← alle zaken
Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2026:16569

Rechtbank Den Haag · 2026-04-16 · Eerste aanleg - enkelvoudig

Zaaknummer
NL25.56795 en NL25.56797
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
24.417 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Asiel Egypte; referentiekader eiser; zelfstandig asielmotief eiseres; veroordeling eiser ongeloofwaardig; risico op vervolging en/of een reëel risico op ernstige schade; ongegrond.

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummers: NL25.56795 en NL25.56797 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2026 in de zaken tussen [eiser], v-nummers: [nummer 1], eiser [eiseres] , v-nummer: [nummer 2], eiseres eisers, mede namens hun minderjarige kinderen, [naam minderjarig kind 1] , v-nummer: [nummer 3], [naam minderjarig kind 2] , v-nummer: [nummer 4], [naam minderjarig kind 3] , v-nummer: [nummer 5], (gemachtigde: mr. M.S. Dunant Maurits), en de minister van Asiel en Migratie (gemachtigde: mr. D. Post). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eisers als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvragen in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eisers hebben op 29 augustus 2023 aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met de bestreden besluiten van 18 november 2025 deze aanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond. 2.1. Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 2.2. De rechtbank heeft de beroepen en de verzoeken om een voorlopige voorziening op 11 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Het gezin van eisers bestaat uit eiser, eiseres en hun minderjarige kinderen en is afkomstig uit Egypte. Eisers leggen aan hun asielaanvragen het volgende ten grondslag. Het gezin heeft meerdere jaren in Zuid-Korea, Polen en Frankrijk gewoond, voor het werk van eiser als handelaar. Toen het gezin terug wilde keren naar Egypte heeft eiser van zijn Egyptische advocaat vernomen dat hij op 21 mei 2023 bij verstek is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaar, omdat hij kritische berichten over de Egyptische economie en overheid op sociale media heeft geplaatst. Daarnaast wordt eiser gezocht, omdat er video- en audio-opnames van hem zijn gemaakt waarin hij zich ook kritisch uitspreekt over de Egyptische overheid. Eisers vrezen voor gevangenschap en mogelijk executie van eiser bij terugkeer naar Egypte. De bestreden besluiten 4. Het asielrelaas van eisers bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: identiteit, nationaliteit en herkomst; veroordeling van eiser. 4.1. In het bestreden besluit van eiser wordt als tweede asielmotief de ‘vervolging’ van eiser genoemd. De minister heeft op de zitting toegelicht dat sprake is van een kennelijke verschrijving. De rechtbank begrijpt het bestreden besluit van eiser daarom zo dat met het tweede asielmotief de ‘veroordeling’ van eiser wordt bedoeld, zoals ook in het voornemen is vermeld. Eiser heeft dit ook niet betwist. 4.2. De minister stelt zich over de asielmotieven op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers geloofwaardig zijn, omdat dit is onderbouwd met objectieve documenten. De veroordeling van eiser is volgens de minister niet geloofwaardig, omdat dit asielmotief niet is onderbouwd met objectieve documenten. De minister heeft daarom beoordeeld of dit asielmotief alsnog geloofwaardig is. Dit is volgens de minister niet het geval, omdat de verklaringen van eisers geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen, eisers hun asielaanvragen niet zo spoedig mogelijk hebben ingediend en niet vast is komen te staan dat eisers in grote lijnen als geloofwaardig kunnen worden beschouwd. Volgens de minister hebben eisers niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Egypte een gegronde vrees hebben voor vervolging of een reëel risico lopen op ernstige schade. De minister concludeert daarom dat de asielaanvragen van eisers kennelijk ongegrond zijn. Heeft de minister kenbaar rekening gehouden met het referentiekader van eiser? 5. Eiser voert aan dat de minister bij de geloofwaardigheidsbeoordeling van zijn veroordeling niet kenbaar rekening heeft gehouden met zijn referentiekader, zoals zijn leeftijd, zijn opleidingsniveau, zijn achtergrond en de culturele context. Volgens eiser heeft de minister daarmee in strijd gehandeld met zijn eigen werkinstructie. Eiser wijst op verschillende rapporten waaruit blijkt dat in Egypte sprake is van een patroon van repressie, waarbij critici van het regime worden vervolgd voor uitingen op sociale media, te maken krijgen met gefabriceerde aanklachten en hun familieleden worden geïntimideerd. Deze rapporten ondersteunen volgens eiser zijn asielrelaas, omdat daaruit blijkt dat de Egyptische autoriteiten handelen zoals door hem is verklaard, ook al gaan deze rapporten niet specifiek over hemzelf. 5.1. De rechtbank is van oordeel dat de minister bij de geloofwaardigheidsbeoordeling van de veroordeling van eiser voldoende kenbaar rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser. In het voornemen heeft de minister uiteengezet dat eiser een volwassen man is met een middelbare beroepsopleiding, die in meerdere landen werkzaam is geweest in de in- en exporthandel. Daarmee heeft de minister inzichtelijk gemaakt welk referentiekader bij de beoordeling is betrokken. Voor zover eiser met zijn verwijzingen naar de rapporten heeft beoogd te betogen dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn referentiekader, is de rechtbank van oordeel dat deze rapporten een algemeen beeld geven over de situatie van dissidenten in Egypte, maar zien deze niet op de persoonlijke situatie van eiser. Eiser heeft met deze verwijzingen volgens de rechtbank niet aangetoond dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn referentiekader of geconcretiseerd op welk specifiek onderdeel geen rekening gehouden is. De beroepsgrond slaagt niet. Had de minister de vrees van eiseres voor de veroordeling van eiser als zelfstandig asielmotief moeten aanmerken? 6. Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte stelt dat haar asielmotieven uitsluitend voortkomen uit het verhaal van eiser en voert aan dat zij een zelfstandig, concreet en samenhangend asielrelaas heeft afgelegd. Zij voert aan dat zij getuige is geweest van invallen in de gezinswoning, dat haar gezin door de veiligheidsdiensten zou zijn geïntimideerd en dat haar stiefkinderen zijn ondervraagd. Dat zij heeft verklaard geen problemen te hebben in Egypte is volgens eiseres door de minister verkeerd geïnterpreteerd, omdat zij daarmee bedoelt dat zij niet vanwege een eigen politiek profiel in de belangstelling staat. Eiseres voert daarnaast aan dat zij vanwege haar familierelatie met eiser een persoonlijk risico loopt, nu familieleden van dissidenten systematisch als drukmiddel worden gebruikt door de Egyptische autoriteiten. 6.1. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt stelt dat eiseres haar asielaanvraag heeft gebaseerd op de problemen van eiser. Eiseres heeft zelf meermaals verklaard geen problemen te hebben in Egypte. De minister heeft hieruit niet ten onrechte afgeleid dat eiseres zelf geen problemen heeft gehad in Egypte. Voor zover eiseres vreest als familielid van eiser te worden gebruikt als drukmiddel, heeft de minister deze vrees betrokken in het kader van een reëel risico op ernstige schade. De beroepsgrond slaagt niet. Mocht de minister de veroordeling van eiser ongeloofwaardig achten? 7. Eisers voeren aan dat de minister ten onrechte stelt dat de veroordeling van eiser niet geloofwaardig is. Daarbij voeren eisers meerdere argumenten aan. Deze zal de rechtbank hieronder per argument bespreken. 7.1. In de eerste plaats is niet in geschil dat eisers de veroordeling van eiser niet hebben onderbouwd met objectieve documenten die dit asielmotief volledig onderbouwen. Daarom heeft de minister beoordeeld of het asielmotief alsnog geloofwaardig is. Dat is volgens de minister niet het geval, omdat eisers niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c van de Vw 2000. Tegenstrijdigheden verklaringen eisers 7.2. Eisers voeren aan dat de minister ten onrechte stelt dat sprake is van een tegenstrijdigheid tussen hun verklaringen over de duur van de opgelegde gevangenisstraf. Zij voeren aan dat zij een plausibele verklaring hebben gegeven voor het verschil in het aantal genoemde jaren. Het is volgens eisers onredelijk om van hen te verwachten dat zij een perfecte juridische technische overeenstemming in hun verklaringen geven, zeker wanneer het om complexe en juridische informatie uit Egypte gaat. 7.3. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht stelt dat sprake is van tegenstrijdige verklaringen over de duur van de opgelegde gevangenisstraf. Zo heeft eiser verklaard te zijn veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf, terwijl eiseres meermaals heeft verklaard dat het om vijfentwintig jaar gaat. Omdat dit een kernonderdeel van het asielrelaas is, mocht van eisers een eenduidige verklaring worden verwacht. De gegeven toelichting over het rechtssysteem in Egypte neemt deze tegenstrijdigheid niet weg, nu dit niet is onderbouwd en eisers zelf allebei hebben verklaard dat het om de totale strafduur ging. Documenten 7.4. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte stelt dat het overgelegde vonnis van de rechtbank en de verklaring van het Openbaar Ministerie vervalst zijn. Eiser voert daarnaast aan dat de minister heeft nagelaten bij het documentenonderzoek te motiveren welk vergelijkingsmateriaal is gebruikt, hoe recent en relevant dit materiaal is, en op welke concrete punten de documenten afwijken. Een algemene verwijzing naar een afwijking is volgens eiser onvoldoende om de zware conclusie van valsheid te kunnen dragen. Daar komt volgens eiser bij dat hij heeft verklaard dat in Egypte vaker administratieve fouten voorkomen en dat er verschillende kopieën in omloop zijn. Het is volgens eiser aan de minister om bij twijfel hier verder onderzoek naar te doen. 7.5. De rechtbank stelt vast dat het overgelegde vonnis van de rechtbank en het uittreksel van het register van het Openbaar Ministerie zijn onderzocht door Bureau Documenten. De conclusie van dit onderzoek is dat deze documenten hoogstwaarschijnlijk niet echt zijn en hoogstwaarschijnlijk niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. Hoewel de documenten door Bureau Documenten niet vals zijn bevonden, wat de minister op de zitting heeft erkend, mocht de minister wel uitgaan van de conclusies van dit onderzoek en daarom niet de waarde aan deze documenten hechten die eiser wenst. Een onderzoeksrapport van Bureau Documenten wordt namelijk aangemerkt als een deskundigenbericht en de minister mag daarom uitgaan van de juistheid daarvan. Verder hoeft de minister volgens de rechtbank niet in detail toe te lichten welk vergelijkingsmateriaal is gebruikt. Het openbaar maken van deze details kan het onderzoeksproces namelijk schaden en de precieze totstandkoming van de conclusies wordt met goede redenen, zoals ook aangegeven in de vakbijlage, niet gedeeld. Dat er verder veel administratieve fouten worden gemaakt in Egypte is daarnaast niet onderbouwd. Sociale media activiteiten (YouTube) 7.6. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte stelt dat zijn verklaringen over zijn sociale media-activiteiten onsamenhangend en tegenstrijdig zijn. Eiser voert aan dat hij voor het reageren op YouTube incidenteel gebruikmaakte van het account van zijn vrouw, eiseres. Eiser voert aan dat hij dit niet direct heeft aangegeven in het aanvullend gehoor, omdat hij in een stressvolle setting niet alles direct paraat heeft. Volgens eiser is de zienswijze er juist voor om opheldering te verschaffen en onduidelijkheden weg te nemen. Bovendien voert eiser aan dat de kern van zijn verklaring consistent is, namelijk dat hij geen eigen YouTube-account heeft, maar wel op YouTube heeft gereageerd. 7.7. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht stelt dat de verklaringen van eiser over zijn YouTube-activiteiten tegenstrijdig zijn. In het aanvullend gehoor heeft eiser verklaard dat hij zonder account op YouTube kon reageren. In de zienswijze heeft eiser aangevoerd dat hij via het account van eiseres reageerde. De rechtbank is van oordeel dat van eiser verwacht mag worden dat hij hierover eenduidig kan verklaren, ook al ervaart hij een gehoor als stressvol. Bovendien heeft eiser deze verklaring niet gecorrigeerd in de correcties en aanvullingen. Video- en audio-opnames 7.8. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte stelt dat zijn verklaringen over de opgenomen video- en audio-opnames onsamenhangend zijn. Eiser voert aan dat zijn Egyptische advocaat hem na het aanmeldgehoor heeft geïnformeerd over het mogelijke bestaan van opnames. Volgens eiser heeft hij naderhand meer zekerheid gekregen, waardoor hij toen zeker wist dat er opnames zijn. Volgens eiser is dit een logische en chronologische ontwikkeling in zijn opgedane kennis en geen tegenstrijdigheid. De minister gaat daarnaast voorbij aan de realiteit in Egypte waar mensen anoniem blijven als informatie over de veiligheidsdiensten wordt doorgespeeld, in verband met een risico. Eiser kan de informatie van zijn advocaat daarom niet verder onderbouwen. Volgens eiser is het opnemen van gesprekken een bekende werkwijze van veiligheidsdiensten. 7.9. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt stelt dat de verklaringen van eiser over de mogelijke opnames onsamenhangend zijn. Eiser heeft namelijk wisselend verklaard over het bestaan daarvan. Zo heeft eiser eerst verklaard dat er mogelijk opnames bestaan, maar heeft hij later verklaard dat zijn Egyptische advocaat geld heeft ontvangen om de opnames te achterhalen. Bovendien heeft eiser de mogelijke opnames ook niet onderbouwd en kan hij niet aangeven wat daarop te horen of te zien zou zijn. De verklaring van eiser dat zijn advocaat deze informatie via een onbekend persoon heeft verkregen, is te weinig concreet. Volgens de rechtbank is niet gebleken dat deze opnames bestaan. Vonnis van de rechtbank 7.10. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte stelt dat sprake is van een tegenstrijdigheid met betrekking tot zijn wetenschap over het vonnis van de rechtbank en het aanhoudingsbevel. Eiser voert aan dat hij sinds 2020 van zijn familie hoort dat de veiligheidsdiensten naar hem informeren en dat hij daarom heeft verklaard dat hij zeker wist dat er een vonnis lag. Hij voert aan dat hij contact heeft opgenomen met zijn advocaat toen hij terug wilde keren naar Egypte, die vervolgens de bevestiging heeft gegeven dat er inderdaad een concreet vonnis lag. 7.11. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de wetenschap van het vonnis. Eiser heeft namelijk eerst verklaard dat hij sinds 2023 op de hoogte was van het vonnis door zijn Egyptische advocaat. Later heeft eiser verklaard dat hij zeker wist dat er een vonnis lag, omdat sinds 2020 naar hem werd geïnformeerd bij zijn familie. Eiser heeft daarnaast verklaard dat hij contact met zijn Egyptische advocaat had opgenomen vanwege problemen met de belastingdienst. Later heeft eiser verklaard dat hij dit contact heeft opgenomen om een check te doen bij de veiligheidsdiensten. De rechtbank is van oordeel dat de gegeven verklaring van eiser voor de tegenstrijdige verklaringen onvoldoende is. Het moment waarop en hoe eiser kennis zou hebben gekregen van het vonnis is volgens de rechtbank van wezenlijk belang, omdat dit een kernonderdeel is van zijn asielrelaas. Integrale beoordeling 7.12. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte zijn asielrelaas heeft opgeknipt in losstaande inconsistenties, zonder het in het breder perspectief te plaatsen. Volgens eiser is een integrale beoordeling vereist, waarbij alle verklaringen en documenten in onderlinge samenhang worden betrokken en gewogen. Volgens eiser beperkt de minister zich tot summiere en gestandaardiseerde afwijzingen. Daarnaast voert eiser aan dat de geloofwaardigheidsbeoordeling in strijd is met het Unierecht. 7.13. De rechtbank stelt vast dat de minister in het bestreden besluit van eiser stelt dat de verklaringen van eiser noch afzonderlijk noch in samenhang met elkaar noch in samenhang met de algemene landeninformatie tot de conclusie leiden dat eiser in Egypte risico loopt op vervolging of ernstige schade. De rechtbank ziet geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Dat de minister het asielmotief in onderdelen heeft besproken, betekent volgens de rechtbank niet dat deze onderdelen niet in onderlinge samenhang zijn gewogen. Dat de door de minister toegepaste, en in werkinstructie (WI) 2024/6 opgenomen geloofwaardigheidsbeoordeling niet in overeenstemming zou zijn met het Unierecht volgt de rechtbank niet. De rechtbank verwijst hiertoe naar de uitspraken van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats van 25 juni 2025 en 8 september 2025 . In deze uitspraken is geoordeeld dat de WI 2024/6 in lijn is met het Unierecht. De rechtbank ziet in het betoog van eiser geen aanleiding om hiervan af te wijken. Conclusie 7.14. De minister stelt zich op grond van het voorgaande niet ten onrechte op het standpunt dat de veroordeling van eiser ongeloofwaardig is. De beroepsgrond slaagt niet. Lopen eisers bij terugkeer een risico op vervolging en/of een reëel risico op ernstige schade? 8. Eisers voeren aan dat de minister ten onrechte stelt dat zij bij terugkeer naar Egypte geen risico lopen op vervolging dan wel een reëel risico op ernstige schade. Volgens eiser zijn de Egyptische autoriteiten op de hoogte van zijn politieke overtuiging. Daarbij is volgens hem niet relevant hoe intensief zijn politieke overtuiging is, maar hoe de autoriteiten deze uiting opvatten. Bovendien ligt er volgens eiser een veroordeling, hebben de veiligheidsdiensten zijn dochter verhoord en bedreigd, is zijn zoon opgepakt en vastgehouden en staat zijn naam geregistreerd op alle luchthavens. Daarnaast voert eiseres aan dat de minister ten onrechte de aangehaalde landeninformatie over het gebruik van familieleden als drukmiddel terzijde heeft geschoven. 8.1. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij bij terugkeer naar Egypte een gegronde vrees hebben voor vervolging of een reëel risico lopen op ernstige schade. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de Egyptische autoriteiten op de hoogte zijn van zijn gestelde politieke overtuiging. Daarnaast is niet gebleken dat eiser politiek actief is of lid is van een politieke partij. Ook heeft eiser niet onderbouwd dat hij geregistreerd staat op alle luchthavens. Daar komt bij dat de veroordeling van eiser, gelet op wat onder 7.13 is overwogen, niet ten onrechte ongeloofwaardig is geacht. Daarom heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat geen aanleiding bestaat dat eiseres als drukmiddel zal worden gebruikt. De beroepsgrond slaagt niet. Heeft de minister de asielaanvragen van eisers mogen afwijzen als kennelijk ongegrond? 9. Eisers voeren aan dat de minister hun asielaanvragen ten onrechte heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Volgens eisers stelt de minister ten onrechte dat zij valse verklaringen hebben afgelegd. Eisers voeren daarbij aan dat de minister geen rekening heeft gehouden met de stressvolle omstandigheden waaronder een gehoor plaatsvindt. Ten aanzien van de door de minister gestelde onjuistheden voert eiser aan dat een kleine onderneming niet altijd zichtbaar is op internet en dat hij in Frankrijk geen asiel heeft aangevraagd op basis van onjuiste informatie van een maatschappelijk werker. Verder voeren eisers aan dat zij pas na drie dagen asiel hebben aangevraagd, omdat ze eerst rust en opvang wilden creëren voor hun gezin na een emotioneel belastende reis. Volgens eisers is deze korte overschrijding verschoonbaar. Eiseres voert daarbij aan dat de minister haar ten onrechte niet het voordeel van de twijfel heeft gegeven. 9.1. De rechtbank is van oordeel dat de minister de asielaanvragen van eisers mocht afwijzen als kennelijk ongegrond. Zoals onder 7 tot en met 7.14 is overwogen, stelt de minister niet ten onrechte dat eisers op verschillende onderdelen inconsequent en tegenstrijdig hebben verklaard. Daarnaast heeft eiser tegenstrijdig verklaard over de herkomst van een groot geldbedrag dat bij hem in Frankrijk is aangetroffen. Zo heeft hij verklaard dat dit geld afkomstig was van zijn werkgever in Frankrijk, dat het om een erfenis ging en dat hij dit van een vriend heeft gekregen. De rechtbank is van oordeel dat het enkele feit dat een gehoor stressvol kan zijn, niet betekent dat tegenstrijdige verklaringen zonder meer moeten worden aanvaard. Verder heeft eiser verklaard dat het hoofdkantoor van zijn werkgever in Frankrijk op de Champs-Elysees gevestigd is, terwijl dit bedrijf niet te vinden is op internet. De stelling van eiser dat hij op basis van onjuiste informatie van een maatschappelijk werker geen asiel heeft aangevraagd in Frankrijk, is daarnaast niet onderbouwd. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de minister eisers niet het voordeel van de twijfel hoefde te geven. Eisers hebben zich namelijk pas na 48 uur gemeld voor asiel in Ter Apel, waarvoor zij geen verschoonbare reden hebben gegeven. Indien eisers daadwerkelijk bescherming nodig hebben, mag van hen worden verwacht dat zij zich zo snel mogelijk melden voor asiel. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 10. De beroepen zijn ongegrond. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas, rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Pruijn, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zoals bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder c, d en e, van de Vw 2000. Op grond van artikel 30b, eerste lid, onder e en h, van de Vw 2000. Rechtbank Den Haag, zp. Groningen, 25 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2791 en ABRvS 4 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3033. Werkinstructie 2024/6 Geloofwaardigheidsbeoordeling (asiel). Van onder andere Amnesty International, Human Rights Watch en het UK Home Office. ABRvS 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:121. Aanmeldgehoor eiseres, p. 13, nader gehoor eiseres, p. 10 en p. 21. Zie onder andere aanvullend gehoor eiser, p. 17 en nader gehoor eiseres, p. 9 en p. 20. Zie bijvoorbeeld ABRvS 19 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:190 en ABRvS 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1764. Vergelijk ABRvS 1 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2055. Aanvullend gehoor eiser, p. 9. Nader gehoor eiser, p. 20 en aanvullend gehoor eiser, p. 18. Aanvullend gehoor eiser, p 7. Aanvullend gehoor eiser, p. 8 en p. 13. Aanvullend gehoor eiser, p. 8. Aanvullend gehoor eiser, p. 8. Rechtbank Den Haag, zp Groningen, 4 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:20433 en zp. Amsterdam, 10 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:20276. Rechtbank Den Haag, zp. Den Haag, 6 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:3440. Eiser wijst daarbij op meerdere uitspraken van Rechtbank Den Haag, zp. Den Haag, 5 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14856, zp. Roermond, 20 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:8794, 17 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2170, zp. Arnhem, 8 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16613 en zp. ’s-Hertogenbosch, 14 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19462. Zie voetnoot 2. ECLI:NL:RBDHA:2025:11149. ECLI:NL:RBDHA:2025:16613. Eiseres wijst daarbij op documentatie van Amnesty International, Human Rights Watch en het UK Home Office. Nader gehoor eiser, p. 14 en aanvullend gehoor eiser p. 10 en p. 18.