ECLI:NL:RBDHA:2025:22283
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2025-11-21
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
asiel, geloofwaardigheid, Somalië, Al-Shabaab, bootverbinding Mogadishu Marka, geen alleenstaande vrouw, ongegrond.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL25.12365 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 november 2026 in de zaak tussen [eiseres] , v-nummer: [nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. N.D. Schraa), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. M. Verzijden). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 . Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiseres geen reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië. Ook kan zij niet worden aangemerkt als alleenstaande vrouw. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft op 17 maart 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 18 februari 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 3 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, mr. M.F. van den Brink als waarnemer van de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Zij heeft de Somalische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1997. De ex-man van eiseres was het niet eens met haar nieuwe relatie. Hij heeft gedreigd aangifte te doen van overspel bij Al-Shabaab. De volgende dag is eiseres gebeld met een oproep om zich te melden bij de islamitische rechtbank in Marka-Jilib. Zij is dezelfde dag nog naar Mogadishu vertrokken. Hier heeft eiseres vijf dagen verbleven voordat zij het land heeft verlaten. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: - identiteit, nationaliteit en herkomst; - telefoontje met oproep van islamitische rechtbank vanwege aangifte ex-man. 4.1. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de verklaringen van eiseres omtrent haar identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig worden geacht. Dit geldt ook voor het telefoontje dat zij heeft gekregen met de oproep om zich te melden bij de islamitische rechtbank vanwege de aangifte van haar ex-man. De minister is echter van mening dat eiseres bij terugkeer naar Somalië geen reëel risico loop op ernstige schade. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond. Heeft de minister voldoende gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer naar Somalië geen reëel risico loopt op ernstige schade? 5. Eiseres betoogt dat de minister onvoldoende gemotiveerd heeft dat eiseres geen reëel risico loopt op ernstige schade. De oproep om te verschijnen voor een rechtbank van Al-Shabaab betekent dat eiseres op de radar van Al-Shabaab staat en dit levert op zichzelf al een reëel gevaar op los van het eventuele proces. Nu eiseres bij Al-Shabaab en haar ex-man op de radar is, is het niet moeilijk om haar te vinden. Hier komt nog bij dat eiseres behoort tot de minderheidsstam Shaanshi, wat maakt dat zij minder bescherming geniet en het daardoor moeilijk is om zich te onttrekken aan de oproep van de rechtbank. Daarnaast is op een door eisers overgelegde kaart te zien dat Marka in een zogenoemde ‘Al-Shabaab attack zone’ ligt. Het is dus niet zo dat Marka in een gebied van absolute overheidscontrole ligt. De minister erkent dan ook terecht dat in Marka sprake kan zijn van willekeurig geweld en aanvallen van Al-Shabaab. Bovendien heeft Al-Shabaab in februari 2025 een offensief gelanceerd in de provincie Lower Shabelle, waar Marka de hoofdstad van is. Verder betoogt eisers dat Al-Shabaab een terroristische organisatie is die lijf- en doodstraffen oplegt en die deze ook daadwerkelijk uitvoert. Daarom kan niet worden gesteld dat vrouwen en leden van minderheidsgroepen effectieve rechtsbescherming krijgen bij rechtbanken van Al-Shabaab. Eiseres wijst op meerdere stukken waaruit dit blijkt. 5.1. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende gemotiveerd heeft dat eiseres bij terugkeer naar Somalië geen reëel risico loopt op ernstige schade. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres enkel een telefoontje heeft gehad waarin zij is opgeroepen om naar een rechtbank in Marka-Jilib te komen. Eiseres is niet bedreigd en er is niks gezegd over haar schuld. De vrees van eiseres dat zij gestenigd zal worden is gebaseerd op aannames. De minister heeft hierbij terecht betrokken dat eiseres zich niet hoeft te onderwerpen aan de rechtspraak van Al-Shabaab nu zij uit een stad komt die onder overheidscontrole staat. Uit de landeninformatie volgt niet dat Al-Shabaab de macht heeft in Marka. De minister heeft zich voorts terecht op het standpunt gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij, in een stad die door de overheid wordt gecontroleerd, dermate te vrezen heeft voor Al-Shabaab dat zij er niet aan kan ontkomen gehoor te geven aan de oproep. Er is namelijk niet gebleken dat zij verplicht is om te verschijnen voor de islamitische rechtbank naar aanleiding van de telefonische oproep. Daarom hoeft naar het oordeel van de rechtbank ook niet besproken te worden welke straf eiseres eventueel te wachten zou staan. De minister stelt zich ook terecht op het standpunt dat niet aannemelijk is geworden dat Al-Shabaab zich zal bewegen in overheidsgebied om eiseres te zoeken, te vinden en mee te nemen om haar voor de rechtbank te krijgen. Hierbij wijst de minister er terecht op dat eiseres na het telefoongesprek niets meer van Al-Shabaab heeft vernomen en dat ook haar familie na deze gebeurtenis geen problemen heeft ervaren met Al-Shabaab of de ex-man van eiseres. Heeft de minister voldoende gemotiveerd dat eiseres per boot terug kan keren naar Marka? 6. Eiseres betoogt dat in het meest recente ambtsbericht staat dat de bootverbinding tussen Mogadishu en Marka is weggevallen. Hierdoor moet opnieuw worden bezien of eiseres door Al-Shabaab gebied moet reizen bij eventuele terugkeer naar Marka. Zij wijst erop dat dit over land evident het geval zal zijn en dat een verbinding met (vissers)boten waarmee op individuele basis moet worden onderhandeld geen behoorlijk alternatief is. Dit alternatief blijft in het ambtsbericht ook vaag. 6.1. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat van eiseres verwacht mag worden dat zij haar overtocht naar Marka regelt via deze particuliere vissers, al dan niet wederom met hulp van haar oom die eerder heeft geholpen bij het regelen van de reis. Eiseres heeft verklaard deze reis eerder te hebben gemaakt en tijdens die boottocht geen problemen te hebben ervaren. Het is aan eiseres om te onderbouwen dat dit niet van haar verwacht mag worden. Daarin is zij niet geslaagd. De enkele stelling dat de overtocht door middel van (vissers)boten waarmee ze zelf zal moeten onderhandelen geen behoorlijk alternatief is, is daartoe onvoldoende, aldus de minister 6.2. De beroepsgrond slaagt niet. De minister hanteert voor Somalië het beleid (C 7/30) dat in gebieden waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, de mensenrechtensituatie zodanig is dat voor iedere terugkeerder een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert. Uit het algemeen ambtsbericht blijkt dat zowel Mogadishu als Marka door de overheid gecontroleerd worden. Het gebied tussen deze twee steden, waar eiseres doorheen moet reizen om naar haar woonplaats terug te keren ligt in een gemengd controlegebied dat niet onder effectieve/volledige controle/macht van Al-Shabaab valt. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiseres niet aannemelijk gemaakt heeft dat zij een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar haar woonplaats. Dat er een alternatieve route bestaat met een boot waarvoor op individuele basis onderhandeld moet worden door eiseres om ermee te kunnen reizen doet niet af aan de mogelijkheid om naar Marka terug te kunnen keren via land. Heeft de minister voldoende gemotiveerd dat eiseres niet kan worden aangemerkt als alleenstaande vrouw? 7. Eiseres betoogt dat de beschermende invloed van haar familieleden moet worden genuanceerd, omdat dit oude mensen zijn zonder veel geld of specifieke machtsposities in de maatschappij. Fysiek zijn de ouders en oom van eiseres niet goed in staat om haar tegen een aanval of ontvoeringspoging te beschermen. In dit kader is het ook van belang dat eiseres en haar familie behoren tot de minderheidsstam Shaanshi, waardoor zij minder bescherming genieten. Hier komt nog bij dat eiseres een gescheiden moeder is en geen scholing heeft gehad. Dat maakt haar extra kwetsbaar zodra haar bejaarde ouders en oom wegvallen. Uit het eerder genoemde EUAA-rapport blijkt dat dit een vrees voor vervolging oplevert. Daarnaast weet eiseres niet waar haar nieuwe vriend zich bevindt en of hij überhaupt nog in leven is, gelet op de dreiging van haar ex-man en Al-Shabaab. De minister gaat er daarom te makkelijk van uit dat die relatie weer op de oude voet kan worden voortgezet. 7.1. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat eiseres niet kan worden aangemerkt als alleenstaande vrouw , omdat zij nog familie heeft in Somalië. Dit maakt dat eiseres een sociaal netwerk heeft om op terug te vallen. Hier komt nog bij dat de ouders van eiseres op dit moment ook voor haar kinderen zorgen, zodat ervan uitgegaan mag worden dat zij ook voor eiseres kunnen zorgen bij terugkeer. Daarnaast stelt de minister terecht dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar relatie met haar nieuwe vriend niet zou kunnen herstellen of voortzetten. Gelet op hetgeen overwogen onder 5.1 is verder niet aannemelijk geworden dat eiseres een reëel risico loopt op ernstige schade en is het ook niet aannemelijk dat zij bescherming nodig heeft. De minister wijst er dan ook terecht op dat van eiseres verwacht mag worden dat zij actie onderneemt om haar vriend terug te vinden. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres in stand blijft. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, rechter, in aanwezigheid van mr.T.M.T. Brandsma, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Vreemdelingenwet 2000. Algemeen Ambtsbericht Somalië, d.d. 31 maart 2025, p. 17. European Union Agency for Asylum (EUAA), Country Guidence Somalia, d.d. 11 augustus 2023, International Crisis Group, ‘Women and Al Shabaab’s Insurgency’, d.d. 27 juni 2019. P. 84. Zie Verslag nader gehoor, p. 16. Paragraaf C7/30 van de Vreemdelingencirculaire 2000. P. 22. EUAA, Country Guidence Somalia, d.d. 11 augustus 2023, paragraaf 3.13.7. Zoals bedoeld in paragraaf C7/30.3.2.2. van de Vreemdelingencirculaire 2000.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...