← alle zaken
Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2026:19096

Rechtbank Den Haag · 2026-07-06 · Eerste aanleg - enkelvoudig

Zaaknummer
NL26.25210 en NL26.25211
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
38.688 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Hij komt uit Egypte en stelt dat hij homoseksueel is. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen. Verweerder gelooft niet dat eiser homoseksueel is. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder eisers homoseksualiteit ten onrechte niet heeft geloofd. Daarom is het beroep gegrond.

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: NL26.25210 (beroep) en NL26.25211 (voorlopige voorziening) uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. A. Sarmatzada). Samenvatting 1. De rechtbank heeft de zaak van [eiser] , op zitting behandeld en een uitspraak geschreven. De rechtbank zal hieronder een samenvatting geven van de uitspraak. Die is bedoeld voor [eiser] . De rechtbank zal hem hierna eiser noemen. 1.1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Hij komt uit Egypte en stelt dat hij homoseksueel is. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen. Verweerder gelooft niet dat eiser homoseksueel is. Eiser is het hier niet mee eens en heeft daarvoor argumenten gegeven. Deze argumenten noemt de rechtbank de beroepsgronden. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder eisers homoseksualiteit ten onrechte niet heeft geloofd. Daarom is het beroep gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt. Verweerder moet meer onderzoek doen. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft. Procesverloop 2. Eiser is geboren op [datum] 1993 en heeft de Egyptische nationaliteit. Op 21 januari 2026 heeft eiser voor het eerst een asielaanvraag in Nederland ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft het daartegen ingestelde beroep bij uitspraak van 27 maart 2026 ongegrond verklaard. 2.1. Eiser heeft op 1 april 2026 opnieuw een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. 2.2. Verweerder heeft met het besluit van 27 april 2026 (het bestreden besluit) eisers aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. 2.3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Dit beroep ligt ter beoordeling voor. Ook heeft hij verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening. 2.4. De rechtbank heeft het verzoek samen met het verzoek om een voorlopige voorziening op 22 juni 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A.A. Fawzy. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eiser legt aan zijn opvolgende asielaanvraag het volgende ten grondslag. Hij vreest in Egypte vanwege zijn homoseksuele geaardheid. Eiser durfde eerder niet te verklaren dat hij homoseksueel is. Bovendien wist hij niet dat seksuele geaardheid een asielmotief kan zijn. Eiser heeft dat in detentie van anderen vernomen. Hij voert aan dat personen die homoseksuele handelingen verrichten strafbaar zijn in Egypte. Daarnaast wordt eiser vanwege zijn homoseksuele relaties bedreigd door de familie van de man met wie hij recent tijdens het hebben van seks is betrapt en zijn eigen familie en kennissen. Eiser stelt daarom dat hij bij terugkeer naar Egypte gevaar loopt. Wat staat er in het bestreden besluit? 4. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser als kennelijk ongegrond afgewezen en aan hem een terugkeerbesluit uitgevaardigd en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Volgens verweerder bevat het asielrelaas van eiser de volgende relevante asielmotieven: 1. Identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. Eisers seksuele geaardheid. 4.1. Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Verweerder acht de seksuele geaardheid van eiser niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten en zijn verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiser is geen vluchteling als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag en heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade. Is het voornemen op juiste wijze tot stand gekomen? 5. Eiser voert aan dat er een fout in het voornemen zit en mogelijk een programma is gebruikt bij de opstelling hiervan. Eiser stelt dit omdat verweerder in het voornemen de Dienst Terugkeer & Vertrek ten onrechte meerdere keren Dienst Terugkeer en Vervoer heeft genoemd. 5.1. Verweerder stelt zich op het standpunt dat geen gebruik is gemaakt van de hulp van een programma om het voornemen te schrijven. Verweerder merkt daarbij op dat er binnen de IND geen gebruik gemaakt wordt van dergelijke programma’s en dit ook niet is toegestaan. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het hier gaat om een kennelijke verschrijving die eenmaal gebruikt, consequent is volgehouden. Verweerder stelt dat deze kennelijke verschrijving geen invloed heeft op het oordeel van het voornemen. 5.2. De rechtbank begrijpt eisers beroepsgrond zo dat de totstandkoming van het bestreden besluit onvoldoende transparant en inzichtelijk is. De rechtbank is echter van oordeel dat dit standpunt van eiser onvoldoende onderbouwd is. De rechtbank volgt ook dat sprake is van een kennelijke verschrijving. Eiser verbindt hieraan niet de juiste conclusies. Er is geen reden om aan te nemen dat een ‘programma’ is gebruikt dat niet is toegestaan of waarover verweerder onvoldoende transparant is geweest. Dit argument kan daarom niet slagen. Is de gestelde geaardheid terecht ongeloofwaardig bevonden? 6. In de arresten Quotal en Ebilum heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) overwogen dat de terughoudende toets, zoals de Nederlandse rechter die nu in asielzaken verricht, niet verenigbaar is met het Europese recht. In lijn met deze rechtspraak toetst de rechtbank het besluit daarom nu vol. Heeft verweerder terecht vereist dat eiser inzicht moet geven in zijn innerlijke strijd dan wel (denk-)proces? 7. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte een interne worsteling verwacht bij eiser. Uit verweerders werkinstructie blijkt dat niet als uitgangspunt geldt dat iemand een interne worsteling doorgemaakt moet hebben alvorens de seksuele geaardheid voor zichzelf te hebben geaccepteerd. Aan eiser is een interne worsteling wel tegengeworpen, namelijk in verband met zijn religieuze opvoeding en levenswijze. In het bestreden besluit schrijft verweerder vervolgens dat van eiser mag worden verwacht dat hij zich verdiept in de religieuze context, maar dat is iets anders. 7.1. De rechtbank volgt eiser niet op dit punt. Dit wordt als volgt uitgelegd. 7.2. Verweerder heeft in het voornemen gesteld dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij als homoseksueel met een streng islamitische opvoeding een innerlijke strijd heeft beleefd. Door dit opgroeien, maar ook omdat hij de islam praktiseerde en zichzelf als moslim ziet, terwijl hij tegelijkertijd zijn (homoseksuele) leven wilde leiden, lag het in de rede dat hij zich had verdiept in de standpunten die de islam er hierover op nahoudt, aldus verweerder. Aanvullend in het bestreden besluit heeft verweerder overwogen dat volgens WI 2019/17 van een vreemdeling uit een land waar lhbti-gerichtheid niet wordt geaccepteerd en mogelijk strafbaar is, mag worden verwacht dat hij een denk- of ontdekkingsproces doorloopt over wat het betekent om anders te zijn dan wat de samenleving en wet verlangen, en hoe hij hiermee omgaat. Ten aanzien van de islamitische omgeving waarin eiser verkeerde stelt verweerder dat het niet zozeer gaat om een innerlijke strijd maar om een worsteling en om de verwachting dat eiser zich verdiept heeft in deze materie. 7.3. Gezien de besluitvorming begrijpt de rechtbank dat in het voornemen een innerlijke strijd is tegengeworpen aan eiser. Dit mag echter niet als uitsluitende grond worden gebruikt voor het ongeloofwaardig achten van de gestelde geaardheid. Ook als er geen innerlijke worsteling is geweest kan immers sprake zijn van homoseksuele geaardheid. Verweerder heeft dit in het voornemen echter niet als uitsluitende grond tegengeworpen. Daarbij komt dat verweerder dit punt verder heeft genuanceerd in het bestreden besluit. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat een proces van gedachtenontwikkeling en ontwikkeling van de homoseksuele identiteit, zoals een bewustwordings- en acceptatieproces, verwacht mag worden, juist indien in de cultuur waar een vreemdeling opgroeit homoseksualiteit niet geaccepteerd is. De rechtbank vindt niet dat verweerder een te hoge lat heeft gelegd door een dergelijk proces te verwachten. 7.4. Overigens betekent dit niet dat eiser onvoldoende blijk heeft gegeven van een proces als hiervoor omschreven. Hierop wordt hierna ingegaan. Heeft verweerder voldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiser bij het beslissen? 8. Eiser heeft op zitting een beroep gedaan op zijn referentiekader. Verweerder gaat er bij iemand met een hoger opleidingsniveau van uit dat die persoon beter kan praten over zijn gevoel. Dat iemand een bepaald opleidingsniveau heeft zegt echter niets over het vermogen om diepgaand of uitgebreid te kunnen verklaren over iemands gevoelens. Eiser benadrukt daarbij dat hij zijn homoseksualiteit lang verborgen heeft moeten houden omdat dit niet was toegestaan in Egypte. Dit verklaart ook waarom hij niet de vaardigheid heeft om hier uitgebreid over te verklaren. Het betekent niet dat je er beter over kan vertellen wanneer die gelegenheid zich voordoet, zoals verweerder lijkt te stellen, aldus eiser. 8.1. De rechtbank volgt eiser op dit punt. Dit wordt als volgt uitgelegd. 8.2. Verweerder heeft over eisers referentiekader het standpunt ingenomen dat eiser een alleenstaande man is van 33 jaar die basisonderwijs en voortgezet onderwijs heeft gevolgd en die sinds 2015 werkzaam was al vrachtwagenchauffeur. Hiermee miskent verweerder dat eiser niet alleenstaand is, maar gehuwd is met een vrouw en met haar drie kinderen heeft. Deze fout op zich betekent echter nog niet dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met eisers referentiekader. 8.3. In het besluit heeft verweerder aangegeven er rekening mee te houden dat eiser onderwijs heeft genoten. Dit heeft verweerder met name gedaan bij de beoordeling van de verklaringen over de verhouding van eiser tot de islam, over zijn homoseksuele gevoelens voor mannen, zijn gebrekkige algemene kennis van de situatie van homoseksuelen in Egypte en zijn homoseksuele relaties en contacten. Dat verweerder hier rekening mee houdt, acht de rechtbank op zich terecht. Verweerder verwacht in feite dat eiser vanwege zijn relatief hoge opleidingsniveau en werk als chauffeur beter kan verklaren. De rechtbank volgt hem daarin gedeeltelijk. Aannemelijk is dat een hogere of theoretische opleiding tot gevolg heeft dat iemand een breder vocabulaire heeft. Eiser moet door deze achtergrond ook beter in staat zijn om oorzaak-gevolg verbanden te leggen en om op rationale wijze en/of over bepaalde abstracte zaken te praten. Het betekent echter niet dat hij daardoor beter in staat is om over alle abstracte zaken, zoals gevoelens, te praten. Dit vereist meer, bijvoorbeeld dat eiser eerder over zijn gevoelens heeft gepraat of op zijn handelen en gedachtes heeft gereflecteerd. Zijn opleidingsniveau en werkachtergrond betekenen beide dus niet dat eiser beter over zijn gevoelens kan praten. Verweerder heeft de lat voor de verklaringen hiermee te hoog gelegd. 8.4. De omstandigheden dat eiser uit een islamitische cultuur komt en hij zijn geaardheid gedurende langere tijd geheim heeft moeten houden, heeft verweerder benoemd in het kader van zijn standpunt dat eisers verklaringen over zijn gedachtes en gevoelens onvoldoende inzichtelijk, gedetailleerd en diepgaand zijn. De rechtbank begrijpt verweerders stelling zo dat bovengenoemde omstandigheden ertoe zouden moeten leiden dat eiser met meer diepgang over zijn gevoel en gedachten kan praten. Juist binnen dat kader acht verweerder eisers verklaringen onvoldoende. De rechtbank begrijpt hieruit dat verweerder in feite stelt dat die omstandigheden maken dat eiser juist meer kan verklaren over zijn gevoel en gedachtes. De rechtbank volgt dit niet. Door op deze wijze eisers achtergrond mee te nemen, houdt verweerder er onvoldoende rekening mee dat eiser afkomstig is uit een cultuur waar het niet gebruikelijk is om over gevoelens en emoties te praten. Homoseksuele gevoelens zijn taboe, homoseksuele gedragingen kunnen strafbaar zijn en over het algemeen wordt meer machogedrag verwacht. Gezien deze culturele achtergrond ligt het voor de hand dat eiser juist minder goed is in het verklaren over zijn gevoelens en gedachtes. De langdurige geheimhouding volgt uit deze culturele achtergrond. De rechtbank volgt niet dat deze geheimhouding er per definitie toe zou leiden dat van eiser verwacht kan worden dat hij meer heeft gereflecteerd op of nagedacht over zijn geaardheid. Door te concluderen dat eiser door zijn culturele achtergrond en de langdurige geheimhouding juist meer kan verklaren, heeft verweerder dus de lat voor eiser te hoog gelegd. De omstandigheid dat, zoals in 8.3 is overwogen, een proces van ontwikkeling van eisers gedachten of zijn identiteit verwacht mag worden juist indien in de cultuur waar een vreemdeling opgroeit homoseksualiteit niet geaccepteerd is, betekent niet dat hoge eisen mogen worden gesteld aan de verklaringen over dat proces. 8.5. Het voorgaande betekent dat verweerder onvoldoende rekening gehouden heeft met eisers referentiekader. Wat dit concreet betekent in deze zaak wordt hierna besproken. Heeft verweerder de door eiser overgelegde foto’s voldoende bij de besluitvorming betrokken? 9. Eiser heeft in beroep twee foto’s overgelegd die zijn geaardheid zouden ondersteunen. Op de foto’s is eiser te zien met een andere man. Eiser heeft toegelicht dat de andere man de heer [naam 1] is en dat hij de foto’s van hem heeft gekregen. Eiser voert aan dat hij drie jaar lang een knipperlichtrelatie heeft gehad met deze man. De heer [naam 1] is er niet eenvoudig mee akkoord gegaan dat eiser deze foto’s zou inbrengen, maar hij heeft er uiteindelijk toch mee ingestemd omdat hij zelf niet herkenbaar erop staat. Eiser voert aan dat de foto’s authentiek zijn, omdat eiser al maanden in detentie zit in Nederland en in die periode geen mogelijkheid heeft gehad om dergelijke foto’s te maken. Ter zitting heeft eiser toegelicht dat de foto’s zijn genomen in een gehuurde studio. 9.1. Verweerder heeft zich op de zitting op het standpunt gesteld dat de door eiser overgelegde foto’s niet leiden tot een ander standpunt. Verweerder vindt het bevreemdend dat deze foto’s zijn ingebracht, aangezien eiser heeft verklaard dat hij alleen seksuele contacten heeft gehad en geen relaties. Met deze foto’s verklaart eiser dat er met de heer [naam 1] sprake was van een relatie. Verweerder stelt zich op het standpunt dat op de foto’s niet te zien is of de andere man daadwerkelijk de heer [naam 1] is of dat sprake is van een seksuele relatie. Verweerder stelt zich verder op het standpunt dat deze foto’s eisers verklaringen over zijn geaardheid niet kunnen compenseren. 9.2. De rechtbank volgt dat de foto’s eisers gestelde geaardheid ondersteunen. Dit wordt als volgt uitgelegd. 9.3. Verweerder heeft zich terecht, ook rekening houdend met de nadien ingebrachte foto’s, op het standpunt gesteld dat eiser zijn verklaringen niet heeft onderbouwd met originele en objectieve documenten die zijn seksuele gerichtheid volledig onderbouwen. De ingebrachte foto’s merkt de rechtbank niet als zulke stukken aan, alleen al omdat ze digitaal zijn. Dit betekent echter niet dat verweerder geen waarde mag hechten aan de foto’s. In dit verband is van belang wat zichtbaar is op de foto’s. Eiser is op één foto te zien met ontbloot bovenlijf, terwijl een andere, op zijn boxershort na naakte man tegen hem aan ligt. Op die foto is de andere persoon verder niet goed zichtbaar. De foto is verder kennelijk bewerkt met een app waardoor een cartoonesk achtig hoofd van een piraat zichtbaar is. De andere foto laat opnieuw eiser zien met ontbloot bovenlijf met een andere man, maar nu is het achterhoofd van de andere man zichtbaar. Die man laat zijn hand gedeeltelijk op eisers borst liggen. Deze foto is ook bewerkt met een app wat blijkt uit twee blauwe harten. Beide foto’s zijn binnen genomen in mogelijk dezelfde kamer. Dit stemt overeen met de verklaring van eiser ter zitting over de plaats waar de foto’s zijn genomen. 9.4. Hoewel met deze foto’s niet rechtstreeks een seksuele verhouding wordt aangetoond, getuigt de setting en uitstraling van de foto’s voor de rechtbank wel van een verdergaande intimiteit tussen de twee mannen op de elke foto. De rechtbank acht verder gezien de beelden op de foto’s het verhaal van eiser over de wijze waarop hij deze foto’s heeft verkregen, geloofwaardig. De rechtbank volgt eisers standpunt ter zitting dat hij geen mogelijkheid heeft gehad om deze foto’s ten behoeve van deze procedure te fabriceren. Aangezien eiser sinds zijn aankomst in Nederland in bewaring is gebleven, gaat de rechtbank er van uit dat deze foto’s zijn genomen vóór zijn aankomst in Nederland. Daarbij speelt ook mee dat eiser in eerste instantie zijn homoseksualiteit niet als asielmotief naar voren heeft gebracht (zie ook hierna bij 10 en verder). De rechtbank gaat er daarom van uit dat ze zijn genomen in Egypte. De rechtbank acht de twee overgelegde foto’s dan ook ondersteunend voor de verklaringen van eiser dat hij intiem is geweest met mannen. En dus ondersteunen zij zijn gestelde geaardheid. Verweerder dient hier rekening mee te houden dan wel beter uit te zoeken en/of uit te leggen waarom geen of verminderde waarde aan de foto’s kan worden gehecht. Verweerders stelling dat enkel moet worden uitgegaan van eisers verklaringen en dat die onvoldoende zijn geacht, doet in ieder geval naar de huidige stand van zaken onvoldoende recht aan de foto’s. Dat eiser bij het gehoor opvolgende aanvraag heeft verklaard geen relatie te hebben met een man, betekent ook niet dat geen waarde kan worden gehecht aan de foto’s. Het begrip relatie is voor meerderlei uitleg vatbaar. 9.5. Het voorgaande betekent dat verweerder bij zijn standpunt over eisers geaardheid in onvoldoende mate rekening heeft gehouden met de foto’s. Heeft verweerder terecht tegengeworpen dat hij tegenstrijdig aan zijn eerste asielaanvraag heeft verklaard en vaag heeft verklaard over de reden waarom hij zijn gestelde geaardheid niet eerder heeft aangevoerd? 10. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte heeft tegengeworpen dat hij niet direct heeft verklaard over zijn geaardheid. Hij heeft uitgelegd waarom hij dit heeft gedaan. Hij durfde niet over zijn geaardheid te spreken want het is een gevoelige en persoonlijke kwestie. Hij durft hier zeker niet over te verklaren tegen mensen die hij niet vertrouwt. In WI 2019/17 is ook opgenomen dat hem dit niet mag worden tegengeworpen. Verder was eiser niet op de hoogte dat homoseksuele geaardheid een asielmotief kan zijn. Dit heeft hij geleerd tijdens zijn detentie. Ter zitting heeft eiser uitgelegd dat hij in detentie regelmatig mensen zag vertrekken en niet terugkomen; wanneer hij dan aan anderen vroeg waarom deze personen weggingen, werd hem verteld dat zij een lhbti-asielgrond hadden ingediend. 10.1. De rechtbank volgt op dit punt eiser. Dit wordt als volgt uitgelegd. 10.2. Het is juist dat eiser bij zijn eerdere asielaanvraag andere redenen voor zijn komst naar Nederland heeft opgegeven dan nu het geval is. Eiser kwam met een toeristenvisum naar Nederland. Bij het aanmeldgehoor verklaarde hij dat hij geen asiel wilde maar liever zo snel mogelijk terug wilde naar Egypte. Hij kwam naar eigen zeggen alleen naar Nederland om na terugkeer in Egypte meer kans te maken op een visum voor de Verenigde Staten (VS) om daar te gaan werken. Omdat hij is geweigerd aan de grens van Nederland zou dat volgens eiser negatieve gevolgen hebben voor zijn toelating in de VS. Het medisch advies dat bij die procedure is afgegeven vermeldt dat eiser psychische klachten heeft en kwetsbaar is. Eiser benoemt vervolgens bij het nader gehoor dat hij wilde werken in de VS om in Egypte aangegane leningen af te lossen en dat hij vreest voor represailles en mogelijke gevangenisstraf omdat hij die leningen nu niet kan aflossen. Volgens verweerder heeft eiser nadien bij de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) nog verklaard dat hij gedwongen werd asiel aan te vragen en hij was gekomen om voor zijn familie te zorgen. De rechtbank stelt vast dat eiser inderdaad daarmee andere verklaringen voor zijn vertrek heeft opgegeven dan nu. De bij de eerdere asielaanvraag afgelegde verklaringen over eisers redenen om naar Nederland te komen, zijn echter vreemd en wisselend. De indruk werd gewekt dat eiser geen duidelijke reden kon geven waarom hij naar Nederland was gekomen. Verder komen de in de eerdere procedure benoemde leningen terug in eisers asielrelaas in deze procedure. 10.3. Eisers achtergrond, waarbij eisers relaas erop wijst dat hij jarenlang zijn geaardheid heeft geheimgehouden, in combinatie met eisers referentiekader, wijzen er naar het oordeel van de rechtbank verder op dat eiser niet snel over zijn geaardheid zal verklaren. Eisers consequente verklaringen dat hij angst had om over zijn geaardheid te beginnen, ondersteunen dit ook. Deze verklaringen zijn, anders dan verweerder heeft gesteld, niet vaag maar juist goed te volgen. De verklaring van eiser ter zitting, te weten dat hij ook in detentie niet over zijn eigen geaardheid gesproken heeft, onderstreept zijn angst om erover te praten. Dat verweerder en de DT&V tijdens gehoren herhaaldelijk hebben aangegeven dat de gesprekken vertrouwelijk zijn en hebben gezegd dat eiser geen informatie mocht achterhouden, betekent niet dat eiser bij die eerdere gehoren al over zijn geaardheid had moeten verklaren. Aannemelijk is dat zijn angst daarmee niet was weggenomen. 10.4. Eiser heeft consequent verklaard dat hij niet wist dat zijn geaardheid een asielgrond kan zijn. Dit stemt overeen met de door verweerder geconstateerde beperkte kennis bij eiser over zijn geaardheid in Egypte. De rechtbank volgt daarom de verklaring van eiser dat hij niet wist dat geaardheid een asielmotief kan zijn. De verklaring van eiser ter zitting over de wijze waarop hij erachter kwam dat homoseksuele geaardheid een asielmotief kan zijn, komt authentiek over. Verweerders stelling dat eiser hier alleen achter heeft kunnen komen door in detentie zijn geaardheid te openbaren en dat niet aannemelijk is dat hij dat werkelijk heeft gedaan omdat hij stelt bang te zijn, is niet juist. 10.5. De rechtbank begrijpt dat het feit dat een vreemdeling niet direct verklaart over een asielmotief, kan afdoen aan de geloofwaardigheid van het relaas. In deze situatie echter is navolgbaar dat eiser enige tijd nodig heeft gehad om zijn asielmotief op tafel te leggen. Dat eiser zijn homoseksuele gerichtheid niet eerder heeft aangevoerd en eerst andere redenen voor zijn komst naar Nederland heeft, beïnvloedt daarom de geloofwaardigheid van zijn verklaringen in deze zaak slechts in beperkte mate. Verweerder heeft hem dit ten onrechte in belangrijke mate tegengeworpen. Wat betekent het voorgaande concreet voor de geloofwaardigheidsbeoordeling in deze zaak? 11. Uit het voorgaande volgt dat dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader en met de foto’s, als ook dat verweerder te veel waarde heeft gehecht aan het feit dat eiser eerst niets heeft verklaard over zijn gestelde geaardheid. Gezien het toetsingskader dat volgt uit de arresten Quotal en Ebilum, heeft de rechtbank de bevoegdheid om een bindende uitspraak te doen over de geloofwaardigheid van eisers gestelde geaardheid. De rechtbank maakt in deze zaak echter geen gebruik van de bevoegdheid. Dit wordt als volgt toegelicht. 11.1. Dat, zoals verweerder stelde, eiser vaag en summier heeft verklaard over zijn gevoelens voor mannen, houdt geen stand. De rechtbank wijst naar het referentiekader van eiser, dat hiervoor een verklaring biedt. Eisers persoonlijke ervaringen hebben blijkbaar vooral bestaan uit seksuele behoeftes en -relaties, hetgeen verklaart dat hij – zoals verweerder stelt – met name fysieke en seksuele aspecten benoemt en weinig inzicht in gevoelens en gedachtes geeft. De rechtbank stelt daarnaast vast dat eiser over zijn gevoelens in zijn jeugd verklaringen heeft afgelegd die authentiek, samenhangend en consistent zijn. Zo spreekt hij meerdere keren over dat hij tussen zijn 12e en 18e jaar voelde dat hij seks wilde met een man maar hij niet wist wat hij kon doen, waardoor hij het gevoel had dat hij zou ontploffen. Verder heeft eiser de volgende gedetailleerde verklaringen afgelegd over zijn behoeftes: “Ik voelde dat dit voor mij echt voldoening zou geven. Zelfs als ik masturbeerde dacht ik aan mannen. Dat was voor mij echt lust.” “Een gevoel. Dat kan ik niet verklaren. Vrouwen interesseren mij niet. Alleen mannen. Ik probeerde met mannen uit te gaan en ze te trakteren dat we samen uitgingen om dichter bij ze te komen. Dat we vrienden zouden worden en seksuele gemeenschap zouden hebben. Dat is erg moeilijk in het land waar ik vandaan kom.” “Na de leeftijd van 18 heb ik geprobeerd om een normaal persoon te zijn. Dat lukte mij niet. Want mijn seksuele gerichtheid ging meer naar mannen. Ik heb toen geprobeerd meerdere relaties met mannen te hebben.” 11.2. Verweerder heeft ten onrechte tegengeworpen dat eiser oppervlakkig heeft verklaard over zijn relatie met [naam 2] . De rechtbank wijst op het referentiekader van eiser, dat hiervoor een verklaring biedt. De rechtbank wijst er ook op dat eiser en [naam 2] , naar zeggen van eiser, alleen een seksuele relatie hadden en dat eiser zich niet aangetrokken voelde tot hem maar dat hij ‘voor handen’ was. Verweerder mag niet verwachten dat eiser in retrospectief verklaart over gevoelens voor [naam 2] die hij nooit heeft gehad. Eiser verklaarde bovendien dat hij al voor hun seksuele contact veel deed met [naam 2] , dat hij het gevoel had dat [naam 2] zich aangetrokken voelde tot hem en dat hij zich na de eerste keer seks gelukkig voelde en ‘psychisch comfortabel’, maar dat zijn moeder hen toen betrapte waarna hij gewond raakte en bang was geworden. Dit zijn consequente en gedetailleerde verklaringen die gedeeltelijk betrekking hebben op emoties. De rechtbank is van oordeel dat eiser eveneens consequent en voldoende gedetailleerd heeft verklaard over zijn eerste seksuele ervaring, namelijk met [naam 2] , de betrapping direct erna door zijn moeder en de gevolgen daarvan. Eiser heeft verklaard dat zijn moeder na de betrapping hem heeft mishandeld aan zijn oog op een wijze dat hij naar het ziekenhuis moest, dat zijn moeder hem vanaf dat moment in de gaten heeft gehouden en zij hem daarna vervroegd, namelijk vóór zijn oudere broer, heeft gedwongen te trouwen. De rechtbank vindt het overigens opvallend dat eiser direct bij de eerste keer seks is betrapt. Desondanks heeft eiser hier telkens op een vergelijkbare manier over verklaard, waardoor dit voor de rechtbank te volgen is. 11.3. Verweerder werpt ten onrechte tegen dat eiser oppervlakkig verklaarde over zijn gestelde 50 andere homoseksuele contacten. De rechtbank kan dit gedeeltelijk volgen. Eiser had hier meer over kunnen vertellen, maar verweerder heeft er ook niet veel over gevraagd. Alleen op één moment bij het gehoor opvolgende aanvraag heeft verweerder hier enkele vragen over gesteld. Eiser heeft toen uitgelegd dat hij in contact kwam met mannen tijdens zijn werk als chauffeur en dat hij kennis maakte, hoe hij het contact uitdiepte, dat hij op een gegeven moment degene uitnodigde en het mogelijk tot seks kwam. Ook is relevant dat eiser heeft aangegeven dat het voor hem vooral om de seks ging, zodat ook hier verweerder niet kan verwachten dat eiser in retrospectief verklaart over gevoelens die hij nooit heeft gehad. Verweerder heeft benoemd dat niet aannemelijk is dat eiser spontaan ongeveer 50 mannen heeft ontmoet met wie hij seks heeft gehad terwijl in de maatschappij een taboe rust op homoseksualiteit en sprake is van strafbaarstelling van homoseksuele handelingen. Verweerder heeft dit echter niet onderbouwd. Het is zeer wel mogelijk dat er een alternatief ‘circuit’ is in Egypte waar mannen op geheime wijze uiting geven aan hun homoseksuele geaardheid. Eisers verklaringen over hoe deze mannen heeft ontmoet, wijzen er ook niet op dat hij ‘spontaan’ mannen ontmoette en direct seks had. 11.4. Verweerder werpt terecht tegen dat eiser geen blijk geeft van gedachtes over zijn geaardheid in verhouding tot de islam. Dit kan in enige mate wel worden verklaard vanuit zijn referentiekader, maar enige gedachten in dit verband vallen wel te verwachten. Eiser heeft wel meerdere keren verklaard dat het moeilijk is in Egypte om te leven met zijn geaardheid en dat hij het moeilijk vond om gedwongen te worden om te trouwen. Daarmee geeft eiser wel blijk over gevoelens over zijn geaardheid in verhouding tot de normen in de samenleving. In eisers verklaringen valt verder een proces over de ontwikkeling van zijn geaardheid te onderkennen. Zo verklaarde hij over de betrapping door zijn moeder (in 2011), dat hij door haar druk terughoudender werd in zijn seksuele contacten en dat hij na zijn huwelijk (in 2015) en nog meer na het overlijden van zijn moeder (in 2022) actiever durfde te zijn. De rechtbank interpreteert dit alles zo dat eiser intern worstelde met zijn geaardheid in verhouding tot zijn directe omgeving. Eiser hield er een dubbelleven op na, waarbij hij zijn gezin, familie, homoseksuele relaties en zichzelf tevreden probeerde te houden. Hij wilde enerzijds zijn seksuele geaardheid uiten en anderzijds het leven leiden wat door zijn naaste omgeving van hem verwacht werd. 11.5. De rechtbank oordeelt verder, ook gezien het voorgaande, dat verweerder niet mag tegenwerpen dat eiser geen algemene kennis heeft van de situatie van homoseksuelen in Egypte. Zoals eiser heeft verklaard heeft hij enkel seksuele contacten gehad met mannen en wist hij dat zijn geaardheid moeilijk lag in zijn directe omgeving en de samenleving. Eiser heeft zijn leven in Egypte hierop vormgegeven. Het gaat eiser niet zozeer om het op openbare wijze uitdragen van zijn homoseksualiteit. Niet blijkt uit zijn verklaringen dat hij op zoek was naar romantische relaties of verdieping zocht binnen de lhbti-gemeenschap. Het was voor eiser niet nodig kennis te hebben van de lhbti-gemeenschap omdat hij, op zijn manier, zijn seksuele geaardheid kon uiten. Anders dan verweerder heeft tegengeworpen, heeft eiser niet slechts gesteld dat hij geen tijd had om zich hierin te verdiepen; hij heeft met name verklaard dat hij bang was. 11.6. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte tegengeworpen dat eiser tegenstrijdig verklaarde over wanneer en hoe zijn vader en de familie met wie eiser werkte, achter zijn homoseksualiteit kwam. Eiser heeft juist uitgelegd dat hij werd betrapt toen hij op zijn werk seks had met één van de leden van die familie, te weten [naam 1] , en dat die familie het nadien aan zijn vader heeft verteld toen zijn vader bij de familie langs ging om kapitaal dat eiser in het bedrijf had geïnvesteerd terug te halen. Aangezien eiser naar eigen zeggen regelmatig seks had met mannen, is het niet verwonderlijk dat hij op een gegeven moment is betrapt. De rechtbank begrijpt dat eiser toen is gevlucht en naar Nederland is gekomen. 11.7. Als laatste tegenwerpingen resteren dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over zijn laatste woonplaats voor zijn vertrek en dat eiser tegenstrijdig en weinig plausibel verklaard heeft over de mogelijke telefonische bedreigingen. Over de laatstgenoemde tegenwerping heeft verweerder gesteld dat onlogisch is dat eiser zijn telefoon niet heeft aangezet om de gestelde bedreigingen te tonen ter ondersteuning van zijn relaas. De rechtbank kan dit op zich volgen, maar uit de verklaringen van eiser blijkt dat het om bedreigingen gaat die zijn binnengekomen op een telefoon van een medewerker van DJI . Het is volgens eisers verklaringen niet zeker dat ook bedreigingen zijn binnengekomen op eisers eigen telefoon. Dat eiser dit niet verder onderbouwt of uitzoekt, komt voor eisers rekening, maar dat hij dit niet doet betekent niet dat verweerder dat kan tegenwerpen als argument dat het relaas ongeloofwaardig is. Voor wat betreft de eerstgenoemde tegenwerping is relevant dat eiser bij het aanmeldgehoor in de vorige procedure niet vertelde dat hij was ondergedoken en zelf naar het vliegveld is gereisd, zoals bij het gehoor opvolgende aanvraag, maar dat hij thuis woonde en door zijn broer naar het vliegveld was gebracht. Dit raakt echter niet de kern van het asielrelaas. De verklaringen van eiser over het onderduiken tijdens het gehoor opvolgende aanvraag zijn verder gedetailleerd. 11.8. Gezien het voorgaande heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat eisers geaardheid ongeloofwaardig is. De tegenwerpingen vervallen uiteindelijk allemaal geheel of gedeeltelijk, gedeeltelijk omdat verweerder onvoldoende rekening hield met eisers referentiekader. Er zijn een aantal gedetailleerde relevante verklaringen afgelegd. Er valt wel degelijk een proces te onderkennen in de ontwikkeling van eisers gestelde identiteit. De ingebrachte foto’s ondersteunen in belangrijke mate zijn gestelde geaardheid. Verweerder heeft verder te veel waarde gehecht aan het niet eerder benoemen van dit asielmotief en het ontbreken van verklaringen over diepgaande gedachtes en gevoelens. 11.9. Toch zal de rechtbank in deze zaak geen bindende uitspraak doen over de geloofwaardigheid van eisers geaardheid. De rechtbank is namelijk onvoldoende overtuigd van de gestelde geaardheid. De rechtbank vindt dat nader onderzoek moet plaatsvinden. Er is namelijk onvoldoende duidelijk geworden over de wijze waarop eiser zijn gestelde levenswijze uitoefende. Verweerder heeft eiser niet of nauwelijks bevraagd over de wijze van de uiting van de geaardheid, te weten de substantiële seksuele contacten met mannen terwijl dit in de Egyptische maatschappij niet is geaccepteerd en eiser gehuwd was. Daarbij dient verweerder, gezien eisers referentiekader, met name uitleg over de praktische en organisatorische kant daarvan te krijgen. Ook heeft verweerder eiser niet bevraagd hoe het mentaal maar ook praktisch voor hem was om getrouwd te zijn en drie kinderen te krijgen. Eiser heeft in dit verband zoals gezegd slechts verklaard dat het moeilijk was om te moeten trouwen, maar daarop is niet doorgevraagd en verder zijn geen vragen gesteld over zijn relatie met zijn vrouw en kinderen. Anders dan dat zij eerst niet op de hoogte was van zijn activiteiten, is niet duidelijk geworden. Ten slotte valt uit het dossier op dat de man met wie eiser zou zijn betrapt enkele maanden vóór zijn vertrek, mogelijk dezelfde is als degene die hij noemt in verband met de ingebrachte foto’s. Ze lijken in ieder geval dezelfde achternaam te hebben. Ook hierover moet meer duidelijkheid komen. Ten slotte dient verweerder gelegenheid te krijgen om, als gewenst, een nader standpunt in te nemen over de foto’s in verhouding tot de verklaringen. Conclusie en gevolgen 12. Gezien het voorgaande oordeelt de rechtbank dat verweerder nader onderzoek moet doen naar het asielmotief van eiser. Daarbij moet verweerder de overwegingen in deze uitspraak als uitgangspunt houden. 13. Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is gegrond. Dit betekent dat eiser gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. 14. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. Verweerder dient daarbij de geloofwaardigheid opnieuw te beoordelen. De rechtbank geeft verweerder, in het kader van de wens zo snel mogelijk dit geschil te beëindigen, mee dat hij in het nieuwe besluit ook een subsidiair standpunt over de zwaarwegendheid kan innemen indien hij opnieuw tot de conclusie komt dat de geaardheid van eiser niet geloofwaardig is. Hiervoor geeft de rechtbank verweerder acht weken. 15. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.802,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van een verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-. De voorzieningenrechter: - wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af; - veroordeelt verweerder tot een betaling van € 934,- aan verzoeker. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.N. van Rijn, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.M.T. Zoon, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. ECLI:NL:RBNHO:2026:3838. Daarmee voldoet eiser niet aan de voorwaarden als genoemd in artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Arresten van het Hof van 4 juni 2026, C198/25 en C-440/25. Werkinstructie (WI) 2019/17 Horen en beslissen in zaken waarin lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd. Vergelijk ECLI:NL:RVS:2017:2563. Vergelijk ECLI:NL:RVS:2015:1630. Nader gehoor, pagina’s 12 en 13. Gehoor opvolgende aanvraag, pagina 8 en 13. Gehoor opvolgende aanvraag, pagina 6. Gehoor opvolgende aanvraag, pagina’s 6 en 7. Gehoor opvolgende aanvraag, pagina 7. Gehoor opvolgende aanvraag, pagina’s 9 en 14. Gehoor opvolgende aanvraag, pagina 13. Gehoor opvolgende aanvraag, pagina’s 6, 7, 8, 9, 10, 11, 14 en 15. Gehoor opvolgende aanvraag, pagina 13. Gehoor opvolgende aanvraag, pagina’s 5 en 11. Gehoor opvolgende aanvraag, pagina 6 en 7, respectievelijk 15. Gehoor opvolgende aanvraag, pagina 6, 10. Dienst Justitiële Inrichtingen. Gehoor opvolgende aanvraag, pagina’s 16 en 17. Gehoor opvolgende aanvraag, pagina 12.