← alle zaken
Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2026:16163

Rechtbank Den Haag · 2026-06-15 · Eerste aanleg - enkelvoudig

Zaaknummer
NL25.59504
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
10.688 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Asiel - Somalië - opvolgende asielaanvraag - algemene situatie in Mogadishu -bij terugkeer naar Mogadishu geen reëel risico op ernstig schade in de zin van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn - eiser loopt als terugkeerder niet een reëel risico op ernstige schade - uit het AAB Somalië van april 2025 volgt dat personen die als buitenstaanders worden gezien het gevaar lopen door Al-Shabaab als spion te worden aangemerkt, maar dat geldt alleen voor gebieden die onder controle van Al-Shabaab staan - eiser hoeft niet naar een dergelijk gebied terug te keren - doorvragen over de terugkeer was niet nodig - beroep ongegrond.

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.59504 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser, geboren op [geboortedatum] , van Somalische nationaliteit, V-nummer: [nummer] , (gemachtigde: mr. H.A. Limonard), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. D.J. Halbesma). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw . Eiser is het hier niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag in stand kan blijven. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het beroep ongegrond is. Procesverloop 2. Eiser heeft op 11 februari 2025 een opvolgende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 3 december 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Het reeds opgelegde terugkeerbesluit geldt nog steeds. Tevens is aan eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en tevens de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Hierop volgt afzonderlijk een uitspraak. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 18 mei 2026, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Ook was er een tolk aanwezig. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting gesloten. Beoordeling door de rechtbank Eerdere asielaanvraag 3. Eiser heeft eerder, op 19 juni 2022, een asielaanvraag ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 30 januari 2023 afgewezen als kennelijk ongegrond. Bij uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, van 13 februari 2024 is het daartegen door eiser ingestelde beroep ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 13 maart 2024 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is het hoger beroep tegen deze uitspraak ongegrond verklaard. Daarmee staat dat besluit in rechte vast. Onderhavige aanvraag: de tweede asielaanvraag 4. Eiser legt aan zijn opvolgende asielaanvraag het volgende ten grondslag. Het beoordelingskader bij de beoordeling van ernstige schade in de zin van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn is aangepast. Door de beleidswijziging is de mate van willekeurig geweld mede afhankelijk van individuele omstandigheden. Dit beleid was in de eerste asielprocedure nog niet van toepassing. Verder wijst eiser op de volgende informatie over de veiligheidssituatie in Mogadishu: - een mensenrechtenrapport van Amnesty International van 23 maart 2024 en - een rapport van het US Department of State van 23 april 2024. Het bestreden besluit 5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister het volgende asielmotief: 1. Identiteit, nationaliteit en herkomst. 5.1. De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Dit leidt niet tot een gegronde vrees voor vervolging in vluchtelingenrechtelijke zin of een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM. In rechte staat vast dat eisers verklaringen over de problemen met Al-Shabaab niet geloofwaardig zijn. Niet gebleken is dat eiser vanwege de algehele situatie in Mogadishu persoonlijk te vrezen heeft voor ernstige schade. De minister neemt met betrekking tot Mogadishu aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Dat eiser meer gevaar loopt dan een andere, willekeurige burger van Mogadishu, enkel door zijn aanwezigheid aldaar is evenmin gebleken. De minister wijst de asielaanvraag daarom af als kennelijk ongegrond. 5.2. Eiser heeft de juistheid van het standpunt van de minister gemotiveerd betwist. Op wat hij in dit verband in de beroepsgronden heeft aangevoerd zal hieronder – voor zover van belang – worden ingegaan. De algemene situatie in Mogadishu 6. Eiser voert aan dat de invloed van Al-Shabaab in Mogadishu in ernstige mate is toegenomen, zodat het beleid van de minister geen stand kan houden. Al-Shabaab voert regelmatig aanslagen uit op overheidsdoelen, hotels, restaurants en openbare plekken, ook in het centrum van de stad. Dat de situatie in Mogadishu nog steeds bijzonder gevaarlijk is blijkt onder meer uit het rapport van het EU-asiel Agentschap van 26 mei 2025. Hieruit volgt dat de invloed van Al-Shabaab in dit deel van Somalië nog aanzienlijk is. In het artikel van Human Rights Watch van 3 augustus 2024 wordt verder gesproken van aanvallen door Al-Shabaab op burgerdoelen. Er wordt gesproken over honderden doden en gewonden. 7. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Mogadishu een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. De minister heeft in dit kader terecht overwogen dat de enkele aanwezigheid van eiser in Somalië op zichzelf niet voldoende is om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen. De rechtbank ziet in de verwijzing naar de verslechterde situatie en de door eiser aangehaalde bronnen geen aanleiding voor een ander oordeel. Dat er aanslagen worden gepleegd door Al-Shabaab en er burgerslachtoffers vallen is bekend, maar hiermee is de grens van artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn nog niet bereikt. Nu voor Mogadishu een lager niveau van geweld is aangenomen, betekent dit dat eiser meer individuele omstandigheden naar voren moet brengen om een 15c-situatie aannemelijk te maken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister deugdelijk gemotiveerd dat de individuele omstandigheden van eiser geen aanleiding vormen om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen. De minister heeft in dit verband kunnen stellen dat Al-Shabaab zich met name op overheidsdoelen richt en dat niet gebleken is dat zij het op eiser persoonlijk hebben voorzien. Eiser heeft geen andere persoonlijke omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat hij bij terugkeer naar Mogadishu een groter risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. 8. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister zich terecht en voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser zijn vrees voor ernstige schade bij terugkeer naar Mogadishu niet aannemelijk heeft gemaakt. Deze beroepsgrond slaagt niet. Terugkeerders 9. Eiser voert in beroep aan dat hij als terugkeerder vanuit het westen een verhoogd risico loopt om door Al-Shabaab als zodanig te worden herkend. Eiser verwijst hiervoor naar het Algemeen Ambtsbericht Somalië (AAB) van april 2025. Aan de hand van gedrag, kleding, bezittingen, accent of netwerk bestaat de mogelijkheid dat eiser snel zal worden opgemerkt. Er bestaat dan ook een aanzienlijk risico dat eiser zal worden beschuldigd van spionage of verraad. Dit kan weer leiden tot bedreigingen, ontvoering of executie. 10. De rechtbank is van oordeel dat de gemachtigde van minister zich op zitting terecht en voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als terugkeerder een reëel risico op ernstige schade loopt. Uit het AAB van april 2025 volgt weliswaar dat terugkeerders herkenbaar zouden zijn aan bijvoorbeeld hun accent, manier van kleden, manier van lopen en houding en dat zij hierdoor moeite zouden kunnen hebben met het integreren in de Somalische samenleving, maar door eiser is niet nader onderbouwd waarom hij hierdoor een reëel risico op ernstige schade zou lopen. Uit het AAB van april 2025 volgt verder dat de mate waarin terugkeerders risico liepen in Somalië sterk samenhing met hun individuele omstandigheden en hun sociale netwerk. Door eiser is niet nader onderbouwd waarom hij, gelet op zijn individuele omstandigheden en netwerk, risico zou lopen bij terugkeer. Eisers stelling op zitting dat informanten hem zullen herkennen en dat zullen doorgeven aan Al-Shabaab, leidt evenmin tot een ander oordeel. Hoewel uit het AAB van april 2025 volgt dat personen die als buitenstaanders worden gezien het gevaar lopen door Al-Shabaab als spion te worden aangemerkt, geldt dat alleen voor gebieden die onder controle van Al-Shabaab staan. Eiser hoeft echter niet naar een dergelijk gebied terug te keren. De rechtbank volgt eiser tot slot niet in zijn standpunt op zitting dat de minister ten onrechte niet heeft doorgevraagd op de terugkeer. De rechtbank stelt voorop dat het in beginsel aan eiser is om aan te voeren waarvoor hij vreest bij terugkeer. Door eiser is in dit kader niets aangevoerd, zodat niet valt in te zien dat de minister hierop had moeten doorvragen. Deze beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 11. De minister heeft de aanvraag kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Ruiter, griffier, en openbaar gemaakt door gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Op grond van artikel 31, eerste lid, en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw. Op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. Zaaknummer NL25.59505. ECLI:NL:RBOVE:2024:773, niet gepubliceerd. Zaaknummer 202401144/1/V1. Richtlijn 2011/95/EU. Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Zie het algemeen ambtsbericht over Somalië van april 2025, p. 117. Zie het algemeen ambtsbericht over Somalië van april 2025, p. 117-118.