ECLI:NL:RBDHA:2025:7963
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2025-03-24
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
identiteit, nationaliteit en herkomst - ongeloofwaardig - problemen in Ethiopië vanwege zijn Eritrese nationaliteit - kennelijk ongegrond - beroep ongegrond - verzoek voorlopige voorziening afgewezen
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL25.4895 en NL25.4896 uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiser] , eiser/verzoeker (hierna: eiser) V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. W.N. van der Voet), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. G. Erdal). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening. Hij heeft op 12 januari 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 26 januari 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. 2. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 11 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A. Solomon als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat de zaak over? 3. Eiser stelt de Eritrese nationaliteit te hebben. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij problemen had met de autoriteiten. Eiser is gearresteerd en heeft drie maanden vastgezeten omdat hij ervan werd verdacht informant te zijn voor Eritrea. Ook stelt eiser dat hij gediscrimineerd werd vanwege het feit dat hij Eritrees is. 4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven. - identiteit, nationaliteit en herkomst; - problemen in Ethiopië vanwege zijn Eritrese nationaliteit. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser ongeloofwaardig gevonden. Hierbij is volgens verweerder onder meer van belang dat eiser onvoldoende documenten heeft gegeven zonder daarvoor een goede verklaring te hebben. Verder vormen de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel, omdat de verklaringen van eiser niet overeen komen met de gegevens van zijn visum en zijn verklaringen over zijn paspoort en reis wisselend zijn. Ook kan eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd. De problemen in Ethiopië vanwege de Eritrese nationaliteit van eiser heeft verweerder ook ongeloofwaardig gevonden. Hierbij is onder meer van belang dat eiser onvoldoende documenten heeft gegeven zonder daarvoor een goede verklaring te hebben. De verklaringen van eiser vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Er is immers vastgesteld dat eiser de Ethiopische nationaliteit heeft. Ook zijn de verklaringen van eiser volgens verweerder vaag en bevreemdend. Wat vindt eiser in beroep? 5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Eiser voert aan dat verweerder er ten onrechte van uitgaat dat hij de Ethiopische nationaliteit heeft. Het jasje van het paspoort waarmee hij heeft gereisd was wellicht echt, maar de inhoud ervan niet. Door verweerder wordt ook niet ontkend dat fraude met documenten veelvuldig voorkomt in Ethiopië. Verder heeft verweerder de geloofwaardigheid van het op frauduleuze wijze verkregen paspoort ten onrechte gekoppeld aan de door eiser afgelegde reis. Verweerder stelt zich ten onrechte op het standpunt dat eiser wisselend heeft verklaard over de wijze waarop hij het Ethiopisch paspoort heeft verkregen. Ook heeft verweerder miskend dat eiser in Ethiopië gevaar loopt vanwege zijn etniciteit van Tigrinja, waardoor hij in Ethiopië negatief met Eritrea in verband wordt gebracht. Dat hij zijn etniciteit op geen enkele wijze heeft aangetoond treft volgens eiser geen doel nu hij zowel door de Kmar als ten tijde van zijn aanmeldgehoor en nader gehoor met behulp van een tolk Tigrinja is gehoord. Verder voert eiser aan dat zijn verklaringen wel geloofwaardig zijn. Hetgeen eiser heeft verklaard is immers in lijn met informatie uit het Algemeen Ambtsbericht Ethiopië 2024. Nu eiser niet kennelijk inconsequent en tegenstrijdig heeft verklaard, had verweerder het beroep niet kennelijk ongegrond mogen verklaren en had er geen terugkeerbesluit en inreisverbod opgelegd mogen worden. Kort voor de zitting heeft eiser nog een kopie van een geboorteakte overgelegd. Op zitting heeft hij toegelicht dat hij deze door tussenkomst van een oom – die contacten heeft in Eritrea – heeft bemachtigd. Wat is het oordeel van de rechtbank? 6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser ongeloofwaardig zijn. Hierbij heeft verweerder kunnen betrekken dat eiser onvoldoende documenten heeft overgelegd en daarvoor geen goede verklaring voor heeft kunnen geven. De rechtbank kan verweerder volgen dat de verklaringen die eiser heeft gegeven voor het ontbreken van deze documenten verschillen en verweerder heeft daarbij ook de verklaringen over zijn reis (die samenhangt met het gebruik van zijn paspoort) mogen betrekken. Verweerder heeft eiser bovendien terecht aangerekend dat hij zijn Ethiopische paspoort en zijn ID kaart (naar eigen zeggen) heeft verscheurd. Ook heeft verweerder kunnen betrekken dat de verklaring van eiser dat hij de Eritrese nationaliteit bezit niet overeenkomt met de gegevens van zijn visum. Gebleken is namelijk dat eiser voor Griekenland een visum heeft aangevraagd met een Ethiopisch paspoort. Eiser stelt weliswaar dat zijn paspoort frauduleus is verkregen, maar in wat eiser heeft aangevoerd hoefde verweerder geen reden te zien om aan te nemen dat het paspoort waarmee een visum is verkregen niet echt is. Dat uit algemene bronnen blijkt dat veel mensen in Ethiopië verblijven op grond van frauduleus verkregen Ethiopische ID kaarten, heeft verweerder onvoldoende kunnen vinden om aan te nemen dat eisers documenten frauduleus zijn verkregen. Dat eiser bij de gehoren een Tigrinyaanse tolk had en hij heeft verklaard dat zijn etniciteit Tigrinya is, maakt ook niet zonder meer dat eiser de door hem gestelde Eritrese nationaliteit bezit. De door eiser overgelegde geboorteakte hoefde verweerder evenmin tot een andere conclusie te leiden, nu dit slechts een kopie is. Overigens heeft eiser ter zitting verklaard dat de geboorteakte is opgevraagd door dezelfde oom die ook het (volgens eiser valse) paspoort van eiser heeft betaald. 6.1. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder de problemen van eiser in Ethiopië vanwege zijn gestelde Eritrese nationaliteit niet geloofwaardig heeft kunnen vinden. Hierbij heeft verweerder kunnen betrekken dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en vaag zijn. Omdat verweerder gelet op het voorgaande eisers Eritrese nationaliteit ongeloofwaardig heeft kunnen vinden, heeft verweerder ongeloofwaardig kunnen vinden dat eiser gediscrimineerd werd omdat hij Eritrees is. Eiser verklaart verder aan de ene kant dat zijn buren informanten zijn en dat zij weten dat eiser Eritrees is en dat hij eerder vanwege hen is gearresteerd, maar hij maakt niet duidelijk waarop hij dit vermoeden over zijn buren baseert en hoe zijn buren aan informatie over hem zouden zijn gekomen. Ook de verklaringen over zijn gestelde arrestatie in 2022 heeft verweerder vaag kunnen vinden. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat in redelijkheid verwacht kan worden dat eiser meer kan verklaren over de periode dat hij vast zat en waarom hij ervan werd verdacht een informant te zijn. Ook valt niet in te zien hoe eiser niet zou kunnen weten in welke gevangenis hij vastzat nu zijn schoonouders deze informatie wel konden verkrijgen. Wat eiser hiertegenover heeft gesteld geeft geen afdoende verklaring hiervoor. 6.2. Over het betoog van eiser dat zijn problemen niet zozeer voortvloeien uit de door hem gestelde Eritrese nationaliteit maar uit zijn Tigrinja-etniciteit, stelt verweerder zich terecht op het standpunt dat het asielrelaas van eiser volledig leunt op zijn gestelde Eritrese nationaliteit. Voor zover van de Tigrinja-etniciteit zou moeten worden uitgegaan, mocht verweerder zich dan ook op het standpunt stellen dat dit het eindoordeel over zijn asielrelaas (de door hem gestelde problemen) niet anders maakt. Daarbij weegt mee dat eiser heeft aangegeven dat de discriminatie en bedreigingen begonnen na zijn arrestatie. Nu verweerder zich op het standpunt mocht stellen dat die arrestatie niet aannemelijk is gemaakt, hoefde verweerder hem ook niet te volgen in zijn verklaringen die daarop voortbouwen. De gestelde Tigrinja-etniciteit hoefde verweerder daarom niet tot een andere conclusie te leiden. Conclusie en gevolgen 7. Verweerder heeft de aanvraag als kennelijk ongegrond kunnen afwijzen. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. 8. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. 9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. R.S. Ouertani, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open. Zie paragraaf C/4 van de Vc 2000.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...