ECLI:NL:RBDHA:2026:18038
Rechtbank Den Haag · 2026-06-24 · Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Artikel 59 / vervolgberoep / ondanks aangevoerde medische omstandigheden onvoldoende om maatregel op te heffen / ongegrond
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL26.30924 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres (gemachtigde: mr. S. Sewnath), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. (gemachtigde: mr. S. Juriaans). Procesverloop Verweerder heeft op 26 mei 2026 aan eiseres de maatregel van bewaring op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort. Eiseres heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft zij verzocht om schadevergoeding. Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiseres heeft hierop gereageerd. De rechtbank heeft het beroep op 18 juni 2026 op zitting behandeld. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan. 2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 2 juni 2026 (in de zaak NL26.28306) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek. 3. De gemachtigde van eiseres voert – kort samengevat – aan dat eiseres ernstige psychische klachten heeft. Zo heeft eiseres tweemaal een suïcidepoging gedaan, ook verzorgt en doucht zij zichzelf niet meer en verblijft zij voornamelijk op haar kamer. Eiseres heeft schriftelijk verzoek voor psychische hulp ingediend, maar dit is niet adequaat opgepakt en hierop is niet tijdig gereageerd. Verweerder kan dan ook niet volstaan met het standpunt dat er medische zorg beschikbaar is. Het gaat juist om het feit dat deze medische zorg tijdig, passend en effectief wordt geboden. Het plaatsen van een onbekende kamergenoot in eiseres haar leefruimte of het plaatsen van eiseres in een isoleercel is geen adequate vorm van medische of psychologisch hulp. Door verweerder dient voortdurend te worden beoordeeld of niet moet worden volstaan met het opleggen van een lichter middel. Deze beoordeling dient concreet en individueel te zijn. Verweerder heeft ook binnen grensdetentie een medische zorgplicht. Ter ondersteuning wordt verwezen naar de Nelson Mandela Rules, facsheet Immigration detention en naar de UNHCR Guidelines . 4. De rechtbank overweegt het volgende. 5. De rechtbank overweegt dat zij in haar eerdere uitspraak van 2 juni 2026 al heeft geoordeeld dat een lichter middel niet volstaat. De rechtbank ziet in hetgeen eiseres nu heeft aangevoerd geen aanleiding om te oordelen dat de detentie voor eiseres onevenredig bezwarend is (geworden) vanwege haar medische omstandigheden. De rechtbank begrijpt dat de eiseres de bewaring als zwaar ervaart zeker gezien haar jonge leeftijd, maar dit is onvoldoende om het grensbewakingsbelang vrij te geven. Uit de Afdelingsuitspraak van 5 januari 2018 volgt dat het aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat de in detentie beschikbare zorg in zijn geval niet toereikend is, dat hij niet in staat is de inbewaringstelling op verantwoorde wijze te ondergaan of dat zijn medische omstandigheden in detentie door gebrek aan (medische) zorg zullen verslechteren. Met het door eiseres overgelegde uittreksel van haar medisch dossier heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat de in het detentiecentrum beschikbare medische zorg in haar geval niet toereikend is of dat haar psychische en medische gesteldheid in bewaring door gebrek aan medische zorg zal verslechteren. Zoals uit medische dossier blijkt, heeft eiseres last van depressie en wil zij met een psycholoog praten. Hieruit volgt niet dat de voortduring van de maatregel voor eiseres vanwege zijn medische situatie onevenredig bezwarend is. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat de regievoerder heeft laten weten dat eiseres in beeld is bij de medische dienst, er elke dag een overzicht wordt gemaakt met de medische bijzonderheden en dat zij wekelijks een gesprek heeft met de psycholoog. Het eventueel plaatsen van eiseres in een isoleercel zou dan vooral zijn voor haar eigen veiligheid. Voor zover eiseres vindt dat zij te weinig of geen passende medische zorg krijgt, geldt bovendien dat eiseres zich hierover in eerste instantie dient te beklagen in het detentiecentrum. Ook kan eiser bij de directeur van het detentiecentrum een verzoek tot onderzoek naar zijn detentie(on)geschiktheid aanvragen. Niet is gebleken dat eiseres zo’n verzoek heeft ingediend. 6. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe de rechtbank gehouden is , ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de toepassing en het voortduren van de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig is geweest. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. 7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van N. Mekenkamp, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (CPT), march 2017. UNHCR Guidelines on the Applicable Criteria and Standards relating to the Detention of Asylum-Seekers and Alternatives to Detention, 2012. Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:16 Zie de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858 en 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647 en de uitspraak van de Afdeling van 12 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:329.