Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2023:4781

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2023-03-30
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
AWB 22/7861
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
nee
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
nee
Tekstlengte
2.840 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Steekwoorden: niet tijdig beslissen, nareis asiel, intrekken beroep, proceskosten

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: AWB 22/7861 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], verzoeker V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. W. Rohlof), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: D. Vos). Procesverloop Verzoeker heeft op 19 december 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis asiel ten behoeve van zijn echtgenote en twee kinderen van 7 april 2022. Verweerder heeft op 28 februari 2023 de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor de genoemde gezinsleden ingewilligd. Op 10 maart 2023 heeft verzoeker het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht om een veroordeling in de proceskosten. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten veroordelen. De rechtbank stelt vast dat nu verweerder de aanvraag van verzoeker als referent heeft ingewilligd, van deze situatie sprake is. 2. De rechtbank ziet daarom aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Deze kosten worden op grond van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 418,50, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 en vermenigvuldigd met een wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent). Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, op 23 maart 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...