Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2022:9489

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2022-07-01
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL21.14919
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
nee
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
nee
Tekstlengte
2.917 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak. Verblijfsvergunning met verblijfsdoel 'studie' ingetrokken. Eiser heeft niet tijdig bezwaar ingediend en geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL21.14919 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juni 2022 in de zaak tussen [eiser], eiser V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. M.J.A. Bakker), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 4 november 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder eisers verblijfsvergunning met als verblijfsdoel ‘studie’ ingetrokken. Bij besluit van 24 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het hiertegen ingediende bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 13 juni 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen P. Ghosh . Verweerder is, met voorafgaande mededeling, niet verschenen op zitting. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting mondeling uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering. 2. Vast staat dat eiser het primaire besluit heeft ontvangen. Dat betekent dat eiser binnen vier weken bezwaar had moeten maken. Eiser stelt dat hij het bezwaarschrift op tijd heeft ingediend, maar naar het verkeerde adres heeft verzonden. Dit is naar het oordeel van de rechtbank nergens uit gebleken. Eiser heeft het bezwaarschrift niet aangetekend verzonden en hij weet ook niet wanneer hij het bezwaarschrift heeft verzonden. Dit blijkt ook niet uit de verklaring van de vriend. Bovendien is deze vriend geen objectief verifieerbare bron. 3. Vervolgens is de vraag of er sprake is van een verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding. Daarvan is niet gebleken, nu niet aannemelijk is dat eiser het bezwaarschrift heeft verzonden. De vraag of eiser het primaire besluit al dan niet goed begrepen heeft, is dan ook niet relevant. 4. Het beroep is daarom ongegrond. 5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Garabitian, rechter, in aanwezigheid van mr. C.M. van den Berg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...