ECLI:NL:RBDHA:2026:13184
Rechtbank Den Haag · 2026-05-22 · Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Dublin Zwitserland, asielaanvraag echtgenoot wel in NL behandeld, 8 EVRM en 17 Dublinverordening.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL26.20309 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster], V-nummer: [V-nummer], verzoekster, (gemachtigde: mr. T. Bruinsma), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. C.R. Stoute). Procesverloop Bij besluit van 10 april 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL26.20308, op 19 mei 2026 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Momand. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.20308, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van F.E. Siblesz, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.