← alle zaken
Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2026:13788

Rechtbank Den Haag · 2026-05-27 · Eerste aanleg - meervoudig

Zaaknummer
NL24.21723 en NL24.33955
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
51.943 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

MK – Asiel Venezuela. De rechtbank oordeelt dat de minister de politieke activiteiten en de problemen vanwege deze politieke activiteiten ongeloofwaardig mocht achten omdat eiser dit niet aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank oordeelt dat het lidmaatschap van Acción Democrática niet maakt dat eiser vreest voor vervolging of ernstige schade. De minister heeft terecht gesteld dat eisers politieke uitingen op sociale media in Venezuela ook geen risico voor vervolging of ernstige vrees opleveren. De rechtbank oordeelt dat de minister echter ondeugdelijk heeft gemotiveerd dat eiser geen gegronde vrees heeft voor vervolging en geen risico loopt op ernstige schade vanwege zijn politieke overtuiging en sociale media activiteiten in Nederland. Het beroep is daarom gegrond. Gelet op de familieband tussen eiser en eiseres en de samenhang van deze zaken bevat het besluit van eiseres ook een motiveringsgebrek. Ook dit beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt de besluiten, draagt de minister op een nieuw besluit te nemen en veroordeelt de minister in de proceskosten (waaronder kosten van een deskundigenrapport).

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: NL24.21723 en NL24.33955 uitspraak van de meervoudige kamer in de zaken tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser, [eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres, mede namens hun minderjarige kinderen: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , hierna samen: eisers, (gemachtigde: mr. S.J. Koolen), en de minister van Asiel en Migratie , de minister, (gemachtigde: mr. E.C. Pietermaat). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eisers als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 . Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvragen niet in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eisers hebben aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij zijn van Venezolaanse nationaliteit. Eiser is geboren op [geboortedatum 1] 1987 en eiseres op [geboortedatum 2] 1991. De minister heeft met de bestreden besluiten van 28 mei 2024 de aanvragen in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. 2.1. Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. De minister heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift. Eisers hebben daarna aanvullende gronden en stukken ingediend. 2.2. De rechtbank heeft op 7 februari 2025 het onderzoek ter zitting geopend en de beroepen aan de orde gesteld. Omdat er geen tolk beschikbaar was, hebben eisers verzocht om de zitting aan te houden. De rechtbank heeft de behandeling van de zaken geschorst en eisers verzocht een nadere toelichting te geven op verschillende ingediende bronnen. De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. 2.3. Eisers hebben op 13 februari 2025 gereageerd. De minister heeft op 5 maart 2025 gereageerd. Eisers hebben daarna nog verschillende stukken overgelegd. 2.4. De rechtbank heeft de beroepen op 31 juli 2025 op zitting behandeld. Daarna heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Op 7 augustus 2025 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en de beroepen verwezen naar de meervoudige kamer. 2.5. De rechtbank heeft partijen uitgenodigd voor de behandeling van de beroepen door de meervoudige kamer op de zitting van 13 januari 2026. Eisers en hun gemachtigde zijn verschenen. De minister is niet verschenen. De rechtbank heeft daarom het onderzoek geschorst en de beroepen niet inhoudelijk behandeld. 2.6. Het onderzoek ter zitting door de meervoudige kamer heeft vervolgens plaatsgevonden op 5 maart 2026. Hieraan hebben deelgenomen: eisers en hun gemachtigde, A.N. van den Berg - Barrio als tolk en de gemachtigde van de minister. Na de behandeling heeft de rechtbank het onderzoek op 5 maart 2026 gesloten. Bij de sluiting van het onderzoek heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht de uitspraaktermijn met zes weken te verlengen. Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank zal in deze uitspraak eerst de asielrelazen en de bestreden besluiten weergeven. Daarna zal de rechtbank aan de hand van de beroepsgronden ingaan op asielmotieven die de minister niet geloofwaardig heeft bevonden. Vervolgens zal de rechtbank ingaan op de risicobeoordeling en de zwaarwegendheid van de geloofwaardig bevonden asielmotieven. Dit doet de rechtbank eerst in de zaak van eiser en daarna in de zaak van eiseres. De asielrelazen 4. Eisers leggen aan hun asielaanvragen het volgende ten grondslag. Eiser is sinds 2005 politiek actief. Hij was in Venezuela sociaal leider en steunde de partij Acción Democrática. In 2014 heeft eiser besloten om officieel lid te worden van Acción Democrática. Vanaf toen begonnen de problemen. Eiser kreeg telefonisch bedreigingen vanwege zijn politieke activiteiten. Deze bedreigingen werden steeds erger en veranderden in doodsbedreigingen. In januari 2018 is eiser twee keer fysiek aangevallen door de colectivos . Daarvan heeft eiser aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie en bij het CICPC . Eiser vreest bij terugkeer voor zijn leven en dat van zijn gezin. Eiser vreest voor de regering, de colectivos , de nationale garde en alle Venezolaanse autoriteiten. 4.1. Eiseres heeft verklaard dat zij in 2014 lid is geworden van Acción Democrática en dat vanaf 2015 de problemen begonnen vanwege haar politieke activiteiten. Eiseres en eiser kregen dreigtelefoontjes, waarin werd gezegd dat zij moesten stoppen met hun politieke activiteiten. Eiseres is op 11 november 2017 ontslagen op haar werk vanwege haar politieke overtuiging. Eiseres was werkzaam in een regeringsgezind ziekenhuis. Eiseres en eiser zijn op 12 januari 2018 fysiek mishandeld door de colectivos en zij hebben hier beiden aangifte van gedaan. Twee dagen later is eiser nogmaals mishandeld. Vervolgens hebben eisers besloten om naar Colombia te vertrekken, waar zij vier jaar hebben verbleven. Daarna zijn eisers via Spanje naar Nederland gereisd. Eiseres vreest bij terugkeer om gefolterd of vermoord te worden. De bestreden besluiten 5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: Identiteit, nationaliteit en herkomst; Lidmaatschap bij de Acción Democrática; Politieke activiteiten; Politieke overtuiging; Problemen vanwege de politieke activiteiten. 5.1. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: Identiteit, nationaliteit en herkomst; Lidmaatschap bij de Acción Democrática; Politieke activiteiten; Politieke overtuiging; Problemen vanwege de politieke activiteiten. 6. De minister vindt de politieke activiteiten en de problemen vanwege de politieke activiteiten van eisers niet geloofwaardig. Ten aanzien van eiseres vindt de minister ook het lidmaatschap van Acción Democrática niet geloofwaardig. 6.1. De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst en de politieke overtuiging van eisers geloofwaardig. Ook vindt de minister het lidmaatschap van eiser van Acción Democrática geloofwaardig. De minister vindt de geloofwaardig geachte asielmotieven niet zo zwaarwegend dat eisers gegronde vrees hebben voor vervolging of een reëel risico lopen op ernstige schade bij terugkeer. De minister vindt dat er geen sprake is van een zodanig sterke politieke overtuiging dat de vrees gegrond is en dat eisers bescherming op grond van het Vluchtelingenverdrag nodig hebben. Eisers behoren ook niet tot een risicogroep als bedoeld in paragraaf C2/3.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). Eiser is alleen lid van de partij, maar de politieke activiteiten en de daaruit voortkomende problemen zijn ongeloofwaardig geacht. Ten aanzien van de activiteiten op sociale media ziet de minister niet in dat eisers, na lang niet meer politiek actief te zijn geweest, nu ineens politiek actief zijn op sociale media. De minister vindt dat van eisers terughoudendheid mag worden verwacht wat betreft de toekomstige politieke activiteiten bij terugkeer naar Venezuela, omdat niet geloofwaardig is dat zij in het verleden politiek actief zijn geweest. Verder vindt de minister dat uit de overgelegde stukken volgt dat eisers fysiek zijn aangevallen en dat eiser verwondingen heeft opgelopen, maar hieruit blijkt niet dat eisers te vrezen hebben voor ernstige schade of vervolging. De minister concludeert daarom dat de asielaanvragen ongegrond zijn. De geloofwaardigheidsbeoordeling: politieke activiteiten (eiser) Wisselend verklaard over het zijn van sociaal leider 7. Eiser voert aan dat hij zijn verklaringen in de zienswijze nog mag aanvullen en dat hij in het nader gehoor en in zijn reactie op het nader gehoor verduidelijking heeft gegeven van zijn activiteiten als sociaal leider. Deze verduidelijking is ook in lijn met zijn eerdere verklaringen. De minister had nadere vragen moeten stellen indien dit onduidelijk was. Ook vindt eiser dat zijn verklaringen niet wisselend zijn. 8. De rechtbank volgt het standpunt van de minister dat eiser wisselend heeft verklaard over het zijn van sociaal leider. Eiser heeft enerzijds verklaard dat hij de partij ondersteunde, dat men eiser begon te volgen, en als er een buurtgenoot was in de gemeenschap die iets nodig had dan wist eiser dat via de politici te bereiken voor die persoon. Anderzijds heeft eiser verklaard dat hij, voordat hij lid werd van de partij, alleen op de partij stemde en dus geen ondersteuning bood. De minister heeft eiser ook kunnen tegenwerpen dat hij in de correcties en aanvullingen en in de zienswijze niet heeft verduidelijkt waarom hij hier wisselend over heeft verklaard. Algemeen verklaard over de gehouden toespraken 9. Eiser voert aan dat hij zijn verklaringen in de zienswijze nog mag aanvullen en vindt dat de hoormedewerker op dit punt niet goed heeft doorgevraagd. Eiser stelt dat niet van belang is dat hij benoemt aan hoeveel en aan welke evenementen hij heeft deelgenomen en wat zijn rol daarin was, maar dat het gaat om de vraag of hij actief was. 10. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser algemeen heeft verklaard over de toespraken die hij heeft gehouden. De minister heeft eiser kunnen tegenwerpen dat hij algemeen heeft verklaard over de inhoud van de toespraken. Zo heeft eiser heel algemeen verklaard dat de toespraken gingen over dat ‘ we door moesten gaan met de strijd, dat de strijd niet achterwege kon worden gelaten, en dat we niet moesten stoppen met het ondersteunen van de strijd omdat dan alles wat we tot nu toe hadden gedaan tot niets zou hebben gediend’ . Ook heeft de minister kunnen tegenwerpen dat eiser geen antwoord geeft op de vraag hoe vaak hij deze toespraken hield. De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat van eiser als woordvoerder mag worden verwacht dat hij (meer) voorbeelden had kunnen benoemen over wat hij in deze toespraken zei en een schatting had kunnen geven van het aantal toespraken dat hij heeft gehouden. De rechtbank vindt ook dat de hoormedewerker hierover voldoende heeft doorgevraagd. Het enkel aanvullen van de verklaringen in de zienswijze zonder nader te onderbouwen waarom eiser hierover in eerste instantie algemeen heeft verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende. Tegenstrijdige verklaringen over het gebruik van sociale media 11. Eiser is van mening dat zijn verklaringen over het gebruik van sociale media niet tegenstrijdig zijn met de verklaringen van eiseres hierover. 12. De rechtbank volgt het standpunt van eiser dat zijn verklaringen over het gebruik van sociale media niet tegenstrijdig zijn met de verklaringen van eiseres hierover. De minister werpt eiser tegen dat hij geen gebruik heeft gemaakt van sociale media om zijn volgers te bereiken , maar dat eiseres heeft verklaard dat zij samen foto’s publiceerden, berichten plaatsten op sociale media en dat de demonstraties die georganiseerd werden op Facebook werden geplaatst. De rechtbank stelt vast dat eiser in de correcties en aanvullingen heeft uitgelegd dat hij niet via sociale media contact hield met zijn volgers, maar via de telefoon. Hij publiceerde wel foto’s van bijeenkomsten en marsen op Facebook. De rechtbank is van oordeel dat de minister deze toelichting van eiser onvoldoende heeft betrokken in het bestreden besluit. Documenten onderbouwen de verklaringen niet 13. Eiser wijst op de statuten van Acción Democrática en stelt dat wanneer iemand lid is van de partij, iemand ook actief is. Volgens eiser betekent dit dat het geloofwaardige lidmaatschap in de geloofwaardigheidsbeoordeling over zijn politieke activiteiten moet worden betrokken. Eiser vindt het te ver gaan dat een onjuiste datum op een verklaring van een politiek lid maakt dat dit alle geloofwaardigheid van de andere overgelegde documenten wegneemt. De overgelegde brieven zijn opgesteld door de partij en onderbouwen eisers verklaringen. Dat de verklaring van [persoon1] niet in detail benoemt aan hoeveel en aan welke evenementen eiser heeft deelgenomen en wat zijn rol was, is volgens eiser niet van belang omdat het gaat om de vraag of eiser politiek actief was. 14. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de documenten de verklaringen van eiser over zijn politieke activiteiten niet onderbouwen. Eiser heeft bij het nader gehoor foto’s van letsel, foto’s met personen, een Colombiaanse aangifte en Colombiaanse aanplakbiljetten overgelegd. De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat hieruit niet volgt dat eiser heeft deelgenomen aan protestmarsen en dat deze documenten daarom geen onderbouwing zijn van zijn politieke activiteiten. 14.1. Verder heeft eiser bij zijn zienswijze verschillende verklaringen van politici overgelegd, namelijk drie verklaringen van [persoon2] van 26 januari 2022, van 5 december 2023 en van 24 september 2024 en een verklaring van [persoon1] van 12 december 2023. De minister heeft terecht gesteld dat de verklaringen van [persoon2] van 5 december 2023 en van 26 januari 2022 tegenstrijdig aan elkaar zijn. In de verklaring van 5 december 2023 staat dat eiser vanaf 2005 actief lid is voor Acción Democrática en in de verklaring van 26 januari 2022 staat dat eiser vanaf 2014 actief is voor Acción Democrática. Ook heeft de minister eiser kunnen tegenwerpen dat de verklaring van 5 december 2023 tegenstrijdig is aan eisers eigen verklaring, namelijk dat hij in 2014 lid werd van Acción Democrática. De rechtbank volgt daarom het standpunt van de minister dat deze verklaringen tegenstrijdig zijn aan elkaar en de politieke activiteiten niet onderbouwen. Ook uit de verklaring van 24 september 2024 volgt niet waarom eiser als actief lid wordt beschouwd en op welke manier hij zich heeft ingezet voor Acción Democrática, zodat ook deze verklaring eisers verklaringen over zijn politieke activiteiten niet onderbouwd. Verder heeft de minister kunnen tegenwerpen dat uit de verklaring van [persoon1] niet blijkt aan welke evenementen en demonstraties eiser heeft deelgenomen, hoe vaak hij hieraan heeft deelgenomen of wat eisers rol was bij deze evenementen en demonstraties. De rechtbank volgt de minister daarom in het standpunt dat ook dit document niet onderbouwt dat eiser politieke activiteiten voor Acción Democrática heeft verricht. Conclusie politieke activiteiten 15. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de minister niet ten onrechte de politieke activiteiten van eiser niet geloofwaardig heeft geacht. Dat de rechtbank de minister niet volgt in de tegenwerping dat eisers tegenstrijdig hebben verklaard over het gebruik van sociale media, maakt het voorgaande niet anders. De geloofwaardigheidsbeoordeling: problemen vanwege de politieke activiteiten (eiser) 16. De rechtbank heeft hiervoor al overwogen dat de minister de politieke activiteiten niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. De minister heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat eiser daardoor niet kan worden gezien als activist en dat daarom niet kan worden ingezien waarom eiser doelwit zou worden van de Venezolaanse autoriteiten . De minister heeft aan zijn standpunt dat de problemen vanwege de politieke activiteiten ongeloofwaardig zijn in het bestreden besluit en het daarin ingelast voornemen echter ook ten grondslag gelegd dat eisers wisselend hebben verklaard over de bedreigingen, de verklaringen over de aangifte ongerijmd zijn, eisers tegenstrijdig hebben verklaard over dat zij in de gaten worden gehouden door de Venezolaanse regering, hun verblijf in Colombia opmerkelijk is en de overgelegde documenten de verklaringen niet onderbouwen. Om het geschil zoveel mogelijk te beslechten, zal de rechtbank hieronder ingaan op de beroepsgronden die eisers hiertegen hebben aangevoerd. Eisers hebben wisselend verklaard over de bedreigingen 17. Eiser stelt dat hij nooit heeft verklaard dat de doodsbedreigingen in 2015 begonnen. Uit zijn verklaringen kan voldoende worden afgeleid dat het gaat om bedreigingen rond 2017 en niet vanaf 2015. Verder stelt eiser dat de termen ‘wekelijks’ en ‘elke week’ verschillende termen zijn en dat het niet onbegrijpelijk is dat deze termen een andere betekenis kunnen hebben. 18. De rechtbank volgt de minister niet in het standpunt dat eisers wisselend hebben verklaard over de bedreigingen. Eiser heeft verklaard dat hij vanaf 2015 bedreigingen ontving. In het nader gehoor verklaart eiser dat tegen hem werd gezegd ‘Je bent een ellendige verrader, stop met wat je aan het doen bent of het komt je duur te staan en ‘je gaat het met je leven betalen, we weten waar je woont’. Verder heeft eiser verklaard dat de telefoontjes in 2017 inmiddels doodsbedreigingen waren. De rechtbank is van oordeel dat eisers verklaringen over wanneer de bedreigingen ontstonden en wanneer dit (volgens hem) doodsbedreigingen werden niet wisselend zijn. Ook vindt de rechtbank dat eisers niet wisselend hebben verklaard over de frequentie van de bedreigingen. Eiseres heeft namelijk verklaard dat de bedreigingen in 2015 begonnen en dat zij twee of drie keer per week een telefoontje of een sms kregen, dan werd er even gestopt en toen begon het opnieuw. Eiser heeft verklaard dat er soms een maand voorbij ging, soms langer, maar dat als er een protestmars was geweest de bedreigingen ook wel eens wekelijks waren. De rechtbank is van oordeel dat deze verklaringen van eisers over de frequentie van de bedreigingen niet wisselend zijn en volgt niet het standpunt van de minister dat uit de verklaringen van eiseres volgt dat er meer bedreigingen waren dan uit de verklaringen van eiser naar voren komt. Dat eiser op een gegeven moment de bedreigingen voor eiseres verborgen hield, maakt naar het oordeel van de rechtbank ook niet dat de hiervoor weergegeven verklaringen van eisers over de frequentie wisselend zijn. Verklaringen over de aangifte na de mishandeling zijn ongerijmd 19. Eiser vindt het niet ongerijmd dat hij aangifte heeft gedaan ondanks zijn vrees voor de autoriteiten. Eiser wijst op verschillende zaken waarin de asielaanvraag door de minister is ingewilligd en waarin de desbetreffende vreemdeling ook aangifte had gedaan ondanks de vrees voor de autoriteiten. 20. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de verklaringen over de aangifte ongerijmd zijn. De rechtbank stelt vast dat Bureau Documenten de aangifte niet vals of vervalst heeft bevonden. Verder vindt de minister het aannemelijk dat eiseres in eerste instantie een fout heeft gemaakt met het benoemen van een ander bestuursorgaan waar aangifte is gedaan, zodat de rechtbank niet volgt dat de minister desondanks deze fout toch tegenwerpt omdat deze volgens de minister te laat is gecorrigeerd. De rechtbank kan de minister ook niet volgen in het standpunt dat het ongerijmd is dat eiser vreest voor de Venezolaanse autoriteiten maar vervolgens wel ervoor kiest om aangifte bij die autoriteiten te doen wegens ontvoering. Dat eiser wel aangifte heeft gedaan van de aanval en de ontvoering en niet van de bedreigingen, betekent naar het oordeel van de rechtbank niet dat eisers ongerijmd hebben verklaard over de aangifte. Eisers hebben toegelicht dat het belangrijk is om aangifte te doen om de feiten vast te leggen en om hierop terug te kunnen vallen als het regime verandert. Verblijf in Colombia is opmerkelijk 21. Eiser betoogt dat het feit dat hij Venezuela op een legale manier en zonder problemen kon in- en uitreizen geen afbreuk doet aan de geloofwaardigheid. Eisers verklaringen hierover zeggen namelijk niets over het feit dat hij is aangevallen en is bedreigd door de colectivos . Eiser stelt dat de weergave in de zienswijze over het paspoort inderdaad geen juiste weergave is, maar de uitleg van de minister dat eiser de zaken probeert te verdraaien en dat eisers te kwader trouw zijn, bevestigt het vermoeden van eisers dat de minister niet objectief en neutraal naar de zaak heeft gekeken. Eiser voert verder aan dat tijdens het gehoor verschillende vertalingen voor het woord sacar zijn gebruikt, wat ‘halen’ betekent, maar in de context van Venezuela een afspraak voor het ‘krijgen’ of ‘aanvragen’ (van het paspoort) is. Eiser heeft de aanvraag zelf (in persoon) ingediend, terwijl de afspraak is gemaakt met behulp van een vriendin van zijn vrouw. Daarna is het paspoort door iemand anders opgehaald met behulp van de partij. 22. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het verblijf van eisers in Colombia opmerkelijk is. De minister heeft het opmerkelijk mogen vinden dat eisers stellen te vrezen voor de Venezolaanse autoriteiten, maar vervolgens vanuit Colombia naar Venezuela terugreizen om een paspoort en een uitreisstempel bij deze autoriteiten aan te vragen. De verklaringen van eiseres dat zij degene was die het paspoort heeft verlengd en niet eiser, en de verklaring van eiser dat hij is teruggegaan naar Venezuela om een paspoort en een uitreisstempel te regelen – wat daar ook van zij – nemen niet weg dat eisers (volgens de correcties en aanvullingen) wel beiden in 2021 zijn teruggegaan naar Venezuela om het paspoort te verlengen c.q. aan te vragen. Dit heeft de minister opmerkelijk mogen vinden. Verder heeft de minister ook kunnen tegenwerpen dat eisers vier jaar lang in Colombia hebben kunnen verblijven zonder problemen te krijgen met de Venezolaanse autoriteiten. Documenten onderbouwen de verklaringen niet 23. Eiser stelt dat hij verschillende documenten heeft overgelegd die de problemen vanwege de politieke activiteiten onderbouwen: een aangifte van zijn moeder, een WhatsApp-bericht van zijn zus, verklaringen van politici over zijn politieke activiteiten, verklaringen van het OM en een medische verklaring van eiseres, foto’s van zijn verwondingen en de aangifte van eiser over de bedreigingen. Eiser begrijpt niet dat het bewijs en de stelling (van de minister) dat het geloofwaardig is dat eiser is neergeschoten niet in positieve zin door de minister worden meegewogen in de beoordeling van de vraag of de aanvallen geloofwaardig zijn. Eiser stelt dat het geweld willekeurig is, zodat niet is vereist dat de precieze activiteiten geloofwaardig zijn om toch te worden vervolgd. Eiser stelt zich op het standpunt dat al deze documenten onderbouwen dat eiser met geweld is aangevallen vanwege zijn politieke activiteiten. Eiser heeft ook bewijs overgelegd dat zijn moeder nog altijd wordt vervolgd. Ook uit eiser zich nog altijd actief tegen het regime op sociale media. 24. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de documenten de verklaringen van eiser over de problemen vanwege zijn politieke activiteiten niet onderbouwen. 24.1. Ten aanzien van de medische documenten over de verwondingen van eiser en de psychische klachten van eiseres, volgt de rechtbank het standpunt van de minister dat deze documenten een weergave zijn van eisers eigen verklaringen en daarom niet objectief zijn. De minister heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de foto’s verwondingen laten zien, maar dat hieruit niet kan worden opgemaakt hoe deze verwondingen zijn opgelopen en de foto’s daarom niet aantonen dat eiser deze verwondingen heeft opgelopen als gevolg van problemen vanwege zijn politieke activiteiten. 24.2. Ook heeft de minister kunnen tegenwerpen dat de aangifte bij het OM een weergave is van eisers eigen verklaringen en daarom niet als objectief is aan te merken. De rechtbank is verder van oordeel dat, ook als wel van de medische documenten en de aangifte wordt uitgegaan, eisers met die documenten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat eiser vanwege zijn politieke activiteiten is aangevallen, gelet op de omstandigheid dat de minister de politieke activiteiten van eiser niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. 24.3. Ten aanzien van de documenten die eiser heeft overgelegd die volgens hem ondersteunen dat zijn moeder is bedreigd en aangevallen door de colectivos, heeft de minister zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser hiermee niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege zijn politieke activiteiten problemen heeft. Eiser heeft verklaard dat zijn moeder is aangevallen vanwege de politieke activiteiten die eiser in Nederland heeft uitgevoerd. Omdat eiser op 12 februari 2023 iets op sociale media heeft gepost, zou zijn moeder op 16 mei 2023 en op 17 november 2023 zijn bedreigd. De minister heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt kunnen stellen dat niet aannemelijk is dat de moeder recent is bedreigd en dat de daders op zoek zijn naar eiser. De minister heeft terecht erop gewezen dat eiser sinds 2018 Venezuela heeft verlaten en heeft opmerkelijk mogen achten dat de moeder pas vijf jaar nadat eiser is vertrokken uit Venezuela problemen zou hebben ondervonden. De minister heeft hierbij kunnen betrekken dat de aangifte en klacht zijn gebaseerd op verklaringen van de moeder, geen objectieve weergave zijn van feiten en dat niet is gebleken wie de daders waren en waarom de vermeende aanval zou hebben plaatsgevonden. De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat uit de aangifte en klacht van de moeder niet volgt dat deze verband houden met de politieke activiteiten van eiser in Nederland. Ook volgt de rechtbank dat het Whatsapp-bericht van eisers zus het voorgaande niet aannemelijk maakt, omdat het geen objectieve onderbouwing betreft. Dat de daders al sinds vorig jaar op zoek zijn naar eiser en naar hem vragen, zoals in dit bericht staat, blijkt ook niet uit andere verklaringen (van eisers) of documenten. 24.4. De rechtbank concludeert dat uit het samenstel van de verklaringen van eiser en de documenten volgt dat eiser is aangevallen, maar dat de minister zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser hiermee niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit was vanwege zijn politieke activiteiten. De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat de politieke activiteiten niet geloofwaardig zijn zodat eiser niet kan worden gezien als (politiek) activist. Gelet hierop, heeft de minister kunnen stellen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege zijn politieke activiteiten is bedreigd en aangevallen en doelwit is geworden van de Venezolaanse autoriteiten. Conclusie problemen vanwege politieke activiteiten 23. Hoewel de rechtbank van oordeel is dat de minister niet heeft mogen tegenwerpen dat eisers wisselend hebben verklaard over de bedreigingen en dat de verklaringen over de aangifte ongerijmd zijn, is de rechtbank van oordeel dat de minister niet ten onrechte de problemen vanwege de politieke activiteiten van eiser ongeloofwaardig heeft geacht omdat eiser dit niet aannemelijk heeft gemaakt. 23.1. Omdat de minister zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de politieke activiteiten en de problemen vanwege deze politieke activiteiten ongeloofwaardig zijn, wordt niet toegekomen aan de vraag of sprake is van omkering van de bewijslast als bedoeld in artikel 31, vijfde lid, van de Vw. Gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer (eiser) 24. Eiser stelt dat hij uit een politieke familie komt. Eiser staat dicht bij zijn broer die is verkozen tot gemeenteraadslid en behoort tot de oppositie. Eisers broer is eerder ook aangevallen. Daarnaast heeft eiser aangetoond dat hij vanuit Nederland politiek actief is. Volgens de uitspraak van de Afdeling van 22 maart 2023 blijkt uit algemene informatie dat mensen die politiek actief zijn een verhoogd risico lopen als zij dichtbij belangrijke leden van de oppositie in Venezuela staan, zeker als dat familieleden zijn. Dat heeft de minister niet betrokken in de beoordeling. Eiser stelt dat van belang is dat het geloofwaardig is dat hij lid is van Acción Democrática en dat hij zich online is gaan uiten ruim voor de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser heeft op verschillende bronnen (sociale media posts) gewezen waaruit volgt dat hij zich in Nederland politiek actief uit. Verder wijst eiser op verschillende bronnen waaruit volgt dat terugkeerders het risico lopen om te worden gedetineerd. Eiser vindt daarom dat de minister onvoldoende heeft onderzocht en ondeugdelijk heeft gemotiveerd dat eisers bij terugkeer naar Venezuela geen vrees hebben voor vervolging of ernstige schade. 24.1. Eisers stellen zich verder op het standpunt dat zij bij terugkeer gevaar lopen, omdat het aannemelijk is dat zij vanwege hun uitingen op sociale media in de negatieve aandacht staan van de Venezolaanse autoriteiten. Eisers hebben een rapport van [persoon3] overgelegd waarin de algemene situatie in Venezuela voor wat betreft telefooncontroles wordt beschreven. Eisers stellen dan ook dat zij bij terugkeer een reëel risico lopen gelet op de inhoud van hun telefoons en de (sociale media) activiteiten die zij in Nederland hebben verricht. Verder hebben eisers een rapport van [persoon4] en een rapport van [persoon5] ingebracht ter onderbouwing van hun standpunten. Lidmaatschap van Acción Democrática en risicoprofiel 25. In het landgebonden beleid ten aanzien van Venezuela is bepaald dat oppositieleden en politiek activisten worden aangemerkt als risicoprofiel. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet valt onder dit risicoprofiel. De minister vindt geloofwaardig dat eiser lid is van Acción Democrática, maar dat betekent niet dat eiser per definitie onder het risicoprofiel valt. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat eiser lid is van een oppositiepartij die is opgehouden te bestaan. Dat betekent dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij lid is van een oppositiepartij. Eiser valt daarom ook niet onder het risicoprofiel ‘oppositielid’. Verder is de rechtbank van oordeel dat eiser niet kan worden gevolgd in zijn betoog dat hij een politiek activist is, aangezien zijn gestelde politieke activiteiten ongeloofwaardig zijn bevonden. Weliswaar uit eiser zich in Nederland politiek op sociale media, maar dat is onvoldoende om hem aan te merken als oppositielid of politiek activist. De rechtbank is daarom met de minister van oordeel dat het lidmaatschap van Acción Democrática niet maakt dat eiser bij terugkeer heeft te vrezen voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade. Politieke overtuiging en uitingen op sociale media in Nederland 26. De minister stelt zich op het standpunt dat het gegeven dat eiser lid is van Acción Democrática, dat hij een politieke overtuiging heeft en dat zijn familieleden politiek actief zijn, niet maakt dat voor eiser bij terugkeer naar Venezuela gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade bestaat. De minister vindt de politieke overtuiging niet dusdanig sterk, dat hij hierdoor heeft te vrezen voor vervolging. Daarbij vindt de minister van belang dat eiser oppervlakkig en algemeen heeft verklaard over waarom hij voor Acción Democrática heeft gekozen en weinig tot niet onder woorden kan brengen wat de standpunten van de partij zijn. Ook zijn de politieke activiteiten – en de daaruit voortkomende problemen – van eiser niet geloofwaardig bevonden en is eiser al jaren weg uit Venezuela. Dat eiser zich na aankomst in Nederland pas politiek is gaan uiten op sociale media en dat hij zijn broer politiek adviseert is ook geen reden om aan te nemen dat eiser bij terugkeer heeft te vrezen. De minister vindt het niet aannemelijk dat eiser hierdoor in de negatieve belangstelling van de Venezolaanse autoriteiten staat, omdat eisers bereik op sociale media niet groot is aangezien hij niet veel volgers heeft en niet is gebleken dat de autoriteiten op de hoogte zijn van zijn sociale media account of zijn adviesrol. De minister vindt daarom dat van eiser terughoudendheid mag worden verwacht wat betreft zijn toekomstige politieke activiteiten bij terugkeer naar Venezuela. 27. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling kan van een vreemdeling niet worden verlangd dat hij zich bij terugkeer naar het land van herkomst terughoudend opstelt in de uitoefening van zijn geloof of politieke overtuiging. Wanneer de minister geloofwaardig acht dat een vreemdeling in Nederland politieke activiteiten heeft ontplooid en niet heeft bestreden dat deze voortkomen uit een politieke overtuiging, kan niet van die vreemdeling worden verwacht dat hij zich bij terugkeer onthoudt van dergelijke activiteiten om vervolging te voorkomen. 27.1. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in het arrest Y. en Z. , en later in het arrest S. en A. , uiteengezet hoe moet worden beoordeeld of sprake is van een gegronde vrees voor vervolging wegens een (toegedichte) politieke overtuiging. Relevante elementen voor deze beoordeling zijn de sterkte van de overtuiging van de betrokkene en eventueel verrichte activiteiten om die overtuiging uit te dragen. Het is niet vereist dat de overtuiging van de betrokkene zo diepgeworteld is dat hij bij terugkeer naar zijn land van herkomst het uiten ervan niet achterwege zou kunnen laten. Volgens het arrest moet een uitputtend en grondig onderzoek worden verricht naar de relevante omstandigheden, waarbij zowel de specifieke persoonlijke situatie van de betrokkene als de bredere context van het land van herkomst in aanmerking moeten worden genomen. 27.2. Het betoog van eiser dat zijn broer politiek actief is en eiser daarom een risico loopt bij terugkeer, slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheid dat eisers broer politiek actief is, niet betekent dat eiser daarom zal worden gemonitord en in de negatieve belangstelling van de Venezolaanse autoriteiten staat. Weliswaar volgt uit openbare landeninformatie en uit de rechtspraak dat niet alleen activisten (die significantie kritiek uiten) te maken kunnen krijgen met geweld door de autoriteiten of colectivos. Ook worden mensen in Venezuela vrij makkelijk gezien als tegenstander van het regime en worden familieleden van opposanten van het regime soms tot doelwit gemaakt. Eiser heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat hij vanwege de politieke activiteiten van zijn broer in de negatieve belangstelling van de Venezolaanse autoriteiten staat. Uit het rapport van [persoon4] volgt dat de bezigheden van eisers broer als politicus voor een oppositiepartij niet automatisch betekenen dat eiser zelf in het dagelijks leven in de gaten zal worden gehouden. Daarvoor zou eiser bekend moeten staan als een politiek activist, en zoals volgt uit rechtsoverweging 25 heeft de minister het ongeloofwaardig mogen achten dat eiser politieke activiteiten heeft verricht en is eiser daarom niet aan te merken als een politiek activist. Verder heeft de rechtbank hiervoor ook al overwogen dat uit de aangifte en klacht van de moeder van eiser niet blijkt dat dit verband houdt met activiteiten van eiser. Dat familieleden van eiser politiek actief zijn en problemen zouden hebben ondervonden, is daarom onvoldoende om aannemelijk te achten dat eiser daardoor in de negatieve belangstelling van de Venezolaanse autoriteiten is komen te staan. 27.3. Over het risico dat eiser zou lopen vanwege zijn politieke overtuiging en politieke uitingen, stelt de rechtbank voorop dat eiser heeft verklaard dat hij de berichten die hij in Venezuela op sociale media heeft geplaatst en waarin hij zich politiek heeft geuit, heeft verwijderd. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat deze politieke uitingen geen reëel risico voor vervolging of ernstige vrees (meer) opleveren bij terugkeer. 27.4. Wat betreft de politieke overtuiging en de politieke uitingen van eiser in Nederland, stelt de rechtbank vast dat niet in geschil is dat eiser een politieke overtuiging heeft en lid is van Acción Democrática. De minister vindt het ook geloofwaardig dat eiser in Nederland politieke uitingen heeft gedaan op sociale media en een petitie gericht aan de Venezolaanse autoriteiten met zijn naam heeft getekend. 27.5. De minister heeft zich in het kader van de zwaarwegendheid echter op het standpunt gesteld dat de politieke overtuiging van eiser niet zo sterk is en dat niet aannemelijk is dat de Venezolaanse autoriteiten op de hoogte zijn van eisers politieke uitingen op sociale media. Tijdens de zitting heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat monitoring van sociale media, routinecontroles van (de inhoud van) telefoons en grenscontroles door de Venezolaanse autoriteiten plaatsvinden, maar dat er onvoldoende informatie is of deze controles en monitoring leiden tot arrestaties of een risico op vervolging. De minister stelt dat het feit dat de Venezolaanse autoriteiten sociale media monitoren daarom niet ertoe leidt dat iedereen die terugkeert in de problemen komt. Eisers hebben volgens de minister niet aannemelijk gemaakt de autoriteiten op de hoogte zijn van hun sociale media posts of politieke uitingen in Nederland. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat het aannemelijk is dat de telefoons van eisers bij terugkeer zullen worden doorzocht, maar dat van hen wat betreft uitingen op sociale media een bepaalde mate van terughoudend mag worden verwacht, bijvoorbeeld door het verwijderen van berichten op sociale media. 27.6. De rechtbank volgt de minister daarin niet. De minister acht immers aannemelijk dat eiser een politieke overtuiging heeft, lid is van Acción Democrática, zich in Nederland politieke heeft geuit op sociale media en een petitie gericht aan de Venezolaanse autoriteiten met zijn naam heeft getekend. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd hoe de geloofwaardig geachte politieke overtuiging van eiser en de kennelijke uitingen daarvan zich verhouden tot de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Daaruit volgt immers dat geen terughoudendheid mag worden verwacht van een politieke overtuiging. De rechtbank ziet in dat kader niet in dat van eiser kan worden verlangd dat hij bij terugkeer zijn politieke uitingen op sociale media verwijderd. Verder is van belang dat uit bronnen volgt dat monitoring van sociale media, routinecontroles van (de inhoud van) telefoons en grenscontroles door de Venezolaanse autoriteiten plaatsvinden. In dat licht heeft de minister ondeugdelijk gemotiveerd dat eiser bij terugkeer geen risico loopt op vervolging of ernstige schade. Het is voor de rechtbank onduidelijk op welke informatie de minister baseert dat het - ondanks voormelde monitoring en controles - niet aannemelijk is dat eiser bij terugkeer een risico zal lopen. Dit heeft de minister ook tijdens de zitting niet nader kunnen toelichten. Bovendien volgt uit het Algemeen Ambtsbericht Venezuela 2020 dat de Venezolaanse autoriteiten personen hebben aangeklaagd en veroordeeld voor de inhoud op sociale media. De rechtbank ziet in eisers verklaringen in combinatie met de aangehaalde landeninformatie en overgelegde bronnen voldoende aanleiding voor de conclusie dat de minister nader moet motiveren in hoeverre eiser in de negatieve belangstelling staat of kan komen te staan vanwege zijn politieke overtuiging en sociale media activiteiten in Nederland en gelet op het risico op controles bij terugkeer. Hierbij weegt de rechtbank ook mee dat het meest recente Algemeen Ambtsbericht over Venezuela alweer dateert van 2020 en dus ruim vijf jaar oud is. De minister moet bij zijn beoordeling recente landeninformatie betrekken en ook de politieke uitingen van eiser op sociale media betrekken. De minister kan niet volstaan met de stelling dat het onaannemelijk is dat eiser in de negatieve belangstelling staat omdat zijn bereik op sociale media beperkt is en hij niet veel volgers heeft. Conclusie vrees voor vervolging en risico op ernstige schade 28. De rechtbank is van oordeel dat de minister ondeugdelijk heeft gemotiveerd dat eiser geen gegronde vrees heeft v