← alle zaken
Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2026:13177

Rechtbank Den Haag · 2026-05-21 · Eerste aanleg - enkelvoudig

Zaaknummer
NL25.23307
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
8.246 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Afwijzing asielaanvraag. Filipijnse nationaliteit. De problemen met de NPA-rebellen zijn niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. De rechtbank is echter van oordeel dat de minister, in verband met het huwelijk van eiseres, gehouden was om te onderzoeken of gezamenlijke terugkeer naar de Filipijnen mogelijk is. Beroep gegrond. Motiveringsgebrek.

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL25.23307 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres (gemachtigde: mr. H.G.M. van Zutphen), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. P.M.W. Jans). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw . Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Filipijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1984. De minister heeft met het bestreden besluit van 16 mei 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep , op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, M. Momand als tolk en de gemachtigde van de minister. Op deze zitting zijn ook het beroep van haar man en het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep behandeld. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres heeft de Filipijnse nationaliteit en behoort tot de Visaya bevolkingsgroep. Eiseres heeft in 2018 de Filipijnen verlaten omdat zij en haar familie al sinds 1990 worden bedreigd door de NPA. Zij beschuldigen eiseres en haar familie ervan informanten te zijn van de regering omdat zij weigerden zich bij de NPA aan te sluiten. Bij terugkeer naar de Filipijnen vreest eiseres voor haar leven. Eiseres vreest dat de NPA-rebellen haar zullen vinden en iets aan zullen doen. Daarnaast wijst eiseres erop dat ze inmiddels getrouwd is en dat haar man islamitisch is wat niet zal worden geaccepteerd in de Filipijnen. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante elementen: 1. identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. problemen met de NPA-rebellen. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit nationaliteit en herkomst geloofwaardig is. De problemen met de NPA-rebellen vindt de minister niet geloofwaardig. Eiseres loopt volgens de minister geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar de Filipijnen. De minister heeft de aanvraag daarom afgewezen als kennelijk ongegrond. Heeft de minister de problemen met de NPA-rebellen terecht ongeloofwaardig geacht? 5. Eiseres heeft in beroep wat betreft de inhoudelijke tegenwerpingen volstaan met een herhaling naar hetgeen in de zienswijze naar voren is gebracht. Eiseres heeft in beroep wel aanvullende stukken overgelegd ter onderbouwing van haar asielmotief inhoudende de problemen met de NPA-rebellen. Eiseres heeft screenshots van de bedreigingen overgelegd, inkomende oproepen en een vertaling van een proces-verbaal bij de politie over schoten die zijn afgevuurd op het huis van eiseres en haar familie. 6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister de problemen met de NPA-rebellen niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. De minister heeft hierbij kunnen betrekken dat eiseres ongerijmd, vaag en tegenstrijdig heeft verklaard over de bedreigingen van de NPA-rebellen. Daarnaast heeft eiseres vaag verklaard over de directe aanleiding van haar vertrek en over het feit dat de rebellen haar kunnen opsporen. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt dat de minister in het bestreden besluit heeft nagelaten om in te gaan op hetgeen is aangevoerd in de zienswijze. Nu eiseres ook niet nader heeft toegelicht waarin de reactie van de minister tekortschiet, zal de rechtbank hier niet nader op in gaan. 6.1. De rechtbank is verder van oordeel dat aan de door eiseres in beroep overgelegde stukken niet de door haar gewenste waarde kan worden toegekend. De screenshots, inkomende oproepen en de vertaling van het proces-verbaal zijn niet te verifiëren en kunnen niet tot een andere conclusie ten aanzien van het geloofwaardigheidsoordeel leiden. Ten overvloede overweegt de rechtbank hierbij dat uit de vertaling van de melding blijkt dat dit gaat om een weergave van de eigen verklaringen van eiseres van een incident dat plaatsvond in 2013. Loopt eiseres bij terugkeer naar de Filipijnen een reëel risico op ernstige schade? 7. Eiseres voert aan dat de Filipijnen ten onrechte als veilig land wordt aangemerkt en dat de algemene veiligheidssituatie onvoldoende is onderzocht. Eiseres wijst er verder op dat zij inmiddels gehuwd is met een moslim en dat dit problemen zal geven in de Filipijnen. 8. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht heeft geconcludeerd dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij persoonlijk in de Filipijnen te vrezen heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade vanwege de algemene situatie in het land. De rechtbank stelt echter vast dat de minister ter zitting heeft erkend dat eiseres inmiddels gehuwd is. De rechtbank is van oordeel dat de minister, in verband met dit huwelijk, gehouden was om te onderzoeken of gezamenlijke terugkeer naar de Filipijnen mogelijk is. De minister is hier in de besluitvorming niet op ingegaan terwijl eiseres heeft aangegeven dat terugkeer niet mogelijk is vanwege het feit dat de Filipijnen een katholiek land is en dat haar man islamitisch is. Het bestreden besluit is daardoor onvoldoende gemotiveerd op dit punt. 9. Aan een beoordeling van de overige beroepsgronden komt de rechtbank niet meer toe. Conclusie en gevolgen 10. De minister heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing te nemen. 10.1. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken. 10.2. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit van 16 mei 2002; - draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak; - veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach - de Wit, rechter, in aanwezigheid van F.E. Siblesz, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Vreemdelingenwet 2000. Zaak NL25.23308. Zaaknummers NL25.23309 en NL25.23310.