ECLI:NL:RBDHA:2026:17942
Rechtbank Den Haag · 2026-07-02 · Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Vrijheidsontneming art 6, derde lid, artikel 12 Screeningsverordening kwetsbaarheid is voorlopig beoordeeld en niet gebleken van bijzondere behoeften, grondslag ontbreekt niet omdat de asielaanvraag in de grensprocedure wordt behandeld, er hoefde niet met een lichter middel te worden volstaan en de ondertekening van de maatregel is voldoende aangetoond.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL26.34267 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres (gemachtigde: mr. M.S. Dunant Maurits), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. K. Diender). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vrijheidsontneming die aan eiseres is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw. Eiseres is het niet eens met die maatregel. Zij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiseres een schadevergoeding moet worden toegekend. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van vrijheidsontneming is niet onrechtmatig. De maatregel voldoet aan de voorwaarden. De minister hoefde niet te kiezen voor een lichter middel. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft. Procesverloop 2. Met het bestreden besluit van 19 juni 2026 heeft de minister aan eiseres, die stelt van Saoedi-Arabische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2002, de maatregel van vrijheidsontneming opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld. 2.1. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiseres ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 25 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, M.M.S.J. van Kaam als tolk en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Toetsingskader 3. De minister kan de vreemdeling die aan de grens te kennen heeft gegeven een asielaanvraag te willen indienen en die niet voldoet aan de toegangsvoorwaarden, zolang er nog geen definitieve beslissing is genomen, verplichten zich op te houden in een ruimte of plaats die kan worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek, in het kader van een procedure om een beslissing te nemen over de toegang, of in het kader van de toepassing van de screeningsprocedure. Deze maatregel wordt opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang en wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken. Is voldaan aan de Screeningsverordening? 4. Eiseres voert aan dat ze behoort tot een kwetsbare categorie, omdat zij wordt vervolgd vanwege haar gerichtheid, is gevlucht voor haar familie en traumatische ervaringen heeft opgedaan. Eiseres verwijst naar een IMMO signaleringslijst van 23 juni 2026, ingevuld door VluchtelingenWerk Nederland, waaruit haar kwetsbaarheid blijkt. Bij kwetsbare personen moet terughoudend worden omgegaan met vrijheidsontneming. Op grond van artikel 12, derde lid, van de Screeningsverordening moet ambtshalve een beoordeling van de kwetsbaarheid plaatsvinden. Dat in de maatregel is gemotiveerd dat er geen bijzondere feiten en omstandigheden zijn aangevoerd door eiseres, is dan ook een schending van de onderzoeksverplichting van de minister. Eiseres verwijst naar artikel 5.9 van het Vb, waaruit volgt dat de minister moet bezien of iemand bijzondere opvangbehoeften heeft en dat de minister iemand niet in vrijheidsontneming mag houden als dit de lichamelijke en geestelijke gezondheid ernstig in gevaar zou brengen. Uit de maatregel blijkt niet dat de tekenen van kwetsbaarheid zijn beoordeeld en meegewogen of dat is beoordeeld of sprake is van een bijzondere opvang- of procedurele behoefte. In het screeningsbericht staat weliswaar ‘ja’ aangekruist bij de vraag of de voorlopige beoordeling van de kwetsbaarheid is uitgevoerd, maar het formulier schrijft voor om altijd ‘ja’ aan te kruisen, waardoor het dus geen individuele vaststelling is geweest. Ook uit de beschikking tot uitstellen van de toegangsweigering van asielzoekers blijkt dat er alleen met een economische bril is gekeken naar de vraag of er voldoende middelen van bestaan zijn, en niet met een bril voor behoefte van bescherming. Eiseres verzoekt daarom het verslag van de screening te overleggen. Bovendien is er een telefonische tolk gebruikt vanuit detentie. Dat is naar aard ongeschikt om verklaringen over de seksuele gerichtheid en gender gerelateerd geweld te ontlokken. De setting was dan ook ongeschikt om de kwetsbaarheid van eiseres te kunnen herkennen. 5. De rechtbank volgt eiseres daarin niet. Uit de stukken volgt dat eiseres aan een screening is onderworpen zoals bedoeld in de Screeningsverordening. Uit artikel 12, derde en vierde lid, van de Screeningsverordening volgt dat tijdens die screening een voorlopige beoordeling van de kwetsbaarheid wordt gemaakt door gespecialiseerd, daartoe opgeleid personeel van de screeningsautoriteiten. Als er aanwijzingen zijn dat iemand zich in een kwetsbare situatie bevindt of speciale opvang- of procedurele behoeften heeft, krijgt de betrokkene tijdige en passende ondersteuning in een adequate accommodatie met het oog op zijn of haar lichamelijke en geestelijke gezondheid. Uit het vijfde lid volgt dat die voorlopige beoordeling onderdeel kan uitmaken van de procedure tegen de daadwerkelijke beoordeling van de kwetsbaarheid. De rechtbank stelt vast dat de screening van de kwetsbaarheid heeft plaatsgevonden en dat het voorlopig oordeel is dat eiseres geen bijzondere behoeften heeft. De stelling van eiseres dat die screening slechts een formaliteit was en er geen individuele beoordeling heeft plaatsgevonden, volgt de rechtbank niet. Dat op het formulier staat dat dit altijd met ‘ja’ ingevuld moet worden, biedt daarvoor onvoldoende aanknopingspunten. De rechtbank leest dat formulier samen met het proces-verbaal van bevindingen Screeningsverordening van 19 juni 2026, dat is ondertekend en op ambtseed of ambtsbelofte is opgesteld en waarin is verklaard dat de verbalisant de informatie voor de screeningsverordening heeft afgenomen, gecontroleerd en uitgereikt aan eiseres. De juistheid van die voorlopige conclusie kan worden betwist in de asielprocedure. De bewaringsrechter acht zich niet bevoegd om daarover nu een oordeel te geven en kan slechts vaststellen dat de screening van de voorlopige kwetsbaarheid heeft plaatsgevonden en dat daaruit niet naar voren is gekomen dat aan eiseres geen vrijheidsontnemende maatregel kan worden opgelegd. Dat in de toegangsweigering alleen is beoordeeld of aan de voorwaarden voor toegang is voldaan, acht de rechtbank niet bevreemdend en ziet de rechtbank dan ook evenmin als aanwijzing dat de screening van de kwetsbaarheid niet heeft plaatsgevonden. 6. De stelling van eiseres dat het kenbaar had moeten worden gemotiveerd in de maatregel volgt de rechtbank niet. Zoals hiervoor is overwogen is de maatregel van bewaring niet het besluit waarin tegen die voorlopige beoordeling kan worden opgekomen. Bij de maatregel speelt alleen de vraag of iemand om medische of psychische omstandigheden niet de vrijheid kan worden ontnomen en die beoordeling heeft wel kenbaar plaatsgevonden in de maatregel. De minister heeft er terecht op gewezen dat sprake is van een samenwerkingsverplichting ten aanzien van de vaststelling van eventuele kwetsbaarheid van eiseres en/of de vaststelling van bijzondere opvangbehoeftes. De minister heeft in het gehoor voor de oplegging van de maatregel van vrijheidsontneming vragen gesteld aan eiseres of er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat haar vrijheid niet kan worden ontnomen. Eiseres heeft daarop verklaard dat zij gezond is, geen familie in Europa heeft en er geen andere bijzondere omstandigheden zijn. Aan het eind van het gehoor zijn de eigen bevindingen van de verbalisant genoteerd en deze geeft aan dat er geen onmiddellijk identificeerbare lichamelijke of geestelijke handicap en geen zichtbare of merkbare psychische of fysieke trauma’s zijn waargenomen of aangevoerd. Dat de setting ongeschikt zou zijn om de gestelde kwetsbaarheid naar voren te brengen, volgt de rechtbank niet en betrekt daarbij dat er door gekwalificeerd personeel een beoordeling is gemaakt. Een deel van de samenwerking ligt echter wel bij eiseres. De rechtbank overweegt dat eiseres wel heeft verklaard dat zij bescherming in Nederland wil omdat zij als vrouw onderdrukt is, slecht is behandeld door haar familie, afstand heeft genomen van de Islam en vanwege haar gerichtheid. De minister heeft zich echter terecht op het standpunt gesteld dat de algemene kwetsbaarheid van een asielzoeker een gegeven is, maar dat hieruit niet vanzelf volgt dat iemand bijzondere opvangbehoeften heeft of dat vrijheidsontneming de lichamelijke en geestelijke gezondheid ernstig in gevaar brengt. 7. De signaleringslijst dateert van ná de oplegging van de maatregel en daar kon de minister bij de oplegging dan ook geen rekening mee houden. Daaruit volgt weliswaar dat eiseres aangeeft dat zij last heeft van terugkerende gedachten of herinneringen aan pijnlijke of angstwekkende gebeurtenissen en dat zij die gedachten en gevoelens uit de weg gaat en dat zij paniekaanvallen heeft in gesloten ruimtes, maar zoals ter zitting is bevestigd door gemachtigde is deze lijst opgesteld door een medewerker van VluchtelingenWerk Nederland. Gesteld noch gebleken is dat deze medewerker medisch getraind of een medisch deskundige is. Dat de bevindingen van de medewerker van VluchtelingenWerk anders zijn dan de voorlopige bevindingen van de screeningsambtenaar en de hoorambtenaar, is wel van belang maar daarmee niet doorslaggevend. Ook heeft de minister ter zitting aangegeven dat er vanuit de medische dienst geen signalen zijn gekomen dat eiseres medische hulp nodig zou hebben. Eiseres heeft ter zitting aangegeven dat zij zich niet tot de medische dienst heeft gewend. Eiseres kan zich zo nodig alsnog wenden tot de medische dienst of een beoordeling laten maken van eventuele detentieongeschiktheid. De huidige informatie biedt nog onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat zij detentieongeschikt zou zijn. Ontbreekt de grondslag voor de vrijheidsontneming? 8. Eiseres voert verder aan dat de grondslag voor de vrijheidsontneming ontbreekt, omdat haar asielaanvraag niet in de grensprocedure kan worden afgedaan. Uit artikel 21, tweede lid, van de Procedureverordening volgt dat de beslissingsautoriteit de grensprocedure niet toepast als iemand bijzondere procedurele waarborgen behoeft en binnen de grensprocedure niet de nodige steun kan worden geboden. Daarbij moet bijzondere aandacht worden besteed aan onder andere slachtoffers van gender gerelateerd geweld. Eiseres valt onder die uitsluiting en op het aanmeldcentrum is geen passende steun mogelijk. De minister heeft niet gemotiveerd waarom dit anders zou liggen. Datzelfde volgt uit artikel 10, derde lid, van de Opvangrichtlijn. Nu niet aan de voorwaarden voor bewaring is voldaan, vervalt de grondslag voor vrijheidsontneming. Dat de grensprocedure ongeschikt is, is structureel. Er is geen medisch instrument dat de gestelde kwetsbaarheid kan beoordelen, omdat het Medisch Advies horen en beslissen onder het Asiel- en Migratiepact is komen te vervallen en er geen forensisch medisch onderzoek meer plaatsvindt. Als gevolg daarvan kan er per definitie geen passende medische beoordeling worden geboden en dat is de situatie die de Procedureverordening uitsluit. 9. De rechtbank volgt eiseres daarin niet. Zoals hiervoor is overwogen is er een voorlopige beoordeling gemaakt van de kwetsbaarheid van eiseres. Dat de voorlopige beoordeling van de kwetsbaarheid niet deugdelijk zou zijn, ligt niet ter toetsing voor van de bewaringsrechter. Uit die voorlopige beoordeling is bovendien niet gebleken dat eiseres bijzondere procedurele waarborgen behoeft of dat eiseres bijzondere steun nodig heeft. De rechtbank volgt eiseres niet in het standpunt dat slachtoffers van gender gerelateerd geweld standaard extra steun nodig hebben die niet geboden kan worden in het aanmeldcentrum. Zodra in de asielgrensprocedure wordt geoordeeld dat de zaak niet in de grensprocedure kan worden afgedaan, vervalt de grondslag voor de vrijheidsontneming. Echter op voorhand kan niet worden gezegd dat de asielaanvraag niet in de grensprocedure kan worden afgedaan. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat de minister enige tijd moet worden gegund om te beoordelen of de asielaanvraag inderdaad in de grensprocedure kan worden afgedaan, ook in het geval van een goed gedocumenteerde vreemdeling of een waarschijnlijk inwilligbaar verzoek. Deze beslissing wordt in beginsel genomen na het nader gehoor, omdat dan alle relevante feiten bekend zijn, of onder omstandigheden al na het aanmeldgehoor. Kon met een lichter middel worden volstaan? 10. Eiseres voert verder aan dat er geen noodzaak bestond voor inbewaringstelling. In de maatregel wordt alleen verwezen naar het grensbewakingsbelang. De motivering daarvan is gestandaardiseerd en niet op eiseres toegespitst. Bovendien is het innerlijk tegenstrijdig met de vaststelling dat er een geldig paspoort voorhanden is en haar identiteit dus niet in geschil is. Dat categorisch iedere asielzoeker in de grensprocedure wordt geplaatst en gedurende de volledige duur gedetineerd wordt, voldoet niet aan het vereiste van noodzakelijkheid en evenredigheid. 11. De rechtbank volgt eiseres daarin niet. De rechtbank overweegt dat in het gehoor voor de oplegging van de maatregel is gevraagd of er bijzondere omstandigheden zijn waarom de maatregel niet zou kunnen worden opgelegd. Eiseres heeft daarop geen omstandigheden genoemd. Daarmee heeft de minister onderzoek gedaan naar de vraag of kon worden volstaan met een lichter middel en heeft in de maatregel kunnen volstaan met de motivering dat er geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken. Dat het in de maatregel met standaard overwegingen is gemotiveerd is in zekere zin onvermijdelijk, maar uit het voorgaande blijkt wel dat de antwoorden van eiseres erin zijn betrokken. Dat bij het zicht op uitzetting is gemotiveerd dat eiseres een geldig paspoort heeft, maar ook dat er in het kader van de asielprocedure onderzoek zal plaatsvinden naar haar identiteit, nationaliteit en eventuele vestigingsalternatieven buiten het land van herkomst, maakt niet dat de motivering ondeugdelijk is. Uit vaste rechtspraak volgt dat het grensbewakingsbelang wordt prijsgegeven als er geen vrijheidsontnemende maatregel wordt toegepast, omdat het feitelijk onmogelijk is om de toegang te weigeren zonder maatregel. Echter vindt er wel een beoordeling plaats van het grensbewakingsbelang enerzijds en de bijzondere omstandigheden anderzijds bij de vraag of de maatregel noodzakelijk en evenredig is. De minister is niet gehouden een pre-scan te maken van de vraag of een zaak zich leent voor de grensprocedure. De rechtbank verwijst wat dit betreft ook naar wat hiervoor onder rechtsoverweging 9 is overwogen. Is de maatregel rechtsgeldig? 12. Eiseres voert aan dat de maatregel niet rechtsgeldig is. Het M19B formulier is niet ondertekend en ook vermeld het geen naam van de beslissende ambtenaar. Veelzeggend is het contrast met het M18A formulier, dat wel digitaal is ondertekend. Niet alleen de authenticatie maar ook de bevoegdheid blijkt niet uit het formulier. De minister heeft pas vijf dagen later erkend dat er een handtekening ontbreekt en daaruit blijkt ook dat het een structureel probleem is. Het proces-verbaal van bevindingen van 24 juni 2026 stelt slechts dat er een fysiek ondertekend exemplaar aan eiseres is uitgereikt, maar het door eiseres ontvangen exemplaar biedt die ondertekening niet. Eiseres stelt dat zij hierdoor is benadeeld omdat zij het niet kan toetsen en dat een belangenafweging daarom in haar voordeel moet uitvallen. 13. De rechtbank volgt eiseres daarin niet. Ter zitting heeft de minister betoogd dat er een storing heeft plaatsgevonden waardoor de laatste pagina met de digitale handtekening ontbreekt. In dit geval heeft de minister een met de hand ondertekende maatregel ingescand en geüpload in het dossier. Daarnaast is er een proces-verbaal van bevindingen van 24 juni 2026 geüpload, waarin de tweede ambtenaar op ambtseed of ambtsbelofte heeft verklaard dat hij op 19 juni 2026 aan eiseres de ondertekende maatregel zelf heeft uitgereikt. Daaruit blijkt ook de bevoegdheid van de betreffende ambtenaren. Tot slot is ook de Arabische informatiefolder met de hand ondertekend door dezelfde verbalisant en eiseres, met daarop de datum 19 juni 2026 om 10:17 uur. Gelet op deze combinatie van omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de maatregel rechtsgeldig is ondertekend en bekendgemaakt. Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel? 14. Los van de door eiseres aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiseres verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan. Conclusie en gevolgen 15. Het beroep tegen de maatregel van vrijheidsontneming is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. van Veelen, rechter, in aanwezigheid van S. Hitijahubessy - Brussaard, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Vreemdelingenwet 2000. Het beroep tegen een maatregel van bewaring wordt ook aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Dit volgt uit artikel 106, eerste lid, van de Vw. Dit volgt uit artikel 6, derde lid, van de Vw. Dit volgt uit artikel 5.5, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb). Zie de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3794, onder 4.1 en 4.3, en 1 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4014, onder 2.2. Zie de uitspraak van de Afdeling van 3 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1451. Vergelijk het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.