ECLI:NL:RBDHA:2025:20028
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2025-02-19
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Asiel. Opvolgende aanvraag. Niet is onderbouwd waarom verweerder eisers identiteit, nationaliteit en herkomst niet als asielmotief kon aanmerken. Daarbij heeft verweerder eisers asielrelaas niet ten onrechte ongeloofwaardig gevonden. Verder is niet of onvoldoende onderbouwd waarom verweerder eisers asielaanvraag ten onrechte als opvolgende aanvraag heeft behandeld. Het beroep is ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL25.1920 en NL25.1921 uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser) (gemachtigde: mr. M.M. Polman), en de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. K. Kana). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter zijn verzoek om een voorlopige voorziening. Eiser heeft op 15 december 2024 een opvolgende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 14 januari 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. 1.1. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 5 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A. Tihouna als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? Eerdere asielaanvragen 2. Eiser heeft op 20 november 2020 voor het eerst een asielaanvraag in Nederland ingediend. Omdat eiser op 23 december 2022 met onbekende bestemming is vertrokken, heeft verweerder eisers aanvraag buiten behandeling gesteld met het besluit van 8 september 2023. Hiertegen heeft eiser geen rechtsmiddelen ingezet waardoor dit besluit in rechte vast staat. 2.1. Op 21 augustus 2024 heeft eiser een nieuwe asielaanvraag ingediend nadat hij was overgedragen door de Zwitserse autoriteiten. Eiser heeft deze aanvraag echter op 22 augustus 2024 weer ingetrokken. Huidige asielaanvraag 3. Eiser is geboren [geboortedatum] 1998 en heeft de Algerijnse nationaliteit. Hij heeft zijn homoseksuele geaardheid aan zijn huidige asielaanvraag ten grondslag gelegd. Tot 2018 had eiser een relatie met een vrouw en was hij voornemens met haar te trouwen. De vrouw bleek echter vreemd te gaan met eisers beste vriend en is met diegene getrouwd. Eiser is hierdoor depressief geworden. In deze periode heeft eiser [naam] ontmoet die hem veel steun heeft geboden in die tijd. Op enig moment is eiser ter afleiding door [naam] meegenomen naar een illegale disco voor homoseksuele mannen. Deze ervaring heeft voor eiser zijn mening over homoseksuele mannen veranderd. Eisers vriendschap met [naam] is hechter geworden en enkele maanden later hebben zij een relatie gekregen. In 2020 werd eiser gechanteerd met videobeelden van hem en [naam] samen waarop te zien is dat zij seks hadden. Zes maanden lang heeft eiser verschillende bedragen betaald om te voorkomen dat de beelden online zouden worden gezet. Nadat eiser geld van zijn oom had gestolen is hij gevlucht. Omdat eiser daarna niet meer heeft betaald zijn de beelden alsnog online gezet in een lokale Facebookgroep en gedeeld met een bende, genaamd [bende] . Via zijn moeder heeft hij vernomen dat de bende naar hem op zoek is en hem wil vermoorden, alsook zijn vader. Bij terugkeer vreest eiser vermoord te worden. Het bestreden besluit 4. Verweerder heeft drie asielmotieven uit het asielrelaas van eiser herleid. Zijn identiteit, nationaliteit en herkomst worden geloofd. Eisers seksuele geaardheid en de gestelde problemen naar aanleiding van zijn geaardheid worden niet geloofd. Hiervoor stelt verweerder zich op het standpunt dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheeld vormen. Zo werpt verweerder eiser tegen dat hij vaag, ongerijmd, oppervlakkig, algemeen en inconsistent over zijn seksuele geaardheid heeft verklaard. Ook heeft eiser niet zo snel als mogelijk zijn asielaanvraag ingediend en wordt eiser op grote lijnen niet als geloofwaardig beschouwd. Daarnaast heeft eiser ongerijmd verklaard over zijn problemen vanwege zijn seksuele geaardheid en zijn zijn verklaringen over de bende ongerijmd. Verder is verweerder van oordeel dat eiser geen vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag is en geen reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar Algerije. Daarbij heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiser zijn aanvraag enkel heeft ingediend om zijn uitzetting uit te stellen of te verijdelen, omdat eiser niet onmiddellijk wanneer mogelijk zijn aanvraag heeft ingediend en omdat zijn aanvraag niet niet-ontvankelijk is verklaard. Tot slot is eiser eerder al een terugkeerbesluit en inreisverbod opgelegd welke nog steeds gelden. Wat vindt eiser in beroep? 5. Eiser is van mening dat verweerder ten onrechte zijn asielaanvraag heeft afgewezen. Eiser stelt voorop dat verweerder zijn identiteit, nationaliteit en herkomst als relevant feit aan had moeten merken, niet als asielmotief. Verder stelt eiser zich op het standpunt dat verweerder ten onrechte zijn seksuele geaardheid en problemen vanwege zijn seksuele geaardheid ongeloofwaardig heeft gevonden. Verweerder miskent dat eiser zich pas recent in de wereld van homoseksuelen heeft begeven en nog weinig kennis heeft opgedaan. Ook had verweerder beter moeten onderbouwen waarom eiser gedeeltelijk wel en gedeeltelijk niet wordt gevold in zijn verklaringen en waarom het ongerijmd is dat eiser zijn mening over homoseksuelen heeft bijgesteld. Het bijstellen van je mening is ook niet inconsistent. Verder ziet eiser niet in waarom zijn verklaring en over zijn contacten oppervlakkig zijn. Verweerder miskent hierbij dat het aan de persoon ligt in hoeverre hij in staat is over zijn gevoelens te verklaren. Daarnaast is eisers verklaring over zijn vriendin ook niet inconsistent omdat het mogelijk is gevoelens voor zowel mannen als vrouwen te hebben. Verweerder moet verder alle verklaringen in samenhang bezien. Ook kan niet van eiser worden verlangd dat hij bewijst wat het COA tegen hem heeft gezegd bij zijn aanvraag van 21 augustus 2024. Verder moet eiser worden gevolgd in zijn verklaringen over de afpersing door zijn buurman en de twee onbekende mannen. Voor het overige verwijst eiser naar zijn zienswijze. Wat is het oordeel van de rechtbank? Zienswijze 6. Uit het in algemene zin verwijzen naar de zienswijze kan de rechtbank niet afleiden waarom eiser van oordeel is dat het besluit onrechtmatig tot stand gekomen is dan wel gebreken bevat. Verweerder heeft immers met het bestreden besluit op de zienswijze gereageerd. Dit wordt dan ook niet aangemerkt als een beroepsgrond. De rechtbank zal zich in de behandeling beperken tot de gronden zoals deze in beroep zijn aangevoerd en toegelicht. Asielmotieven 7. Voor zover eiser heeft willen aanvoeren dat verweerder ten onrechte eisers identiteit, nationaliteit en herkomst heeft aangemerkt als asielmotief, wordt dit door de rechtbank niet gevolgd. De rechtbank stelt voorop dat eiser niet of onvoldoende heeft toegelicht waarom verweerder dit niet als asielmotief heeft kunnen opnemen. Eiser beschrijft hiervoor zelf slechts de indruk dat verweerder werkt met vaste tekstblokken zonder dat de strekking ervan wordt begrepen. Daarbij heeft eiser ook niet toegelicht welke gevolgen dat zou moeten opleveren. Seksuele geaardheid 8. Verweerder heeft eisers gestelde homoseksuele geaardheid naar oordeel van de rechtbank niet ten onrechte ongeloofwaardig bevonden. De rechtbank ligt haar overwegingen hieronder toe. 8.1. Verweerder heeft eiser tegen kunnen werpen dat hij vaag en ongerijmd heeft verklaard over zijn seksuele geaardheid. Hiervoor heeft verweerder erop kunnen wijzen dat eiser vaag blijft over wat hij bedoelt met dat hij naar een andere wereld is gegaan. Verweerder heeft er daarbij op gewezen dat uit eisers verklaring volgt dat hij homoseksualiteit als een keuze ziet. Eiser heeft echter vaag en ongerijmd verklaard over hoe hij naar zijn zeggen is overtuigd om homoseksualiteit te proberen en bewust voor die ‘wereld’ te kiezen. Ook heeft eiser niet kunnen beschrijven wat het verschil is tussen zijn gevoelens voor een man nu en voor vrouwen vroeger, ondanks dat eiser zelf aangeeft dat er een verschil is. Verder heeft verweerder erop gewezen dat eiser heeft verklaard niet als homo te zijn geboren. De impact van eisers ervaring in de disco blijkt echter verder niet uit eisers verklaring nu eiser verklaard heeft dat er met zijn gevoelens niets vreemds is gebeurd. Dit terwijl eiser aanvankelijk een relatie met een vrouw had en voornemens was om met haar te trouwen. Daarnaast heeft verweerder tegen kunnen werpen dat niet is gebleken hoe eiser zich heeft gerealiseerd homoseksueel of anders te zijn en eiser niet heeft kunnen verklaren waarom hij naar een disco voor homoseksuelen is gegaan. Met name omdat eiser homoseksualiteit als ‘haram’ of niet goed zag en bang was voor een inval door de groep [bende] . Hierdoor heeft verweerder ook niet zonder meer hoeven volgen dat eiser zijn eerste gevoelens voor een man normaal vond. 8.2. Daarnaast heeft verweerder kunnen vinden dat eiser oppervlakkig en inconsistent is in zijn verklaring over zijn seksuele geaardheid. Zo heeft eiser verklaard dat zijn gevoelens voor [naam] door de seksuele relatie groter zijn geworden maar heeft eiser niet concreet kunnen aangeven hoe dit is ontstaan of ontwikkeld. Daarbij heeft verweerder tegen kunnen werpen dat eiser [naam] alleen omschrijft als goed in bed, dat hij een goed hart had en lief was. Dit terwijl eiser stelt twee jaar een romantische relatie met hem te hebben gehad. Verder werpt verweerder eiser tegen dat hij, ondanks dat hij zegt met mannen en niet met vrouwen te leven, bij de Koninklijke Marechaussee (KMar) heeft verklaard dat hij een vriendin heeft in Zwitserland. Daarbij heeft eiser bij de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) verklaard dat zij zwanger was van hun kind. Eiser heeft hierover verklaard dat de DT&V leugens heeft verteld en dat zijn vriendin transgender is, die hij in bescherming wilde nemen. Verweerder heeft dit niet zonder meer hoeven volgen nu niet is gebleken waarom hij haar in bescherming heeft willen nemen en dit verder inconsistent is met zijn gestelde gevoelens voor alleen mannen. 8.3. Het argument van eiser dat verweerder meer rekening had moeten houden met dat eiser eigenlijk als beginnend in de homoseksuele wereld moet worden gezien, heeft verweerder niet zonder meer hoeven volgen. Verweerder heeft kunnen toelichten dat rekening is gehouden met de omstandigheden dat eiser zich in 2018 in die wereld heeft begeven, hij twee jaar een relatie heeft gehad en hij inmiddels 27 jaar oud is. Niet is gebleken dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met eisers referentiekader, noch wat het voor de beoordeling zou moeten betekenen dat eiser als ‘beginnend homoseksueel’ gezien zou moeten worden. Problemen vanwege seksuele geaardheid 9. Naar oordeel van de rechtbank heeft verweerder eisers problemen vanwege zijn seksuele geaardheid niet ten onrechte ongeloofwaardig bevonden. Eiser heeft aangevoerd dat, nu verweerder hem niet langer tegenwerpt dat hij ongerijmd zou hebben verklaard over door wie hij zou worden afgeperst, hij ook gevolgd moet worden in zijn verdere verklaringen over de gestelde problemen. Ter zitting heeft eiser daarbij toegelicht dat hij van mening is dat omdat verweerder een gedeelte van de verklaring gelooft, er een zwaardere motiveringsplicht op verweerder rust om te motiveren waarom delen wel en niet worden geloofd. Verweerder heeft echter tegen kunnen werpen dat dit de overige tegenwerpingen die zijn gedaan niet wegneemt. Verweerder wijst erop dat eiser niet heeft kunnen verklaren waarom hij en [naam] seksueel contact hadden op een openbare plek terwijl ze juist hun relatie geheim probeerden te houden. Daarbij is er niet gebleken waarom de buurman eiser zou afpersen, en heeft eiser ongerijmd verklaard over waarom [naam] geen problemen met de bende [bende] zou hebben en waarom hij niet eerder is vertrokken. 9.1. Het argument van eiser dat verweerder niet inzichtelijk zou hebben gemaakt waar punten 14 en 15 uit het bestreden besluit naar verwijzen, wordt niet gevolgd. In het bestreden besluit is puntsgewijs gereageerd op de punten zoals door eiser aangevoerd in de zienswijze. Zo ook in de genoemde punten. Indien eiser het met de reactie van verweerder niet eens is, is het aan hem om dit toe te lichten. Kennelijk ongegrond 10. Voor zover eiser ter zitting heeft willen betogen dat zijn aanvraag niet als opvolgende aanvraag afgedaan had mogen worden en om die reden niet kennelijk ongegrond afgewezen had kunnen worden, wordt hij daarin niet gevolgd. Voorop staat dat eiser tegen de overige gronden waarop verweerder zijn asielaanvraag heeft afgewezen als kennelijk ongegrond geen beroepsgronden heeft ingediend. Alleen al daarom blijft de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond in stand. Bovendien heeft eiser niet of onvoldoende kunnen toelichten waarom verweerder zijn aanvraag ten onrechte heeft behandeld als opvolgende aanvraag, noch welke gevolgen dit verder zou moeten hebben voor het bestreden besluit. Conclusie en gevolgen 11. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en eiser terug moet naar Algerije. 11.1. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. 11.2. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Smeets, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van P.J.J. Schaap, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open. Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder f, g en h, van de Vw. Op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw. Verslag gehoor opvolgende aanvraag, pag. 6 – 8. Verslag gehoor opvolgende aanvraag, pag. 8. Verslag gehoor opvolgende aanvraag, pag. 18 Verslag gehoor opvolgende aanvraag, pag. 9. Verslag gehoor opvolgende aanvraag, pag. 11. Verslag gehoor opvolgende aanvraag, pag. 10. Verslag gehoor opvolgende aanvraag, pag. 13. Verslag gehoor opvolgende aanvraag, pag. 14. Verslag gehoor opvolgende aanvraag, pag. 7. Verslag gehoor opvolgende aanvraag, pag. 23. Verslag gehoor opvolgende aanvraag, pag. 19. Verslag gehoor opvolgende aanvraag, pag. 20. Verslag gehoor opvolgende aanvraag, pag. 21.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...