Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2025:25611

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2025-11-18
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL25.29092
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
7.507 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Asiel, Nigeria, identiteit niet geloofwaardig, rechtbank beoordeelt standpunt minister over ongeloofwaardigheid identiteit niet omdat eiser niet stelt te vrezen o.g.v. zijn identiteit en omdat hij geen ander asielmotief heeft, beroep ongegrond.

05Kern

Materiële kern

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.29092 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. D. van Elp), en de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. W.M.A. van Hoof). Inleiding 1. Eiser heeft op 7 mei 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. 2. De minister heeft met het bestreden besluit van 26 juni 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep 21 oktober 2025 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep (NL25.29093) op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, P. Oronsaye als tolk en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eiser stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1984] . Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij medische hulp nodig heeft aan zijn rechteroor. Eiser kan daarvoor in Nigeria geen passende behandeling krijgen of betalen. In Nederland is eiser onderzocht in het ziekenhuis en is hem verteld dat hij een gehoorapparaat nodig heeft. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister één relevant element, namelijk de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser. De minister vindt de nationaliteit en herkomst van eiser wel geloofwaardig, maar zijn identiteit niet. De minister verwijst in het bestreden besluit naar het voornemen van 24 juni 2025 onder meer inhoudende dat eiser meerdere aliassen heeft in Europa. Eiser heeft andere namen en geboortedata opgegeven in Italië, Duitsland en in Nederland. Eerdere asielaanvragen van eiser zijn in Italië (12 september 2016), in Duitsland (21 oktober 2019) en in Nederland (8 juni 2021) afgewezen. 5. De minister wijst de asielaanvraag van eiser af op grond van artikel 31, eerste lid, en artikel 30b, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) als kennelijk ongegrond omdat eiser alleen aangelegenheden aan de orde heeft gesteld die niet ter zake doen met betrekking tot de vraag of hij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel. De minister legt aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar op. Het standpunt van eiser 6. Eiser voert aan dat de minister zijn identiteit ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Verder voert eiser aan dat de minister daarom ook ten onrechte een terugkeerbesluit en inreisverbod aan hem heeft opgelegd. Procesbelang 7. De rechtbank stelt vast dat eiser tijdens de zitting desgevraagd heeft bevestigd dat hij géén asielmotief heeft, anders dan zijn identiteit, nationaliteit en herkomst. Eiser heeft ook niet gesteld dat hij in aanmerking moet komen voor een verblijfsvergunning asiel enkel en alleen op basis van zijn identiteit, nationaliteit en/of herkomst. Gelet hierop ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend, maar doet dat op basis van een andere reden dan de reden die eiser tijdens de zitting heeft aangevoerd. De rechtbank legt dat hierna uit. 7.1. Eiser heeft ter zitting aangevoerd dat hij procesbelang heeft omdat, áls hij in de toekomst een procedure wil starten voor een reguliere verblijfsvergunning of voor uitstel van vertrek wegens medische omstandigheden, het van belang is dat zijn identiteit vast staat. Hij wil daarom met deze asielprocedure opheldering verkrijgen over zijn identiteit. De rechtbank merkt deze omstandigheid aan als een toekomstige onzekere gebeurtenis die niet kan leiden tot het oordeel dat hij een actueel en reëel belang heeft bij de beoordeling van zijn beroep. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat en op welke gronden hij een reguliere verblijfsvergunning of uitstel van vertrek wegens medische omstandigheden wil of gaat aanvragen. Tijdens de zitting heeft eiser namelijk desgevraagd medegedeeld dat hij ziek is en klachten heeft, maar dat hij niet onder medische behandeling staat. Ook is tijdens de zitting gebleken dat eiser een gehoorapparaat nodig heeft en dat het een kwestie is van financiering om dit gehoorapparaat te verkrijgen. 7.2. Omdat de minister in het bestreden besluit ook een terugkeerbesluit en inreisverbod aan eiser heeft opgelegd en eiser daartegen een beroepsgrond heeft gericht, neemt de rechtbank procesbelang aan. Inhoudelijke beoordeling 8. De rechtbank is van oordeel dat wát er ook zij van de (on)geloofwaardigheid van de identiteit van eiser, dit onder de streep niet kan leiden tot de aangevraagde verblijfsvergunning asiel. Eiser heeft namelijk, zoals al blijkt uit rechtsoverweging 7, bevestigd dat hij een asielvergunning heeft aangevraagd enkel en alleen op grond van zijn identiteit, nationaliteit en/of herkomst en dat geen sprake is van een ander asielmotief. Hij stelt dus niet te vrezen vanwege de persoon die hij is. Ook ter zitting heeft hij bevestigd dat hij géén (ander) asielmotief heeft. Dit betekent dat hij alleen een sociaaleconomische reden heeft aangevoerd, namelijk de kosten van het gehoorapparaat. Gelet hierop heeft de minister de asielaanvraag van eiser terecht afgewezen op de grond dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn aanvraag is gegrond op omstandigheden die een rechtsgrond voor verlening vormen en geen aangelegenheden heeft aangevoerd die ter zake doen met betrekking tot zijn asielaanvraag. Dit betekent ook dat de stelling van eiser dat de minister onzorgvuldig heeft gehandeld door hem eerst in het voornemen het gebruik van aliassen tegen te werpen terwijl hij daar tijdens de gehoren niet mee is geconfronteerd – wat daar ook van zij - niet kan leiden tot het toekennen van een verblijfsvergunning asiel. 9. Omdat de asielaanvraag terecht als kennelijk ongegrond is afgewezen, mocht de minister aan eiser een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opleggen. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen verblijfsvergunning asiel krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 18 november 2025 Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...