← alle zaken
Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2026:17223

Rechtbank Den Haag · 2026-06-24 · Eerste aanleg - enkelvoudig

Zaaknummer
NL26.9230 en NL26.9231
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
ja
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
24.531 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Asiel - Somalische nationaliteit - Griekse statushouder - betrekken inhoud Grieks asieldossier - herkomst en taalanalyse - gestelde verkrachting en referentiekader - alleenstaande vrouw - niet zo snel mogelijk asiel aangevraagd - sociale groep - willekeurig geweld - terugkeerbesluit mocht niet worden opgelegd omdat niet is onderzocht of de Griekse autoriteiten de aan eiseres toegekende vluchtelingenstatus mogelijk zullen intrekken - art 45 Vw buiten toepassing - beroep gegrond - terugkeerbesluit vernietigd, besluit voor het overige in stand gelaten

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL26.9230 en NL26.9231 uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres/verzoekster (hierna: eiseres) (gemachtigde: mr. M. van Werven), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. M.F. Aly). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter haar verzoek om een voorlopige voorziening. Eiseres heeft op 6 oktober 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 12 februari 2026 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. 1.1. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 16 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiseres heeft de Somalische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 2004. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Zij is geboren en opgegroeid in [plaats] in het zuiden van Somalië. In 2017 is zij ontvoerd, verkracht en mishandeld door twee mannen. Zij heeft medische klachten overgehouden aan de verkrachting. Daarna wilde haar vader haar uithuwelijken. Eiseres vreest voor die uithuwelijking en dat ze daarvoor herbesneden zal worden. In Somalië heeft zij geen familie meer, omdat haar ouders zijn overleden en zij geen contact heeft met haar broers. Griekenland heeft in 2021 aan eiseres een asielvergunning verleend. 3. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres; de verkrachting en de daaruit voortvloeiende problemen; en, dat eiseres een alleenstaande vrouw is. 4. Verweerder heeft als eerste beoordeeld of de asielmotieven van eiseres geloofwaardig zijn. Verweerder vindt de nationaliteit van eiseres geloofwaardig, maar haar herkomst en identiteit niet. Eiseres heeft allereerst zonder goede verklaring geen identificerende documenten overgelegd. Daarnaast blijkt uit een taalanalyse van bureau TOELT dat de spraak van eiseres niet tot Zuid-Somalië, maar tot Noord-Somalië te herleiden is. Ook dat eiseres is verkracht, vindt verweerder niet geloofwaardig. Eiseres heeft daar namelijk vaag over verklaard en haar verklaringen wijken af van wat zij er in haar asielprocedure in Griekenland over heeft verteld. Verweerder gaat er ook niet vanuit dat eiseres een alleenstaande vrouw is, omdat zij vaag en wisselend heeft verklaard over het hebben van zussen. Ook is niet onderbouwd dat eiseres heeft geprobeerd contact op te nemen met haar broers of wat de reden is dat het contact nog niet is gelukt. Daarnaast kan aan de overlijdensakte van haar moeder beperkte bewijswaarde worden gehecht. Voor alle drie de asielmotieven wijst verweerder er verder op dat eiseres niet zo snel mogelijk asiel heeft aangevraagd. Nu de asielmotieven niet geloofwaardig zijn, heeft eiseres volgens verweerder geen gegronde vrees voor vervolging in vluchtelingrechtelijke zin en loopt zij geen reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM. Verweerder wijst de aanvraag van eiseres af als kennelijk ongegrond omdat zij verweerder heeft misleid over waar zij vandaan komt. Wat vindt eiseres in beroep? 5. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Verweerder heeft in het besluit allereerst onvoldoende kenbaar rekening gehouden met het referentiekader van eiseres, waaronder haar medische klachten en de verkrachting die zij heeft meegemaakt. Verweerder heeft verder ten onrechte op basis van de taalanalyse geconcludeerd dat de herkomst van eiseres niet geloofwaardig is. De taalanalyse bevat tekortkomingen. Dat blijkt uit de namens eiseres uitgevoerde contra-expertise. Als het besluit niet moet worden vernietigd vanwege de tekortkomingen in de taalanalyse, moet de zaak worden aangehouden in afwachting van het antwoord op prejudiciële vragen van de zittingsplaats Haarlem. Anders dan verweerder heeft gesteld, heeft eiseres ook niet wisselend verklaard over het verlies van haar identiteitsdocumenten. Wat betreft de verkrachting heeft verweerder onvoldoende meegenomen wat de impact is van het trauma op de verklaringen van eiseres. Verweerder was verplicht om een forensisch medisch onderzoek op te starten naar de gevolgen van de verkrachting. Ook mag verweerder niet aan eiseres tegenwerpen dat zij niet zo snel mogelijk asiel heeft aangevraagd. Daarnaast moest verweerder ervan uitgaan dat eiseres een alleenstaande vrouw is, nu zij geen familieleden meer heeft. Zij bevindt zich daarom in een kwetsbare positie. Verweerder heeft al met al onvoldoende een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling gemaakt, door niet alle voorwaarden van artikel 31, zesde lid, van de Vw 2000 in samenhang te beoordelen. Verweerder heeft ook onzorgvuldig beoordeeld of eiseres als vrouw behoort tot een sociale groep. In de Lower Shabelle is daarnaast sprake van willekeurig geweld. Omdat eiseres een vrouw is zonder ondersteunend netwerk, loopt zij meer risico daar slachtoffer van te worden. Tot slot mocht verweerder de aanvraag niet afwijzen als kennelijk ongegrond, omdat eiseres verweerder niet heeft misleid en heeft verweerder ten onrechte een terugkeerbesluit opgelegd omdat eiseres internationale bescherming heeft in Griekenland. Wat is het oordeel van de rechtbank? 6. De rechtbank geeft eiseres gelijk op het punt dat aan haar geen terugkeerbesluit mocht worden opgelegd. De andere beroepsgronden van eiseres slagen niet, zodat de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres blijft staan. De rechtbank zal dit oordeel hieronder uitleggen. De geloofwaardigheid van de asielmotieven van eiseres Betrekken Grieks asieldossier 7. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of en in hoeverre verweerder de inhoud van het Griekse asieldossier moest betrekken bij de beoordeling van de asielmotieven van eiseres. In het informatiebericht 2026/1 wordt bepaald dat voor Griekse statushouders geldt dat de verleende internationale bescherming niet hoeft te worden overgenomen bij een inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag in een andere lidstaat. Verweerder dient in dat geval zelf de asielelementen inhoudelijk en volledig te beoordelen, met een onderzoek naar de actuele stand van zaken. Hierbij dient verweerder ten volle de beslissing van de andere lidstaat om internationale bescherming te verlenen bij de beoordeling te betrekken. Dit geldt ook voor de elementen die hieraan ten grondslag zijn gelegd. Hiervoor dient verweerder de informatie op te vragen bij de Griekse autoriteiten. Ten behoeve van een inhoudelijke beoordeling kan het visum of het asieldossier worden opgevraagd bij een andere lidstaat, waarvoor toestemming van de vreemdeling vereist is. 7.1. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank conform het informatiebericht 2026/1 gehandeld door de asielmotieven van eiseres zelfstandig te beoordelen gelet op de actuele situatie in Somalië en op basis van de eigen verklaringen van eiseres. Ook heeft verweerder de verklaringen van eiseres in Griekenland kenbaar betrokken bij de beoordeling van haar asielaanvraag in Nederland en zijn deze meegewogen in de geloofwaardigheidsbeoordeling. Verweerder heeft de mogelijkheid om de asielaanvraag van eiseres af te wijzen, ondanks dat de aanvraag in Griekenland in het verleden is ingewilligd, onder de voorwaarde dat hier een volledige inhoudelijke beoordeling aan vooraf is gegaan. Dat is in het geval van eiseres gebeurd. Het ligt op de weg van eiseres om omstandigheden aan te dragen waaruit volgt dat zij in haar belangen is geschaad en dat tijdens haar gehoren in Griekenland onvoldoende procedurele waarborgen in acht zijn genomen. Hiervan is niet gebleken. 7.2. Omdat het voorgaande ook volgt uit rechtspraak van de hoogste bestuursrechter, ziet de rechtbank geen aanleiding om de zaak aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen van de zittingsplaats Haarlem over de verplichting van lidstaten om eerdere beschermingsbeslissingen van andere lidstaten volledig mee te wegen. 8. De rechtbank gaat hierna in op de gemaakte geloofwaardigheidsbeoordeling en zal, waar relevant, per asielmotief bespreken hoe verweerder het Griekse dossier heeft betrokken bij de beoordeling. De identiteit en herkomst van eiseres en de taalanalyse 9. Verweerder twijfelt aan de herkomst van eiseres en heeft op 22 januari 2025 een taalanalyse laten opmaken door TOELT. TOELT heeft hierin geconcludeerd dat eiseres eenduidig niet is te herleiden tot de spraakgemeenschap binnen Zuid-Somalië. TOELT merkt in haar rapport op dat eiseres veel woorden gebruikt die niet gangbaar zijn in Zuid-Somalië en dat haar uitspraak niet overeenkomt met die van enig Zuid-Somalische taalvariant. Verder wordt opgemerkt dat het niet aannemelijk is dat eiseres langere tijd in Zuid-Somalië heeft verbleven zoals gesteld en dat het Somalisch van eiseres volledig overeenkomt met het Somalisch zoals het gangbaar is in Noord-Somalië. Eiseres heeft een contra-expertise ingebracht van Verified van 16 september 2025 waarin wordt gesteld dat de conclusies van TOELT tekortkomingen bevatten en dat TOELT niet goed heeft onderbouwd dat het dialect van eiseres Noord-Somalisch is. TOELT heeft met een weerwoord van 30 oktober 2025 gereageerd op de ingebrachte contra-expertise. 9.1. Uit vaste jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter volgt dat het bestuursorgaan mag afgaan op het advies van een deskundige, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. 9.2. De rechtbank is van oordeel dat de taalanalyse van TOELT is aan te merken als advies van een deskundige dat op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Het rapport is op objectieve wijze opgesteld door een deskundig linguïst verbonden aan TOELT en de conclusies in het rapport zijn inzichtelijk opgebouwd. Het rapport van de contra-expert heeft naar het oordeel van de rechtbank terecht aanleiding gegeven voor verweerder om zich te vergewissen van de zorgvuldigheid van het rapport van TOELT. Verweerder heeft daartoe een weerwoord laten opstellen door TOELT. Hierin is TOELT inhoudelijk ingegaan op de opmerkingen en conclusies van de contra-expert. TOELT heeft onder verwijzing naar literatuur nader onderbouwd dat er geen sprake is van taalgebruik dat eiseres specifiek in Zuid-Somalië zou plaatsen. TOELT is daarbij specifiek ingegaan op de door Verified genoemde voorbeelden uit het woordgebruik van eiseres. Verder wordt besproken dat niet is gebleken dat eiseres haar taalgebruik heeft aangepast op dat van de interviewer (‘taalaccomodatie’) en dat de taalanalist van TOELT voldoende gekwalificeerd is om het onderzoek uit te voeren. TOELT heeft er daarnaast op gewezen dat in de contra-expertise geen conclusie wordt getrokken over de herkomst van eiseres. Met het inhoudelijke weerwoord van TOELT heeft verweerder voldaan aan zijn vergewisplicht en voldoende gemotiveerd dat de contra-expertise niet kan afdoen aan de conclusies van de taalanalyse van TOELT. Verweerder heeft daarom de conclusies van TOELT ten grondslag mogen leggen aan de beoordeling van de geloofwaardigheid van de identiteit en herkomst van eiseres. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht geconcludeerd dat de identiteit en herkomst van eiseres niet geloofwaardig zijn, omdat haar verklaringen dat zij uit Zuid-Somalië komt, niet overeenkomen met het TOELT-rapport. De gestelde verkrachting en het referentiekader van eiseres 10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder ook de verkrachting en de daaruit voortvloeiende problemen terecht ongeloofwaardig mogen vinden. De rechtbank vindt hiertoe van belang dat de verklaringen die eiseres hierover heeft afgelegd in Griekenland, sterk afwijken van haar verklaringen in Nederland. Die afwijkingen zien op kernpunten van het relaas. Eiseres heeft bijvoorbeeld in Griekenland verklaard dat zij de daders niet kende, maar in Nederland verklaard dat dit wel het geval was. Ook heeft eiseres erg wisselend verklaard over de omstandigheden van de verkrachting, namelijk of de daders haar vanuit huis hebben meegenomen, of dat zij in een tuktuk langsreden toen eiseres buiten liep. Ook over de tijdlijn rondom haar uithuwelijking heeft eiseres in Griekenland en in Nederland anders verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank houden de hierboven besproken tegenwerpingen ook stand in het licht van het referentiekader van eiseres. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres verduidelijkt dat de grond over het referentiekader alleen ziet op de invloed van de gestelde verkrachting op eiseres’ verklaringen. De rechtbank is het met eiseres eens dat verweerder in de besluitvorming rekening moet worden houden met het referentiekader en dat ervaren seksueel geweld in dat kader relevant kan zijn. In het geval van eiseres geldt echter dat zij wisselend heeft verklaard over onderdelen van haar relaas waarover ook in het licht van het gestelde seksueel geweld meer consistente verklaringen mogen worden verwacht. Daaronder valt de kern van de omstandigheden van de verkrachting en gebeurtenissen die er ver na liggen. Verweerder heeft geen verschillen op detailniveau tegengeworpen, maar erop gewezen dat eiseres op de hoofdlijnen sterk wisselend heeft verklaard. Ook heeft het gehoor zorgvuldig plaatsgevonden. Eiseres heeft voldoende ruimte gekregen om te vertellen, er zijn regelmatig pauzes genomen en aan eiseres is duidelijk gemaakt wat van haar verwacht werd. Verweerder heeft dus in de besluitvorming voldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiseres. Vanwege de sterk wisselende verklaringen van eiseres, hoefde verweerder geen aanleiding te zien om een forensisch medisch onderzoek aan te bieden. Alleenstaande vrouw 11. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres ook niet aannemelijk gemaakt dat zij een alleenstaande vrouw is. Eiseres heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat zij in het geheel geen contact meer heeft of kan hebben met haar broers. Ook uit het dossieroverzicht van VluchtelingenWerk Nederland dat eiseres kort voor zitting heeft overgelegd, blijkt niet dat het niet mogelijk is om contact met haar broers te krijgen. Uit dat stuk blijkt weliswaar dat eiseres contact heeft gezocht met het Rode Kruis om haar broers te zoeken, maar er blijkt ook uit dat eiseres niet is verschenen op haar afspraak met het Rode Kruis. Dat eiseres nadien wel een afspraak heeft gehad, is niet onderbouwd. Ook blijkt niet uit de stukken dat Rode Kruis haar niet verder kan helpen of dat er geen andere wegen voor haar openstaan. Dat eiseres stelt geen contact te hebben met haar broers, heeft verweerder dan ook onvoldoende mogen vinden om aan te nemen dat eiseres bij terugkeer naar Somalië geen netwerk meer heeft. Eiseres heeft verder een foto van een overlijdensakte van haar moeder overgelegd, maar ook daaraan valt niet de conclusie te verbinden dat eiseres een alleenstaande vrouw is. De rechtbank volgt verweerder er namelijk in dat het gaat om een kopie, zodat de echtheid en inhoud ervan niet vastgesteld kunnen worden. Verweerder heeft daarom terecht de conclusie mogen trekken dat het ongeloofwaardig is dat eiseres dient te worden gezien als een alleenstaande vrouw. De beroepsgrond slaagt niet. Niet zo snel mogelijk asiel aangevraagd 12. Bovenop de hierboven per asielmotief besproken tegenwerpingen, mocht verweerder in het kader van alle drie de asielmotieven aan eiseres tegenwerpen dat zij niet zo snel mogelijk asiel heeft aangevraagd. Eiseres is namelijk op 20 september 2022 Nederland ingereisd en heeft zich op 6 oktober 2022 gemeld voor asiel. De rechtbank ziet in het dossier geen steun voor de stelling van eiseres dat de datum van 20 september 2022 is genoteerd zonder dat zij dat heeft verklaard. Verweerder mocht er in dat kader op wijzen dat eiseres, als dit niet klopte, dit al bij de correcties en aanvullingen had kunnen aangeven en dat niet heeft gedaan. Tussenconclusie over de geloofwaardigheid van de asielmotieven 13. Op basis van het voorgaande heeft verweerder terecht geconcludeerd dat de drie asielmotieven van eiseres niet geloofwaardig zijn. Behoren tot een sociale groep 14. Uit het arrest K en L van het Hof van Justitie volgt dat vrouwen die zich daadwerkelijk vereenzelvigen met de fundamentele waarde van gelijkheid tussen mannen en vrouwen, kunnen behoren tot een bepaalde sociale groep overeenkomstig artikel 10, eerste lid en onder d, van de Kwalificatierichtlijn. ‘Vereenzelviging’ houdt in dat een vrouw in haar dagelijks leven het voordeel van de fundamentele waarde van gelijkheid tussen mannen en vrouwen wil genieten, wat veronderstelt dat zij haar eigen levenskeuzes kan maken, die bepalend zijn voor haar identiteit. Gelet op deze rechtspraak, volgt de rechtbank eiseres niet in haar betoog dat alleen al het zijn van vrouw in Somalië betekent dat eisers behoort tot een sociale groep. Eiseres heeft in geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit blijkt dat in haar geval sprake is van vereenzelviging. Zij heeft hiertoe wel de gelegenheid gehad in de gehoren, in de zienswijze, de gronden van beroep en ter zitting. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom niet gebleken dat eiseres deel uitmaakt van de sociale groep van vrouwen die zich daadwerkelijk vereenzelvigen met de fundamentele waarde van gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Willekeurig geweld in Somalië 15. Uit het beleid van verweerder volgt dat verweerder aanneemt dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de zin van artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn in een aantal regio’s in het zuiden en het midden van Somalië. Nu – zoals hierboven besproken – niet geloofwaardig is dat eiseres uit Zuid-Somalië komt, is voor haar situatie ook niet relevant dat in die regio sprake is van willekeurig geweld. Het beroep van eiseres op artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn slaagt dan ook niet. De kennelijk-ongegrondverklaring 16. Nu is gebleken dat de herkomst die eiseres heeft gesteld, niet overeenkomt met haar dialect, mocht verweerder haar aanvraag afwijzen als kennelijk ongegrond omdat zij verweerder heeft misleid over haar herkomst. Het terugkeerbesluit 17. De rechtbank is van oordeel dat verweerder (nog) geen terugkeerbesluit had mogen opleggen aan eiser. De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft in een uitspraak van 6 november 2025 geoordeeld dat verweerder geen terugkeerbesluit kan nemen in zaken van Griekse statushouders voordat hij de uitkomst van zijn beoordeling heeft gedeeld met de Griekse autoriteiten en daarmee heeft onderzocht of de Griekse autoriteiten de aan eiser toegekende vluchtelingenstatus mogelijk zullen intrekken. Nu verweerder hier in deze zaak (nog) niet aan heeft voldaan zal de rechtbank het terugkeerbesluit vernietigen en verweerder opdragen de uitkomst van zijn beoordeling conform het arrest QY alsnog te delen met de Griekse autoriteiten. Het is vervolgens aan verweerder om te beoordelen wat de reactie van de Griekse autoriteiten op zijn beslissing betekent voor een eventueel te nemen terugkeerbesluit. 17.1. De rechtbank constateert dat met de vernietiging van het terugkeerbesluit een situatie ontstaat die onverenigbaar is met artikel 45 van de Vw 2000. Daarin is immers bepaald dat het besluit waarbij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen, geldt als een terugkeerbesluit. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, zou het echter in strijd zijn met de verplichtingen die voortvloeien uit het Unierecht als de minister een terugkeerbesluit zou opleggen zonder dat hij de uitkomst van zijn beoordeling met de Griekse autoriteiten heeft gedeeld en zij hebben bevestigd dat zij de vluchtelingenstatus van eiseres zullen intrekken. De rechtbank wijst in dit verband op artikel 6 lid 1 en 2 van de Terugkeerrichtlijn. De rechtbank is daarom van oordeel dat artikel 45 van de Vw 2000 in dit geval buiten toepassing moet worden gelaten. Conclusie en gevolgen 18. Het beroep is gegrond omdat verweerder aan eiseres geen terugkeerbesluit mocht opleggen. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover daarin voor zover daarin is beslist dat eiseres moet terugkeren naar Somalië. De rechtbank laat het bestreden besluit voor het overige in stand. Dat betekent dat verweerder de asielaanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. 18.1. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. 18.2. Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder aan eiseres haar proceskosten vergoeden. De rechtbank stelt de proceskostenvergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 2.802,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit van 12 februari 2026 voor zover daarin is beslist dat eiseres moet terugkeren naar Somalië; bepaalt dat het bestreden besluit voor het overige in stand blijft; veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.802,- aan proceskosten aan eiseres. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.C. Laagland, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open. Op basis van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000. Team Onderzoek en Expertise Land en Taal. Verdrag betreffende de status van vluchtelingen. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Zie de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 19 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3626. Zie Informatiebericht 2026/1 Beoordeling statushouders Griekenland van de IND. Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 2 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:2865) en van 17 maart 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:1494). Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3420, r.o. 5.1. Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) van 11 juni 2024, ECLI:EU:C:2024:487 ( K en L ) Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking). Zie de uitspraak van de Afdeling van 30 april 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:2475) onder 1.5. Zie paragraaf C7/30.4.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000). ECLI:NL:RBDHA:2025:21083. Arrest van het Hof van 18 juni 2024, ECLI:EU:C:2024:524 ( QY ).