Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2025:28014

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2025-10-02
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL25.36859 en NL25.36860
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
17.590 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

asiel. identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig. eiseres stelt uit Congo afkomstig te zijn. ingereisd met Angolees paspoort, volgens verweerder bewijslast bij eiseres om aan te tonen dat ze niet de Angolese nationaliteit heeft.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL25.36859 (beroep) en NL25.36860 (voorlopige voorziening) uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser) (gemachtigde: mr. M. Timmer), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mevr. A. de Graaf). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter haar verzoek om een voorlopige voorziening. 1.1. Eiseres heeft op 19 juli 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 4 augustus 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. 1.2. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 18 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, mevr. H.C. de Man als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? Het asielrelaas 2. Eiseres stelt burger te zijn van de Democratische Republiek Congo (DRC) en stelt geboren te zijn op [geboortedatum] 1984. Eiseres heeft de DRC verlaten vanwege gedwongen uithuwelijking aan een oudere man. Zij is door hem verkracht en opgesloten. Eiseres is in 2009 ontsnapt naar Zuid-Afrika. Vervolgens is zij met een Angolees paspoort naar Nederland gereisd die zij heeft gekocht van een reisagent. Het bestreden besluit 3. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder het volgende asielmotief, te weten haar identiteit, nationaliteit en herkomst. 3.1. Verweerder vindt het asielmotief van eiseres niet geloofwaardig. Eiseres heeft geen objectieve documenten overgelegd ter onderbouwing van dit asielmotief. Verweerder heeft daarom getoetst of eiseres dit asielmotief anderszins aannemelijk heeft gemaakt. Dit is niet het geval. Eiseres heeft onvoldoende documenten gegeven en heeft daarvoor geen goede verklaring. Verder kan eiseres in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd. Dat eiseres uit Angola komt is onvoldoende om aan te nemen dat zij een vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of dat zij bij terugkeer naar Angola een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM . Eiseres komt vanwege het voorgaande niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiseres verweerder heeft misleid over haar identiteit en nationaliteit en eiseres haar identiteitskaart- of reisdocument, die ertoe kon bijdragen dat haar identiteit of nationaliteit werd vastgesteld, heeft vernietigd of zich daarvan heeft ontdaan. Wat vindt eiseres in beroep? 4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Verweerder heeft ten onrechte haar identiteit en nationaliteit ongeloofwaardig gevonden. Eiseres is naar Nederland gereisd met een Angolees ‘look a like’ reisdocument en ten onrechte wordt haar de Angolese nationaliteit toegewezen. Eiseres voert aan dat zij nooit de Angolese nationaliteit heeft opgegeven aan de Nederlandse autoriteiten. Dat eiseres gereisd heeft met een Angolees reisdocument betekent niet dat eiseres de persoon is op wie het reisdocument betrekking heeft. Eiseres betwist dan ook dat er indicaties zijn dat zij de Angolese nationaliteit bezit vanwege het enkele feit dat zij gebruik heeft gemaakt van dit reisdocument. Verder wordt ten onrechte aan eiseres verweten dat het aan haar is om aannemelijk te maken dat het Angolese reisdocument niet van haar is, nu hier geen grondslag voor is in regelgeving, beleid of rechtspraak. Eiseres verwijst voor haar onderbouwing naar een uitspraak van de hoogste bestuursrechter. Vervolgens voert eiseres aan dat verweerder ten onrechte heeft overwogen dat er voldoende indicaties zijn dat eiseres naast de Congolese nationaliteit ook de Angolese nationaliteit bezit. Dit is onmogelijk nu eiseres wel meerdere nationaliteiten kan hebben maar niet meerdere identiteiten. Ten onrechte wordt geen waarde gehecht aan de originele kiezerspas en wordt informatie uit het algemeen ambtsbericht gevolgd nu de informatie afkomstig is van een ‘vertrouwelijk bron’ en dit niet strookt met het Europese recht. Bovendien wordt eiseres ten aanzien van de kennelijk ongegrondverklaring ten onrechte verweten dat zij de Nederlandse autoriteiten onjuist heeft geïnformeerd. Ook is bij de aanvraag van eiseres ten onrechte geen onderzoek ingesteld naar haar medische problematiek en is eiseres ten onrechte een terugkeerbesluit opgelegd om terug te keren naar Angola of Zuid-Afrika. Ten slotte heeft eiseres de rechtbank verzocht schadevergoeding vast te stellen, nu eiseres in bewaring is gehouden na afdoening van haar asielaanvraag als kennelijk ongegrond. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank beoordeelt of verweerder eiseres haar asielaanvraag kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen. 6. De rechtbank merkt als eerste op dat dat eiseres ter zitting het verzoek om schadevergoeding heeft laten vallen, zodat deze grond niet meer wordt besproken. Mocht verweerder het asielmotief ongeloofwaardig vinden? 7. Verweerder mocht het asielmotief van eiseres ongeloofwaardig vinden. Eiseres mocht tegengeworpen worden dat zij onvoldoende documenten heeft overgelegd en dat zij daarvoor geen goede verklaring heeft. Het standpunt van eiseres dat de bewijslast niet bij haar ligt om aannemelijk te maken dat zij niet de Angolese nationaliteit bezit omdat hier geen sprake is van een reisdocument gecontroleerd op authenticiteit verandert het oordeel van de rechtbank niet. Eiseres is met het paspoort naar Nederland gereisd en zij heeft haar paspoort laten zien aan de autoriteiten alsof het haar eigen paspoort was. Eiseres is hiermee door de paspoortcontrole gekomen. Verweerder mocht in zijn beoordeling betrekken dat dit indicaties zijn voor de echtheid van het document, zodat het aan eiseres is om aannemelijk te maken dat zij de Angolese nationaliteit niet heeft. Eiseres heeft niet duidelijk verklaard over de wijze waarop zij het Angolese paspoort heeft verkregen, zodat zij met haar verklaringen niet aannemelijk heeft gemaakt dat het paspoort op frauduleuze wijze is verkregen. Hierbij mocht verweerder betrekken dat eiseres niet weet of het paspoort echt is of niet. Verweerder mocht daarom tegenwerpen dat het aan eiseres is om inspanning te leveren om aan te tonen dat zij niet de Angolese nationaliteit bezit nu zij naar Nederland is gereisd met het Angolees paspoort. Als eiseres stelt dat het paspoort buiten beschouwing gelaten moet worden, moet eiseres zelf aannemelijk maken dat het paspoort op frauduleuze wijze is verkregen door bijvoorbeeld contact op te nemen met de Angolese ambassade. Nu dit een manier is voor eiseres om aannemelijk te maken dat zij niet de Angolese nationaliteit bezit, mocht verweerder dit betrekken in zijn oordeel. Het betoog van eiseres dat zij gebruik heeft gemaakt van een paspoort zonder dat zij de precieze personalia weet van de persoon die in het paspoort staat genoemd mocht niet worden gevolgd door verweerder. 7.1. Vervolgens mocht verweerder bij zijn beoordeling betrekken dat de documenten van de DRC die eiseres heeft overgelegd niet tot een ander oordeel leiden. Eiseres heeft een kopie van haar paspoort overgelegd maar deze kan niet op echtheid worden gecontroleerd. Ook heeft eiseres een originele kiezerspas van de DRC overgelegd. Echter blijkt uit het algemeen ambtsbericht dat een vertrouwelijke bron heeft aangegeven dat personen uit buurlanden relatief eenvoudig een kiezerspas kunnen verkrijgen. De rechtbank volgt het standpunt van eiseres niet dat verweerder in strijd met het Europees recht handelt nu verweerder de informatie in het algemeen ambtsbericht niet betwist. Verweerder mocht stellen dat er in beginsel vanuit mag worden gegaan dat geraadpleegde bronnen in een ambtsbericht van vertrouwelijke aard zijn en dat door de minister van Buitenlandse Zaken een rechtvaardige afweging is gemaakt ten aanzien van de onpartijdigheid, objectiviteit en inzichtelijkheid van de bron. Daarnaast geldt voor beide documenten dat ze niet aantonen dat eiseres niet de Angolese nationaliteit heeft. 7.2. Ten aanzien van de identiteit van eiseres heeft verweerder in het bestreden besluit gesteld dat het niet mogelijk is om twee identiteiten te hebben. Ter zitting heeft verweerder haar standpunt veranderd en gesteld dat het wel mogelijk is om twee identiteiten te hebben, nu in sommige landen vrij eenvoudig aan een identificerend document kan worden gekomen. Echter is de rechtbank van oordeel dat dit in onderhavige zaak niet relevant is, nu beide nationaliteiten niet vast zijn komen te staan. Dit punt behoeft dus verder geen bespreking. 7.3. Tot slot mocht verweerder in de geloofwaardigheidsbeoordeling aan eiseres tegenwerpen dat zij in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd. Hierbij mocht verweerder betrekken dat eiseres vanuit Zuid-Afrika naar Nederland is gereisd met een Angolees paspoort. Eiseres heeft het paspoort na aankomst in Nederland eigenhandig verscheurd en kwijtgemaakt waardoor eiseres de mogelijkheid heeft ontnomen om het paspoort te onderzoeken op echtheid. Bovendien heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij is gedwongen door de reisagent om het paspoort te vernietigen. Mocht verweerder de aanvraag afwijzen als kennelijk ongegrond? 8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de asielaanvraag mocht afwijzen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, lid 1, onder d van de Vw. Verweerder werpt eiseres terecht tegen dat zij haar identiteitskaart- of reisdocument, die ertoe kon bijdragen dat haar identiteit of nationaliteit werd vastgesteld heeft vernietigd of zich daarvan heeft ontdaan, zodat verweerder reeds om die reden de asielaanvraag van eiseres heeft kunnen afwijzen als ongegrond. De beroepsgrond van eiseres ten aanzien van het afwijzen van haar asielaanvraag op grond van artikel 30b, lid 1, onder c van de Vw behoeft daarom geen verdere bespreking meer. Heeft verweerder ten onrechte geen uitstel van vertrek gekregen om medische redenen? 9. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eiseres geen uitstel van vertrek had hoeven geven vanwege medische redenen. De asielvergunning van eiseres is afgewezen en verweerder heeft kenbaar beoordeeld of eiseres uitstel van vertrek krijgt wegens medische redenen zoals bedoeld in artikel 64 van de Vw. Eiseres heeft hier in de zienswijze niets over aangevoerd. Het standpunt van eiseres in beroep onderbouwd ook niet waarom het bestreden besluit op dit onderdeel niet in stand kan blijven. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet. Heeft verweerder een terugkeerbesluit mogen opleggen waarin staat dat eiseres terug moet keren naar Angola of Zuid-Afrika? 10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder een terugkeerbesluit aan eiseres mogen opleggen met de grondslag dat zij terug moet keren naar Angola of Zuid-Afrika. Verweerder mocht vinden dat niet uit de verklaringen is gebleken waarom eiseres niet zou kunnen terugkeren naar Angola of Zuid-Afrika. Niet blijkt dat er een schending van artikel 3 van het EVRM ontstaat bij terugkeer naar één van deze twee landen. Ten aanzien van terugkeer naar Angola mocht verweerder vinden dat eiseres terug kan keren naar Angola nu uit het voorgaande niet is gebleken dat eiseres aannemelijk heeft gemaakt dat ze niet de Angolese nationaliteit bezit. 11. Het standpunt van eiseres dat de overweging van verweerder met betrekking tot de terugkeer naar Zuid-Afrika onbegrijpelijk is nu haar problemen in dat land niet zijn beoordeeld door verweerder slaagt niet. De hoogste bestuursrechter heeft overwogen dat het voor verweerder mogelijk is om een vreemdeling op basis van een removal order naar een derde land te sturen, via welk land de vreemdeling het EU-gebied is binnengekomen, als verweerder dit in een terugkeerbesluit opneemt. Anders dan eiseres betoogt, hoeft verweerder bij het nemen van een dergelijk terugkeerbesluit geen onderzoek te doen naar de vraag of eiseres toegang zal worden verleend tot dit derde land. De meergenoemde removal order geldt als aanwijzing dat eiseres via het genoemde land terug kan keren naar haar land van herkomst en dat haar zo nodig toegang zal worden verleend. Eerst bij de daadwerkelijke (gedwongen) uitzetting met behulp van de removal order zal verweerder (door tussenkomst van de Dienst Terugkeer en Vertrek) moeten nagaan of dit op dat moment feitelijk mogelijk is. Gelet op het voorgaande mocht verweerder in het terugkeerbesluit dan ook, naast Angola, tevens Zuid-Afrika opnemen als land van terugkeer. 12. Wel zal verweerder moeten beoordelen, indien een bepaald land genoemd wordt in het terugkeerbesluit, of eiseres in dat land gevrijwaard is van het risico op een schending van artikel 3 van het EVRM. Voor zover eiseres heeft gewezen op het feit dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met haar belangen in dit verband, overweegt de rechtbank het volgende. In artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn staat genoemd met welke belangen verweerder rekening houdt ten aanzien van het opleggen van een terugkeerbesluit. Verweerder heeft beoordeeld of eiseres bij terugkeer naar Zuid-Afrika het risico loopt op een situatie die in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Verweerder mocht vinden dat uit de verklaringen van eiseres niet blijkt dat eiseres risico loopt op vervolging of ernstige schade. De identiteit en nationaliteit van eiseres zijn niet geloofwaardig bevonden en een asielmotief heeft slechts betekenis tegen de achtergrond van de identiteit en nationaliteit van een vreemdeling. Het is daarom niet mogelijk voor verweerder om haar asielmotieven inhoudelijk te beoordelen. Verder heeft eiseres niet verder onderbouwd waarom zij geen internationale bescherming toekomt in Zuid-Afrika. Bovendien verwacht verweerder niet van eiseres dat zij zich in Zuid-Afrika vestigt, maar slechts dat zij via Zuid-Afrika terugkeert naar Angola. 13. Ten slotte zorgt het standpunt van eiseres dat zij risico loopt terug te moeten keren naar de DRC op grond van de ‘removal order’ er niet voor dat het oordeel van de rechtbank verandert. In de procedure heeft verweerder immers haar Congolese nationaliteit niet geloofwaardig mogen vinden. Conclusie en gevolgen 14. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank is daarom van oordeel het beroep ongegrond is. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. 15. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. 16. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Holleman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.L. Maats, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open. Artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Artikel 31, zesde lid, onder e, van de Vw. Het Verdrag van Genève van 1951 betreffende de status van vluchtelingen (Trb. 1954, 88) en het bijbehorende Protocol van New York van 1967 (Trb. 1967, 76). Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Zie ook artikel 29, eerste lid, onder b, van de Vw. Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw. Artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c Vw. Artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d Vw. Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 20 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1193. de uitspraak van de Afdeling van 20 maart 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1193), r.o. 3.2. Uitspraak van de Rechtbank van Den Haag van 24 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:7929 r.o. 7.2. Zie onder andere de uitspraken van de Afdeling van 24 december 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:4061) en 6 februari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:292).

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...