ECLI:NL:RBDHA:2025:26812
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2025-09-25
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
asiel. beroep ongegrond. nationaliteit en herkomst geloofwaardig. identiteit ongeloofwaardig. gedwongen arbeid, mishandeling en uithuwelijking ongeloofwaardig.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL25.31495 en NL25.31496 uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiseres] , V-nummer: [v-nummer], eiseres/verzoekster (hierna: eiseres) (gemachtigde: mr. R.P.M. Ngasirin), en de minister van Asiel en Migratie, , verweerder (gemachtigde: mr. M.T.M. Hoppema). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiseres. 1.1. Eiseres heeft op 17 januari 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 14 juli 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. 1.2. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 28 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, K.C. Kortrijk als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiseres heeft de Guineese nationaliteit en stelt geboren te zijn op [geboortedatum] 2003. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij in 2017 door haar vader is verzocht om bij haar oom te gaan wonen, nadat de moeder van eiseres was overleden. Haar oom koesterde een wrok tegen haar vader. Eiseres is door haar oom en tante mishandeld en is in 2021 door haar oom uitgehuwelijkt. Het was voor eiseres niet mogelijk om terug te keren naar haar vader. Eiseres is aan haar oom ontsnapt met hulp van [naam 1], een vriend van de familie. Bij terugkeer naar Guinee vreest eiseres alsnog door haar oom gedwongen te worden te trouwen. 3. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: identiteit, nationaliteit en herkomst; en gedwongen arbeid, mishandeling en uithuwelijking door eiseres haar oom en tante. 3.1. Verweerder vindt het eerste asielmotief deels geloofwaardig. Verweerder acht de nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig maar haar identiteit niet. Eiseres heeft geen origineel identificerend document overgelegd om haar gestelde identiteit te volgen. Verweerder heeft daarom getoetst of eiseres dit asielmotief op een andere manier voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Dat is volgens verweerder niet het geval, omdat eiseres onvoldoende documenten heeft overgelegd en daarvoor heeft zij geen goede verklaring. Ook vormen de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel en heeft eiseres haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend en heeft zij daarvoor geen goede verklaring. Het tweede asielmotief vindt verweerder ongeloofwaardig. Eiseres heeft geen objectieve documenten overgelegd ter onderbouwing van dit asielmotief. Verweerder heeft daarom getoetst of eiseres dit asielmotief anderszins aannemelijk heeft gemaakt. Dat is volgens verweerder niet het geval, omdat eiseres niet samenhangend en aannemelijk heeft verklaard en omdat eiseres haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend en daarvoor geen goede verklaring heeft. Dat eiseres uit Guinee komt is onvoldoende om aan te nemen dat zij een vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of dat zij bij terugkeer naar Guinee een reëel risico loopt op ernstige schade. Eiseres komt vanwege het voorgaande niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d en e Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw). Wat vindt eiseres in beroep? 4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert het volgende aan. Eiseres vindt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de identiteit van eiseres ongeloofwaardig wordt geacht. Eiseres vindt dat haar het voordeel van de twijfel gegund moet worden. Eiseres wordt niet verweten dat zij geen oprechte inspanning heeft geleverd om haar aanvraag te staven en ook is haar niet tegengeworpen dat ze niet in grote lijnen als geloofwaardig beschouwd kan worden. Dat impliceert dat zij aan deze voorwaarden heeft voldaan. Eiseres voert aan dat verweerder het tweede asielmotief ook ten onrechte ongeloofwaardig vindt. Ten onrechte wordt eiseres verweten dat zij niet samenhangend en aannemelijk heeft verklaard over de gedwongen arbeid, mishandeling en uithuwelijking door haar oom. Ter zitting heeft eiseres aangevoerd dat haar ten onrechte wordt verweten dat zij niet zo snel mogelijk haar asielaanvraag heeft gedaan. Tot slot loopt eiseres een reëel risico op ernstige schade wanneer zij terugkeert naar Guinee, nu uit het algemeen ambtsbericht blijkt dat het doen van aangifte tegen een misdrijf geen zin heeft in Guinee en dat zij dus niet kan worden beschermd door de overheid. Onder deze omstandigheden kan eiseres door haar oom straffeloos aan een met artikel 3 EVRM strijdige behandeling worden onderworpen. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de asielaanvraag van eiseres kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen. Identiteit 6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder mocht vinden dat de identiteit van eiseres ongeloofwaardig is. Verweerder mocht eiseres namelijk tegenwerpen dat zij onvoldoende documenten heeft overgelegd, dat zij hiervoor geen goede verklaring heeft en dat haar verklaringen over deze documenten geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Eiseres heeft verklaard dat zij een paspoort, identiteitskaart en geboorteakte heeft gehad. Nu eiseres heeft verklaard dat zij in het bezit was van meerdere identificerende documenten, mag verweerder verwachten dat eiseres deze ook aanlevert om haar identiteit te bewijzen. Eiseres heeft nagelaten om de documenten in haar bezit te krijgen, terwijl zij al sinds maart 2022 in Nederland is en dus ruim de tijd heeft gehad om aan documenten te komen. De rechtbank overweegt dat verweerder mocht vinden dat niet is gebleken van oprechte inspanning van eiseres nu zij enkel een fotokopie van haar geboorteakte heeft overgelegd om haar identiteit te onderbouwen. Bovendien mocht verweerder zich op het standpunt stellen dat een geboorteakte geen identificerend document is en kan verweerder het document ook niet op echtheid laten onderzoeken omdat het een kopie betreft. 7. Verweerder mocht eiseres ook tegenwerpen dat haar verklaringen over de documenten geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Verweerder mocht hierbij betrekken dat eiseres wisselend heeft verklaard over welke documenten zij in bezit zou hebben. Eiseres heeft in het gehoor bij de AVIM verklaard dat zij in het bezit is van een paspoort en een geboorteakte , terwijl eiseres in het aanmeldgehoor heeft verklaard dat zij alleen een identiteitskaart heeft . Vervolgens heeft eiseres in het nader gehoor verklaard dat zij nooit een identiteitskaart in bezit heeft gehad. Verweerder mocht vinden dat ondanks het medisch advies van eiseres, en het feit dat eiseres ongeschoold is en relatief jong, verwacht mag worden dat zij duidelijk is over de documenten die zij bezit. Ook mocht verweerder vinden dat eiseres onduidelijk heeft verklaard over waar haar documenten zich bevinden en over de wijze waarop zij haar documenten is verloren. Eiseres heeft tijdens het gehoor bij de AVIM verklaard dat haar paspoort en geboorteakte bij [naam 1] in Guinee liggen, terwijl eiseres in haar nader gehoor heeft verklaard dat zij alleen een kopie van de documenten had achtergelaten in Guinee en dat ze het origineel heeft meegenomen en is kwijtgeraakt in Tunesië. Uit de verklaringen blijkt niet of eiseres zelf haar documenten in Tunesië is verloren of dat haar documenten door de reisagent zijn afgenomen . Van eiseres mag worden verwacht dat zij eenduidig kan verklaren waar de documenten zijn. Ook mocht verweerder betrekken dat eiseres wisselend heeft verklaard over het hebben van kopieën van haar identiteitsdocumenten. Uit de verklaringen van eiseres is niet gebleken of zij wel of geen kopieën van haar identiteitsdocumenten op haar telefoon had staan bij binnenkomst in Nederland. Eiseres heeft in haar nader gehoor verklaard dat zij een kopie van haar identiteitskaart op haar telefoon had staan maar dat haar telefoon is [plaats] stuk is gegaan, terwijl zij tijdens het verhoor bij de AVIM in [plaats] heeft verklaard dat zij geen kopieën van documenten op haar telefoon heeft staan. 8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het opmerkelijk mocht vinden dat eiseres heeft verklaard dat zij het Rode Kruis heeft gevraagd om contact op te nemen met haar familie maar dat zij in de zienswijze aanvoert dat ze geen contact durft op te nemen met haar familie. De stelling van eiseres in beroep dat zij wegens vrees niet zelf contact heeft geprobeerd op te nemen met haar familie en dat zij dit daarom via het Rode Kruis heeft geprobeerd, verandert het oordeel van de rechtbank niet nu niet wordt gevolgd dat ze zelf geen contact met haar familie durft te zoeken nu zij heeft verklaard dat zij enkel vreest voor haar oom. 9. Tot slot mocht verweerder vinden dat de verklaringen van eiseres over de wijze waarop zij aan documenten is gekomen in strijd is met de algemene informatie. Volgens het algemeen ambtsbericht van Guinee is het voor het aanvragen van een paspoort verplicht om ter plekke vingerafdrukken af te geven en ook ter plekke pasfoto’s te laten maken. De rechtbank volgt verweerder in zijn twijfels aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiseres nu zij heeft verklaard dat [naam 1] en [naam 2] (schoonmaakster van de kerk) een paspoort voor haar hebben geregeld met pasfoto’s en vingerafdrukken die in een kerk zijn gemaakt. Het betoog van eiseres dat dit niet betekent dat haar geboorte niet is geregistreerd, verandert het oordeel niet, nu de manier waarop zij het paspoort zouden hebben verkregen nog steeds niet in lijn is met het algemeen ambtsbericht. 10. Het voorgaande brengt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder de identiteit van eiseres ongeloofwaardig mocht vinden en dat het verweer van eiseres dat haar op grond van artikel 31 lid 6 Vreemdelingenwet het voordeel van de twijfel gegund moest worden dus niet slaagt. Aan beoordeling van de tegenwerping dat eiseres haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en daarvoor geen goede verklaring heeft, komt de rechtbank daarom niet toe. Gedwongen arbeid, mishandeling en uithuwelijking 11. De rechtbank is van oordeel dat verweerder mocht vinden dat de door eiseres gestelde gedwongen arbeid, mishandeling en uithuwelijking ongeloofwaardig zijn. Verweerder mocht eiseres tegenwerpen dat zij hierover niet samenhangend en aannemelijk heeft verklaard. 11. Verweerder mocht vinden dat eiseres vaag heeft verklaard over de aanleiding van de gedwongen arbeid en de mishandeling en dat niet duidelijk blijkt waarom eiseres door haar vader naar haar oom is gestuurd. Verweerder mocht betrekken dat eiseres niet voldoende inzichtelijk heeft gemaakt waarom juist zij door haar vader werd uitgekozen om mee te gaan met haar oom. Eiseres voert aan dat zij naar haar oom is gestuurd omdat haar oom had toegezegd dat zij naar school zou mogen gaan maar uit de verklaringen van eiseres blijkt niet of haar zussen wel of niet naar school gingen. Eiseres heeft met haar verklaring dat ze zogenaamd naar school mocht, dus onvoldoende uitgelegd wat maakt dat juist zij is uitgekozen in plaats van haar zussen. Ook mocht verweerder het onbegrijpelijk vinden dat eiseres niet is teruggekeerd naar haar familie. Eiseres werd mishandeld door haar oom en zij is door hem uitgehuwelijkt. Het betoog van eiseres dat haar vader verlamd was en het niet verstandig was om terug te keren naar het huis van haar vader verandert dit oordeel niet. Eiseres werd immers zo slecht behandeld door haar oom, die volgens eiseres het zwarte schaap was van de familie was, zodat niet wordt ingezien dat eiseres niet is teruggekeerd naar haar overige familie, te weten haar vader en haar zussen. 11. Verweerder heeft de verklaringen van eiseres over de aanleiding van het huwelijk en het gesprek met haar oom over het huwelijk ongeloofwaardig mogen vinden. Eiseres heeft in het nader gehoor verklaard dat zij werd uitgehuwelijkt door haar oom omdat zij weigerde om voor hem te gaan verkopen. Later in het gehoor heeft eiseres verklaard dat zij niet wist waarom zij aan deze man werd uitgehuwelijkt en dat eiseres dacht dat hij geld had geleend aan haar oom. Eiseres heeft in de correcties en aanvullingen verklaard dat zij niks over geld heeft verklaard maar enkel dat de oom van eiseres heeft gezegd dat ze haar hele leven geen eten zou krijgen van hem als ze niet zou trouwen. Verweerder mocht aan eiseres tegenwerpen dat zij hier tegenstrijdig over heeft verklaard, nu de uithuwelijking de kern van haar asielrelaas raakt. Tevens mocht verweerder tegenwerpen dat eiseres niet duidelijk heeft gemaakt of zij een gesprek met haar oom heeft gehad over de aanleiding van het huwelijk. 14. Ook heeft verweerder in zijn beoordeling betrokken dat eiseres ongerijmd heeft verklaard over haar opsluiting, haar bewegingsmogelijkheden en de reden voor de opsluiting. Eiseres heeft hier geen gronden tegen aangevoerd . 15. Verder mocht verweerder vinden dat eiseres vaag heeft verklaard over het tijdsbestek tussen de vrijlating en de ontsnapping. Eiseres heeft hier wisselend over verklaard en de verklaringen over de tijd die tussen haar vrijlating en de ontsnapping heeft gezeten, verschillen van een dag tot twee weken. Verweerder heeft kenbaar rekening gehouden met het medisch advies van eiseres, waaruit volgt dat eiseres beladen gebeurtenissen heeft meegemaakt en dat zij, wanneer deze ter sprake komen, toenemende spanning en hierdoor concentratie- en geheugenproblemen kan ervaren. Verweerder mocht vinden dat op basis van dit advies een verschil van één of twee dagen verklaarbaar zou zijn maar dat het hier gaat om een verschil van weken , hetgeen verweerder aan eiseres mocht tegenwerpen. 16. Tot slot mocht verweerder het opmerkelijk vinden dat de oom van eiseres zich tegen tradities en de wet heeft gekeerd door de destijds minderjarige eiseres uit te huwelijken zonder toestemming van haar vader. Het betoog van eiseres dat haar oom dit enkel deed om wraak te nemen op de vader van eiseres is onvoldoende uitleg. Verweerder mocht het onbegrijpelijk vinden dat [naam 1], die het volgens eiseres ook niet eens was met het huwelijk, daarover geen contact heeft gezocht met de vader van eiseres nu hij afkomstig is uit dezelfde stad. Dat [naam 1] vervolgens met het plan is gekomen om eiseres de reis naar Europa te laten ondernemen in plaats van bijvoorbeeld eiseres te helpen terug te keren naar haar familie, mocht verweerder ongerijmd vinden. 16. Gelet op het voorgaande heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat eiseres onvoldoende samenhangend en aannemelijk heeft verklaard over haar gedwongen arbeid, mishandeling en uithuwelijking. Op basis daarvan heeft verweerder dit asielmotief ongeloofwaardig mogen vinden. Aan beoordeling van de tegenwerping dat eiseres haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en daarvoor geen goede verklaring heeft, komt de rechtbank daarom niet toe. Zwaarwegendheid 18. Of eiseres een vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag is of dat zij een reëel en voorzienbaar risico loopt bij terugkeer naar Guinee dat in strijd is met artikel 3 EVRM, dan wel artikel 4 van het Antifolterverdrag wordt beoordeeld aan de hand van de door verweerder geloofwaardig bevonden asielmotieven. Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, heeft verweerder de asielmotieven ‘identiteit’ en ‘gedwongen arbeid, mishandeling en uithuwelijking’ ongeloofwaardig mogen vinden. Het betoog van eiseres dat in Guinee bescherming vanuit de overheid ontbreekt wegens corruptie is daarom niet relevant. Conclusie en gevolgen 19. Het beroep is ongegrond. Het bestreden besluit blijft in stand. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. 20. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. 21. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.L. Maats, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open. Artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw Artikel 31, zesde lid, onder d, van de Vw Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw Artikel 31, zesde lid, onder d, van de Vw Het Verdrag van Genève van 1951 betreffende de status van vluchtelingen (Trb. 1954, 88) en het bijbehorende Protocol van New York van 1967 (Trb. 1967, 76). Artikel 29, eerste lid, onder b, van de Vw. Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw. Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder a en e van de Vw. Algemeen ambtsbericht Guinee 2014 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Proces-verbaal bij de AVIM p.1, aanmeldgehoor p.4 en nader gehoor p. 9 Artikel 4.21 Vreemdelingenbesluit Proces-verbaal bij de AVIM p.1 Aanmeldgehoor p.4 Nader gehoor p. 11 proces verbaal bij de AVIM p. 2 Nader gehoor p. 10 P.4 aanmeldgehoor en p.10 nader gehoor Nader gehoor p.9 Proces verbaal bij AVIM p. 1 algemeen ambtsbericht Guinee 2014, p.18 Nader gehoor p. 20 Nader gehoor p. 27 Dat eiseres ongerijmd heeft verklaard over de plek van de opsluiting en tegenstrijdig heeft verklaard over het tweede bezoek van [naam 1] heeft verweerder ter zitting laten vallen. Nader gehoor p. 20 en 29 en correcties en aanvullingen op het nader gehoor
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...