ECLI:NL:RBDHA:2026:18457
Rechtbank Den Haag · 2026-07-03 · Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Asiel, Jordanië, geloofwaardigheid, seksuele geaardheid, ongegrond.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL25.11567 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juli 2026 in de zaak tussen [eiser], v-nummer: [nummer], eiser (gemachtigde: mr. M.J. Verwers), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. D.A.M. Friezer). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft de problemen van eiser met de Alkhaldi-stam vanwege zijn vriendschap met [persoon A] terecht ongeloofwaardig geacht. Ook heeft de minister terecht de seksuele gerichtheid van eiser ongeloofwaardig geacht. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 5 maart 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 26 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is geboren op [geboortedag] 1991, heeft de Jordaanse nationaliteit, behoort tot de Palestijnse bevolkingsgroep en tot de Alzoubi-stam. Hij is vrienden geworden met een meisje, [persoon A] genaamd, uit een andere stam, de Alkhaldi-stam. Eiser is samen met haar betrapt door de neef van het meisje. Daarna kreeg eiser problemen. Er is toen een aanval op zijn huis gepleegd. Vervolgens is eiser vogelvrij verklaard door de Alkhaldi-stam. Zijn eigen stam heeft hiermee ingestemd. Ook is eiser biseksueel, waardoor hij problemen heeft gekregen in Jordanië. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: 1. identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. problemen met de Alkhaldi-stam vanwege eerwraak; 3. de seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen. 4.1. De minister heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. De problemen met de Alkhaldi-stam vanwege eerwraak heeft eiser niet onderbouwd met objectieve documenten en dit asielmotief acht de minister niet geloofwaardig: de verklaringen van eiser vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel . Tenslotte werpt de minister aan eiser tegen dat hij zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en daarvoor geen goede reden heeft. Ten aanzien van het asielmotief seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen is de minister van oordeel dat eiser dit asielmotief niet heeft onderbouwd met objectieve documenten en is dit asielmotief niet geloofwaardig. Volgens de minister vormen de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel. Ook hier werpt de minister eiser tegen dat hij zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en daarvoor geen goede reden heeft. De minister heeft daarom alleen gekeken of eiser op grond van zijn identiteit, nationaliteit en herkomst in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning. Dat is volgens de minister niet het geval. Niet is gebleken dat eiser een vluchteling is en dat hij uit Jordanië komt is op zichzelf niet genoeg om een risico op ernstige schade aan te nemen. Daarom heeft de minister de aanvraag afgewezen. Heeft de minister het juiste toetsingskader toegepast? 5. Eiser betoogt dat de minister ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de Werkinstructie (WI) 2024/6. De minister had, gelet op de datum van de asielaanvraag, gebruik moeten maken van de WI 2014/10. Bij de beoordeling van het asielrelaas van eiser is gehandeld in strijd met de WI 2014/10, omdat daaruit blijkt dat het relaas van een asielzoeker voor waar moet worden aangenomen wanneer de asielzoeker alle vragen zo volledig mogelijk heeft beantwoord. Hiervoor geldt dat het relaas op hoofdlijnen consistent en niet-onaannemelijk moet zijn en in lijn moet zijn met wat algemeen bekend is over de situatie in het land van herkomst. Dit is bij eiser het geval, wat de minister heeft miskend. 5.1. De beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft de asielaanvraag van eiser terecht beoordeeld aan de hand van WI 2024/6. Dat beleid is met onmiddellijke ingang van toepassing. Uitgangspunt in het bestuursrecht is namelijk dat een besluit wordt genomen op basis van het op dat moment geldende recht, zelfs al zou een betrokkene door toepassing van nieuwe beleidsregels in een ongunstigere positie komen. Hierbij verwijst de rechtbank naar een uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats. Heeft de minister de documenten die eiser heeft overgelegd voldoende betrokken bij de besluitvorming? 6. Eiser betoogt dat de minister de door hem ingebrachte documenten onvoldoende heeft betrokken bij de beoordeling van zijn gestelde problemen met de Alkhaldi-stam vanwege eerwraak. Eiser heeft een originele verklaring van zijn moeder overgelegd, welke verklaring zijn moeder bij de plaatselijke Sheikh heeft afgelegd. De minister heeft ten onrechte overwogen dat deze verklaring geen objectief verifieerbaar document is. Deze verklaring is te vergelijken met een aangifte bij de politie of een verklaring bij de notaris. Om die reden heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom dit document niet inhoudelijk is betrokken bij de besluitvorming. De minister heeft dit document ten onrechte niet in onderlinge samenhang beoordeeld met de verklaring van eiser over zijn asielrelaas. Hetzelfde geldt voor het door eiser ingebracht videofragment waarop de beschieting van de auto te zien is. Ook hierbij is door de minister onvoldoende gemotiveerd waarom dit niet inhoudelijk betrokken is bij de besluitvorming en dit videofragment had in onderlinge samenhang met het asielrelaas moeten worden beoordeeld. In beroep heeft eiser aanvullende documenten overgelegd: de verklaringen van zijn buren over de vogelvrijverklaring en de bedreigingen van eiser. 6.1. De rechtbank stelt voorop dat dit asielmotief ziet op de problemen die eiser heeft ondervonden met de Alkhaldi-stam. De minister heeft zich naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden op het standpunt gesteld dat eiser dat asielmotief niet volledig heeft onderbouwd met objectieve documenten. De door eiser overgelegde verklaring van zijn moeder is niet objectief verifieerbaar, omdat het om de moeder van eiser gaat en het dus geen objectief persoon betreft. Dat laatste geldt volgens de minister ook voor de verklaringen van de buren, zodat ook deze verklaringen geen objectief verifieerbare documenten betreffen. Het videofragment dat eiser heeft overgelegd waarop de beschieting te zien is, is ook niet objectief verifieerbaar. De minister heeft terecht gesteld dat het enkele feit dat op dit fragment een auto te zien is waarvan de zijruiten zijn verbrijzeld, onvoldoende is om aannemelijk te maken dat eiser het slachtoffer is geweest van een aanval of om zijn problemen met de Alkhaldi-stam geloofwaardig te achten. Ten aanzien van de verklaring van moeder van eiser en het videofragment heeft de minister op zitting gesteld dat deze documenten, die niet kunnen dienen als onderbouwing van het asielmotief, wel zijn meegenomen in de beoordeling. Ten aanzien van de verklaringen van de buren, die in beroep zijn overgelegd, heeft de minister zich op zitting nog op het standpunt gesteld dat deze de beoordeling van het asielrelaas niet anders maken. De rechtbank begrijpt het standpunt van de minister op zitting aldus dat hij de door eiser overgelegde documenten, hoewel hij deze niet voldoende achtte ter onderbouwing van het asielmotief in het kader van stap 2a van WI 2024/6, wel heeft betrokken bij de beoordeling of aanleiding bestaat eiser het voordeel van de twijfel te geven als bedoeld in stap 2b van die werkinstructie. Gelet hierop volgt de rechtbank eiser niet in zijn niet nader onderbouwde betoog dat de minister de documenten niet in samenhang met zijn verklaringen over het asielrelaas heeft beoordeeld. 6.2. Nu dit asielmotief niet volledig met objectieve documenten is onderbouwd heeft de minister daarom beoordeeld of het asielmotief alsnog geloofwaardig is. Dat is volgens de minister niet het geval: de verklaringen van eiser vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel en eiser heeft zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend en heeft daar geen goede verklaring voor. Heeft de minister de problemen met de Alkhaldi-stam ongeloofwaardig mogen achten? 7. Eiser betoogt dat de minister de problemen met de Alkhaldi-stam ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. De rechtbank bespreekt hierna de beroepsgronden die zijn gericht tegen het standpunt van de minister dat het relaas van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormt. De rechtbank stelt daarbij vast dat eiser geen gronden heeft gericht tegen de tegenwerping dat het onlogisch is dat hij na vijf jaar vriendschap problemen kreeg met [persoon A]. Voorts zal de rechtbank ingaan op de vraag of eiser zijn asielaanvraag zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Problemen met de Alkhaldi-stam vanwege [persoon A] zijn vaag, onvoldoende gedetailleerd en onlogisch 7.1. Eiser betoogt dat de minister hem ten onrechte tegenwerpt dat de problemen van eiser met de Alkhaldi-stam vanwege [persoon A] vaag, onvoldoende gedetailleerd en onlogisch zijn. Eiser heeft in de zienswijze alsnog de naam van de neef en van het café waar de betrapping plaatsvond genoemd. Hij wijst erop dat de gebeurtenissen twee jaar eerder hebben plaatsgevonden, waardoor eiser zich de namen niet kon herinneren. De minister heeft ten onrechte niet doorgevraagd, bijvoorbeeld over zijn bekendheid met het café en de frequentie van zijn bezoeken daaraan. Eiser kwam niet vaker in dit café en het risico dat hij daar gezien kon worden was te verwaarlozen, aangezien Amman een stad is met meer dan vier miljoen inwoners. Eiser heeft duidelijk verklaard dat het enkele feit dat hij samen met [persoon A] uit een café kwam lopen aanleiding was van de problemen met de Alkhaldi-stam. In de Jordaanse cultuur van eiser is het niet toegestaan dat een man alleen met een vrouw erop uitgaat. Nadat eiser en [persoon A] betrapt waren, hebben zij elkaar niet meer gezien. Eiser betoogt verder dat de minister zijn verklaring dat het leek alsof hij en [persoon A] seks hadden te letterlijk neemt. Dit heeft eiser enkel verklaard om duidelijk te maken dat het ongebruikelijk is om in het openbaar met een vrouw af te spreken. Eiser kent de namen van de familieleden van de Alkhaldi-stam niet. Hem kan dan ook niet worden verweten dat hij de namen niet kent van de personen die hem (telefonisch) hebben bedreigd. In veel gevallen waar mensen worden bedreigd is enkel bekend vanuit welke hoek de bedreigingen komt, niet wie de bedreigers precies zijn. Dit is bij eiser ook het geval aangezien duidelijk is dat de bedreigingen afkomstig zijn uit de Alkhaldi-stam. 7.2. De rechtbank stelt voorop dat zij, gelet op het arrest van het Hof van Justitie in Ebilum , het standpunt over de geloofwaardigheid van de door een betrokkene afgelegde verklaringen voortaan zonder enige terughoudendheid zal beoordelen. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat de asielrechter een volledig onderzoek moet verrichten van de relevante feitelijke elementen. De rechtbank zal daarom alle onderdelen van het besluit over de geloofwaardigheid vol toetsen en afzien van het gebruik van de bewoordingen ‘niet ten onrechte’. 7.3. Het voorgaand in aanmerking genomen is de rechtbank van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eisers verklaringen over de problemen met de Alkhaldi-stam vanwege [persoon A] vaag, onvoldoende gedetailleerd en onlogisch zijn. Eiser stelt dat de neef van [persoon A] hen betrapt heeft bij een café in Amman, maar kan niet gedetailleerd over deze neef verklaren nu hij zijn naam niet kan noemen. Ook kan eiser de naam van het betreffende café niet noemen. De minister stelt terecht dat dat wel van eiser verwacht had mogen worden, nu dit de kern van het asielrelaas van eiser is. Het enkele feit dat het bezoek in 2019 plaatsvond maakt dit niet anders. Ten aanzien van de omstandigheid dat eiser in de zienswijze alsnog de naam van zowel de neef als van het café noemt, heeft de minister terecht gesteld dat eiser hierover tijdens gehoor gedetailleerd had dienen te verklaren en niet pas in de zienswijze. De minister heeft verder terecht gesteld dat eiser niet nader heeft onderbouwd hoe het enkel samen met [persoon A] verlaten van het café is uitgelegd als een aanwijzing dat hij en [persoon A] seks met elkaar hebben gehad dan wel dat deze omstandigheid voor problemen heeft gezorgd. De eigen verklaringen van eiser bieden daarvoor geen steun, nu daaruit niet volgt dat reeds het enkele samen verlaten van het café tot problemen met de Alkhaldi-stam heeft geleid. De enkele stelling van eiser dat het in de Jordaanse cultuur niet is toegestaan dat eiser alleen op pad gaat met een vrouw is hiervoor namelijk onvoldoende. Dit is verder ook niet onderbouwd. Voorts heeft de minister terecht gesteld dat eiser onvoldoende gedetailleerd heeft verklaard over de persoon door wie hij is bedreigd, nu eiser wel heeft verklaard veel telefoontjes te hebben gehad maar niet heeft kunnen aangeven van wie deze afkomstig waren. Ook stelt de minister zich terecht op het standpunt dat het onlogisch is dat eiser niet de precieze naam van de vader van [persoon A] kan benoemen, terwijl hij zo intensief met zijn dochter is omgegaan, of van de andere Sheiks waar hij voor stelt te vrezen. Wisselende verklaringen over wanneer eiser vogelvrij is verklaard 7.4. Eiser betoogt dat de minister hem ten onrechte tegenwerpt dat hij wisselend heeft verklaard over het moment waarop hij vogelvrij is verklaard. Aan het eind van het gehoor begon de hoormedewerker opnieuw over het vogelvrij verklaren van eiser. Eiser heeft toen een ander jaartal, 2018, genoemd dan eerder in het gehoor toen het hierover ging. In de rest van het nader gehoor heeft eiser consistent verklaard dat hij in 2019 vogelvrij is verklaard. Het kan eiser niet worden verweten dat hij tijdens een ruim zes uur durend gehoor, vol met spanningen, een fout maakt. Eiser kon zich niet meer herinneren wat er gebeurde. Na dag twee van het gehoor heeft eiser een hartinfarct gekregen, waaruit blijkt dat zijn fysieke situatie tijdens dag twee van het gehoor niet goed was. Tijdens het gehoor heeft eiser niet aangegeven dat de spanning te groot was, omdat het gehoor dan zou worden uitgesteld en hij weer lang moest wachten. 7.5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser wisselend heeft verklaard over het moment waarop hij vogelvrij is verklaard. In het nader gehoor geeft eiser aan dat hij in 2019 vogelvrij is verklaard. Verderop in het nader gehoor verklaart eiser dat hij in 2018 vogelvrij is verklaard. Eiser heeft verklaard dat hij in 2019, samen met [persoon A], is betrapt door haar neef. Het is dan ook niet logisch dat eiser in 2018 vogelvrij is verklaard. Uit de verklaringen van eiser blijkt namelijk dat hij vogelvrij is verklaard omdat hij de eer van de familie van [persoon A] heeft geschonden door met haar samen te zijn. Dit is niet gecorrigeerd in de correcties en aanvullingen. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat het slecht voorstelbaar is dat eiser eerst vogelvrij is verklaard en daarna problemen heeft ervaren met de familie van [persoon A]. Het nader gehoor is de plek waar eiser zijn asielrelaas naar voren dient te brengen. Het enkele feit dat het nader gehoor zes uur duurde maakt niet dat eiser niet volledig hoefde te zijn. Aan eiser is meermaals gevraagd of het nog ging en ook zijn er pauzes gehouden. Het had dan ook op de weg van eiser gelegen om aan te geven dat hij gespannen was en even een pauze nodig had. De summiere en tegenstrijdige verklaringen van eiser over [persoon A] 7.6. Eiser betoogt dat hem ten onrechte wordt tegengeworpen dat hij zijn relatie met [persoon A] niet persoonlijk heeft gemaakt. Het was een geheime relatie tussen studiegenoten en dit moest geheim worden gehouden voor anderen. Zij spraken vooral telefonisch met elkaar, waarin de frequentie van het contact was aangepast aan de omstandigheden. Onder de omstandigheden waar eiser en [persoon A] zich in bevonden is het bespreken van de namen van familieleden niet een primaire bezigheid. Het is zeer de vraag of er meer te zeggen is over de relatie tussen eiser en [persoon A]. Het was een relatie waaraan maar beperkt vorm kon worden gegeven omdat er anders problemen zouden ontstaan. In de aanvullende gronden van 20 februari 2026 voert eiser aan dat de band met [persoon A] vriendschappelijk was, maar dat zij incidenteel betrokken raakte bij een trio. Dit betekent echter niet dat eiser een seksuele relatie onderhield met [persoon A]. Bovendien is eiser niet uitgenodigd om uitgebreider over zijn relatie met [persoon A] te verklaren, waardoor de summiere verklaringen niet aan hem kunnen worden tegengeworpen. 7.7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser summier en tegenstrijdig heeft verklaard over zijn relatie met [persoon A]. Eiser stelt vijf jaar te hebben afgesproken en telefonisch contact te hebben gehad met [persoon A], zodat van hem verwacht kon worden dat hij meer persoonlijk over haar en de relatie met haar kon verklaren, terwijl eiser is blijven steken in algemeenheden. Voorts heeft eiser tegenstrijdig verklaard doordat hij heeft verklaard dat hij af en toe een trio met [persoon A] heeft gehad, maar anderzijds heeft eiser aangegeven dat zijn band met [persoon A] puur vriendschappelijk was. Zoals eerder overwogen is het nader gehoor de plek om het asielrelaas naar voren te brengen. Eiser heeft de voldoende gelegenheid gehad om over de relatie met [persoon A] te verklaren, zodat zijn standpunt dat hij niet is uitgenodigd om uitgebreider over [persoon A] te verklaren niet opgaat. Asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend en geen goede reden daarvoor 7.8. Eiser betoogt dat de minister zijn asielaanvraag ten onrechte heeft afgedaan als kennelijk ongegrond, omdat hij zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk zou hebben ingediend. Eiser is met een toeristenvisum Nederland binnengekomen, met als doel om hier asiel aan te vragen. Dat heeft hij op Schiphol gemeld, daar zijn zijn vingerafdrukken genomen en is er een foto gemaakt. Toen eiser aankwam in Ter Apel bleek er geen plek voor hem te zijn. Eiser wijst hierbij op de onveilige situatie die destijds aan de hand was in Ter Apel, waar asielzoekers veelvuldig buiten moesten slapen en waar sprake was van veel criminaliteit. Eiser besloot daarom door te reizen naar Duitsland en uiteindelijk naar Denemarken. Dit kan hem niet worden verweten, aangezien hij in zijn eigen levensonderhoud wilde voorzien toen bleek dat Nederland hem niet kon opvangen. Eiser heeft in Denemarken een aantal maanden in de gevangenis gezeten, waardoor hij pas in april 2022 asiel kon aanvragen. 7.9. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser zijn asielaanvraag niet zo snel mogelijk heeft ingediend. Dat eiser niet bekend was met de asielprocedure in Nederland en dat hij niet beschikte over middelen van bestaan is geen verschoonbare reden voor het laat indienen van zijn asielaanvraag. Van iemand die stelt dat een vrees te hebben in zijn land van herkomst mag worden verwacht dat hij zo snel mogelijk de bescherming zoekt die hij nodig heeft. Tussenconclusie 7.9. Deze beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat de problemen van eiser met de Alkhaldi-stam ongeloofwaardig zijn. Heeft de minister de problemen van eiser over zijn seksuele gerichtheid ongeloofwaardig mogen achten? 8. Omdat dit asielmotief niet volledig met objectieve documenten is onderbouwd heeft de minister beoordeeld of het asielmotief alsnog geloofwaardig is. Dat is volgens de minister niet het geval, omdat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De minister heeft eiser in dat kader het volgende tegengeworpen: eiser heeft oppervlakkig en summier verklaard over het moment dat hij zich realiseerde dat hij zowel op mannen als vrouwen valt, eiser heeft oppervlakkig en summier verklaard over zijn seksuele gerichtheid en de acceptatie daarvan, eiser maakt niet inzichtelijk wat de band met [persoon B] voor hem betekent, eiser verklaart oppervlakkig over zijn gevoelens in Nederland, eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in Jordanië problemen heeft ondervonden vanwege zijn biseksuele gevoelens en eiser heeft oppervlakkig verklaard over zijn gevoelens in Nederland. De minister is voorts van oordeel dat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en daarvoor geen goede verklaring heeft. 8.1. Eiser betoogt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zijn problemen over zijn seksuele gerichtheid ongeloofwaardig zijn. Eiser stelt dat hem ten onrechte wordt tegengeworpen dat hij niet uitgebreider heeft verklaard over zijn seksuele gerichtheid en de acceptatie hiervan. Eiser is hier tijdens het gehoor ook niet op gewezen. Eiser stelt dat de minister onvoldoende heeft doorgevraagd op summiere antwoorden en niet heeft uitgelegd waarom van hem verwacht moet worden dat hij meer inzicht zou geven. Volgens eiser heeft de minister geen rekening gehouden met zijn referentiekader in de zin dat hij niet gewend is hierover te spreken en schaamte ervaart. Eiser loopt gevaar in Jordanië wanneer zijn seksuele gerichtheid daar bekend wordt. In het nader gehoor heeft eiser uitgebreid verklaard en antwoord gegeven op alle vragen. Hierbij heeft hij verteld over meerdere seksuele ervaringen. Ondanks zijn referentiekader heeft eiser het nodige verklaard over het bewustwordingsproces van zijn biseksuele gevoelens. Eiser betoogt voorts dat hij ten aanzien van zijn band met [persoon B] de vragen hierover adequaat heeft beantwoord. Eiser heeft in beroep screenshots overgelegd van de whatsappcontacten met [persoon B]. Eiser betoogt verder dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat hij oppervlakkig heeft verklaard over de manier waarop hij in Nederland met zijn seksuele gerichtheid omgaat. De seksuele gerichtheid was voor eiser niet de reden om in Nederland asiel aan te vragen. Omdat eiser zijn biseksualiteit inmiddels verder heeft ontplooid, kan van hem niet worden gevraagd dat hij dit nog langer onderdrukt bij terugkeer naar Jordanië. Ter zake de problemen die hij in Jordanië heeft ondervonden vanwege zijn biseksuele gevoelens stelt eiser dat hij uitvoerig over de arrestatie door de moraalpolitie heeft verklaard en dat niet valt in te zien hij eiser zou moeten welke over welke informatie de moraalpolitie direct voorafgaande de arrestatie beschikte. 8.2. De rechtbank stelt vast dat eiser in beroep gronden heeft gericht tegen alle tegenwerpingen die ten grondslag liggen aan het standpunt van de minister dat zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De rechtbank bespreekt deze hierna. Referentiekader 8.3. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat rekening is gehouden met het referentiekader van eiser. Bij de beoordeling van dit asielmotief heeft de minister namelijk gebruik gemaakt van de WI 2019/17) waarbij is gekeken hoe eiser zich bewust werd van zijn biseksuele gerichtheid en hoe hij daarmee is omgegaan en naar zijn relaties. Dit alles is afgezet tegen zijn culturele context, waarin biseksualiteit niet wordt geaccepteerd. Eiser heeft oppervlakkig en summier verklaard over het moment dat hij zich realiseerde dat hij zowel op mannen als vrouwen valt 8.4. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser oppervlakkig en summier heeft verklaard over het moment dat hij zich realiseerde dat hij zowel op mannen als vrouwen valt. Eiser heeft hierover enkel gesteld dat hij wel degelijk het nodige heeft verklaard, maar de minister stelt terecht dat eiser oppervlakkig heeft verklaard en niet inzichtelijk heeft gemaakt aan de hand van concrete voorbeelden waarom eiser zich ongemakkelijk voelde en waarom eiser angst voelde. Ook de verklaring van eiser hoe het voor hem was om tot de realisatie te komen dat hij biseksueel is, is oppervlakkig en algemeen van aard. Eiser heeft hierover alleen verklaard dat hij zich blij en meer open voelde. Ook na het meerdere keren doorvragen door de hoormedewerker blijft eiser summier en oppervlakkig. Ondanks dat eiser dus uitgebreid in de gelegenheid is gesteld om te verklaren over de ontdekking van zijn biseksuele gevoelens en de manier waarop hij daarmee is omgegaan en dit beleefd heeft, blijft eiser steken in algemene en oppervlakkige opmerkingen. Eiser heeft oppervlakkig en summier verklaard over de seksuele gerichtheid en de acceptatie hiervan 8.5. De minister heeft zich voorts terecht het standpunt gesteld dat eiser summier heeft verklaard over zijn seksuele gerichtheid en de acceptatie daarvan. Eiser heeft verklaard dat de realisatie rond zijn 18e verjaardag heeft plaatsgevonden en dat de acceptatie van zijn seksuele gerichtheid plaatsvond rond 21- of 22-jarige leeftijd. Terecht stelt de minister dat eiser hiermee niet concreet heeft gemaakt hoe het moment van realisatie naar acceptatie is verlopen. Ondanks dat eiser dus uitgebreid in de gelegenheid is gesteld om te verklaren over de ontdekking van zijn biseksuele gevoelens en de manier waarop hij daarmee is omgegaan en dit beleefd heeft, blijft eiser steken in algemene en oppervlakkige opmerkingen. De minister stelt daarbij ook terecht dat juist in een land als Jordanië waar een stigma heerst op het lhbti-gemeenschap van eiser verwacht mag worden dat hij persoonlijker kan verklaren over hoe deze ontdekking en acceptatie voor hem is geweest. Eiser maakt niet inzichtelijk wat de band met [persoon B] voor hem betekent 8.6. De minister stelt zich verder naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt wat de band met [persoon B] voor hem betekent. Ook hierin blijkt eiser steken in algemeenheden en maakt hij niet concreet wat de band met [persoon B] persoonlijk voor hem betekent. Nu eiser heeft verklaard dat hij in het verleden met niemand over zijn seksuele gerichtheid kon spreken en [persoon B] de eerste persoon in Nederland was met wie hij dit wel heeft gedaan, mocht de minister van eiser verwachten dat hij zou kunnen vertellen hoe dit voor hem was en wat de band met [persoon B] voor hem betekende. Eiser heeft oppervlakkig verklaard over zijn gevoelens in Nederland 8.7. Met betrekking tot de verklaringen van eiser over hoe hij in Nederland met zijn seksuele gerichtheid omgaat, stelt de minister zich terecht op het standpunt dat eiser in algemeenheden blijft hangen. Eiser heeft niet concreet kunnen maken waarom hij in Nederland een mooi gevoel krijgt bij het openbaar kunnen uiten van zijn seksualiteit. Eiser heeft geen persoonlijke antwoorden kunnen geven waarbij hij inzicht heeft gegeven in zijn gedachten. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij problemen in Jordanië heeft ondervonden vanwege zijn biseksuele gevoelens 8.8. Eiser heeft gesteld dat de moraalpolitie hem heeft gearresteerd vanwege zijn biseksuele gerichtheid. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt waarom de politie bij hem binnenkwam. Eiser verklaart hierover immers dat hij denkt dat het door een anonieme tip kwam zodat zijn stelling dat hij problemen heeft ervaren vanwege zijn biseksuele gerichtheid op vermoedens rust. Bovendien weet eiser niet zeker of hij is aangehouden vanwege zijn seksuele gerichtheid. Nu eiser heeft verklaard geen andere problemen wegens zijn biseksuele gerichtheid te hebben meegemaakt, heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij problemen heeft ervaren in Jordanië vanwege zijn biseksuele gerichtheid. Tussenconclusie 8.9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiser over zijn problemen door zijn seksuele gerichtheid en de acceptatie hiervan, een niet samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Uit overweging 7.9 volgt dat de minister zich ook terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en hiervoor geen goede reden heeft. De minister heeft dit asielmotief dan ook terecht ongeloofwaardig geacht. Conclusie en gevolgen 9. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, rechter, in aanwezigheid van mr.F.E. Brokke, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 (zoals dat luidde tot 12 juni 2026). Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000. Rb Den Haag, zp Arnhem 11 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:3804. Rb Den Haag, zp Arnhem 25 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11149. HvJEU 4 juni 2026, ECLI:EU:C:2026:448, onder 58. Rb. Den Haag (zp. Arnhem), 23 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:17061, onder 7.1.1.