ECLI:NL:RBDHA:2024:9885
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2024-06-25
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Inwilliging asielaanvraag Eritrea – minderjarig of meerderjarig – einduitspraak bewijswaarde leeftijdsschouw – de rechtbank heeft in een tussenuitspraak overwogen dat óók in deze procedure de schouwbevindingen, zowel de waarnemingen als de conclusies die de IND en de AVIM trekken op grond van de waarnemingen van het uiterlijk en gedragingen van de geschouwde vreemdeling, onderwerp van geschil zijn – de rechtbank heeft daarom bij de voortzetting van de zitting met partijen, deskundigen en toehoorders besproken welke bewijswaarde kan worden toegekend aan de schouw. De rechtbank stelt vast dat de schouw geen multidisciplinair onderzoek is en dat onvoldoende wordt gewaarborgd dat de schouw in een kindvriendelijke setting en op een kindvriendelijke wijze plaatsvindt – de rechtbank acht een schouwgehoor niet geschikt om het referentiekader van de vreemdeling te achterhalen en de vragen en de beoordeling van de verklaringen op het referentiekader van de vreemdeling af te stemmen – de rechtbank stelt vast dat op grond van de tijdens een schouwgehoor getoonde gedragingen en de uiterlijke kenmerken geen valide uitspraken kunnen worden gedaan over de biologische leeftijd van de gestelde minderjarige – Zowel het observeren, als het aanmerken van waarnemingen als relevant voor een leeftijdsbepaling en het interpreteren van de waarnemingen is in sterke mate afhankelijk van het persoonlijke referentiekader van de schouwer. Om op basis van observaties van gedrag en uiterlijke kenmerken een oordeel te kunnen vormen over de biologische leeftijd en de juridisch strikt afgebakende minderjarigheid, dienen de observaties gedurende een aanzienlijk langere periode plaats te vinden en in een zoveel mogelijk natuurlijke setting voor de vreemdeling waar hij, voor zover mogelijk gelet op de precaire en onzekere positie als asielzoeker, zich vrijelijk kan bewegen en uiten in een sociale groep met een vergelijkbare identiteit, bijvoorbeeld leeftijdgenoten met dezelfde gender uit hetzelfde land van herkomst. Om deze observaties vervolgens te kunnen interpreteren, is het noodzakelijk om over informatie te beschikken over de levensloop van de betreffende vreemdeling en de gedragingen die hij vertoonde voordat hij is gevlucht. De vluchtsituatie en de onzekerheid over de verblijfsaanvaarding brengen reeds mee dat ook indien geruime tijd observaties worden gedaan, deze observaties niet een beeld kunnen geven van “het gebruikelijke en normale gedrag” van de vreemdeling. Ook bij observaties die over een langere duur worden verricht, dient in ogenschouw te worden genomen dat deze gedragingen niet vergelijkbaar zijn met gedragingen van minderjarigen en jongvolwassenen die opgroeien in een samenleving met onder meer bestaanszekerheid, toegang tot educatie en gezondheidszorg en waar de veiligheid van de minderjarige en jongvolwassene is verzekerd. De rechtbank acht het schouwbeleid onredelijk en juridisch niet juist omdat onvoldoende rekening wordt gehouden met het vereiste vermoeden van minderjarigheid en het belang van het kind. Ook wordt onvoldoende onderkend dat het aannemelijk maken van een geboortedatum als onderdeel van de identiteit een element in een asielrelaas is, waarvan de beoordeling niet alleen wordt beheerst door de inspanningsplicht en samenwerkingsplicht, maar ook door de plicht om na te moeten gaan of het voordeel van de twijfel kan worden gegeven ten aanzien van dit element. Het verrichten van een schouw is niet nodig om te beoordelen of een asielaanvraag kan worden ingewilligd en is ook niet nodig om te bepalen welke (aanvullende) procedurele waarborgen moeten worden geboden. Bij een gestelde minderjarigheid moet worden uitgegaan van het vermoeden van minderjarigheid - Het COa heeft een zelfstandige taak en een eigen verantwoordelijk en die bestaan er in de kern in om “adequate opvang” te bieden zoals in de Opvangrichtlijn is bepaald. – verweerder dient een gesteld minderjarige vreemdeling als minderjarig te registreren ook bij een Eurodac-registratie als meerderjarige, behoudens eensluidende schouwresultaten die duiden op evidente meerderjarigheid, verweerder dient het COa dan wel te informeren dat de leeftijd ook inzet van het asielprocedure is – het COa dient zelf te beoordelen welke specifieke opvangbehoeften de vreemdeling heeft waarbij zelfredzaamheid een deugdelijker criterium is dan de biologische leeftijd – Alle beroepsgronden van eiser over de schouw, de Eurodac-registratie en de leeftijdsbepaling slagen – in het inwilligende besluit heeft verweerder bovendien ondubbelzinnig en zonder enig voorbehoud de verklaringen van eiser over zijn leeftijd als onderdeel van zijn identiteit geloofwaardig geacht. – beroep gegrond, de rechtbank voorziet zelf en stelt de geboortedatum van eiser vast, PKV.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: NL23.12913 einduitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], geboren in Eritrea, (V-nummer: [V-nummer]), eiser, (gemachtigde: mr. S. Coenen) en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr. R.J.M.F.P. Wouters). Procesverloop Bij besluit van 5 april 2023 heeft verweerder de aanvraag van eiser voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) ingewilligd op basis van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. Eiser heeft tegen dit inwilligende besluit beroep ingesteld omdat verweerder de door hem gestelde geboortedatum niet aanneemt en registreert. De rechtbank heeft het beroep op 7 februari 2024 op zitting behandeld en op 9 februari 2024 een tussenuitspraak gedaan om verweerder in de gelegenheid te stellen om aan te geven of de bereidheid bestaat om ter zitting nadere toelichting te geven op de schouw en de wijze waarop schouwers worden opgeleid (ECLI:NL:RBDHA:2024:1473). Verweerder heeft bij brief van 21 maart 2024 laten weten om hiertoe bereid te zijn en heeft de rechtbank verzocht om de vragen over de schouw voorafgaand aan de zitting schriftelijk te formuleren. De rechtbank heeft op 13 mei 2024 een bericht aan het dossier toegevoegd en daarin aan partijen kenbaar gemaakt welke vragen ter zitting onder meer aan de orde zullen komen. Verweerder heeft bij brief van 29 mei 2024 de door de rechtbank gestelde vragen schriftelijk beantwoord. De rechtbank heeft de behandeling van het beroep ter zitting voortgezet op 31 mei 2024. Eiser is wederom verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Namens verweerder zijn voorts verschenen als deskundigen P.B. van Elk (IND, senior-medewerkster, trainer schouw) en drs. E. Wensveen (IND, medewerkster, trainer schouw) en als toehoorders D. Soares Godinho (IND, manager en portefeuillehoudster AMV, leeftijdsbepaling) en J.W.J. Marcelis (IND, senior-adviseur SUA en portefeuillehouder AMV. Tevens is verschenen J. Goezinnen (sociaal juridisch medewerker bij SNDVU) als toehoorder. De rechtbank heeft partijen, alle deskundigen en alle toehoorders in de gelegenheid gesteld het woord te voeren ter zitting. Overwegingen 1. Eiser heeft op 21 augustus 2021 een asielaanvraag gedaan. Eiser stelt dat hij op 1 maart 2004 is geboren maar eiser heeft geen identiteitsdocumenten of indicatieve documenten om zijn gestelde geboortedatum en dus minderjarigheid aannemelijk te maken. Tussen verweerder en Italië is op 2 december 2021 een claimakkoord tot stand gekomen. Op 28 april 2022 heeft verweerder kenbaar gemaakt dat eiser vanwege COVID-19 gerelateerde overdrachtsbelemmeringen niet aan Italië kan worden overgedragen en dat zijn asielaanvraag zal worden behandeld in de nationale procedure. Eiser is in het kader van de Dublinprocedure tweemaal geschouwd. 2. In paragraaf C1/2.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) is het beleid met betrekking tot leeftijdsbepaling neergelegd. In “Werkinstructie 2018/19 Leeftijdsbepaling”, die van toepassing was op het moment dat eiser is geschouwd, is dit beleid nader toegelicht, waarbij de rechtbank opmerkt dat deze werkinstructie verwijst naar Afdelingsjurisprudentie uit 2017. Verweerder heeft in zijn verweerschrift terecht opgemerkt dat inmiddels “Werkinstructie 2023/6 Leeftijdsbepaling” van toepassing is. Hierin is ook verwezen naar de recentere uitspraak van de Afdeling van 2 november 2022 , waarbij de rechtbank opmerkt dat de Afdeling deze uitspraak heeft bevestigd op 30 november 2022 en 16 december 2022 . In de onderhavige procedure is eiser conform het beleid dat ten tijde van de schouw van toepassing was geschouwd. Eiser is op 21 augustus 2021 geschouwd door een buitengewoon opsporingsambtenaar van politie eenheid Noord-Nederland en door een hoofdagent van politie eenheid Noord-Nederland. Het schouwgehoor is aangevangen om 08:59 uur. Niet is vermeld wanneer het gehoor is geëindigd. Uit het valideren van de digitale handtekening blijkt dat het proces-verbaal digitaal is ondertekend om 10:21 uur. In het proces-verbaal, dat ten onrechte is getiteld “proces-verbaal van ver hoor”, omdat het een “ ge hoor” is, is het navolgende vermeld: (…) M: Jij bent hier vandaag om een asielaanvraag in te dienen in Nederland, wij zijn van de vreemdelingenpolitie. Wij hebben wat vragen voor jou met betrekking tot jouw identiteit. (…) M: Wij willen je verder wijzen op het feit dat je verplicht bent tot het verlenen van jouw medewerking tot informatie verstrekking. (…) V: Ben jij medisch gezien in orde? A: Ik heb wel medische hulp nodig. V: Moet dat gelijk? A: Ik heb last van mijn nieren en ik ben ook zes maanden in Libië mishandeld. V: Waarom werd je daar mishandeld? A: Om de reis te betalen. (…) NOOT verbalisanten: Lichamelijke kenmerken: -Betrokkene heeft geen opvallende kraaienpoten/rimpels om de ogen. -Betrokkene heeft geen terugwijkende haargrens, heeft kroeshaar. -Betrokkene heeft wel duidelijk zichtbare groeven rond de mondhoeken -Betrokkene heeft geen grijze haren -Betrokkene heeft wel duidelijk zichtbare adamsappel. -Betrokkene heeft wel stoppels. -Andere opvallende lichamelijke kenmerken. Gedrag betrokkene: Omschrijf het gedrag wat kan duiden op meerderjarigheid. Verbalisanten hebben het vermoeden te maken te hebben met een jong volwassene. Betrokkene komt bij verbalisanten niet over als een minderjarige. Betrokkene geeft gelijk antwoord op onze vragen, hoeft daar niet over na te denken. Betrokkene heeft het uiterlijk van een jong volwassene. Betrokkene heeft een duidelijke baardgroei, scheert zich, heeft een snor, rimpels in zijn voorhoofd en een duidelijk zichtbare adamsappel. Betrokkene heeft een zware stem en veel beenhaar. Verbalisanten hebben ook het vermoeden dat de leeftijd van drie en twintig jaar beter past dan de door betrokkene opgegeven leeftijd van zeventien jaar oud. Betrokkene twijfelde niet over zijn leeftijd van wat hij opgaf te zijn in Italië. Conclusie: op basis van bovenstaande verklaringen en signalen oordelen wij unaniem dat geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling evident meerderjarig is. (…) 3. Op 31 augustus 2021 heeft een “aanmeldgehoor AMV” plaatsgevonden. In dit het verslag van dit gehoor, dat is aangevangen om 09:15 uur en is geëindigd om 11:30 uur, is onder meer het navolgende vermeld: (…) 1. INLEIDING Ik ga nu een gesprek met je voeren, waarin ik onder andere vraag naar je identiteit, nationaliteit, familieleden en je reisroute naar Nederland. Verder gaan wij het tijdens dit gesprek het kort hebben over de redenen waarom jij je land van herkomst hebt verlaten. Hierover kun je later uitgebreid vertellen in een volgend gehoor met de IND. Ik zal ook een verslag typen van ons gesprek. Begrijp je dat? (…) Kun je de tolk goed verstaan en begrijpen in het Tigrinja? Ja. Heb je de brochure ‘Kinderen die vragen om internationale bescherming’ gekregen? Ja. Ik heb het gekregen en gelezen. Heb je vragen naar aanleiding van deze brochure? (…) Ik heb medegedeeld dat het belangrijk is dat hij de waarheid spreekt en volledig dient te antwoorden op de vragen die ik stel. Ik heb betrokkene uitgelegd dat als blijkt dat hij niet de waarheid heeft gesproken of belangrijke informatie heeft achtergehouden, zijn aanvraag om die reden afgewezen kan worden. Ik heb gevraagd het mij te willen zeggen als mijn vragen niet voldoende duidelijk zijn. dit dient te overleggen. Hoe gaat het met je? Het gaat goed. Voel je je vandaag goed genoeg om dit gesprek te voeren? Ja. Zijn er bijzondere persoonlijke omstandigheden waar wij rekening mee moeten houden tijdens de asielprocedure? Het is belangrijk dat je dat zelf of via jouw advocaat aangeeft zodat we kunnen kijken of er tijdens de procedure (bijvoorbeeld bij gesprekken die je met de IND hebt) speciale maatregelen moeten worden genomen om je zo goed mogelijk te ondersteunen. Nee, het gaat prima met mij. Heb jij mijn inleiding begrepen? Ja. Heb jij op dit moment vragen? Nee. Mocht je tijdens dit gesprek vragen hebben dan kun je die gerust stellen of als je behoefte hebt aan een pauze, dan mag je dit ook aangeven. Ik vind het belangrijk dat je jezelf prettig voelt tijdens dit gesprek. (…) Ik wil jou nu een aantal vragen stellen over jouw familie en gezin. Sommige vragen kunnen raar klinken, maar ik moet ze allemaal stellen zodat ik zeker weet dat ik jou situatie begrijp. Ben jij getrouwd? Nee. Opmerking rapporteur: Betrokkene moet lachen en kijkt naar beneden. (…) Opmerking rapporteur: Hieronder worden de bevindingen weergegeven tijdens het gehoor. Lichamelijke kenmerken: -Betrokkene heeft geen opvallende kraaienpoten/ rimpels om de ogen -Betrokkene heeft geen terugwijkende haargrens -Betrokkene heeft geen duidelijk zichtbare groeven rond de mondhoeken -Betrokkene heeft geen grijze haren -Betrokkene heeft wel duidelijk zichtbare adamsappel -Betrokkene heeft wel stoppels -Betrokkene heeft geen acne op zijn wangen/voorhoofd/kin -Betrokkene heeft een jeugdig gezicht Gedrag betrokkene: -Betrokkene kijkt mij soms aan, overweegt zijn antwoorden goed en geeft mij daarmee de indruk dat hij goed meewerkt -Betrokkene heeft een actieve luisterhouding -Betrokkene zit tijdens het gesprek in elkaar gedoken -Betrokkene gaapt af en toe gedurende ons gesprek -Betrokkene komt op mij over als rustig en vriendelijk -Betrokkene kijkt bijna het gehele gesprek naar de tafel -Betrokkene zoekt soms oogcontact, maar kijkt ook weer snel weg, lijkt een beetje verlegen te zijn -Betrokkene moet lachen bij de vragen over huwelijk en kinderen Verklaringen betrokkene: Betrokkene verklaart zeventien jaar oud te zijn. Hij geeft aan in het jaar 2004 geboren te zijn. De maand weet hij niet meer. Betrokkene vertelt zijn leeftijd te kennen, omdat zijn moeder hem dat verteld heeft. Betrokkene geeft aan dat hij in 2014 uit Eritrea is vertrokken. Betrokkene geeft aan ongeveer tien jaar te zijn geweest toen hij vertrok uit Eritrea. Betrokkene verklaart in 2018 richting Libië te hebben gereisd en stelt toen veertien jaar oud te zijn geweest. Betrokkene geeft aan in Italië te hebben vermeld dat hij 23 jaar oud is. De reden volgens betrokkene is geweest dat hij samen met zijn meerderjarige medereizigers wilde blijven en met hen door wilde gaan. Ook werd hij geadviseerd in Libië om in Italië te verklaren dat hij meerderjarig was. Hij heeft dat advies gevolgd. Schouw Op basis van bovenstaande verklaringen en signalen oordeel ik dat geconcludeerd kan worden dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd. Er zal verder onderzoek naar de leeftijd plaatsvinden. (…) 4. De rechtbank overweegt dat allereerst de vraag opkomt of aan de door de Avim verrichte schouw net zoveel gewicht kan toekomen als aan de door verweerder verrichte schouw. De rechtbank stelt vast dat de Avim niet integraal heeft vermeld welke gedragingen en verklaringen zijn waargenomen en relevant zijn geacht voor de leeftijdsbepaling. Er is alleen opgesomd welke uiterlijke kenmerken, gedragingen en verklaringen volgens de schouwers duiden op meerderjarigheid. Niet duidelijk is of ook waarnemingen zijn gedaan die duiden op minderjarigheid. De rechtbank acht dit niet zorgvuldig. Verder is niet inzichtelijk waarom deze waarnemingen relevant worden geacht voor een leeftijdsbepaling en waarom de vermelde waarnemingen duiden op meerderjarigheid en niet op minderjarigheid. Niet duidelijk is of de Avim-schouwers het relevant hebben geacht dat eiser heeft verklaard gedurende zijn vlucht naar Nederland aan geweld te zijn onderworpen en of het voor deze schouwers duidelijk is dat zowel de gestelde minderjarigheid en het mogelijk slachtoffer van geweld te zijn geweest vereist dat moet worden beoordeeld of bijzondere processuele waarborgen moeten worden geboden bij het horen en bij het beoordelen van de verklaringen. Weliswaar beoordeelt de Avim niet de integrale geloofwaardigheid van een asielrelaas. Als onderdeel van de schouw dient Avim zich echter ook een oordeel te vormen over de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiser over zijn leeftijd. Dat is immers de doelstelling van de schouw. De rechtbank stelt vast dat in het aanmeldgehoor beduidend meer vragen zijn gesteld over de persoon van eiser, zijn familie waarin en plaats waar hij is opgegroeid en zijn leeftijd. In dit gehoor wordt aan eiser ook uitgelegd dat er wordt geschouwd, waarom dat gebeurt en waarom bepaalde vragen worden gesteld. Tevens heeft de hoormedewerker door het stellen van een aantal basale vragen zich vergewist van het welbevinden van eiser en of hij is staat is om verklaringen af te leggen. In het aanmeldgehoor is de schouwer dus op deze wijze nagegaan of in het aanmeldgehoor, tevens schouwgehoor, aanvullende waarborgen moeten worden geboden om eiser in staat te stellen om adequaat over zijn leeftijd te verklaren. In de schouwbevindingen zijn ook waarnemingen vermeld die kunnen duiden op minderjarigheid en dit geeft dus een completer beeld van de schouw. De waarneming “betrokkene kijkt mij soms aan, overweegt zijn antwoorden goed”, geeft de schouwer daarmee de indruk dat eiser goed meewerkt. Uit de schouwconclusie blijkt echter niet waarom volgens de schouwer een meewerkende houding als indicatie voor de leeftijd van eiser kan worden aangemerkt en wordt ook niet duidelijk of deze omstandigheid op minderjarigheid of nu juist op meerderjarigheid duidt. Dit geldt voor alle waargenomen gedragingen. Niet inzichtelijk is waarom de schouwer van verweerder op grond van deze gedragingen van eiser een uitspraak kan doen over zijn biologische leeftijd en of deze gedragingen volgens de schouwer nu juist op minderjarigheid of meerderjarigheid duiden. Dit geldt ook voor de waargenomen uiterlijke kenmerken. Niet duidelijk is door de vaststelling dat eiser bepaalde kenmerken wel heeft en andere weer niet, of deze uiterlijke kenmerken nu juist op minderjarigheid of meerderjarigheid duiden. Ook is niet duidelijk waarom dat dan zo is en waarop dat is gebaseerd. Eiser heeft ook in dit schouwverhoor verklaard minderjarig te zijn. Het is voor de rechtbank niet inzichtelijk waarom de schouwer twijfelt aan de door eiser opgegeven leeftijd en dus aan zijn verklaringen. Ook is niet duidelijk in hoeverre de schouwer, die een hoormedewerker en geen beslismedewerker is, rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser bij de beoordeling van zijn verklaringen en hoe de schouwer van verweerder omgaat met “het voordeel van de twijfel” bij het trekken van conclusies op grond van de waarnemingen. 5. De rechtbank heeft gelet op de schouwgehoren en schouwbevindingen in de tussenuitspraak van 9 februari 2024 onder meer het navolgende overwogen: (…) 2.(…) De geboortedatum van eiser, waarvan verweerder uitgaat, is 1 februari 1998, omdat de leeftijdsschouwen van de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) (evident meerderjarig) en de hoormedewerker van verweerder (twijfel over de opgegeven leeftijd) ertoe hebben geleid dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd van eiser en uit onderzoek op basis van artikel 34 van de Dublinverordening is gebleken dat hij in Italië is geregistreerd met de geboortedatum 1 februari 1998. (…) 4. De rechtbank overweegt dat óók in deze procedure de schouwbevindingen, zowel de waarnemingen, als de conclusies die de IND en de AVIM trekken op grond van de waarnemingen van het uiterlijk en gedragingen van de geschouwde vreemdeling onderwerp van het geschil zijn. De rechtbank heeft ook in deze procedure ter zitting met partijen besproken dat het buitengewoon complex is om te bepalen welke bewijswaarde aan het schouwen moet worden toegekend.(…) 5. Indien de vreemdeling stelt minderjarig te zijn maar dit niet aannemelijk kan maken met enkel zijn verklaringen, dient verweerder invulling te geven aan zijn samenwerkingsplicht en mag verweerder de afgelegde verklaringen ook nader onderzoeken. Indien geen documenten en/of ander tastbaar steunbewijs voorhanden zijn, is een leeftijdsschouw wellicht een van de weinige onderzoeken die kunnen worden verricht en al dan niet steunbewijs kunnen opleveren. De rechtbank vraagt zich echter (nog steeds) af welke waarde aan een schouw toekomt. Om dat te kunnen beoordelen, wil de rechtbank zich nader vergewissen van de uitgangspunten van de schouw. (…) 6. De rechtbank heeft dus onder meer vragen over de uitgangspunten van de schouw, de wijze waarop de schouw plaatsvindt en de conclusies die worden getrokken op grond van waarnemingen van uiterlijk en gedragingen tijdens de schouw en welke fysieke kenmerken en gedragingen daarvoor relevant worden geacht en waarop dat is gebaseerd. De rechtbank weet ook niet waaruit de opleiding bestaat om te mogen schouwen. (…) De rechtbank wil zich, zoals hiervoor gemotiveerd, enkel nader vergewissen en meer kennis vergaren over de achtergrond en uitgangspunten van de schouw om te kunnen beoordelen welke waarde -vanuit juridisch oogpunt- toekomt aan schouwbevindingen. (…) 6. De rechtbank heeft op voorhand de navolgende vragen aan verweerder doen toekomen en medegedeeld dat in ieder geval deze vragen aan de orde zullen komen bij de voortzetting van de zitting: Algemeen Is de leeftijdsschouw een multidisciplinair onderzoek ? Kunt u de setting beschrijven waarin een schouw plaatsvindt? Op welke wijze wordt voorzien in een zogenoemde “child-friendly” procedure? Op welke wijze worden de bevindingen van de verklaringen, waargenomen gedragingen en waargenomen uiterlijke kenmerken onderling gewogen? Op welke wijze en in hoeverre wordt bij het interpreteren en kwalificeren van de verklaringen, gedragingen en uiterlijke kenmerken het voordeel van de twijfel gegeven? Verklaringen van de vreemdeling 5. Op welke wijze wordt gedurende de schouw bij het horen rekening gehouden met het referentiekader, waaronder het opleidingsniveau, van de betreffende vreemdeling? 6. Hoe vergewist de schouwer zich van het referentiekader van de betreffende vreemdeling? 7. Is het bepalen van de leeftijd gedurende de schouw vergelijkbaar met het verrichten van een geloofwaardigheidsbeoordeling van verklaringen over het element identiteit, nationaliteit en herkomst zoals dit geschiedt door de hoor- en beslismedewerkers van de IND en op welke wijze wordt bij de leeftijdsbepaling rekening gehouden met het referentiekader van de betreffende vreemdeling? Gedragingen van de vreemdeling 8. Welke gedragingen worden relevant geacht om een leeftijdsbepaling (mede) op te baseren? 9. Op welke wijze en door wie is bepaald welke gedragingen relevant zijn voor een leeftijdsbepaling en ligt hieraan een wetenschappelijke basis ten grondslag? 10. Op welke wijze wordt bij de interpretatie van de waargenomen gedragingen rekening gehouden met: Het (gebrek aan) tijdsverloop tussen de aankomst in Nederland en het schouwgehoor De gehoorsetting waarin de gedragingen plaatsvinden Het uitsluitend observeren van gedragingen waarbij de vreemdeling zit terwijl hij/zij antwoorden geeft op vragen De gemiddelde duur van de schouw waarin de gedragingen zijn waargenomen De culturele achtergrond van de betreffende vreemdeling De sociale context waarin de betreffende vreemdeling is opgegroeid De mogelijke minderjarigheid van de betreffende vreemdeling Het persoonlijke karakter van de vreemdeling De cognitieve ontwikkeling van de betreffende vreemdeling De psychosociale ontwikkeling van de betreffende vreemdeling De morele ontwikkeling van de betreffende vreemdeling De aanwezigheid van mogelijke medische en psychische problematiek Uiterlijke kenmerken van de vreemdeling 11. Welke uiterlijke kenmerken worden relevant geacht om een leeftijdsbepaling (mede) op te baseren? 11. Op welke wijze en door wie is bepaald welke uiterlijke kenmerken relevant zijn voor een leeftijdsbepaling en ligt hieraan een wetenschappelijke basis ten grondslag? 11. Op welke wijze wordt bij de interpretatie van de waargenomen uiterlijke kenmerken rekening gehouden met: De gemiddelde duur van de schouw waarin de gedragingen zijn waargenomen. Het beperken van een visuele inspectie in die zin dat de vreemdeling zit terwijl hij/zij antwoorden geeft op vragen De culturele achtergrond van de betreffende vreemdeling Het herkomstgebied van de betreffende vreemdeling en het beschikbaar zijn geweest voor deze vreemdeling van voldoende hoogwaardig voedsel Het mogelijk ondergaan hebben van trauma’s en/of het mogelijk onderworpen zijn geweest aan conflictsituaties De fysieke en motorische ontwikkeling van de betreffende vreemdeling De aanwezigheid van mogelijke medische en psychische problematiek Opleiding en achtergrond van de schouwers 14. Waaruit bestaat de opleiding om een schouw en leeftijdsbepaling te verrichten en hoe lang duurt deze opleiding? Welke vooropleiding is vereist om deze opleiding te mogen volgen? 14. Zijn schouwers geschoold in gedragswetenschappen? 14. Zijn schouwers geschoold in antropologie? 14. Zijn schouwers medisch geschoold en/of geschoold in biologie? 14. Zijn schouwers deskundig op gebied van gedragingen van minderjarigen? 14. Zijn schouwers deskundig op het gebied van ontwikkelingspsychologie en levensloop-psychologie van pubers, adolescenten en jongvolwassenen? 14. Zijn schouwers deskundig op het gebied van trauma en hoe het ondergaan van een trauma interfereert met gedragingen en met uiterlijk? 14. Zijn schouwers geschoold in het horen van vreemdelingen over hun identiteit, nationaliteit en herkomst? 14. Zijn de schouwers geschoold in het verrichten van een geloofwaardigheidsbeoordeling van verklaringen van vreemdelingen over hun identiteit, nationaliteit en herkomst? 14. Hoeveel expertise hebben schouwers voordat ze zelfstandig een schouw en een leeftijdsbepaling verrichten? 14. Zijn schouwers gespecialiseerd in het verrichten van een schouw voor vreemdelingen uit een bepaald herkomstgebied? 7. Verweerder heeft voorafgaand aan de voortzetting van het onderzoek ter zitting een schriftelijke reactie op de vragen van de rechtbank gegeven. De rechtbank heeft ter zitting toestemming aan verweerder gevraagd en verkregen om de antwoorden op de vragen integraal in de uitspraak op te nemen. Dhr. Goezinnen heeft de rechtbank er op geattendeerd dat hij contact heeft gehad met een van de in de antwoorden met naam en expertise genoemde deskundige en dat deze deskundige niet om toestemming is gevraagd om vermeld te worden in deze brief van verweerder. In overleg met de aanwezigen heeft de rechtbank hierop toegezegd de namen van de deskundigen en hun specifieke expertise die verweerder heeft genoemd bij de beantwoording van vraag 5 niet te vermelden. De rechtbank heeft deze deskundigen niet opgeroepen om aanwezig te zijn bij de voortgezette behandeling van het beroep en de rechtbank weet niet of (al) deze deskundigen op de hoogte zijn van de door de rechtbank gestelde vragen en de door verweerder gegeven antwoorden en de vermelding van hun namen en expertise hierin. De rechtbank heeft besproken en overwogen om de behandeling van het beroep wederom aan te houden en deze deskundigen alsnog uit te nodigen voor de zitting om hun zienswijze op “de schouw” te vernemen. De rechtbank acht zich echter voldoende voorgelicht om in de onderhavige procedure uitspraak te kunnen doen over de -juridische- bewijswaarde van “de schouw in de asielprocedure” en ziet in deze procedure af van het horen van meer en andere deskundigen. De rechtbank realiseert zich dat de rechtbank enkel deskundigen van de zijde van verweerder heeft opgeroepen. De rechtbank overweegt hierbij dat de bewijslast dat de schouwbevindingen mede ten grondslag gelegd mogen worden aan de geloofwaardigheidsbeoordeling van de verklaringen van eiser over zijn leeftijd op verweerder rust. De rechtbank heeft overigens om uitspraak te kunnen doen niet alleen kennis genomen van de standpunten van partijen en de verklaringen van de deskundigen en toehoorders ter zitting, maar ook van algemene informatie over de leeftijdsbepaling . 8. Verweerder heeft de vragen op de navolgende wijze beantwoord: Algemeen 1.Is de leeftijdsschouw een multidisciplinair onderzoek ? De hierboven reeds genoemde werkinstructie schrijft voor dat de schouw onder meer door twee ambtenaren van AVIM of KMar kan worden gedaan en vervolgens door een ambtenaar van de IND. Voorts verricht in voorkomende gevallen, waarin de schouw en de hierboven genoemde aanvullende onderzoeken niet de gewenste duidelijkheid opleveren, een arts ten behoeve van de doorverwijzing naar een medisch leeftijdsonderzoek nog een eigen beoordeling over de leeftijd van de desbetreffende vreemdeling op grond van het gedrag en uiterlijk. In die zin is de schouw multidisciplinair. Ten slotte zijn er bij de opleiding (training “leeftijdsbepaling”) voor AVIM-, KMar- en IND-medewerkers meerdere disciplines betrokken. 2.Kunt u de setting beschrijven waarin een schouw plaatsvindt? Op welke wijze wordt voorzien in een zogenoemde “child-friendly” procedure? Voor zover deze vraag betrekking heeft op de AVIM/KMar is verweerder van oordeel niet de aangewezen partij te zijn om deze vraag adequaat te beantwoorden. Verder is bij de IND-organisatie de zogeheten hoorsetting van toepassing; gelijk aan een gehoor van vreemdelingen met een leeftijd tussen de twaalf en de achttien jaar. De exacte setting is afhankelijk van de desbetreffende locatie maar in ieder geval altijd: een EUAA-module IC (Interviewing Children) opgeleide hoorambtenaar, een tolk, de betrokken vreemdeling en eventueel een Nidosmedewerker. Zo is op de locatie Den Bosch het Nidos altijd aanwezig, maar bijvoorbeeld in Ter Apel maakt het Nidos zelf de inschatting of de desbetreffende vreemdeling ondersteuning van een jeugdbeschermer nodig heeft. 3.Op welke wijze worden de bevindingen van de verklaringen, waargenomen gedragingen en waargenomen uiterlijke kenmerken onderling gewogen? Van wezenlijk belang is dat de waarnemingen tijdens de schouw voortdurend worden gecheckt. Voorts is het doorgaans het samenstel van de genoemde elementen die in onderlinge samenhang worden gewogen en tot een bepaalde conclusie kunnen leiden. Dit betekent dat alle drie de elementen - in beginsel – allemaal even zwaar wegen en dus ook alle drie in de rapportage omtrent de schouw duidelijk beschreven moeten zijn. Bij diens conclusie van de schouw motiveert de desbetreffende medewerker specifiek welk(e) uiterlijk(e) kenmerk(en), gedraging(en) of verklaring(en), of samenstel hiervan, tot een bepaalde conclusie leidt/leiden. Deze motivering dient ook duidelijk naar voren te komen in het proces-verbaal en in het rapport van aanmeldgehoor. 4.Op welke wijze en in hoeverre wordt bij het interpreteren en kwalificeren van de verklaringen, gedragingen en uiterlijke kenmerken het voordeel van de twijfel gegeven? Het voordeel van de twijfel is als zodanig niet aan de orde bij de schouw. De schouw heeft namelijk drie mogelijke uitkomsten, te weten: evident minderjarig, evident meerderjarig en twijfel over de opgegeven leeftijd. Twijfel is aan de orde bij afwijkende conclusies of eenduidige twijfel bij enerzijds AVIM/KMar en anderzijds de IND-medewerker. De geringste twijfel is evenwel al voldoende om niet meer te kunnen spreken van evident. Dat is ook expliciet in de hierboven genoemde werkinstructie opgenomen. Verklaringen van de vreemdeling 5.Op welke wijze wordt gedurende de schouw bij het horen rekening gehouden met het referentiekader, waaronder het opleidingsniveau, van de betreffende vreemdeling? Door het stellen van open vragen en door goed te luisteren naar de antwoorden hierop krijgt het referentiekader, waaronder het opleidingsniveau, vorm en inhoud. Hierop stemt de IND-medewerker zijn (vervolg)vragen vervolgens af. Zo nodigt de IND-medewerker de desbetreffende vreemdeling bijvoorbeeld uit om te vertellen over school. Eerst wordt het onderwerp geïntroduceerd waardoor betrokkene in het juiste geheugenvakje terecht komt. Bijvoorbeeld: “Ik wil je graag vragen stellen over je schoolopleiding”. De vraag die volgt is dan: “Vertel hier eens meer over…..”. De afgelegde verklaringen, de gekozen woorden, de lengte van de zinnen en de gebruikte bijzinnen, spreekwoorden en gezegden, et cetera zeggen iets over de taalontwikkeling/het taalniveau alsmede de mate van psychologische en intellectuele ontwikkeling van de persoon in kwestie. Permanent de stap maken naar de ontwikkelingspsychologie van de puber/adolescent vormt een groot gedeelte van de training. Voor de INDmedewerkers is dit een herhaling van hetgeen ze in de EUAA IC module hebben geleerd. Alle IND-medewerkers hebben naast de verplichte EUAAmodules AIM (Asylum Interview Methods) en IC doorgaans ook de navolgende trainingen gevolgd, al dan niet voorafgaand aan de training “leeftijdsbepaling”: EUAA-module IVP (Interviewing Vulnerable Persons) en de masterclass “Het interviewen van minderjarigen”. Bij deze trainingen zijn ook diverse externe deskundigen betrokken ten behoeve van de wetenschappelijke onderbouwing/borging. 6.Hoe vergewist de schouwer zich van het referentiekader van de betreffende vreemdeling? Zie het gegeven antwoord op vraag 5. 7.Is het bepalen van de leeftijd gedurende de schouw vergelijkbaar met het verrichten van een geloofwaardigheidsbeoordeling van verklaringen over het element identiteit, nationaliteit en herkomst zoals dit geschiedt door de hoor- en beslismedewerkers van de IND en op welke wijze wordt bij de leeftijdsbepaling rekening gehouden met het referentiekader van de betreffende vreemdeling? Nee, het schouwen van een gesteld minderjarige vreemdeling is niet vergelijkbaar met het verrichten van een geloofwaardigheidsbeoordeling zoals omschreven door uw rechtbank. Immers, zoals hierboven aangegeven bij het antwoord op vraag 3 wegen alle drie de relevante elementen (afgelegde verklaringen, waargenomen gedrag en waargenomen uiterlijke kenmerken) in beginsel even zwaar mee binnen de schouw. Voor wat betreft de beantwoording van de aanvullende vraagstelling wordt hier verwezen naar het gegeven antwoord op vraag 5. Gedragingen van de vreemdeling 8.Welke gedragingen worden relevant geacht om een leeftijdsbepaling (mede) op te baseren? In dit verband is geen sprake van vooraf vastomlijnde relevante gedragingen. Iedere persoon is immers uniek en daarom wordt bij elke schouw opnieuw gekeken naar alle relevante elementen, en dus ook welk gedrag de desbetreffende vreemdeling vertoont. Dit waargenomen gedrag wordt gecheckt, weergegeven in de verslaglegging en voorts wordt uitgewerkt welke indruk dit waargenomen gedrag op de desbetreffende IND-medewerker heeft gemaakt. 9.Op welke wijze en door wie is bepaald welke gedragingen relevant zijn voor een leeftijdsbepaling en ligt hieraan een wetenschappelijke basis ten grondslag? De ontwikkelingspsychologie in het algemeen vormt hier de wetenschappelijke basis. Voor het overige wordt verwezen naar het gegeven antwoord op vraag 8. 10.Op welke wijze wordt bij de interpretatie van de waargenomen gedragingen rekening gehouden met: Het (gebrek aan) tijdsverloop tussen de aankomst in Nederland en het schouwgehoor De schouw is een momentopname waarbij tijdsverloop de facto niet van belang is. De gehoorsetting waarin de gedragingen plaatsvinden Alle omstandigheden waarin iemand zich bevindt zorgen ervoor dat er een bepaald gedrag wordt vertoond. In de genoemde training wordt de deelnemers geleerd om opvallende gedragingen te benoemen en te bespreken met de desbetreffende vreemdeling. Het uitsluitend observeren van gedragingen waarbij de vreemdeling zit terwijl hij/zij antwoorden geeft op vragen Er is bij de schouw in het geheel geen sprake van een situatie waarin uitsluitend wordt geobserveerd wanneer de desbetreffende vreemdeling zit. De observatie begint al in de wachtruimte, het lopen naar de hoorkamer, het in de lift staan, het wachten bij de koffieautomaat et cetera. De gemiddelde duur van de schouw waarin de gedragingen zijn waargenomen De duur van de schouw is doorgaans gelijk aan de duur van het aanmeldgehoor. Dientengevolge vinden de waarnemingen in het kader van de schouw gedurende het gehele aanmeldgehoor plaats. De culturele achtergrond van de betreffende vreemdeling De hierboven onder 1 genoemde gedragswetenschapper (…) maakt de deelnemers aan de training bewust van de uiteenlopende culturele achtergronden van de verschillende vreemdelingen. De sociale context waarin de betreffende vreemdeling is opgegroeid De sociale context waarin de desbetreffende vreemdeling is opgegroeid vormt een onderdeel van het te hanteren referentiekader. Zie in dit verband dan ook het gegeven antwoord op vraag 5. De mogelijke minderjarigheid van de betreffende vreemdeling Een gesteld minderjarige vreemdeling zal ook gedurende de schouw worden behandeld als een minderjarige. Zo wordt het taalgebruik, de te bespreken onderwerpen, de wijze van vraagstelling, de duur van het gesprek en het aantal pauzes afgestemd op een (vooralsnog) minderjarige vreemdeling. Een en ander uiteraard tot het moment dat anders wordt vastgesteld. Het persoonlijke karakter van de vreemdeling De cognitieve ontwikkeling van de betreffende vreemdeling De psychosociale ontwikkeling van de betreffende vreemdeling De morele ontwikkeling van de betreffende vreemdeling De aanwezigheid van mogelijke medische en psychische problematiek De onder h tot en met l (letters door verweerder toegevoegd) genoemde omstandigheden worden – voor zover enigszins kenbaar – bij iedere gesteld minderjarige vreemdeling – in onderlinge samenhang – in ogenschouw genomen. De omstandigheden (bijvoorbeeld de duur van het aanmeldgehoor, het aantal en duur van de pauzes, et cetera), het taalgebruik, de te bespreken onderwerpen en de wijze van vraagstelling zullen zoveel mogelijk op de persoon van de desbetreffende vreemdeling worden afgestemd. Kort gezegd betreft het hier dus maatwerk. In bijzondere gevallen kan dit er zelfs toe leiden dat het aanmeldgehoor wordt geannuleerd, opgeschort of afgebroken. Een en ander uiteraard na overleg met de gemachtigde, voogd, Medifirst en mogelijk andere betrokkenen. Uiterlijke kenmerken van de vreemdeling 11.Welke uiterlijke kenmerken worden relevant geacht om een leeftijdsbepaling (mede) op te baseren? Ook in dit geval is geen sprake van vooraf vastgelegde universele relevante uiterlijke kenmerken. Iedere persoon is immers uniek en daarom wordt bij elke schouw opnieuw gekeken naar alle relevante elementen, en dus ook welke uiterlijke kenmerken de desbetreffende vreemdeling vertoont. De individuele beoordeling staat hierbij wederom voorop. Bij uiterlijke kenmerken, waaraan bij een schouw een zekere betekenis kan worden toegekend, kan onder meer worden gedacht aan: haarkleur (grijs), zichtbare adamsappel en rimpels (rondom ogen, voorhoofd, mondhoeken en handen). Deze opsomming is evenwel niet limitatief. De desbetreffende medewerker noteert daarom alle opmerkelijke kenmerken die daadwerkelijk worden waargenomen. 12.Op welke wijze en door wie is bepaald welke uiterlijke kenmerken relevant zijn voor een leeftijdsbepaling en ligt hieraan een wetenschappelijke basis ten grondslag? Gedeeltelijk is er een wetenschappelijke basis voor de algemene principes en uitgangspunten van het verouderingsproces. Voor de schouw sec is er evenwel geen specifieke wetenschappelijke basis. Dit alles neemt niet weg dat de bij de schouw betrokken IND-medewerkers, al dan niet voorafgaand aan het deelnemen aan de training “leeftijdsbepaling”, de modules EUAA AIM, EUAA IC, EUAA IVP en de masterclass “Het interviewen van minderjarigen” hebben gevolgd. Bij deze trainingen zijn ook diverse externe deskundigen betrokken ten behoeve van de wetenschappelijke onderbouwing/borging. Zie hiervoor de lijst zoals weergegeven bij het antwoord op vraag 5. De bij het antwoord op vraag 11 genoemde opsomming van relevant geachte uiterlijke kenmerken is, zoals gezegd, niet limitatief en vormt min of meer een (logisch) uitvloeisel van de algemene uitgangspunten (stadia) van het verouderingsproces. Daarnaast is door verweerder getracht zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de EASO Practical Guide on Age Assessment (second edition, 2018, chapter 4B Medical methods, section 4 Physical development assessment). 13. Op welke wijze wordt bij de interpretatie van de waargenomen uiterlijke kenmerken rekening gehouden met: De gemiddelde duur van de schouw waarin de gedragingen zijn waargenomen. Het beperken van een visuele inspectie in die zin dat de vreemdeling zit terwijl hij/zij antwoorden geeft op vragen De culturele achtergrond van de betreffende vreemdeling Het herkomstgebied van de betreffende vreemdeling en het beschikbaar zijn geweest voor deze vreemdeling van voldoende hoogwaardig voedsel Het mogelijk ondergaan hebben van trauma’s en/of het mogelijk onderworpen zijn geweest aan conflictsituaties De fysieke en motorische ontwikkeling van de betreffende vreemdeling De aanwezigheid van mogelijke medische en psychische problematiek Zie de gegeven antwoorden op vraag 10. Voor zover enigszins kenbaar worden al deze aspecten nadrukkelijk betrokken bij de individuele beoordeling van de desbetreffende vreemdeling. Opleiding en achtergrond van de schouwers 14.Waaruit bestaat de opleiding om een schouw en leeftijdsbepaling te verrichten en hoe lang duurt deze opleiding? Welke vooropleiding is vereist om deze opleiding te mogen volgen? De training “leeftijdsbepaling” duurt 2,5 dag. Het betreft een zogeheten intervaltraining. Na de eerste 1,5 dag gaan deelnemers zelf schouwen, waarvan de eerste drie keer onder de begeleiding/supervisie van een ervaren collega. Op de resterende dag (na ongeveer 6 weken) krijgen de deelnemers een herhaling en verdere verdieping van de stof. Voor IND-medewerkers is de vooropleiding minimaal de modules EUAA AIM en EUAA IC. AVIM en KMar volgen de beschikbare en van toepassing zijnde leerlijnen bij de Politieacademie. Het minimale toelatingsniveau voor de Politieacademie is MBO 3. 15.Zijn schouwers geschoold in gedragswetenschappen? Een tweetal gedragswetenschappers zijn nauw betrokken bij de training “leeftijdsbepaling”. Zie het gegeven antwoord op vraag 5. Deze gedragswetenschappers werken op hun beurt weer nauw samen met cultureel mediators. AVIM/KMar zetten soortge
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...