← alle zaken
Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2026:16150

Rechtbank Den Haag · 2026-05-13 · Eerste aanleg - enkelvoudig

Zaaknummer
NL25.48659
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
17.662 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Opvolgende aanvraag asiel, seksuele geaardheid en daaropvolgende problemen, Guinee, ongegrond

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL25.48659 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam 1] , [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. D.S. Harhangi-Asarfi), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. B.E.M. Goossens). Procesverloop In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn opvolgende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag). Verweerder heeft met het bestreden besluit van 30 september 2025 de opvolgende asielaanvraag van eiser in de verlengde asielprocedure afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder g, Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De rechtbank heeft het beroep op 8 april 2026 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn verschenen. Als tolk is verschenen P.N. Kleinendorst. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Inleiding 1. Eiser heeft de Guinese nationaliteit en is geboren op [geboortedatum 1] . Hij heeft op 21 april 2023 een opvolgende asielaanvraag ingediend in Nederland. Het asielrelaas 2. Eiser heeft aan zijn herhaalde asielaanvraag het volgende ten grondslag gelegd. Eiser is biseksueel. In Guinee heeft hij de hand vastgehouden van een vriend. De stiefzus van eiser heeft dit aan zijn moeder verteld. Eiser is toen door zijn oom een week in huis opgesloten in een kamer. Na deze week is eiser uit huis gezet en in hij tijdelijk bij zijn homoseksuele vriend ingetrokken. Hij is na zes weken samen met deze vriend opgepakt door de politie en heeft drie dagen vastgezeten. Vijf dagen na zijn vrijlating is eiser uit Guinee vertrokken. In Nederland heeft eiser openheid gegeven over zijn geaardheid en heeft hij zijn familie in Guinee daarover gebeld. Eiser heeft sindsdien geen contact meer met zijn moeder. Bij terugkeer vreest hij voor problemen vanwege zijn seksuele geaardheid. Het bestreden besluit 3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: 1. Identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. Seksuele geaardheid en daaropvolgende problemen. 3.1. Verweerder acht eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Hier heeft de rechtbank in de vorige procedure al over geoordeeld. De seksuele geaardheid van eiser en de daaropvolgende problemen acht verweerder ongeloofwaardig. 3.2. Eiser heeft zijn seksuele geaardheid niet onderbouwd met documenten die het asielmotief volledig onderbouwen. Ook voldoet eiser niet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder c en e, van de Vw. Eiser heeft namelijk tegenstrijdige verklaringen over zijn seksuele geaardheid afgelegd. Verweerder stelt zich op het standpunt dat uit de verklaringen van eiser niet volgt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft. Dat eiser uit Guinee komt is op zichzelf niet genoeg om een vluchteling te zijn of om een reel risico op ernstige schade aan te nemen. Het voorgaande brengt verweerder tot de conclusie dat zich geen asielgrond voordoet in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw. 3.3. Op 1 juli 2021 heeft eiser een terugkeerbesluit gekregen waarin staat dat hij moet terugkeren naar Guinee. Dit heeft eiser niet gedaan, dit terugkeerbesluit is daarom nog steeds geldig. Op 3 maart 2023 is aan eiser een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Deze periode start zodra eiser Nederland verlaat. Het beroep 4. Eiser voert (kort samengevat) de volgende beroepsgronden aan. Het bestreden besluit is in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel genomen. De geboortedatum van eiser moet worden vastgesteld op 15 december 2003 en verweerder had dan ook rekening moeten houden met de minderjarigheid van eiser. Verweerder heeft daarnaast de seksuele geaardheid van eiser ten onrechte ongeloofwaardig geacht. De door eiser overgelegde documenten zijn onvoldoende meegewogen. Ook heeft verweerder ten onrechte vermeende tegenstrijdigheden in de verklaringen afgelegd in de vorige procedure ten opzichte van de onderhavige procedure tegengeworpen, zonder eiser hier in het gehoor mee te confronteren. Verder ontbreekt een juiste risicobeoordeling van Guinee. Daarnaast heeft verweerder in strijd met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) gehandeld, door geen afzonderlijk en zorgvuldig onderzoek te verrichten naar de medische situatie van eiser en de beschikbaarheid van een passende behandeling in Guinee. Ook heeft eiser sinds zijn komst in Nederland sociale contacten opgebouwd en zou verwijdering zijn recht op privéleven in de zin van artikel 8 van het EVRM en het evenredigheidsbeginsel schenden. Het handhaven van het inreisverbod en het terugkeerbesluit is gezien het voorgaande disproportioneel. De afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond is prematuur en onevenredig. Het oordeel van de rechtbank Geboortedatum van eiser 5. Eiser stelt zich op het standpunt dat hij op [geboortedatum 2] is geboren. Verweerder had op grond van het arrest TQ van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 14 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:9, rekening moeten houden met de minderjarigheid van eiser bij de oplegging van het terugkeerbesluit. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 4 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3992, volgt dat niet zonder meer kan worden uitgegaan van de juistheid van een buitenlandse leeftijdsregistratie wanneer daar twijfel over bestaat. Het ligt op de weg van verweerder om nader onderzoek te verrichten naar de leeftijd van eiser en om het terugkeerbesluit en inreisverbod in te trekken tot is vastgesteld of eiser minderjarig was en of in Guinee adequate opvang beschikbaar is. 5.1. De rechtbank overweegt dat verweerder, op grond van de uitspraak van de Afdeling van 4 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3992, niet langer in beginsel mag uitgaan van de juistheid van een leeftijdsregistratie in een andere lidstaat van de Europese Unie. Als verweerder een afwijkende leeftijdsregistratie uit een andere lidstaat aantreft, mag hij die wel bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de leeftijd van een vreemdeling betrekken en daaraan gewicht toekennen. Verweerder zal dan deugdelijk moeten motiveren welk gewicht hij aan een bepaalde registratie toekent en waarom. Dit heeft verweerder voldoende gedaan. In de vorige procedure is dit punt eveneens aan de orde gekomen en heeft de rechtbank, zittingsplaats Utrecht, bij uitspraak van 21 juni 2022 (NL21.11680) de geboortedatum van eiser vastgesteld op [geboortedatum 3] . Eiser heeft bij de onderhavige asielaanvraag geen nieuwe documenten aangeleverd die aannemelijk maken dat deze registratie niet juist is. Verweerder heeft verder voldoende gemotiveerd dat er gewicht wordt toegekend aan de leeftijdsregistratie in Italië en waarom dit gewicht wordt toegekend. Ter zitting heeft verweerder er nog op gewezen dat eiser in het gehoor heeft verklaard dat hij op [geboortedatum 4] geboren is en dat er geen wijzigingen zijn in zijn persoonsgegevens. In de door eiser overgelegde brief van Stichting Prisma Groep staat ook dat eiser op [geboortedatum 5] geboren is. Gelet op het voorgaande was verweerder niet gehouden om nader onderzoek te doen naar de leeftijd van eiser. De beroepsgrond slaagt niet. Seksuele geaardheid en daaropvolgende problemen 6. Eiser voert aan dat de verklaringen over zijn seksuele geaardheid ten onrechte als tegenstrijdig en oppervlakkig zijn aangemerkt. Het feit dat hij zichzelf eerst als homoseksueel en later pas als biseksueel bestempelde past in zijn proces van zelfontdekking. Dit is bevestigd door zijn contacten bij Stichting Prisma Groep. Verweerder heeft verder onvoldoende rekening gehouden met de psychische problematiek van eiser, hetgeen hem kan belemmeren om consistent en gedetailleerd te verklaren. Niet is gemotiveerd waarom eiser tegenstrijdig en oppervlakkig zou hebben verklaard en geen rekening is gehouden met de culturele en sociale context van eiser. Dit is volgens paragraaf C1/4.4. Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) wel vereist. 6.1. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder terecht tot het oordeel gekomen dat eiser tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Eiser heeft in het aanvraagformulier aangegeven dat hij homoseksueel is en pas tijdens het gehoor dat hij biseksueel is. Eiser kan niet worden gevolgd in zijn verklaring voor deze tegenstrijdigheid, namelijk dat hij pas na het invullen van zijn aanvraagformulier in een gesprek met Stichting Prisma Groep heeft geleerd dat zijn seksuele voorkeur als biseksueel te bestempelen is. Dit strookt niet met zijn verklaring tijdens het gehoor dat [naam 2] degene was die hem voor de eerste keer goed had uitgelegd wat biseksualiteit precies inhoudt. Ten aanzien van zijn psychische klachten heeft eiser geen stukken overgelegd waaruit volgt dat hij een trauma- of stress gerelateerde stoornis heeft die ervoor zorgt dat hij niet consistent en gedetailleerd zou kunnen verklaren. Daarnaast heeft eiser niet gemotiveerd waarom rekening gehouden had moeten worden met zijn culturele en sociale context. Op pagina 2 van het voornemen is het referentiekader van eiser uiteen gezet. Uit het gehoor blijkt ook dat er rekening is gehouden met het referentiekader van eiser. Uit het verslag gehoor opvolgende aanvraag blijkt dat tijdens het gehoor meerdere malen een pauze is ingelast en aan eiser is gevraagd hoe het met hem gaat. Ook is aan eiser gevraagd of hij zich goed genoeg voelde om door te gaan, waarop eiser bevestigend heeft geantwoord. Verder is aan eiser gevraagd of hij alles begrijpt en zijn de zaken die niet duidelijk waren nogmaals uitgelegd. Gelet hierop kan verweerder worden gevolgd in zijn standpunt dat niet is gebleken dat eiser de vragen niet begrijpt en dat rekening is gehouden met de psychische klachten van eiser. De beroepsgrond slaagt niet. De overgelegde stukken 7. Eiser voert aan dat de overgelegde documenten onvoldoende kenbaar zijn meegewogen. 7.1. De rechtbank volgt eiser niet in het standpunt dat verweerder de overgelegde documenten onvoldoende kenbaar heeft meegewogen. In het voornemen is weergegeven dat in de brief van Stichting Prisma Groep van 30 september 2024 is vermeld dat eiser zich in november 2023 bij hen heeft gemeld, terwijl eiser heeft verklaard dat hij vanaf 2022 al contact had met Stichting Prisma Groep. Het document van arts [naam 3] van 14 oktober 2024 en het document van verpleegkundig specialist [naam 4] van 16 juni 2022 heeft verweerder meegewogen in die zin dat tijdens het gehoor, zoals onder r.o. 6.1. is weergegeven, rekening is gehouden met de psychische situatie van eiser. Ter zitting is door verweerder ook nog ingegaan op de aanvullend ingediende documenten van eiser, die zien op een afspraak voor een intakegesprek en een toestemmingsverklaring medische gegevens. Verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat er drie maanden zijn verstreken sinds het intakegesprek en dat niet duidelijk is wat er is besloten en of er een behandeltraject wordt gestart. Ook blijkt uit de stukken niet dat eiser op dit moment in behandeling is. De beroepsgrond slaagt niet. Hoor en wederhoor 8. Eiser voert verder aan dat verweerder vermeende tegenstrijdigheden in de verklaringen afgelegd in de vorige procedure ten opzichte van de onderhavige procedure (over het jaar van overlijden van de vader van eiser, zijn schoolverloop en de detentie) heeft gebruikt, zonder eiser met deze punten te confronteren. 8.1. Uit het verslag gehoor opvolgende aanvraag blijkt dat verweerder in het gehoor aan eiser heeft voorgehouden dat hij in de vorige procedure heeft verklaard dat zijn vader een geruime tijd voor zijn vertrek is overleden en dat eiser in de onderhavige procedure heeft verklaard dat zijn vader in 2017 is overleden (zie p. 29 van het verslag gehoor opvolgende aanvraag). Ook heeft verweerder in het gehoor aan eiser voorgehouden dat hij in de vorige procedure vertelde dat hij in 2014 is gestopt met school en in deze procedure heeft verklaard dat hij in de nazomer van 2015 op school de hand van een homoseksuele vriend vastpakte (zie p. 30 van het verslag gehoor opvolgende aanvraag). Daarnaast is aan eiser gevraagd hoe de detenties die hij in beide procedures noemt zich tot elkaar verhouden (zie pagina 34 van het verslag gehoor opvolgende aanvraag). Nu eiser de mogelijkheid heeft gekregen om te reageren op deze tegenstrijdigheden, mogen deze aan hem worden tegengeworpen. De beroepsgrond slaagt niet. Zwaarwegendheidsbeoordeling 9. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder geen actuele beoordeling heeft gemaakt van LHBTI personen in Guinee. Homoseksuele en biseksuele relaties zijn daar strafbaar en maatschappelijke afwijzing leidt tot reële risico’s op vervolging en mishandeling. 9.1. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat de seksuele geaardheid van eiser ongeloofwaardig wordt geacht. Verweerder heeft daarom geen actuele beoordeling hoeven maken over de vrees die LHBTI personen lopen in Guinee. Daarnaast heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat het feit dat eiser uit Guinee komt niet voldoende is om een vluchteling te zijn onder het Vluchtelingenverdrag. Uit de verklaringen van eiser volgt niet dat hij een gegronde vrees heeft voor vervolging. De beroepsgrond slaagt niet. Artikel 3 van het EVRM 10. Eiser stelt zich op het standpunt dat hij leidt aan een ongediagnosticeerde trauma- of stressgerelateerde stoornis. Sinds 2022 staat hij onder behandeling bij het GGZ. Het behandeltraject loopt nog. Uitzetting van ernstig zieke personen kan volgens de arresten Paposhvili t. België van 13 december 2016, ECLI:CE:ECHR:2016:1213JUD004173810 en Savran t. Denemarken van 7 december 2021, ECLI:CE:ECHR:2021:0707JUD005745715 van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), in strijd zijn met artikel 3 van het EVRM. Verweerder had moeten onderzoeken of dit ook voor eiser geldt en of eiser in Guinee ook zorg kan krijgen. Terugkeer betekent een reëel risico op ontregeling en terugval, met mogelijk ernstige gevolgen, waaronder suïcidaliteit of psychotische decompensatie. 10.1 Uit de arresten Paposhvili t. België en Savran t. Denemarken volgt dat er een minimaal niveau van ernst moet worden bereikt om tot een schending van artikel 3 van het EVRM te komen. Eiser heeft een aantal documenten overgelegd om zijn psychische toestand te onderbouwen. Uit de op 16 juni 2022 gedateerde verklaring van verpleegkundig specialist [naam 4] blijkt dat eiser in behandeling stond bij de GGZ voor een ongespecificeerd trauma-of stress gerelateerde stoornis en dat hij als medicatie olanzapine gebruikte. Uit de op 14 oktober 2024 gedateerde brief van arts [naam 3] blijkt dat eiser sinds 2023 bij GGZ Centraal onder behandeling stond en klaar is om te starten met traumatherapie. Ten slotte blijkt uit de op 16 januari 2026 gedateerde brief van de heer Asfar dat eiser op 20 januari 2026 is uitgenodigd voor een intakegesprek. Uit voornoemde documenten blijkt echter niet dat eiser op dit moment onder behandeling staat of dat eiser als ernstig ziek bestempeld kan worden. De stelling dat terugkeer zou zorgen voor een reëel risico op ontregeling en terugval, met mogelijk ernstige gevolgen, waaronder suïcidaliteit of psychotische decompensatie, is verder niet onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet. Artikel 8 van het EVRM 11. Eiser voert aan dat hij sociale contacten heeft opgebouwd binnen de LHBTI-gemeenschap, waaronder steunnetwerken en vriendschappen die essentieel zijn voor zijn herstel en identiteitsontwikkeling. 11.1. Verweerder heeft de overgelegde foto’s waarop eiser met een aantal mensen is te zien, onvoldoende kunnen achten voor de conclusie dat sprake zou zijn van privéleven in de zin van artikel 8 van EVRM. Het gestelde privéleven is door eiser niet geconcretiseerd. De beroepsgrond slaagt niet. Inreisverbod en Terugkeerbesluit 12. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen heeft verweerder deugdelijk gemotiveerd waarom aan eiser een inreisverbod en een terugkeerbesluit zijn opgelegd. De medische toestand en het privéleven van eiser staan hieraan niet in de weg. Verweerder heeft voldoende rekening gehouden met de actuele persoonlijke omstandigheden van eiser, zoals is neergelegd in artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 13. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Abdoelkadir, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Dommerholt, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.