hierna ontving zij bedreigingen vanuit haar familie, de kerk en bekenden, waardoor zij niet naar huis kon terugkeren. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven. identiteit, nationaliteit en herkomst; de seksuele gerichtheid en de problemen als gevolg daarvan. 4.1. De minister stelt zich op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig zijn. De seksuele gerichtheid en de gestelde problemen als gevolg daarvan vindt de minister echter niet geloofwaardig. Eiseres heeft dit asielmotief niet volledig met objectieve documenten onderbouwd en haar verklaringen over dit asielmotief vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiseres heeft namelijk wisselend en niet inzichtelijk verklaard over het ontstaan en de bewustwording van haar seksuele gerichtheid. Daarnaast heeft eiseres summier en algemeen verklaard over de ontwikkeling van haar gevoelens en heeft zij onvoldoende inzichtelijk verklaard over het onderscheid tussen vriendschap en verliefdheid. Verder heeft eiseres wisselend verklaard over haar relatie met [persoon1] en algemeen en summier verklaard over wat haar LHBTI-contacten in Nederland voor haar hebben betekend. Daarnaast heeft eiseres algemeen en onvoldoende concreet verklaard over het gestelde incident met [persoon2] en de dreiging die zij daarna heeft ondervonden. Het standpunt van eiseres 5. Eiseres voert aan dat haar verklaringen wel geloofwaardig zijn. Toetsingskader geloofwaardigheid seksuele gerichtheid 6. Werkinstructie (WI) 2019/17 (‘Horen en beslissen in zaken waarin lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd’) vormt voor de minister het uitgangspunt bij de hier te verrichten beoordeling. Bij het horen en beslissen houdt de minister rekening met het referentiekader (opleidingsniveau, leeftijdsfase, cultuur, afkomst, etc.) van de vreemdeling en betrekt hij in ieder geval de volgende thema’s: 1. privéleven, waaronder familie, vrienden, (voorgaande) relaties en omgeving; 2. huidige en voorgaande relaties, contacten in het land van herkomst en contact met of kennis van LHBTI-groepen; 3. contact met LHBTI’s in Nederland en kennis van de Nederlandse situatie; 4. discriminatie, repressie en vervolging in het land van herkomst. 6.1. Volgens WI 2019/17 kan in het algemeen worden gesteld dat het zwaartepunt ligt op de antwoorden op vragen over de eigen ervaringen en persoonlijke beleving van de vreemdeling met betrekking tot zijn seksuele gerichtheid, wat dit voor hem en zijn omgeving heeft betekend, wat de situatie is voor personen met die gerichtheid in het land van herkomst van de vreemdeling en hoe diens ervaringen, ook volgens zijn asielrelaas, in het algemene beeld passen. Dit geldt temeer als een vreemdeling afkomstig is uit een land waar LHBTI zijn maatschappelijk onacceptabel of strafbaar gesteld is. In die situatie is het de vraag of en hoe de vreemdeling zich daaraan heeft aangepast en hoe hij dit heeft beleefd. Geloofwaardigheidsbeoordeling 7. Op 21 en 22 januari 2026 heeft het nader gehoor met eiseres plaatsgevonden. Hierbij heeft zij uitvoerig verklaard, ook over de hiervoor in overweging 6 aangehaalde thema’s. Het verslag van het nader gehoor bestaat uit 45 pagina’s. 7.1. Eiseres heeft verklaard over het gezin waarin zij opgroeide. Haar ouders waren streng, eiseres mocht alleen naar buiten als zij naar school ging of naar de kerk. De vader van eiseres was tegen homoseksualiteit en heeft haar broer van huis weggestuurd, vanwege het vermoeden dat hij homoseksueel was. 7.2. Eiseres heeft uitgebreid verklaard over hoe zij zich bewust werd van haar seksuele gerichtheid. Zij groeide op met [persoon1] . Zij waren goede vriendinnen en zaten met elkaar op school. Tijdens een vakantie gingen zij allebei naar een kamp van de kerk. Daar hebben zij elkaar gekust. Aanvankelijk beschouwde eiseres dit als een ongeluk, maar later is zij hier anders naar gaan kijken. Eiseres was jaloers als [persoon1] met andere meisjes omging en later, toen [persoon1] verhuisde naar een ander dorp, miste eiseres haar. Het voelde alsof een deel van haar weg was. Het gemis had invloed op haar hele leven. Eiseres droomde over de eerdere zoen met [persoon1] en voelde dat ze verliefd was. Ze wilde haar gevoelens voor [persoon1] wegstoppen en is daarom nog een relatie begonnen met een jongen, [persoon3] , maar ze dacht altijd aan [persoon1] . Eiseres heeft uitgelegd hoe haar gevoelens voor [persoon1] verschilden van haar gevoelens voor [persoon3] . 7.3. Eiseres heeft verklaard dat zij zich heel slecht voelde door haar gevoelens voor vrouwen, omdat haar familie en de gemeenschap tegen homoseksualiteit zijn. Zij hoorde ook in de kerk dat homoseksualiteit een zonde was, maar aan de andere kant wist zij dat iedereen welkom is bij god en dat god iedereen heeft geschapen, ook vrouwen die op vrouwen vallen. Als de dominee sprak over homoseksualiteit had eiseres het gevoel dat hij het over haar had. Zij voelde zich niet meer welkom in de kerk. Eiseres heeft geen probleem met het geloof, maar met de mensen in de kerk. Later is eiseres gestopt met naar de kerk gaan. 7.4. Enkele jaren na de verhuizing van [persoon1] heeft eiseres haar weer ontmoet op een feest. [persoon1] had op dat moment een relatie met [persoon2] , de neef van eiseres. Eiseres en [persoon1] kregen weer een vriendschappelijke relatie en in 2021 veranderde dit in een seksuele relatie. Zij hebben toen naar elkaar uitgesproken dat zij gevoelens voor elkaar hadden. [persoon1] had op dat moment nog een relatie met [persoon2] , maar hij moest regelmatig reizen voor zijn werk en was dus vaak weg van huis. Eiseres was dan veel bij [persoon1] . Ze zoenden met elkaar en hadden seks met elkaar. Eiseres kreeg vlinders in haar buik als ze bij [persoon1] was. Soms spraken ze ook af in een hotel. Eiseres heeft onder meer verklaard over zo’n afspraak op Valentijnsdag in 2022. 7.5. Eiseres heeft verklaard dat zij op een dag in maart 2022 na haar werk naar [persoon1] is gegaan, omdat [persoon2] twee weken weg zou zijn voor zijn werk. Eiseres en [persoon1] zaten op de bank, keken een serie en zoenden met elkaar. Zij hebben niet gemerkt dat [persoon2] binnenkwam. Hij heeft eiseres en [persoon1] betrapt. Hij heeft hen geslagen en tegen hen geschreeuwd. Eiseres is gevlucht en bij een collega terechtgekomen, [persoon4] . [persoon2] heeft aan de familie van eiseres verteld wat hij heeft gezien. Daarna heeft eiseres dreigende berichten en telefoontjes ontvangen van verschillende mensen. 7.6. In Nederland is eiseres aanvankelijk regelmatig naar Here to Support in [plaats 1] gegaan. Daar had zij gesprekken met [persoon5] . Ze kreeg er ook lessen, ze sportte er en ging naar de Pride. Door de verhuizing naar [plaats 2] is de afstand nu te groot geworden en gaat zij hier niet meer naartoe. 8. Anders dan de minister is de rechtbank van oordeel dat eiseres uitgebreid, inzichtelijk en geloofwaardig heeft verklaard over de bewustwording van haar seksuele gerichtheid, binnen een maatschappelijke context die afwijzend is over homoseksualiteit. Datzelfde geldt voor de verklaringen van eiseres over de manier waarop haar gevoelens voor [persoon1] zich hebben ontwikkeld en wat haar relatie met [persoon1] inhield. Verder heeft eiseres voldoende duidelijk en concreet verklaard over het incident met [persoon2] . Zij heeft immers helder en specifiek toegelicht wat de aanloop naar dit incident was, hoe het incident zelf is verlopen en wat er in de nasleep van dit incident is gebeurd. 8.1. De minister had in de besluitvorming al als positieve elementen meegewogen de verklaringen van eiseres over haar gezin, de kerk en de samenleving in Uganda, haar kennis over de positie van LHBTI’ers in Uganda en Nederland, alsmede haar verklaringen over contacten met LHBTI-organisaties in Nederland. Verder vinden de verklaringen van eiseres naar het oordeel van de rechtbank steun in een schriftelijke verklaring van Here to Support , een schriftelijke verklaring van [persoon1] en in de overlegde Whatsappgesprekken. 8.2. Gelet op wat in 8 en 8.1 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de gestelde seksuele gerichtheid van eiseres en de problemen als gevolg daarvan ongeloofwaardig zijn. De rechtbank ziet, gelet op de hiervoor weergegeven verklaringen van eiseres, geen mogelijke motivering voor de minister om de seksuele gerichtheid van eiseres en de problemen als gevolg daarvan niet aan te nemen. De rechtbank acht het asielmotief dan ook geloofwaardig. De beroepsgrond hierover slaagt. Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is gegrond, de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De minister zal een nieuw besluit op de aanvraag van eiseres moeten nemen. Daarbij moet de minister uitgaan van de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid en de problemen als gevolg daarvan. De minister moet een beoordeling maken van de zwaarwegendheid van dit asielmotief. 8.1. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De rechtbank stelt de kosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit van 5 februari 2026; - bepaalt dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit neemt op de aanvraag van eiseres; - veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J. Biswane, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2026. Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Vreemdelingenwet 2000