← alle zaken
Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2026:17231

Rechtbank Den Haag · 2026-06-24 · Eerste aanleg - enkelvoudig

Zaaknummer
NL26.13119
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
10.284 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Asiel - Syrië - Aleppo - deelname aan demonstraties - verweerder heeft ten onrechte niet aangenomen dat eiser een politieke overtuiging heeft - in nieuw besluit zal dan meest actuele situatie in Syrië met betrekking tot willekeurig geweld en humanitaire omstandigheden mee moeten nemen - beroep gegrond, besluit vernietigd

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL26.13119 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. E.G. Grigorjan), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. M.F. Aly). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser heeft op 14 oktober 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 3 maart 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. 1.1. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 16 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, H. Rida als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiser heeft de Syrische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1995. Hij is opgegroeid in Aleppo. Daar heeft hij tot 2014 gewoond, toen hij naar Turkije is vertrokken. In 2023 is hij naar Nederland gekomen. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Hij is in 2013 ontvoerd door Al Nusra. Leden van de inlichtingendiensten hebben bij eisers ouders en schoonouders thuis gevraagd waar eiser is. Eiser vreest daarnaast voor de algemene situatie in Syrië en vreest dat de dienstplicht opnieuw wordt ingevoerd. Tot slot heeft eiser in Nederland deelgenomen aan demonstraties en wil hij dat bij terugkeer naar Syrië weer doen. 3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser; eisers deelname aan demonstraties; dat eiser is ontvoerd door Al Nusra; eisers vrees voor de algemene situatie; en, eisers vrees voor militaire dienst. 4. Verweerder heeft in het bestreden besluit eerst beoordeeld of eisers asielmotieven geloofwaardig zijn. Verweerder vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst, zijn deelname aan demonstraties en de ontvoering geloofwaardig. Eisers vrees voor de algemene situatie en voor de militaire dienst kan verweerder niet op geloofwaardigheid beoordelen, omdat het relaas op die punten gaat om een toekomstige vrees. Verweerder heeft vervolgens voor alle asielmotieven beoordeeld of eiser daarom een gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar Syrië. Volgens verweerder is dat niet het geval, omdat niet is gebleken dat hij nu wordt gezocht of in de negatieve belangstelling staat. Er is nu in Syrië geen dienstplicht en er zijn geen indicaties dat die weer ingevoerd zal worden. Er is sprake van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in Syrië en voor eiser gelden geen individuele omstandigheden die maken dat hij daar slachtoffer van zal worden. Wat vindt eiser in beroep? 5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Verweerder heeft eisers politieke overtuiging niet juist beoordeeld. Hij erkent het huidige regime niet, neemt in Nederland deel aan demonstraties en zou ook bij een eventuele terugkeer in Syrië deelnemen aan demonstraties. Verweerder heeft ook onvoldoende gemotiveerd dat in Syrië en Aleppo sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Eiser loopt – ook bij een relatief lager niveau van willekeurig geweld – wel degelijk een verhoogd risico om slachtoffer te worden van het willekeurige geweld in Syrië. Voor eiser gelden individuele risicoverhogende omstandigheden omdat hij eerder is ontvoerd en nog altijd wordt gezocht. Daarbij wordt hij als afvallige te zien. Verder is eiser principieel tegen het dragen van wapens en wil hij het huidige regime niet dienen, zodat hij ervoor te vrezen heeft dat de dienstplicht weer wordt ingevoerd. Ook zal hij bij terugkeer worden gezien als landverrader omdat hij uit Syrië is gevlucht. Verweerder heeft ook niet deugdelijk beoordeeld of eiser bij terugkeer terecht komt in een situatie in strijd met artikel 3 van het EVRM en het verbod of refoulement. Wat is het oordeel van de rechtbank? 6. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. De rechtbank zal dit oordeel hieronder uitleggen. 7. Als een vreemdeling zijn politieke overtuiging als asielmotief naar voren brengt, moet verweerder beoordelen of er daadwerkelijk sprake is van een politieke overtuiging. Een politieke overtuiging kan bestaan uit een opvatting, gedachte of mening, gericht tegen de autoriteiten van het land van herkomst. Het hoeft hier niet te gaan om een diepgewortelde politieke overtuiging. Als er sprake is van een politieke overtuiging, moet verweerder in de beoordeling van de asielaanvraag in ieder geval meewegen wat de sterkte is van de politieke overtuiging, op welke wijze de vreemdeling uiting heeft gegeven aan zijn politieke overtuiging, of aannemelijk is dat de vreemdeling er ook na terugkeer uiting aan zal geven, en of hij eerder problemen heeft ondervonden van de zijde van de autoriteiten. Dit alles blijkt uit het beleid van verweerder. 7.1. Verweerder heeft eisers deelname aan demonstraties geloofwaardig geacht. Daarmee is niet in geschil dat eiser in Syrië ten tijde van het vorige regime heeft deelgenomen aan demonstraties en dat hij in 2025 in Nederland heeft deelgenomen aan demonstraties gericht tegen het nieuwe regime. Eiser heeft daarbij tijdens het nader gehoor aangegeven dat hij een politieke overtuiging heeft en het huidige regime niet erkent. Desgevraagd heeft hij verklaard dat hij bij terugkeer naar Syrië weer zou gaan demonstreren. Eiser heeft dus opvattingen gericht tegen de autoriteiten in Syrië naar voren gebracht en handelt daar in de praktijk naar door te demonstreren. Hiermee valt hij binnen de reikwijdte van het hierboven beschreven beleid rondom politieke overtuigingen. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder ten onrechte niet heeft aangenomen dat eiser een politieke overtuiging heeft. 7.2. De rechtbank kan verweerder niet volgen in zijn betoog ter zitting dat geen politieke overtuiging aangenomen hoefde te worden omdat eiser er vaag over heeft verklaard. Eiser heeft namelijk concreet aangegeven dat hij aan demonstraties deelneemt en het regime niet erkent. In het licht van die verklaringen was het juist aan verweerder om verder door te vragen om in kaart te brengen waar eisers politieke overtuiging precies uit bestaat. Als gevolg van het niet aannemen van een politieke overtuiging, heeft verweerder ook niet voldoende op individuele basis beoordeeld wat eisers politieke activiteiten bij terugkeer zouden zijn en wat voor risico hij daarom zou lopen. Dit klemt temeer vanwege eisers verklaring in beroep dat zijn politieke overtuiging door de jaren heen sterker is geworden en zijn sterk geformuleerde verwerping van het regime. 7.3. Daar komt bij dat verweerder – ook buiten het kader van de politieke overtuiging –niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiser geen problemen zou ondervinden als hij bij terugkeer zou deelnemen aan demonstraties. Verweerder heeft deze stelling gebaseerd op een passage uit het Algemeen Ambtsbericht van januari 2026, waarin staat dat er regelmatig kleinschalige demonstraties plaatsvinden in Syrië. De demonstraties waar verweerder op doelt, gaan met name over concrete arbeidsomstandigheden. Dat dergelijke kleinschalige demonstraties plaatsvinden, betekent niet dat het ook mogelijk is om op principieel niveau tegen de regering te demonstreren. Naar het oordeel van de rechtbank mocht verweerder daarom niet zonder meer op basis van deze passage aannemen dat het in Syrië veilig is om te demonstreren. 8. Het beroep is alleen al vanwege het voorgaande gegrond. De rechtbank komt daarom niet toe aan de andere gronden van eiser. Verweerder zal opnieuw moeten beslissen op de asielaanvraag van eiser. Verweerder zal in die nieuwe beoordeling ook moeten meenemen wat op dat moment de meest actuele situatie is in Syrië met betrekking tot het willekeurige geweld en de humanitaire omstandigheden. Conclusie en gevolgen 9. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, omdat sprake is van een motiveringsgebrek. De rechtbank draagt verweerder op om opnieuw te beslissen op de asielaanvraag van eiser. 9.1. Omdat het beroep tegen het bestreden besluit gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 1.868,-. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit van 3 maart 2026; draagt verweerder op om een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening dient te worden gehouden met deze uitspraak; veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.C. Laagland, rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000. Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. Zie paragraaf C2/3.2.5.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000). Zie pagina 6, 14 en 15 van het verslag nader gehoor. Zie pagina 6 van het verslag gehoor aanmeldfase en pagina 6 en 14 van het verslag nader gehoor. Zie pagina 125 van het Algemeen Ambtsbericht Syrië van januari 2026. 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1.