← alle zaken
Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2026:17722

Rechtbank Den Haag · 2026-06-29 · Eerste aanleg - enkelvoudig

Zaaknummer
NL25.36466
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
12.087 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Beroep tegen afwijzing asielaanvraag. Relaas ongeloofwaardig. Beroep ongegrond.

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL25.36466 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] Timoth, V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: drs. [gemachtigde]). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw . Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de homoseksuele gerichtheid van eiser en de daardoor ondervonden problemen ongeloofwaardig zijn. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Tanzaniaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2001. De minister heeft met het bestreden besluit van 1 augustus 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 4 juni 2026 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep , op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, E.J. Nyembo als tolk en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser kwam er in juli 2020, op negentienjarige leeftijd, achter dat hij van homoseksuele gerichtheid is. Zijn eerste partner, [naam 1] , werd in december 2020 opgepakt. Omdat eiser hoorde dat de politie ook op zoek was naar hem is hij vertrokken naar Dar es Salaam, waar hij twee jaren heeft verbleven. Daar kreeg hij een relatie met [naam 2] . Eiser werd in november/december 2022 aangehouden door de politie, mishandeld en weer vrijgelaten. Hierna is hij in januari 2023 legaal naar Zuid-Afrika gereisd en daarna uiteindelijk naar Nederland. Eiser vreest dat hij bij terugkeer vanwege zijn gerichtheid door de politie zal worden opgepakt en levenslang in de gevangenis moet blijven. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: -de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser; - de seksuele gerichtheid en daaruit voorvloeiende problemen. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn. De seksuele gerichtheid en daaruit voortvloeiende problemen vindt de minister echter niet geloofwaardig. Omdat eiser kennelijk inconsequente en tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd, heeft de minister de asielaanvraag als kennelijk ongegrond afgewezen. Heeft de minister zich op het standpunt kunnen stellen dat de homoseksuele gerichtheid van eiser ongeloofwaardig is? Wat is het betoog van eiser? 5. Eiser stelt dat hij moeite heeft om te verklaren over zijn gerichtheid. Dat hij niet veel opleiding heeft gehad, heeft gevolgen voor zijn vermogen te kunnen verklaren en te kunnen reflecteren op zijn eigen ontwikkeling en gevoelens. Eiser stelt dat hij wel wat heeft verklaard over zijn gevoelens voor [naam 1] en dat de aantrekking die hij voelde voor hem op een haast natuurlijke, geleidelijke wijze is ontstaan. De minister heeft volgens eiser verder niet onderbouwd waarom het referentiekader/de achtergrond van eiser maakt dat eiser daarom meer onderzoek had moeten doen naar de situatie van LHBTI’ers in Tanzania. In Nederland voelt eiser zich een stuk rustiger. Hij gaat een keer per maand naar bijeenkomsten van LGBT-Community Center en het doet hem goed met gevoelsgenoten samen te zijn. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5.1. De minister heeft zich voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de homoseksuele gerichtheid van eiser ongeloofwaardig is. De minister heeft van belang kunnen vinden dat eiser summiere verklaringen heeft afgelegd over hoe hij tot het besef kwam dat hij homoseksueel was terwijl hij woonde in een land waar het verboden is. De minister heeft daarbij in aanmerking kunnen nemen dat het niet geloofwaardig is dat eiser er, voordat hij ging samenwonen met [naam 1], nooit over heeft nagedacht op welk geslacht hij viel. Ook heeft de minister in aanmerking kunnen nemen dat eiser geen concreet antwoord heeft gegeven op de vraag hoe de vriendschapsrelatie met [naam 1] veranderde in een liefdesrelatie. De enkele verklaring dat dit heel natuurlijk en geleidelijk ging omdat ze dichterbij elkaar kwamen doordat ze hun woning deelden is hiervoor onvoldoende. Eiser verklaart daarmee niet hoe het kan dat deze verandering binnen vijf of zes dagen plaatsvond, terwijl hij er eerder nooit over had nagedacht op welk geslacht hij viel. De minister heeft verder van belang kunnen vinden dat eiser summier en oppervlakkig heeft verklaard over zijn relaties en gevoelens. Daarbij heeft de minister het volgende kunnen betrekken. Eiser heeft summier verklaard over zijn gevoelens voor [naam 1] en over de persoonlijkheid van [naam 1]. De enkele verklaringen van eiser dat hij ‘blij in zijn hoofd’ was, dat [naam 1] een goed persoon is die hem heeft geholpen en dat [naam 1] perfect was en geen mindere kanten had, kon de minister onvoldoende vinden. Ook heeft eiser summier en tegenstrijdig verklaard over de herinneringen die hij heeft en vertelt hij weinig over de relatie met [naam 2], terwijl hij hem elke twee weken zou hebben gezien. Zo weet eiser niet hoe oud [naam 2] is, kan hij weinig over zijn persoonlijkheid vertellen, kan hij niet vertellen hoe lang de relatie heeft geduurd en verklaart hij wisselend over zijn gevoelens. Dat eiser, mede door zijn lage opleiding, moeite zou hebben zijn gevoelens onder woorden te brengen, leidt niet tot een ander oordeel. Blijkens het besluit heeft de minister daar rekening mee gehouden. De hoormedewerker heeft eiser bovendien uitvoerig geholpen door vragen te herhalen, vragen op verschillende manieren te stellen en voorbeelden te geven. De minister heeft er op zitting nog op gewezen dat het niet zo is dat eiser helemaal niet is opgeleid, zodat wel wat van eiser mag worden verlangd. Eiser heeft de basisschool gevolgd en heeft ook gewerkt. Dat eiser zich inmiddels in Nederland rustiger voelt en naar bijeenkomsten van LGBT-Community Center zou gaan, maakt het oordeel ook niet anders. Het is allereerst aan eiser om geloofwaardig verklaringen af te leggen over zijn gerichtheid. De stelling van eiser dat de minister niet heeft onderbouwd waarom het referentiekader/de achtergrond van eiser maakt dat hij daarom meer onderzoek had moeten doen naar de situatie van LHBTI’ers in Tanzania, slaagt ook niet, aangezien dit niet in het besluit staat. De minister heeft zich juist op het standpunt gesteld dat van eiser, ondanks zijn referentiekader, verwacht mag worden dat hij meer onderzoek doet. Eiser heeft in beroep niet aangevoerd waarom hij dat niet zou kunnen. Deze beroepsgronden slagen niet. Heeft de minister zich op het standpunt kunnen stellen dat de problemen van eiser ongeloofwaardig zijn? Wat is het betoog van eiser? 6. Eiser weet niet wat de reden van de arrestatie van [naam 1] was maar het is volgens eiser reëel te veronderstellen dat dit te maken had met het feit dat ze in een homoseksuele relatie samenleefden aangezien dit in Tanzania verboden en levensgevaarlijk is. De minister kan niet van eiser verwachten dat hij navraag had gedaan naar de situatie van [naam 1], want dat zou hun relatie openbaren en eiser aan gevaar blootstellen. Eiser betoogt verder dat de verklaringen over het incident in de club niet tegenstrijdig zijn, maar aanvullend. Eiser weet niet wie hem heeft verraden bij de politie, maar het was duidelijk dat het net zich rond hem begon te sluiten en dat hij niet meer veilig was in Tanzania. Eiser stelt ten slotte dat de minister en nieuwe afweging had moeten maken, aangezien de minister eiser volgt in een aantal reacties op het voornemen waardoor een deel van de onderbouwing van het besluit is komen te vervallen. Wat is het oordeel van de rechtbank? 6.1. De minister heeft zich voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de gestelde problemen van eiser ongeloofwaardig zijn. De minister heeft van belang kunnen vinden dat niet geloofwaardig is dat eiser wordt gezocht vanwege de arrestatie van [naam 1] in 2020. Daarvoor heeft de minister in aanmerking kunnen nemen dat eiser slechts van de buren heeft gehoord dat [naam 1] is gearresteerd en dat het niet geloofwaardig is dat eiser geen navraag heeft gedaan naar wat er met hem is gebeurd. Dat dit niet van eiser verwacht zou kunnen worden omdat eiser dan gevaar zou lopen slaagt niet. Aangezien het hier om zijn gestelde liefdespartner ging, mocht de minister verwachten dat eiser in ieder geval pogingen had ondernomen meer te weten te komen. Eiser had daarbij kunnen verzwijgen dat het om zijn partner ging en had kunnen zeggen dat [naam 1] een gewone huisgenoot was. Dat het volgens eiser reëel is te veronderstellen dat de arrestatie te maken had met hun gestelde homoseksuele relatie slaagt ook niet aangezien eiser hiervoor geen concrete aanwijzingen naar voren heeft gebracht. De minister heeft verder in aanmerking kunnen nemen dat eiser geen inspanning heeft geleverd om aan te tonen dat hijzelf wordt gezocht. Daarbij is van belang dat eiser in beroep niet heeft bestreden dat hij nog jaren zonder problemen in Tanzania heeft gewoond en heeft deelgenomen aan de maatschappij. De minister heeft verder van belang kunnen vinden dat eiser wisselend en summier heeft verklaard over (de aanleiding van) het incident in 2022 en de reden van vertrek. Eiser heeft niet bestreden dat de minister het ongeloofwaardig heeft gevonden dat hij in 2022 na zijn arrestatie is vrijgelaten en dat hij legaal het land kon verlaten terwijl hij zou worden gezocht vanwege het gestelde incident in 2020 en homoseksuele gerichtheid verboden is in Tanzania. De minister heeft daarom al voldoende gemotiveerd dat de (aanleiding van) de arrestatie in 2022 ongeloofwaardig is. Dat eiser zou zijn vrijgelaten omdat hij veel bloedde doordat ze hem hadden mishandeld volgt de rechtbank niet, aangezien eiser dat pas op zitting naar voren heeft gebracht. De stelling van eiser dat een deel van het besluit is komen te vervallen omdat de minister eiser op een aantal punten volgt, slaagt niet. De minister heeft eiser inderdaad op twee punten gevolgd, maar dit waren slechts onderdelen van een standpunt van de minister. De betreffende standpunten zelf bleven ongewijzigd. Deze beroepsgronden slagen niet. Conclusie en gevolgen 7. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen. De minister heeft de aanvraag ook terecht afgewezen als kennelijk ongegrond, wat eiser overigens ook niet heeft bestreden. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Korporaal-Wisman, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Vreemdelingenwet 2000 Zaak NL25.36467