ECLI:NL:RBDHA:2026:18483
Rechtbank Den Haag · 2026-07-03 · Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Asiel Colombia, de rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat de Colombiaanse autoriteiten in het algemeen doeltreffende bescherming bieden tegen vervolging of ernstige schade, de informatie uit het ambtsbericht wijst erop dat opvolging van aangiften in Colombia minimaal is, daarbij dient hij deugdelijk te motiveren waarom eiser in zijn specifieke situatie bescherming kan verkrijgen tegen de problemen met ELN. De rechtbank acht het aannemelijk dat dit voor eiser gevaarlijk dan wel bij voorbaat zinloos zal zijn, gelet op zijn toegedichte homoseksualiteit en Afro-Colombiaanse etniciteit, beroep gegrond.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummer: NL25.19222 V-nummer: [V-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , geboren op [geboortedag] 1999, van Colombiaanse nationaliteit, eiser (gemachtigde: mr. F.J.E. Hogewind), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. M. Berkelmans). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. 1.1. De minister heeft met het bestreden besluit van 3 april 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond. Daarbij heeft de minister een terugkeerbesluit uitgevaardigd met een vertrektermijn van vier weken. 1.2. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 2 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde, [persoon] , de zus van eiser, R.A. Caicedo Larrea als tolk in de taal Spaans en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt of de minister de asielaanvraag van eiser terecht heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. 3. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Asielrelaas 4. Eiser heeft het volgende relaas aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eiser heeft verklaard dat zijn moeder in 1978 ontheemd is geraakt door de gewapende groepering ELN . Dit wilde ze op een legale manier kenbaar maken door aanmoediging van haar eerste echtgenoot. Deze echtgenoot is in 1993 vermoord. Eiser heeft verklaard dat hij in 2009 is verkracht door iemand die het huis van zijn moeder binnenviel. Dit was volgens eiser een waarschuwingsboodschap voor zijn moeder. In 2009 is eiser door een onbekend persoon aangevallen met een mes. In 2014 is een klasgenoot in eisers zicht aangevallen met een mes toen eiser de school uitliep. De klasgenoot zei dat de dader eiser zocht. Ook is eisers broer in 2017 aangevallen door de ex-echtgenoot van zijn nicht, die volgens eiser banden heeft met de groepen ELN en/of FARC . Eisers broer gaf aan dat de dader op zoek was naar eiser. Ergens tussen 2018 en 2020 nam eiser deel aan een nationale staking. Hierbij heeft iemand zich voorgesteld als lid van ELN en heeft eiser bedreigd. Eiser is hierop bij zijn tante gaan wonen. Eiser is vervolgens in 2022 vertrokken uit Colombia met het idee om te gaan studeren in Spanje. Eisers moeder heeft zich intussen geregistreerd bij de Unidad para las Victimás om erkend te worden als ontheemde en als Afro-Colombiaanse. Volgens eiser verergerden de problemen hierdoor. Het huis van de moeder van eiser is aangevallen in 2023 door een crimineel, omdat het zicht van het huis hem niet aanstond. Eisers moeder zegt dat deze aanval ook verband houdt met haar eerdere problemen. Eiser is via zijn moeder bedreigd met mogelijke rekrutering door ELN. Eiser is zelf nooit benaderd, maar vreest dat dit bij terugkeer kan gebeuren. Verder heeft eiser discriminatie ondervonden in Colombia vanwege zijn Afro-Colombiaanse etniciteit en omdat mensen denken dat eiser homoseksueel is. Besluitvorming 5. Volgens de minister bestaat het asielrelaas uit de volgende asielmotieven: 1. Identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. Problemen met ELN vanwege de ontheemding van eisers moeder in 1978; 3. Discriminatie wegens Afro-Colombiaanse afkomst; 4. Discriminatie wegens toegedichte seksuele gerichtheid. 5.1. De minister heeft alle asielmotieven geloofwaardig geacht. Volgens de minister leidt dit echter niet tot een gegronde vrees voor vervolging. De discriminatie die eiser vanwege zijn Afro-Colombiaanse afkomst en toegedichte seksuele gerichtheid heeft ervaren is niet zo ernstig dat dit wordt gezien als vervolging zoals bedoeld in de zin van het Vluchtelingenverdrag . Niet is gebleken dat eiser bij terugkeer onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied in Colombia kan functioneren. 5.2. Volgens de minister loopt eiser bij terugkeer ook geen reëel risico op ernstige schade. De minister neemt voor Colombia een relatief lagere mate van willekeurig geweld aan. Eiser heeft echter geen individuele omstandigheden aangedragen waaruit blijkt dat in zijn geval sprake is van een dergelijk risico. Verder mag van eiser worden verwacht dat hij voor zijn problemen met ELN de bescherming inroept van de autoriteiten. De minister neemt aan dat het voor een Colombiaanse vreemdeling in het algemeen mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit in zijn geval niet mogelijk is, nu hij zelf geen aangifte heeft gedaan van de incidenten die hem persoonlijk zijn overkomen. Is bescherming door de Colombiaanse autoriteiten mogelijk? 6. De rechtbank merkt vooraf op dat tussen partijen onduidelijkheid leek te bestaan over de vraag of de minister de problemen van eiser zwaarwegend genoeg acht. Eiser is hier in zijn beroepsgronden mede op ingegaan. De rechtbank stelt echter vast dat de minister in het voornemen heeft geconcludeerd dat eiser zijn vrees aannemelijk heeft gemaakt. De minister heeft ter zitting bevestigd dat de zwaarwegendheid van de door eiser gestelde problemen wordt aangenomen. Het geschil spitst zich daarom toe op de vraag of de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser voor bescherming tegen deze problemen een beroep kan doen op de Colombiaanse autoriteiten. Standpunt eiser 7. Eiser stelt zich op het standpunt dat bescherming niet mogelijk is door de Colombiaanse autoriteiten. Eiser wijst op het Algemeen Ambtsbericht Colombia van juni 2024 waaruit volgt dat aangiftes niet worden opgevolgd door onderbezetting bij de Fiscalia en de politie en dat de mate van straffeloosheid hoog blijft door een ineffectief strafrechtsysteem en corruptie. Ook benoemt het ambtsbericht dat de Nationale Beschermingseenheid (UNP) kampt met een structureel tekort aan middelen en hoofdzakelijk hooggeplaatste politici beschermt. Voor gewone burgers duren de procedures maanden of jaren en beperkt de bescherming zich tot een ineffectief kogelvrij vest of een paniekknop. Daarbij stelt eiser dat de mogelijkheden tot bescherming bezien moeten worden in het licht van zijn geloofwaardig geachte problemen en wijst hij op het feit dat ELN tot de vijf machtigste illegale gewapende organisaties in Colombia behoort. Standpunt minister 8. De minister stelt dat de Colombiaanse overheid in het algemeen bescherming kan bieden tegen vervolging of ernstige schade. Uit het meest recente ambtsbericht blijkt immers dat men zich bij bedreigingen kan wenden tot de Colombiaanse autoriteiten voor aangifte en bescherming. Dit wordt volgens de minister ondersteund door overgelegde aangiften van de familieleden van eiser en het oppakken van een verdachte na de inbraak bij de moeder van eiser in 2023. Bovendien blijkt uit recente landeninformatie van het EUAA dat met name de eenheid GAULA optreedt in afpersingszaken. GAULA is te bereiken via een gratis telefoonlijn en wordt algemeen erkend vanwege zijn effectiviteit. Daarmee staat de weg om aangifte te doen volgens de minister open voor eiser, en kan dit volgens landeninformatie daadwerkelijk tot resultaat leiden. Juridisch kader 9. Op grond van artikel 7 van de Kwalicatierichtlijn dient bescherming tegen vervolging of ernstige schade doeltreffend en van niet-tijdelijke aard te zijn. In het algemeen wordt dergelijke bescherming geboden wanneer de actoren van bescherming redelijke maatregelen tot voorkoming van vervolging of het lijden van ernstige schade treffen, onder andere door de instelling van een doeltreffend juridisch systeem voor de opsporing, gerechtelijke vervolging en bestraffing van handelingen die vervolging of ernstige schade vormen, en wanneer de verzoeker toegang tot een dergelijke bescherming heeft. 9.1. Uit jurisprudentie van de Afdeling volgt dat bij de vraag of iemand de bescherming van de autoriteiten kan inroepen, eerst wordt onderzocht of in het desbetreffende land in het algemeen bescherming wordt geboden. Daarbij wordt informatie over de algemene situatie in een land van herkomst, in het bijzonder uit ambtsberichten van de minister van Buitenlandse Zaken en rapporten van internationale organisaties, betrokken. Eerst nadat die vraag bevestigend is beantwoord kan de vraag aan de orde komen of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat het vragen van bescherming voor hem gevaarlijk dan wel bij voorbaat zinloos moet worden geacht. Indien dat laatste niet aannemelijk is gemaakt, kan slechts het tevergeefs inroepen van de bescherming van de autoriteiten leiden tot de conclusie dat aannemelijk is gemaakt dat die autoriteiten niet bereid of in staat zijn bescherming te bieden. Oordeel van de rechtbank 10. De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat de Colombiaanse autoriteiten in het algemeen doeltreffende bescherming bieden tegen vervolging of ernstige schade. De minister heeft er op gewezen dat uit het ambtsbericht blijkt dat het doen van aangifte mogelijk is in Colombia, maar heeft onvoldoende gemotiveerd dat aangiften in zijn algemeen ook worden opgevolgd door de autoriteiten. De rechtbank volgt de minister niet in zijn verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 13 februari 2026. In die zaak was sprake van een vrees voor afpersing en overwoog de rechtbank dat de vreemdeling zich voor bescherming tot GAULA kon wenden. Nu eiser in onderhavige zaak niet vreest voor afpersing, valt zonder nadere motivering niet in te zien waarom ook hij een beroep zou kunnen doen op de bescherming van GAULA. Ter zitting heeft de minister zich voorts op het standpunt gesteld dat in het ambtsbericht is vermeld dat geen exacte cijfers beschikbaar zijn over het aantal aangiften dat door de autoriteiten wordt opgevolgd, omdat de politie deze gegevens niet openbaar maakt. De rechtbank wijst er in dit verband op dat de bewijslast op de minister rust om aannemelijk te maken dat in het algemeen doeltreffende bescherming beschikbaar is. Met de enkele verwijzing naar GAULA, dat is gericht op afpersingszaken, en naar het ontbreken van openbare gegevens over de opvolging van aangiften, heeft de minister niet aan zijn bewijslast voldaan. 10.1. De rechtbank overweegt dat de informatie uit het ambtsbericht juist erop wijst dat opvolging van aangiften in Colombia minimaal is. De rechtbank leest net als eiser in het ambtsbericht, dat zowel openbare als vertrouwelijke bronnen spreken over de hoge mate van straffeloosheid voor wat betreft de opvolging van aangiftes. Veel aangiftes leiden volgens het ambtsbericht niet tot een zaak. Ook benoemt het ambtsbericht dat qua wetgeving, mechanismen en intenties van de overheid Colombia over een functionerend wettelijk kader lijkt te beschikken, maar dat het systeem in de praktijk nog veel te wensen over laat. Het ambtsbericht vermeldt dat de klachten en zorgen van personen die een hoog risico liepen op geweld ook in stedelijk gebied niet altijd tijdig behandeld werden om hen effectief te beschermen. Eén van de voornaamste redenen voor het feit dat aangiftes niet opgevolgd worden, is de onderbezetting van de Fiscalía en de Nationale Politie, een tekort aan gekwalificeerd personeel en het feit dat toegang tot het juridisch systeem in afgelegen gebieden beperkt is. De vraag om bescherming, onder andere vanwege het grote aantal aanvragen en het beperkte budget, is volgens het ambtsbericht groter dan wat de Colombiaanse overheid kan bieden aan bescherming. 10.2. Het voorgaande betekent dat de minister nader dient te onderzoeken en te motiveren aan de hand van recente beschikbare landeninformatie of in Colombia in het algemeen bescherming wordt geboden, inhoudende dat de Colombiaanse autoriteiten redelijke maatregelen treffen tot voorkoming van vervolging of het lijden van ernstige schade. 11. Indien de minister in het nieuw te nemen besluit opnieuw het standpunt inneemt dat de Colombiaanse autoriteiten in het algemeen doeltreffende bescherming bieden, dient hij deugdelijk te motiveren waarom eiser in zijn specifieke situatie bescherming kan verkrijgen tegen de problemen met ELN. De rechtbank acht het aannemelijk dat dit voor eiser gevaarlijk dan wel bij voorbaat zinloos zal zijn. Daartoe overweegt de rechtbank dat de minister geloofwaardig heeft geacht dat eiser sinds 2009 problemen ondervindt met ELN. Eiser heeft erop gewezen dat ELN volgens een inlichtingenrapport van het Colombiaanse veiligheidsapparaat van april 2023 de grootste en machtigste illegale gewapende organisatie was met ongeveer 6.000 personen in de gelederen. De rechtbank is ambtshalve bekend met de 'Country policy and Information Note: Armed Groups and Criminal Gangs’ update 19 maart 2026, van de UK Home Office, waarin staat opgenomen: “The state is willing but not able to provide protection against the most powerful of the armed groups, such as the AGC and the ELN. This is because of poor implementation of security policies, low presence of security forces in rural areas where most armed group/gang abuses occur, and corruption.” Het standpunt van de minister dat uit de aangiften van de familieleden en het oppakken van een verdachte na de inbreuk bij de moeder van eiser in 2023 zou blijken dat bescherming wel mogelijk is, houdt gelet op de landeninformatie geen stand. Uit het nader gehoor blijkt bovendien niet eenduidig dat eiser en zijn familie doeltreffende bescherming zijn geboden. Eiser verklaart in het nader gehoor over de inbraak bij zijn moeder: “Uiteindelijk zijn ze naar de rechtbank gegaan en daar moeten de dader en het slachtoffer voorkomen. Normaal gesproken moet er een soort overeenkomst gesloten worden, maar het loopt nooit zo goed af. Uiteindelijk heeft mijn moeder als gevolg hiervan moeten verhuizen.” Eiser heeft ter zitting verklaard dat zijn moeder nog altijd ondergedoken leeft. Daarbij verklaart eiser in het nader gehoor op de vraag of de daders van de aanval of zijn broer in 2017 waarvan ook aangifte is gedaan, ook zijn vervolgd of bevestigd, dat dit niet het geval is. 11.1. De mogelijkheden tot bescherming vanwege eisers problemen met ELN dienen daarbij in samenhang te worden bezien met het profiel van eiser. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de minister geloofwaardig heeft geacht dat eiser Afro-Colombiaans is en als homoseksueel wordt gezien. Eiser heeft in de aanvullende gronden op gewezen dat deze factoren hem extra kwetsbaar maken en in samenhang bezien moeten worden. De rechtbank verwijst in dit verband naar de volgende (ambtshalve bekende) relevante landeninformatie: Algemeen Ambtsbericht Colombia, juni 2024: “ De Colombiaanse politie was in de verslagperiode betrokken bij discriminatie en geweld tegen LHBTIQ+-personen. Een vertrouwelijke bron zei dat de politie de transgemeenschap structureel discrimineerde; met name transvrouwen die in de seksindustrie werkten.” “ Het dient vermeld te worden dat er een grote mate van straffeloosheid bestaat als het om strafbare feiten gaat tegen de LHBTIQ+-gemeenschap – met name tegen transpersonen.” Immigration and Refugee Board of Canada (Author): Colombia: Situation of Afro-Colombians, 10 augustus 2023: “5. State Protection According to a crime index report by the Global Initiative Against Transnational Organized Crime (GI-TOC), an "independent civil-society organization" based in Geneva that provides strategies to address organized crime (GI-TOC n.d.), and published with funding from the US government, corruption is "endemic in all state branches and levels of government," with political figures "often" making "alliances with criminal actors" to "win elections, later returning favours by embezzling state funds to such actors" (GI-TOC [2021], 4). The Consultant stated that there is a "lack of political will" to implement measures to protect Afro-Colombians (2020-04-13). The Assistant Professor of Black studies indicated that government efforts to protect Afro-Colombians are "disorganized" (Assistant Professor 2020-04-10). ” Freedom House, Freedom in the World 2025: Colombia, 10 april 2025: “ Areas with concentrated Afro-Colombian populations continue to suffer vastly disproportionate levels of abuse by guerrillas, security forces, and criminal groups, as well as higher poverty and lack of public services. UN officials have reported that impunity is nearly absolute for killers of Afro-Colombian and Indigenous ex-combatants and social leaders.” UK Home Office, Country Policy and Information Note Colombia: Actors of Protection, update 19 maart 2026: “2.1.1 In general, the state is willing and able to provide protection. However, the effectiveness of this protection will be dependent on the profile of the person, the area in which a person is located, and if they have a well-founded fear of a dominant armed group or criminal gang 2.1.2 Members of the Afro-Colombian and LGBTI community may face discrimination by state security forces. However, recent available information does not support a conclusion that, in general, these groups face a real risk of treatment that amounts to persecution within the meaning of the Refugee Convention, and/or that they are unable to obtain effective protection. 2.1.9 Afro-Colombian persons have historically faced obstacles accessing justice, often due to racial discrimination. A number of sources highlight that this group often face police harassment, disproportionate levels of abuse by security forces and that impunity is ‘near absolute’ for actors responsible for killing Afro-Colombians. However, sources are not explicit about the scale and extent of issues faced by Afro-Colombian LGBTI persons can face obstacles in gaining access to justice and can face issues with the police due to their sexual orientation and gender identity. In 2022, Colombia Diversa’s recorded 107 victims of ‘police violence’ motivated by prejudice against the victim’s sexual orientation and gender identity. The most common issues reported were threats, verbal abuse and ‘irregular police procedures’.” 11.2. Uit de door de rechtbank aangehaalde landeninformatie blijkt dat Afro-Colombianen en leden van de LHBTI-gemeenschap te maken hebben met discriminatie door de overheid en obstakels ondervinden bij de toegang tot het rechtssysteem. De rechtbank ziet niet in waarom dit anders zou zijn voor personen aan wie LHBTI-schap wordt toegedicht. Op grond van deze omstandigheden in samenhang bezien met eerdergenoemde informatie dat de Colombiaanse autoriteiten in de praktijk onvoldoende bescherming kunnen bieden tegen de ELN, acht de rechtbank het aannemelijk dat het voor eiser gevaarlijk, dan wel bij voorbaat zinloos, is om de bescherming van de autoriteiten in te roepen. Conclusie en gevolgen 12. De minister heeft de aanvraag van eiser ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb . Dit betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij in acht neemt met wat in deze uitspraak is bepaald. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken. 13. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiser gemaakte proceskosten. De rechtbank stelt deze kosten vast op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht oor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op €1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank, - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak; - veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868 ,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Dolfing, rechter, in aanwezigheid van mr. I.I. Mooij, griffier. Informatie over hoger beroep Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ejercito de Liberacion Nacional. Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia. Verdrag betreffende de status van vluchtelingen. Paragraaf C7/10.5.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000. Pagina 53-55 van het ambtsbericht. Pagina 59-60 van het ambtsbericht. De minister wijst in dit verband op een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 19 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26833, r.o. 5.2. European Union Agency for Asylum, Country of origin information report Colombia, 16 december 2025. Grupos de Acción Unificada por la Libertad Personal. De minister verwijst hiervoor naar een uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 13 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:7259, r.o. 5.6. Richtlijn 2011/95/EU. Zie de uitspraak van 5 augustus 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD9606. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Pagina 53. Pagina 55. Pagina 53. Pagina 55. Pagina 57. Pagina 54. Pagina 56. Pagina 20 van het Algemeen Ambtsbericht Colombia, juni 2024. Verslag nader gehoor, pagina 18. Verslag nader gehoor, pagina 17. Pagina 73. Pagina 74. Algemene wet bestuursrecht.