Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2024:23873

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2024-12-06
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL24.35942
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
14.539 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

De minister heeft de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond. De minister acht de lesbische gerichtheid van eiseres niet geloofwaardig omdat de verklaringen van eiseres niet zijn onderbouwd met objectieve documenten die het asielmotief volledig onderbouwen. Daarnaast zijn de verklaringen over haar lesbische gerichtheid oppervlakkig en algemeen. De overgelegde verklaringen van derden wegen niet op tegen de oppervlakkigheid van de verklaringen. De rechtbank constateert dat de minister veel open vragen heeft gesteld tijdens het gehoor, dat eiseres op deze vragen geen dan wel een summier antwoord heeft gegeven, en dat de minister vervolgens niet altijd adequaat heeft doorgevraagd. Eiseres verklaarde hierover op de zitting dat zij het gehoor erg spannend vond omdat er voor haar veel vanaf hing. Ze blokkeerde door de setting en kwam niet goed uit haar woorden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister onvoldoende rekening gehouden met deze door eiseres gegeven verklaring. De minister heeft verder onvoldoende doorgevraagd tijdens het gehoor, waardoor het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. Voorts heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom hij de verklaringen van eiseres als oppervlakkig en algemeen terzijde heeft kunnen schuiven. De rechtbank overweegt verder dat eiseres in deze zaak in totaal negen getuigenverklaringen heeft overgelegd. Deze verklaringen zijn naar het oordeel van de rechtbank zo veel, zo groot, soms zo gedetailleerd en elkaar zozeer ondersteunend dat de minister deze niet met een paar zinnen terzijde heeft kunnen schuiven. Dit klemt temeer nu eiseres voor de overheersende tegenwerping van de minister – dat eiseres tijdens het eenmalige gehoor niet afdoende zou hebben verklaard - een plausibele verklaring heeft gegeven, en de minister in dit gehoor naar het oordeel van de rechtbank ook onvoldoende heeft doorgevraagd.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummers: NL24.35942 (beroep) NL24.35943 (voorlopige voorziening) V-nummer: [V nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiseres] , geboren op [geboortedatum] 1991, van Ugandese nationaliteit, eiseres/verzoekster (hierna: eiseres) (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. M.F. Aly). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: rechtbank) het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en het verzoek om een voorlopige voorziening. 1.1. De minister heeft met het bestreden besluit van 10 september 2024 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarnaast heeft de minister eiseres een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. Een terugkeerbesluit was al eerder aan eiseres opgelegd. 1.2. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 1.3. De rechtbank heeft het beroep en de voorlopige voorziening op 12 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben meegedaan: eiseres, de gemachtigde van eiseres, T. Kibuuka als tolk in de taal Ganda en de gemachtigde van de minister. Ter zitting waren tevens aanwezig [naam 1] en [naam 2] . Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt de kennelijk ongegrondverklaring van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. 3. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het asielrelaas 4. Eiseres heeft eerder op 18 december 2019 een asielaanvraag ingediend. De minister heeft deze aanvraag afgewezen, waartegen eiseres in beroep is gegaan. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft het beroep op 23 juni 2021 ongegrond verklaard. 4.1. Op 27 oktober 2022 heeft eiseres een herhaalde asielaanvraag ingediend. Eiseres heeft aan haar asielrelaas ten grondslag gelegd dat zij tijdens haar eerste asielaanvraag nog niet goed over haar lesbische gerichtheid kon verklaren. Aangezien zij na deze eerste aanvraag in Nederland een relatie met een vrouw heeft gehad en is gaan deelnemen aan allerlei activiteiten voor LHBTI+ers, kan zij hier nu beter over verklaren. Ter onderbouwing van haar asielrelaas heeft eiseres daarnaast de volgende documenten overgelegd: Verklaring van [naam 3] , met foto’s; Whatsappcontact tussen [naam 3] en eiseres; Verklaring van [naam 4] ; Verklaring van [naam 5] ; Verklaring van [naam 6] ; Verklaring van [naam 7] ; Verklaring van [naam 8] ; Verklaring van [naam 9] ; Verklaring van [naam 1] ; en, Verklaring van [naam 2] . De besluitvorming 5. Het asielrelaas bevat volgens de minister de volgende relevante elementen: 1. Identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. Lesbische gerichtheid. 5.1. De minister heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig geacht. De lesbische gerichtheid van eiseres acht de minister niet geloofwaardig omdat de verklaringen van eiseres niet zijn onderbouwd met objectieve documenten die het asielmotief volledig onderbouwen. Daarnaast zijn de verklaringen over haar lesbische gerichtheid oppervlakkig en algemeen. De overgelegde verklaringen van derden wegen niet op tegen de oppervlakkigheid van de verklaringen. 5.2. De minister geeft in het bestreden besluit aan, en heeft ter zitting herhaald, dat zij inziet dat eiseres over het ontmoeten van, de toenadering tot en de breuk met [naam 3] gedetailleerd heeft verklaard. Toch heeft eiseres volgens de minister in essentie te weinig verklaard over haar lesbische geaardheid. Dit had van eiseres wel verwacht mogen worden nu het hier gaat om een herhaalde aanvraag en eiseres bij aanvang van het gehoor heeft aangegeven nu beter te kunnen verklaren over haar seksuele geaardheid, aldus de minister. Heeft de minister voldoende doorgevraagd tijdens het gehoor? 6. Eiseres stelt dat de minister onvoldoende heeft doorgevraagd tijdens het gehoor. Deze verplichting volgt uit Werkinstructie 2019/17. De minister herhaalt exact dezelfde vragen en laat daardoor na om in te gaan op wat eiseres zegt of een andere verdiepende vraag te stellen. Eiseres verwijst daarbij naar een uitspraak van de Afdeling van 5 oktober 2017 en een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam van 13 juni 2023. 6.1. De rechtbank constateert dat de minister veel open vragen heeft gesteld tijdens het gehoor. Open vragen zijn in beginsel goed omdat daarmee de vreemdeling zonder beïnvloeding kan vertellen wat hij of zij wil vertellen. Mocht de vreemdeling met de open vragen echter niet goed uit de voeten kunnen dan zal de minister, conform haar eigen beleid, op een andere wijze haar vragen dienen te stellen, teneinde de vreemdeling in de gelegenheid te stellen zo getrouw mogelijk zijn of haar relaas te doen. 6.2. De rechtbank constateert dat eiseres op de open vragen geen dan wel een summier antwoord heeft gegeven, en dat de minister vervolgens niet altijd adequaat heeft doorgevraagd. Dit is bijvoorbeeld goed terug te zien op pagina 10 van het gehoor. In het gehoor heeft de minister bij elkaar tien keer, in verschillende woordvarianten, de open vraag gesteld wat eiseres nu meer over haar geaardheid kan verklaren dan tijdens de vorige procedure. De minister heeft hierbij nagenoeg steeds nagelaten om vervolgens verdiepende, meer gerichte vragen te stellen en/of gewoon door te vragen. Dit is niet in overeenstemming met haar eigen beleid. 6.3. De rechtbank heeft eiseres op de zitting gevraagd waarom zij tijdens het gehoor op de open vragen weinig antwoord gaf. Eiseres verklaarde dat zij het gehoor erg spannend vond omdat er voor haar veel vanaf hing. Ze blokkeerde door de setting en kwam niet goed uit haar woorden. De minister heeft hier ter zitting desgevraagd op gereageerd door te stellen dat het niet relevant is voor de besluitvorming en zij geen aanleiding ziet om tot een ander oordeel te komen. 6.4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in het bestreden besluit aldus onvoldoende rekening gehouden met deze door eiseres gegeven verklaring. Dit klemt temeer nu uit de verklaringen van [naam 1] , [naam 5] en [naam 2] volgt dat eiseres ook bij hen in het begin weinig over zichzelf vertelde en dat eiseres pas na verloop van tijd meer open werd. Ook de verklaring van [naam 4] van het [instantie 1] is ondersteunend voor de door eiseres gestelde blokkade nu hij heeft verklaard dat eiseres blokkeerde en in tranen uitbarstte toen ze vertelde dat ze vanwege haar seksuele gerichtheid uit Uganda was gevlucht. De rechtbank overweegt dat omgeving en vertrouwdheid voor eiseres kennelijk belangrijke voorwaarden zijn om zich te kunnen openen. Deze observaties zijn derhalve ondersteunend aan eiseres’ verklaring ter zitting dat zij tijdens het gehoor blokkeerde door de setting en niet uit haar woorden kwam en dat zij zich in een vertrouwde omgeving meer open stelt. 6.5. Uit het voorgaande volgt dat de minister in strijd met haar eigen beleid onvoldoende heeft doorgevraagd tijdens het gehoor, waardoor het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. Voorts heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom hij de verklaringen van eiseres als oppervlakkig en algemeen terzijde heeft kunnen schuiven. Eiseres heeft daar immers een verklaring voor gegeven, welke verklaring wordt ondersteund door de bevindingen van vier mensen die haar kennen. Heeft de minister de verklaringen van derden voldoende bij de besluitvorming betrokken? 7. Eiseres stelt daarnaast dat de minister onvoldoende waarde heeft gehecht aan de verklaringen van derden. Eiseres stelt dat het inderdaad zo is dat de personen die verklaringen overgelegd hebben niet fysiek aanwezig waren bij wat eiseres heeft meegemaakt in Uganda. Echter zien de verklaringen wel op hoe deze personen eiseres meemaken en haar ondersteuning bieden. Ook aan de Whatsapp-gesprekken met [naam 3] heeft de minister onvoldoende waarde gehecht, nu deze liefkozend zijn. 7.1. De rechtbank overweegt dat eiseres in deze zaak in totaal negen getuigenverklaringen heeft overgelegd. Vier verklaringen zijn van personen die vanuit hun professie of vrijwilligerswerk met eiseres betrokken zijn geraakt en vier verklaringen zijn van personen die op een andere wijze met eiseres in contact zijn gekomen. De negende verklaring is van [naam 3] , de gestelde ex-partner van eiseres. Over deze verklaringen overweegt de rechtbank als volgt. 7.2. De rechtbank stelt vast dat twee verklaringen van ervaringsdeskundigen in de LHBTIQ+-gemeenschap zijn, en dat deze opvallen door hun uitgebreidheid. Zij hebben eiseres leren kennen via [instantie 2] en de [groep] . Beiden beschrijven dat eiseres in het begin weinig over zichzelf vertelde en dat zij naarmate het contact vorderde steeds meer over zichzelf en haar geaardheid begon te vertellen. Beiden beschrijven ook aan de hand van vele voorbeelden hoe zij de verhalen van eiseres over haar geaardheid en reflectie over haar positie daarbij in de maatschappij, zowel in Uganda als in Nederland, herkennen. Uit beide verklaringen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat zij de lesbische geaardheid van eiseres zonder terughoudendheid onderschrijven. 7.3. De rechtbank stelt voorts vast dat [naam 3] heeft beschreven dat zij een seksuele relatie met eiseres heeft gehad. Ook heeft de rechtbank foto’s van eiseres en [naam 3] gezien die gemakkelijk geduid kunnen worden als twee mensen met een affectieve relatie. Hetzelfde geldt voor de overgelegde Whatsapp-berichten tussen [naam 3] en eiseres. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat uit de verklaringen van [naam 9] , [naam 7] en [naam 1] volgt dat deze personen uit eigen waarneming verklaren dat eiseres en [naam 3] een relatie met elkaar hebben gehad. Ook benoemen [naam 5] , [naam 8] en [naam 2] dat [naam 3] en eiseres een relatie hebben (gehad). De rechtbank stelt voorts vast dat uit de verklaring van [naam 4] volgt dat eiseres kunstwerken maakte waarbij zij voor hem zichtbaar haar ervaringen als lesbische vrouw betrok. Tenslotte onderschrijft ook [naam 6] dat eiseres lesbisch is. 7.4. De voorgaande verklaringen zijn naar het oordeel van de rechtbank zo veel, zo groot, soms zo gedetailleerd en elkaar zozeer ondersteunend dat de minister deze niet, zoals zij in het bestreden besluit heeft gedaan, met een paar zinnen terzijde heeft kunnen schuiven. Dit klemt temeer nu eiseres voor de overheersende tegenwerping van de minister – dat eiseres tijdens het eenmalige gehoor niet afdoende zou hebben verklaard - een plausibele verklaring heeft gegeven, en de minister in dit gehoor naar het oordeel van de rechtbank ook onvoldoende heeft doorgevraagd (zoals beschreven in overwegingen 6.2. en 6.5.). 7.5. Het bestreden besluit is daarom ook op grond van het voorgaande niet deugdelijk gemotiveerd. De beroepsgrond slaagt. 8. Omdat het beroep op basis van de hierboven besproken beroepsgronden gegrond is verklaard, behoeven de overige beroepsgronden geen bespreking. Conclusie en gevolgen 9. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit van 10 september 2024. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. Hiervoor geeft de rechtbank aan de minister een termijn van zes weken. 10. Nu de rechtbank op het beroep heeft beslist, bestaat geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening. 11. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 875,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend, een verzoekschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.625,-. Beslissing De rechtbank, in de zaak NL24.35942: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het besluit van 10 september 2024; en, - draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak; De voorzieningenrechter, in de zaak NL24.35943: - wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af; De rechtbank en voorzieningenrechter, in beide zaken: - veroordeelt de minister tot betaling van € 2.625,- aan proceskosten aan eiseres. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, (voorziening)rechter, in aanwezigheid van mr. K.C. van der Vegt, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open. ECLI:NL:RBAMS:2021:3223. ECLI:NL:RVS:2017:2706. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zaaknummer: NL22.478. WI 2019/17. WI 2019/17. Van respectievelijk [instantie 2] , de [groep] en ASKV. De verklaringen van [naam 5] en [naam 1] . De verklaringen van [naam 5] , [naam 8] en [naam 2] . Algemene wet bestuursrecht.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...